Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.
Moeite met het kiezen van je PWS-onderwerp? Logisch. Klik hier om een goed onderwerp te kiezen. 

Lijmen / Het been

Willem Elsschot

1924

239

2 uit 5

7.4 / 10
  • Onno Faber
  • Nederlands
  • 2046 woorden
  • 21187 keer
    18 deze maand
  • 3 april 1999
Titel
Lijmen/ het Been

Jaar van eerste publicatie
1924

Korte inhoud
Laarmans had een dure fles drank besteld in een café en begon te vertellen waarom hij zo verschrikkelijk veranderd was. Zijn hoed, zijn pijp, zijn knuppel en zelfs zijn sik was verdwenen.
Hij had een 15 jaar geleden Boorman ontmoet, die zijn hele leven had veranderd. Boorman was directeur van 'het algemeen wereldtijdschrift voor financiën, handel nijverheid, kunsten en wetenschappen'. Hij had hem een contract aangeboden, dat hij ook tekende. Hij was verrast door het belachelijk hoge salaris. Het enige dat hij hoefde te doen was wat Boorman hem opdroeg. Misschien zou Laarmans over tien jaar zelfs de zaak over kunnen nemen.
Lijmen was het belangrijkst, vertelde Boorman hem. Na een paar weken kreeg Laarmans zo onderhand in de gaten waar ze zich eigenlijk mee bezig hielden. Het algemeen wereldtijdschrift moest verkocht worden aan klanten, door ze te lijmen. De klant moest zo worden beïnvloed, dat ze het contract zouden tekenen. Er kwam dan namelijk een slijmerig artikel over het bedrijf in het tijdschrift. Vervolgens moesten ze een zo groot mogelijk aantal bestellen, waarna de klant erachter zou komen dat ze die tijdschriften nooit kwijt zouden raken. Zo had Boorman er al een heleboel te pakken gehad en daar had hij al ontzettend veel aan verdiend.
Op een gegeven moment, na een paar mislukte lijmpogingen, zagen ze wel wat in de firma Lauereyssen. Deze firma produceerde keuken-liften. Na een tijdje bleek dat mevrouw Lauereyssen het heft in handen had. Mevrouw Lauereyssen was heel erg dik, maar wel netjes. Na "dag, Heren" begon ze te klagen over haar been. Ze had al allerlei zalfjes geprobeerd, maar het ging niet over. Boorman had zogenaamd erg veel medelijden en na nog wat te slijmen moesten ze een concept maken voor een artikel. Laarmans moest het schrijven, maar het bleek echter niets anders te zijn als een ander artikel verbeteren. De "piano's" moesten worden veranderd in "keuken-liften".
Toen het klaar was, gingen ze weer naar mevrouw Lauereyssen en Laarmans las het voor. Dat had hij goed gedaan want ze was helemaal verrukt. Boorman liet haar het contract tekenen. Ze had honderdduizend exemplaren besteld, wat natuurlijk veel te veel was. Boorman en Laarmans gingen tevreden huiswaarts en niet al te lang erna, kwam meneer Lauereyssen aan de deur. Ze wilden nu al terugkrabbelen, maar Boorman zei dat alles al besteld was.
Laarmans moest nu het vervelende karweitje opknappen, namelijk iedere maand het hoge termijnbedrag ophalen. Laarmans voelde zich terecht schuldig, ook had hij er al spijt van dat hij het zo leuk had voorgelezen.
Mevrouw Lauereyssen mocht de laatste termijn laten zitten, maar door haar overbodige eerlijkheid had ze het toch betaald. Dat maakte het voor Laarmans alleen nog maar erger, want die mensen hadden niets te makken.
In het tweede deel van het boek, het Been, was er al weer heel wat tijd overheen gegaan. Laarmans vertelde hoe hij weer was veranderd. Hij rookte weer pijp, hij had weer een sik en noem maar op.
Op een marktdag liepen Boorman en Laarmans toevallig mevrouw Lauereyssen tegen het lijf. Ze zagen dat haar eerder zieke been geamputeerd was. Nu begon ook Boorman een groot schuldgevoel te kweken. Hij dacht namelijk dat het been niet geamputeerd had hoeven worden, als ze geld had gehad om naar een goede dokter te gaan. Het ging zelfs zo ver, dat hij haar bijna al het geld wilde teruggeven.
De eerlijke mevrouw Lauereyssen wilde geen geld zien en al helemaal niet uit de handen van Boorman. Boorman kan dit niet uitstaan en begint zelfs een rechtszaak. Hij probeerde het zo; hij bedacht dat mevrouw Lauereyssen indertijd teveel had betaald en hij schreef een creditnota. Het was moeilijk de rechter te overtuigen dat de eiser de betaler en de gedaagde de ontvanger was. Dat lukte ook niet, omdat de rechter meer bewijs wilde hebben.
Later zag boorman dat alles inventaris en het pand zelf van de firma Lauereyssen geveild werd. Bij de inventaris stond ook vierduizend kilo oud papier. Hij zou een bod op dat papier uitbrengen voor het geld dat hij destijds aan haar had willen geven. Bij de veiling maakte echter iedereen hem voor gek uit, vanwege het hoge bedrag. De politie wilde hem oppakken, maar hij vloerde een agent. Vervolgens kwamen er meer agenten en een tijdje later lag hij in een gekkenhuis. Na een paar dagen kwam hij er door Laarmans weer uit.
De neef van Laarmans, Jan, bleek mevrouw Lauereyssen te kennen en Boorman werd uitgenodigd bij hem op bezoek te komen. Mevrouw Lauereyssen was daar ook. Ze verzoenden zich met elkaar, maar Boorman wilde per sé het geld geven. Mevrouw Lauereyssen zei toen dat ze het geld ging doorspelen naar een goed doel.
Boorman ging door met zijn bedrijf, maar Laarmans was ermee opgehouden. Hij hield van Boorman als van zijn vader en Boorman had zelfs een vrouw voor hem gevonden. Toch besloot hij Boorman nooit meer te zien. Boorman zou pas rust vinden na zijn dood, was de conclusie van Laarmans.

