Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

Eclips

J. Bernlef

1993

166

2 uit 5

5.5 / 10
5e klas havo
  • Janneke Heikens
  • Nederlands
  • 5213 woorden
  • 708 keer
    25 deze maand
  • 15 december 2016
Titel
J. Bernlef, Eclips, E.M. Querido's Uitgeverij B.V. Amsterdam, 1993, 1e druk
Motivatie
Ik heb het boek Eclips niet erg bewust gekozen. Ik was bezig met mijn documentatiemap die gaat over Afasie en daar kon je het boek Eclips bij lezen om het beter te begrijpen. Later kwam ik er achter dat ik dat boek ook voor het boekverslag kon lezen dus dat heb ik toen ook maar gelijk gedaan. Twee vliegen in een klap, kun je het wel noemen. Ik heb het boek nog niet gelezen, maar mijn verwachtingen zijn dat het een soort van eyeopener is voor dit onderwerp. Het boek gaat over verloren vermogens die langzamerhand weer terug komen, zoals goed spreken. Het lijkt mij een erg interessant boek omdat ik nog niet zoveel weet over dit onderwerp. Daarnaast vind ik het lezen van literatuurboeken ook een uitdaging omdat het niet de aller makkelijkste boeken zijn.
 
Samenvatting
Kees Zomer rijdt op een dag met zijn auto het water in. Wonder boven wonder overleeft hij het ongeval, maar hij houdt er wel een hersenbloeding aan over. Als gevolg van deze hersenbloeding werkt de linkerhelft van zijn hersenen niet meer en heeft hij geen gevoel meer in zijn linker lichaamshelft. Verward loopt hij door een weiland tot hij bij een huis aankomt. De bewoners denken dat Kees een zwerver is en hij wordt hardhandig weggewerkt. Na een lange wandeltocht valt hij op de grond in slaap. Zodra hij weer wakker wordt ziet hij een radio staan. Hij zet deze aan en krijgt langzaam maar zeker weer het gevoel in zijn lichaam terug. Als hij de radio weer uitzet, dan wordt het gevoel weer minder. De eigenaar van het tuinhuisje, waar Kees lag te slapen, stuurt hem weer weg. Kees loopt verder en komt terecht bij een cafetaria, waar hij kennis maakt met Toos. Ze besluiten samen verder te gaan. Op hun weg eten ze uit vuilnisbakken en overnachten ze op een bouwplaats.
De volgende dag begeven ze zich naar een vuilstortplaats. Toos vindt een naaimachine en besluit deze te verkopen. Kees blijft achter op de vuilstortplaats. Plotseling hoort Kees een auto. Er stappen twee mannen uit die rommelen met kentekenplaten. Kees wordt ontdekt en de mannen, genaamd Cor en Karel, nemen hem mee naar het autokerkhof. Ze eisen van Kees dat hij het autokerkhof bewaakt en voorkomt dat nieuwsgierigen het terrein betreden. Gedurende deze tijd krijgt hij steeds meer het gevoel in de linkerhelft van zijn lichaam terug. Op een nacht nemen Cor en Karel Kees mee in hun auto naar een klus. Kees dient bij een boerderij op wacht te gaan staan. Cor en Karel stelen de motor van een auto en gooien deze in de laadruimte van hun eigen auto. Op de terugweg wordt Kees door de mannen uit de auto gegooid.
Kees wordt de volgende ochtend door een onbekende man gewekt. De man stelt zich voor als IJe en hij neemt Kees mee naar zijn huis. Het is een grote rommel en IJe vertelt dat hij zijn geld verdient met de ruil van allerlei spullen voor natuurproducten. Af en toe krijgt hij iets van de boeren uit de omgeving. Om te kunnen douchen mag hij iedere zaterdag gebruikmaken van de douche in het lijkenhuisje op het kerkhof. Samen met IJe gaat Kees naar het lijkenhuisje. Als IJe onder de douche staat vertrekt Kees weer.
Op zijn weg ‘neemt’ Kees een fiets mee, die niet op slot staat. Hij komt uit bij een boekhandel. De eigenaar herkent Kees, maar heeft al snel in de gaten dat Kees niet ‘de oude’ is. De hoofdpersoon vertrekt weer en fietst in de richting van Bergen. Hij eet een patatje uit een vuilnisbak en wordt uitgescholden door een groep baldadige jongeren.