Personen
Bij beide hoofdpersonen, Laarmans en Boorman, is er sprake van een round character. De karakters worden duidelijk uitgediept.

Laarmans
Frans Laarmans is een man die aan het begin niets en aan het eind alles had. Zijn karakter werd niet veranderd door Boorman, echter zijn leven wel. Hij is een eerlijke man die meegesleept werd in een oneerlijke business. Hij hield van Boorman en deed ook veel voor hem. Laarmans had vanaf het begin al medelijden met mevrouw Lauereyssen en Boorman kreeg dat pas later. Op het laatst was Laarmans ook uit die business gestapt. Dat zegt ook wat over zijn karakter.

Boorman
Boorman is een sterke man die voor niemand bang is. Hij houdt van Laarmans en ook van mevrouw Lauereyssen. Hij heeft veel contacten waarvan hij af en toe handig gebruik maakt. Ook de politie komt regelmatig bij hem aan de deur voor een borrel. Boorman is erg rijk. Het geld komt makkelijk binnen, maar gaat er ook gemakkelijk weer uit.

Tijd
Het verhaal speelt zich toch wel een tijd geleden af. Naar schatting zo'n 80 jaar geleden. Het verhaal verloopt niet-chronologisch. Een 'ik' komt Laarmans twee keer tegen en dan wordt er verteld wat er zich in die tussentijd heeft afgespeeld.

Ruimte
Er is hier sprake van een belangenruimte. De firma Lauereyssen bijvoorbeeld, was in een vies en slecht onderhouden pand. Verder zijn er nog een aantal plaatsen, zoals een café, die een bepaald beeld schetsen. Het weer is niet belangrijk in dit boek.

Perspectief
Het verhaal wordt vanuit een ik verteld. Het grootste gedeelte is die ik Laarmans, maar een paar hoofdstukken is die ik een oude bekende van Laarmans.

Thema
Het thema is: als iemand ergens goed spijt van heeft -wat voor persoon dan ook- blijft het hem zijn leven achtervolgen, totdat hij het probleem echt heeft kunnen oplossen.
Ik heb voor dit thema gekozen, omdat het verhaal ging over een gelijmd iemand, die de eerlijkheid zelve was, nooit een kip kwaad wil doen en dan toch zo veel pech heeft. Zelfs Boorman had spijt. Als Jan, Boorman en mevrouw Lauereyssen niet bij elkaar had gebracht, was Boorman zijn hele leven achter zijn probleem aan blijven lopen.

Motieven
Een algemeen motief is spijt. Door spijt kwam het verhaal op gang. Ook hebzucht is een algemeen motief. Een verhaal motief is het geldbedrag (de bankbiljetten) die Boorman aan mevrouw Lauereyssen wilde geven.

Titelverklaring
De titel van het eerste deel, Lijmen, komt uit het lijmen van de klanten. Een van die klanten was de firma Lauereyssen. Het tweede deel, het Been, komt voort uit het geamputeerde been. Daardoor kreeg Boorman spijt en daardoor wilde hij het geld teruggeven.

Structuur
Er zijn twee delen in dit boek. Lijmen en het Been. Die delen zijn opgesplitst in verschillende hoofdstukken. Het tijdsverloop hangt hier mee samen. Lijmen gaat over een bepaalde tijd uit het leven van Laarmans en het Been gaat over een bepaald deel uit Laarmans' leven.

Stijl
De schrijver gebruikt lange zakelijke zinnen. Het loopt lekker door. De Franse tekst die af en toe er tussendoor komt is lichtelijk storend. Daar lees je dan maar snel overheen.

Genre
De genre is een afwisseling van komedie en drama.