Een agent vindt Kees op het strand en neemt hem mee naar het politiebureau. Daar wordt hem verteld dat hij al een week wordt vermist. Zijn vrouw komt hem uiteindelijk weer ophalen.

Verdieping
Genre: Psychologische roman

Personages: Kees Zomer (hoofdpersoon), Toos (zwerfster), Karel & Cor (wonen op het autokerkhof), IJe (oude man op een boerderij).

Perspectief: Ik-perspectief.

Tijd: Tegenwoordige tijd.

Ruimte: Vanuit een half gezichtsveld van de hoofdpersoon

Structuur: Het verhaal wordt niet in chronologische volgorde verteld. Dat wil zeggen dat er erg veel flashbacks in voorkomen maar dat de rest wel volgens een chronologische volgorde wordt verteld. Er komen veel flashbacks in het verhaal voor omdat de hoofdpersoon telkens gebeurtenissen van vroeger in flarden herinnert. Elke keer als hij weer iets herkent uit zijn 'vorige leven' is er weer zo'n flashback. Dat heeft tot gevolg dat het boek erg fragmentarisch is geschreven en daardoor komt het verhaal heel 'rommelig' over. Dit past goed bij het verhaal omdat de persoon zijn leven op dat moment ook in 'flarden' beleeft en de chaos in het verhaal dus een grote rol speelt. Zo kan je je beter inleven in de hoofdpersoon omdat je dezelfde chaos ervaart als hij.
Door het hele boek heen hangt een soort spanning. Dat komt omdat je wilt dat de Kees weer zijn eigen leven terugkrijgt en dat hij weer terug komt bij zijn vrouw. Hij komt daar steeds dichter bij. Zijn eerste 'overwinning' is dat hij weer zijn eigen naam herinnert en later ook de naam van zijn vrouw en zijn zoon. Als hij dan ook weer zijn omgeving stukje bij beetje begint te herkennen wordt de spanning nog meer opgebouwd. De climax is als hij op het strand begint te schelden tegen een paar jongens die kattekwaad uithalen. Opeens zegt hij precies wat hij bedoelt en wat hij wil zeggen en heeft hij zijn leven daarmee terug. Daarna komt zijn vrouw hem ook snel ophalen en komt hij echt thuis.
Een teleurstelling voor de lezer is, als hij in de auto terug rijdt naar huis, dwars door het gebied waar hij 11 dagen doorheen heeft gezworven. Hij herkent niks en hij herinnert niks van wat hij in die dagen heeft meegemaakt, terwijl je dat als lezer net allemaal hebt gelezen en dat zo graag aan hem wilt vertellen.
Het boek begint midden in een verhaal (in media res). Kees Zomer is op weg naar een collega (daar kom je later pas achter) en belandt in een sloot.
Omdat het boek midden in het verhaal begint is het ook vanaf het begin spannend.
Motorische momenten in het verhaal zijn als hij met zijn auto in het water belandt, waar hij als het ware 'als een ander persoon' weer uitkomt, als hij een bekend persoon tegenkomt die de politie waarschuwt en waardoor hij weer teruggevonden wordt en als de scheldpartij plaatsvindt, waar hij als het ware zijn leven weer terug krijgt.
Het boek heeft een gesloten einde. Aan het eind is hij weer thuis en ligt hij in bed. Hij weet niet wat hij de laatste 11 dagen gedaan heeft of waar hij geweest is, maar zijn leven is er wel door veranderd: constant voelt hij nu de dreiging van het onbekende. Dat is dus een gesloten einde al is het niet erg bevredigend want hoewel het grootste probleem in het boek is opgelost is er weer een ander probleem voor in de plaats gekomen.
Spanning en stijl: Met eenvoudige bewoordingen wordt het leven beschreven vanuit het perspectief van Kees Zomer. Hij beschrijft breedvoerig al zijn waarnemingen. Vooral wat hij ziet en wat hij voelt. Je leest vooral zijn gedachten waardoor er bijna geen dialogen in het boek voorkomen. De gedachten zijn spreektaalachtig weergegeven in korte zinnen. Er komt wel humor in het boek voor. Dat is meestal wanneer je weet wat hij wil zeggen maar er een hele kromme zin uit komt. Als hij bijvoorbeeld iemand wil groeten zegt hij 'ik salueer heertje u'. Voor hemzelf is dat natuurlijk helemaal niet grappig maar heel frustrerend. De lezer heeft er dubbele gevoelens bij, daardoor wordt komt het ironisch over.
Wat ook erg opvalt in het boek is dat er over hele belangrijke of erge gebeurtenissen heel luchtig gesproken wordt. Dat komt omdat je alles vanuit het perspectief van de hoofdpersoon leest en van die persoon de hersenen niet meer goed functioneren. Bijvoorbeeld als de auto te water raakt, zit Kees heel rustig naar het binnenstromende water te kijken en gaat, als het water tot aan zijn knieën reikt, ook maar eens bedenken hoe hij uit die auto moet komen.
Titel, ondertitel, opdracht en motto: De titel van het boek is erg verklaarbaar: een eclips is een verduistering van de zon of de maan. Kees, de hoofdpersoon, voelt in het begin de linkerkant van zijn lichaam niet meer, maar het gevoel komt later weer terug. Dit kun je dus vergelijken met een verduistering want die wordt ook weer helder.
Thema en motieven: Het thema van Eclips is de plotselinge afwezigheid van tijd en slechts de aanwezigheid van ruimte, daardoor raakt de hoofdpersoon volledig gedesoriënteerd. Je zou het thema dus ook kunnen omschrijven als desoriëntatie.
Een ander belangrijk thema is uit dit boek is afasie. Afasie is het verschijnsel dat een taalgebruiksstoornis optreedt ten gevolge van een hersenbeschadiging. In Eclips kan de hoofdpersoon nog wel goed denken. Maar doordat hij zich niet in taal kan uitdrukken, is contact met de buitenwereld voor de hoofdpersoon heel moeilijk zodat bijna niemand hem begrijpt. Daarom is eenzaamheid een belangrijk motief in Eclips: Kees Zomer voelt zich voortdurend alleen omdat weinig mensen hem begrijpen.
 
Verdere motieven in het boek zijn:
- het electrospel, dit spel komt een aantal keer voor in het boek. Kees Zomer herinnert zich het van vroeger. Het is een spel waarbij met een snoertje het goede woord bij het goede plaatje gezocht moet worden. Als het goed is gaat er een lampje branden. Dit is symbolisch voor het vermogen om verbanden te kunnen leggen in de hersenen. Kees Zomer is dat vermogen tijdelijk kwijt. Hele gewone voorwerpen zoals een radio ziet hij wel, maar hij herkent het niet. Er brandt dus geen lampje dat er vroeger wel brandde.
- Robinson Crusoë komt ook een aantal keer voor in het boek. Vooral de passage waarin Robinson zijn eigen voetstappen ziet en denkt dat die van een ander zijn, namelijk van Vrijdag. Dit is symbolisch voor de eenzaamheid die Kees ervaart. Hij voelt zich als iemand die aangespoeld is op een onbewoond eiland. Hij komt telkens voorwerpen, mensen en gebouwen tegen uit zijn 'vorige leven', maar hij herkent ze niet. Hij ziet dus niet dat het zijn eigen voetstappen zijn. Als hij aan het eind van het boek zijn eigen leven heeft teruggevonden, ziet hij zijn eigen voetstappen niet meer en weet hij niet meer wat er met hem in die periode van 11 dagen gebeurt is.
- Tijd en ruimte spelen ook een grote rol. Kees Zomer is verdwaald in de ruimte en tijd bestaat voor hem niet. Hij dwaalt rond in een omgeving die hij niet kan plaatsen. Gebeurtenissen lopen voor hem niet meer logisch uit elkaar voort maar zijn losse flarden. Hij leeft dus zonder tijdsbesef.
- Melancholie is een emotie die veel tot uiting wordt gebracht in dit boek. Door het verhaal heen, komen flarden van herinneringen aan vroeger terug waar hij in zijn diepste binnenste erg naar verlangt. Hij verlangt weer naar zijn eigen 'wereld', zoals die vroeger was. Daar is hij ook telkens naar op zoek.
- Door de vele flarden van gebeurtenissen die hij meemaakt, de vlagen gedachten en gevoelens die hij ervaart, is alles voor hem één grote chaos. Deze chaos komt ook tot uiting in de omgeving. De vuilnisbelt waar hij een tijdje woont en het industriegebied waar hij rondzwerft.
- In Eclips komt ook voortdurend het motief van afval terug: hij leeft een tijdje op een autokerkhof, dwaalt over een vuilnisbelt, eet uit afvalbakken. Ik denk dat dit symbolisch is voor de afgedankte kant van de samenleving. Net als de personen die hij tegenkomt op zijn zwerftocht, ook die staan allemaal op een of andere manier buiten de samenleving. Dit houdt ook allemaal weer verband met de linkerkant van het lichaam van Kees, die niet functioneert. Het is het deel dat geen verband meer houdt met de rest van het lichaam. Ik denk dat de schrijver hiermee wil laten zien dat iedereen voor zichzelf leeft en zelf zijn weg moet zoeken in de samenleving, maar dat ook iedereen heel afhankelijk is van andere mensen, net als Kees.
- Een ander belangrijk motief is het wak en de donkere diepte onder het ijs. Dit beeld komt een aantal keer terug in het boek, onder andere in de laatste alinea. Het is het beeld van de donkere diepte onder het ijs dat steeds dreigt. Elk moment is er het gevaar dat het ijs scheurt en je in dat wak valt. Dat betekent dat iedereen het gevaar loopt dat zomaar hersenfuncties uitvallen en dat je helemaal op je zelf aangewezen bent.
- De radio is een belangrijk voorwerp dat vaak in het boek terugkomt. Met de radio aan voelt hij de linkerkant van zijn lichaam weer een beetje en werkt zijn spraakvermogen beter.
Het idee achter dit boek heb ik al eerder genoemd, het is het idee dat de samenleving is opgebouwd uit mensen die eigenlijk compleet afhankelijk zijn van hun hersenen en dat er telkens de dreiging is dat die plotseling niet meer goed functioneren, waardoor elk besef van tijd en ruimte wordt verloren en men volkomen op zichzelf aangewezen is.