Auteur
Het is vreemd te bedenken, dat de Antwerpse schrijver Willem Elsschot (1882- 1960), die thans tot onze meest geliefde auteurs behoort, tot zijn vijftigste jaar heeft moeten wachten, voordat er bij het publiek van enig enthousiasme voor zijn werk sprake was. Zijn eerste boeken, die kort vóór en na de eerste wereldoorlog verschenen, weken zo sterk af van wat door de literaire smaak van die tijd werd voorgeschreven, dat ze in het algemeen maar weinig lezers vonden. Terwijl de meeste Nederlandse schrijvers zich in navolging van de Tachtigers toelegden op een mooie, dichterlijke taal, onderscheidde het proza van Elsschot zich vanaf het begin door een voorkeur voor het gewone woord, een taal die op geen enkele wijze is opgesierd. Daarbij komt dat Elsschot zijn inspiratie niet zocht in verheven fantasieën, maar dat hij uitging van het alledaagse leven, zoals hij het om zich heen waarnam. Pas met de opkomst van de 'Forum'-generatie omstreeks I930, die ook aan het gewone woord de voorkeur gaf boven een 'poëtische' manier van schrijven, ontstond er in brede kring belangstelling voor zijn werk.
Dat Elsschot, die eigenlijk Alfons de Ridder heette, zijn eigen leven als zijn belangrijkste inspiratiebron beschouwde, blijkt al uit zijn eerste roman, 'Villa des roses' (1913), die hij schreef, toen hij als chef-correspondent bij de Werf Gusto in Schiedam in dienst was. In dit boek verwerkte hij herinneringen aan de tijd dat hij in Parijs in een familiepension in de Rue d'Armaillé woonde. Een meisje met wie hij in die jaren omging, stond model voor Louise, de trieste hoofdpersoon in 'Villa des roses'. De talloze verwikkelingen, die altijd wel voor opwinding in het ogenschijnlijk zo vredige pension zorgden, worden door Elsschot in zijn boek met veel humor beschreven.
Ook aan het verhaalden 'ontgoocheling' (1921) liggen ervaringen uit zijn eigen leven ten grondslag. Elsschot, die zelf als leerling aan het Koninklijk Atheneum te Antwerpen vierjaar had gedaan over de eerste twee klassen en daarna wegens 'baldadig gedrag' van school was gestuurd, beschreef in deze novelle vooral de ontgoocheling van de vader, die de gedroomde carrière van zijn zoon ziet mislukken. In hetzelfde jaar kwam ook de roman 'De verlossing' uit, waarin de verbeten strijd tussen een winkelier en de plaatselijke pastoor wordt beschreven.
In I924 verscheen de roman 'Lijmen', die door velen als Elsschots meesterwerk wordt beschouwd. Bij het schrijven hiervan werd hij géïnspireerd door de periode kort vóór de eerste wereldoorlog, toen hij in Brussel samen met zijn vriend jules Valenpint 'La Revue Générale Illustrée' uitgaf. Dit tijdschrift, dat geen abonnees telde, was nauwelijks meer dan een advertentiefuik. Zo geven ook Boorman en Laarmans, de twee hoofdpersonen in 'Lijmen', een eigen blad uit, het 'Algemeen Wereldtij tijdschrift Voor Financiën, Handel, Nijverheid, Kunsten En Wetenschappen', dat ondanks de ronkende naam alleen bedoeld is om ijdele zakenlui van hun geld af te helpen. Dat daarbij ook de weduwe Lauwereyssen tussen de tanden van het duo Boorman en Laarmans vermalen dreigt te worden, geeft aan het geestige boek een tragische ondertoon. Een vervolg op 'Lijmen' is de roman 'Het been' (1938), waarin dezelfde weduwe schitterend terugslaat, zodat zelfs de krachtfiguur Boorman in een crisis belandt. Nadat ook 'Lijmen' bij verschijnen vrijwel onopgemerkt was gebleven, zweeg Elsschot bijna tien jaar als schrijver, totdat de dichterjan Greshoff hem aanmoedigde om weer eens aan een boek te beginnen. Het resultaat was de roman 'Kaas' (1933), die opnieuw in de zakenwereld speelt. Een jaar later kwamen Elsschots aangrijpende 'Verzen van vroeger', uit, die grotendeels al dateren uit de periode vóór 1910. Belevenissen uit zijn gezinsleven verwerkte hij in de ontroerende verhalen 'Tsjlp' (1934) en 'De leeuwentemmer' (1940).
Elsschots laatste boek is 'Het dwaallicht' (1946), waarin hij op zijn eigen, spottende wijze een ontroerend zelfportret geeft.

Waardeoordeel
Het was een ontzettend leuk een komisch boek. Vooral het laatste deel is erg lachwekkend. De Franse tekstjes ergerden mij alleen een beetje. Het Frans dat er in stond was ook niet het gemakkelijkste Frans dat er is. Het verhaal is echter erg goed en ook de titel van het boek is zeer goed. Het wekt veel nieuwsgierigheid.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

5903

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer
Hou ervan

Hoge waardering

Marleen 6e klas vwo7.8
Onno Faber 7.4
Charlotte 6e klas vwo7.3
granbird 5e klas havo7.8
Anoniem3e klas vwo7.4
Meer verslagen ›