Stroming en belang van het boek binnen de literatuurgeschiedenis: Literaire stroming. n de eerste verhalenbundels van Bernlef staan meer details beschreven dan in de nieuwere verhalen die hij schrijft.
De critici hebben dikwijls het verwijt uitgesproken, dat Bernlef zelf niet zo duidelijk aanwezig is in zijn werk.Dat is een zeer auteurgerichte benadering van het werk. Het is wantrouwen hebben in de fictie.
De plaats binnen de Nederlandse literatuur is Bernlef een eenzame figuur. Hij denkt nooit na over technische zaken, het gaat vanzelf.
Bernlef is tien jaar redacteur geweest van het tijdschrift Barbarder. Hij heeft er ontzettend veel plezier gewerkt en hij vindt, al terug kijkend naar de tijdschriften, dat het toch wel een belangrijk en aardig tijdschrift is. Bernlef heeft dit tijdschrift geschreven omdat er dwang achter zat. Want hij vindt dat je soms als redacteur een stuk moet schrijven over een onderwerp dat je niet erg van plan was. Dit is de rede waarom hij aan het tijdschrift heeft mee gewerkt, anders had hij dit waarschijnlijk niet gedaan.
Biografische gegevens over de auteur: J. Bernlef werd als Hendrik Jan (Henk) Marsman op 14 januari 1937 geboren in Sint-Pancras in de buurt van Alkmaar. Zijn jeugd bracht hij door in Amsterdam-West, in 1949 verhuisde het gezin Marsman naar Haarlem. Terug in Amsterdam in 1954 kreeg de jonge Henk op de HBS Nederlands van de schrijver Rob Nieuwenhuys die hem en zijn vrienden Gerard Stigter en Gerard Bron (de latere K. Schippers en Gerard Brands) in contact bracht met het werk van schrijvers als Nescio, Elsschot en Carmiggelt. Na zijn eindexamen in 1955 studeerde hij zes maanden aan de faculteit voor politieke en sociale wetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam en werkte vervolgens bij een boekhandel en een uitgeverij. Najaar 1956, vlak voor de Hongaarse opstand, moest hij in dienst. In 1957 verbleef hij drie maanden in het militair hospitaal Austerlitz. In deze periode debuteerde hij met het onder zijn eigen naam geschreven verhaal 'Mijn zusje Olga' dat later verscheen in het blad 'Hoos'. Naar aanleiding van die publikatie maakte de recensent Hans van Straten een vergelijking met de dichter Marsman. Dat was voor de jonge Henk Marsman reden na te gaan denken over een pseudoniem. Op een boekhandelscursus had hij net gehoord over de middeleeuwse Friese bard Bernlef, van wie geen werk bewaard was gebleven. Die naam, voorafgegaan door de beginletter van zijn tweede voornaam, werd zijn pseudoniem.
Na zijn diensttijd trok hij in 1958 naar Zweden, waar hij in de ban kwam van het weerbarstige landschap. Tot 1960 pendelde hij tussen Nederland en Zweden heen en weer. Definitief terug in Amsterdam werkte hij tot 1965, toen hij besloot van het schrijven te gaan leven, bij een grote importeur van boeken. In 1960 trouwde hij met Eva Hoornik met wie hij twee kinderen kreeg. Zijn vriend Gerard Stigter trouwde met Eva's tweelingzusje.
Met Stigter en Brands richtte hij het 'tijdschrift voor teksten' 'Barbarber' op dat tot 1971 bestond. In 1977 was hij betrokken bij de heroprichting van 'Raster', een blad waarvan hij geruime tijd redacteur was. Als criticus schreef hij daarnaast voor uiteenlopende kranten en tijdschriften, zoals 'De Groene Amsterdammer', 'De Gids' en de 'Haagse Post'.
Een specifieke belangstelling heeft Bernlef altijd gehad voor de jazz, een onderwerp waar hij dan ook het nodige over geschreven heeft. Hij vervulde een bestuursfunctie bij de Stichting Jazz in Nederland.
Reactie
 
Mijn reactie
Rosanne: Na het lezen van het boek Eclips weet ik meer over afasie. Eclips is een psychologische roman, een genre dat ik nog nooit eerder gelezen heb. Het was een erg interessant boek en je bleef er echt in zitten. Ik heb het boek in een avond uit gelezen. De schrijver van dit boek beschrijft alles heel duidelijk vanuit het oogpunt van Kees Zomer. Je ziet de situatie vanuit het oogpunt van een patiënt. Dat geeft je een goede inleving van de situatie en je kunt goed met de hoofdpersoon meevoelen. Ik vond het een interessant boek die ook gelijk een goede weergave geeft van de stoornis Afasie.
Janneke:  Het onderwerp van de tekst is ‘eclips’, Een eclips krijgt zijn vorm altijd weer terug. Dat is ook de opzet van het verhaal. Hoe verder het verhaal zich vordert, hoe meer Kees ‘de oude’ wordt.
Dit onderwerp vond ik zeer boeiend, je komt zo te weten wat zo’n persoon door maakt. Het lijkt me erg frustrerend dat je niets kunt uiten. (zowel lichamelijk als geestelijk)
Mijn verwachten zijn allemaal uitgekomen, omdat ik de titel niet begreep met de rest van het verhaal. Ik zag die samenhang niet in het begin.
 
Krantenbericht uit TROUW
 J. BERNLEF, 'ECLIPS' Mensen denken dat ik een morbide belangstelling heb voor ziekte en dood'
JET KUNKELER − 11/03/93, 00:00
recensie J. Bernlef, 'Eclips', uitg. Querido, 168 blz. - f 29,90. gebonden f 42,50.
Van het ene moment op het andere mist de ik-figuur de linkerhelft van zijn lichaam. Hij ziet het niet meer, voelt het niet meer, weet niet meer wie hij is, waar hij is, kan niet meer lezen, kan als hij iets wil zeggen de goede woorden niet meer vinden. "Van binnen" , zo probeert hij uit te leggen, "is alles goed geregeld, maar het komt de sluizen niet meer uit, weet u."
Hij hoort zijn stem klinken, "mijn stem, degene die namens mij spreekt en er steeds naast zit. Ik voel tranen van onmacht in mijn ogen springen." Hij kan in zichzelf goed formuleren wat er mis is: "De kennis ligt anders opgeslagen, volgens een rangschikking die ik nog maar nauwelijks ken. Iets heeft mij opnieuw geprogrammeerd, waardoor ik niet meer bij informatie kan komen die ik weet wel ergens te bezitten." En: "Ik kijk in de wereld als in een prentenboek dat door iemand anders wordt omgeslagen."
Afasie, begrijpt de lezer, afasie ten gevolge van een hersenbloeding. In Bernlefs bekendste roman 'Hersenschimmen', raakt de hoofdpersoon ten gevolge van dementie zijn geheugen geleidelijk maar onherstelbaar kwijt. In 'Eclips' wordt de ik-figuur als door een blikseminslag getroffen maar vindt hij langzaamaan zijn wereld terug. Ook in andere boeken van Bernlef is sprake van een blokkade, een stoornis, een gat, in het brein, het geheugen.
Bernlef: "Over dementie had ik in mijn eerste verhalenbundel, 'Stenen spoelen', al geschreven, maar altijd vanuit de derde persoon. Ik had het gevoel dat er meer in dat thema zat, maar dan in de eerste persoon geschreven, van binnenuit. Ik ben me gaan verdiepen in dementie, waarover toen nog weinig gesproken werd. Na 'Hersenschimmen' ben ik me steeds meer gaan interesseren voor de werking van het brein, voor alles wat met neurologie te maken heeft. Ik vind dat het meest fascinerende wat er bestaat. Ik heb het idee dat ik nog maar aan het begin sta. Volgens mij liggen in het brein alle raadsels besloten, alle vragen die mensen zich stellen, zowel ten aanzien van hun bestaan als ten aanzien van: wat is creativiteit, waar komt het schrijven vandaan, hoe zit het allemaal in elkaar?"
U weet zich zo goed in te leven in het proces van dementeren, of in de gevolgen van een hersenbloeding, dat het lijkt of u het zelf hebt meegemaakt.
"'Hersenschimmen' wordt door veel mensen beschouwd als het enige handboek over dementie dat nog ontbrak. Meisjes die in de verpleging gaan, lezen het alsof het werkelijkheid is, alsof dementie is zoals ik het beschrijf. Maar het blijft een literaire uitwerking van een neurologisch thema of, zoals in 'Eclips', een combinatie van aandoeningen.
Een neuroloog zal al na twintig bladzijden zeggen: ja maar meneer, u hebt een rechtzijdige en een linkszijdige hersenbloeding gebruikt en bij de ene hersenbloeding treedt die stoornis op, bij de andere die. U combineert dat maar en bovendien laat u die man nog in twaalf dagen beter worden ook!
"Ik heb dat met opzet gedaan omdat ik niet hetzelfde effect wou als met 'Hersenschimmen'. Ik behoud mij die literaire vrijheid voor. Ik vind het een voor de literatuur zeer geschikt gebied dat mij buitengewoon intrigeert en waarop ik nog lang niet ben uitgekeken."
Vindt u het zo vervelend als mensen denken dat u een ziekteproces exact beschrijft, dat u met opzet ervan afwijkt?
"Nou ja, opzet. . . Kijk, als ik dicht bij de werkelijkheid was gebleven, zou het een heel treurig, en bovendien heel dik boek geworden zijn. Mij ging het erom, iemand te laten zien die zijn grip op de werkelijkheid verloren is en hoe hij de wereld opnieuw voor zichzelf ordent. Dat vond ik veel interessanter dan dichtbij de neurologische werkelijkheid te blijven. Maar wat lezers met een boek doen, tja, daarover heeft een schrijver maar weinig te vertellen natuurlijk."
Uw fascinatie met het brein uit zich wel steeds door het beschrijven van aftakeling, storingen, daarin.
Lachend: "Mensen denken wel eens dat ik een soort morbide belangstelling heb voor alles wat met dood, verval, ziektes, te maken heeft, dat ik een schrijver van heel ellendige doktersromans ben. Het merkwaardige is we pas iets merken van de functies van zowel het lichaam als de geest - voor zover je die tweedeling kunt maken - wanneer er iets hapert. We merken bijvoorbeeld niet dat het lichaam kennelijk een bewustzijn van zichzelf heeft. Als er een functie wegvalt en er dus geen verbindingen meer zijn naar een bepaald deel van het lichaam, herinnert het lichaam zich dat daar iets is. Iemand bij wie een lichaamdeel wordt geamputeerd, blijft dat soms nog jarenlang voelen. Dat duidt erop dat het lichaam een herinnering van zichzelf heeft, die zich nooit manifesteert wanneer het volledig intact is.
"Merkwaardige dingen zijn dat. Behalve dat bewuste 'ik', waarvan we altijd uitgaan, bestaan we dus ook nog uit een soort onbewuste persoonlijkheid die we eigenlijk niet kennen. De man in' Eclips' maakt daar ook kennis mee. Zijn lichaam wil op sommige momenten dingen die hijzelf niet wil, of het wil pas dingen wanneer hij wordt geholpen door bijvoorbeeld muziek. Muziek kan een grote invloed hebben op de motoriek. Het titelverhaal van de bundel 'De man die zijn vrouw voor een hoed aanzag' van de Amerikaanse neuroloog en schrijver Oliver Sachs gaat over iemand die zich alleen maar kan aankleden als er muziek aanstaat. Als die muziek ophoudt, houdt hij middenin de handeling op, dan kan hij niet meer verder."
Taal, beter gezegd: het wegvallen daarvan, de woorden niet meer kunnen vinden, speelt zowel in 'Hersenschimmen', in 'Eclips', als in een ander boek, 'Vallende Ster', een belangrijke rol. "Voor een schrijver is taal natuurlijk buitengewoon interessant; de manier waarop wij de werkelijkheid benoemen en ten dele ook hanteren door de taal, de vanzelfsprekendheid waarmee we dat doen en wat er gebeurt wanneer dat wegvalt."
De ik-figuur uit 'Eclips' weet nog wel wat hij wil zeggen maar het komt er niet uit zoals hij wil. Dat leidt tot heel omslachtige, soms ook, zoals gezegd, wel komisch aandoende omschrijvingen. Bernlef verduidelijkt met behulp van een kinderspel, het Electrospel, heel aansprekend wat er aan de hand is. Bij dat spel moet je woord en beeld bij elkaar brengen; juist dat kan de man uit het boek niet meer, de relatie tussen taal en werkelijkheid is bij hem verstoord.
Bernlef: "Toen ik bezig was die vuilnisbelt te beschrijven waar de man op een gegeven moment belandt, kwam ineens tussen al die rommel dat Electrospel te voorschijn. Dan word je dus geconfronteerd met de werking van je eigen brein, wat je niet echt snapt. Toen ik het eenmaal opgeschreven had dacht ik: ja, dat is natuurlijk een perfect beeld."
U hebt het dus niet eerst bedacht, het was er ineens?
"Je bedenkt dat niet. Romans die zo in elkaar zitten, deugen meestal niet. Het is je intuitie die je dat beeld ingeeft en pas in een later stadium herken je dat als het juiste beeld. Naarmate je langer schrijft blijkt dat je een steeds groter vertrouwen in die intuitie kunt hebben. Die gaat al structurerend te werk; er komt geen onzin te staan, ook al denk je soms: waar komt dat nou weer vandaan? Wonderlijk hoe de dingen in elkaar steken."
Vandaar dat u er steeds mee bezig blijft?
"Het gaat niet alleen om het onderwerp, de innerlijke constitutie die je op dat moment hebt, moet ermee overeenkomen; het moet een soort obsessie worden. Je denkt niet: laat ik maar eens een boek over dit of dat schrijven. Het is ook niet zo dat al mijn boeken hierover gaan, zo monomaan ben ik gelukkig ook weer niet. Maar kennelijk zat die belangstelling voor de werking van het geheugen, en dus ook over het vergeten, er al heel vroeg in; dat blijkt wel uit die verhalen in 'Stenen spoelen' uit 1960."
"Ik heb mezelf ook wel afgevraagd hoe dat komt. Tineke, de vrouw van de dichter Leo Vroman, zei me dat het succes van 'Hersenschimmen' onder middelbare scholieren misschien is te verklaren uit het feit dat kinderen tegenwoordig vaak werkende ouders hebben, daardoor veel te maken krijgen met hun grootouders en zo een emotionele band met oude mensen ontwikkelen. Zelf had ik vroeger een sterke binding met mijn grootouders van moeders kant."
Dementie heb ik eens heel treffend horen omschrijven als 'het ik dat steeds verder van huis raakt'. Een omschrijving die misschien toch ook van toepassing is op de man uit 'Eclips'. Er blijft toch een afstand, ook al vindt hij zijn huis, zijn vrouw, het vermogen zich normaal uit te drukken, terug.
"Als je een bezoek aan de hel hebt gebracht, is de vanzelfsprekendheid van de relatie tussen de wereld en de taal en je lichaam en de wereld, toch verloren gegaan. Het vreemde in het boek is dat er aan het slot een soort omkering plaatsvindt waardoor de hoofdpersoon zich niet meer herinnert wat jij net gelezen hebt."
"Je zou op grond van die boeken kunnen vermoeden dat de werkelijkheid zoals-ie echt is, zich misschien wel helemaal aan onze waarneming onttrekt en dat het juist de hersens zijn die ons een leefbaar beeld van de wereld opleveren in de vorm van een besef van tijd en ruimte, van taal; dat we de boel kunnen structureren door de hersens. En dat mensen bij wie daar iets defect raakt tijdelijk terechtkomen in een wereld die misschien 'de echte wereld' is, maar een die voor mensen onleefbaar is."
Hij vertelt een paar jaar geleden een indrukwekkende BBC-documentaire te hebben gezien over een man die ten gevolge van een virusziekte geen enkel beeld, geen enkele belevenis, kon 'vasthouden', voor wie elk moment nieuw was. Huiveringwekkend, een soort modern beeld van de hel, vindt hij. Zo komen we opnieuw op muziek, want het slachtoffer van deze ziekte is dirigent en het enige wat hij nog wel kan is dirigeren. Dat doet hij voortreffelijk, ook al begrijpt hij later, als hij naar een videoopname kijkt, niet dat hij het is die daar voor het orkest staat. Muziek, zegt Bernlef (zelf een groot liefhebber daarvan, vooral van jazz) wordt op een andere manier door de hersens verwerkt en opgeslagen dan de taal. "Maar het blijft merkwaardig dat muziek zo'n enorme invloed kan hebben op het sturen van alle functies."
'Publiek geheim', waarvan het thema censuur en zelfcensuur is, wordt ook wel eens beschouwd als een boek over het geheugen, over vergeten.
"Mensen die er zo over oordelen zeggen: dat boek gaat over het manipuleren van het collectieve geheugen van een land. Leuk bedacht, maar zo zie ik het zelf niet. Er zijn monomane kunstenaars die hun hele leven met een ding bezig zijn en die dat soms fabelachtig doen. Voor mij geldt dat niet. Een boek als 'De witte stad' is voor mij zoiets als het schrijven van een divertimento door Mozart. Je kunt niet alleen maar Requiems schrijven. Je moet jezelf ook een keer op vakantie sturen."
Bernlef werd op 14 januari 1937 als Hendrik Jan Marsman (geen familie) geboren in het Noordhollandse Sint Pancras, groeide grotendeels op in Amsterdam, woonde enige tijd in Zweden, koos daarna opnieuw voor Amsterdam. Hij nam een pseudoniem om niet voortdurend te worden vergeleken met zijn beroemde naamgenoot; de naam Bernlef is ontleend aan een blinde Friese dichter uit achthonderd na Christus, een zanger van balladen van wie geen letter tekst, maar slechts de naam en een paar titels zijn teruggevonden in manuscripten van latere dichters. Alleen 'Bernlef' vond hij te 'pompeus'; daarom plakte hij zijn tweede initiaal ervoor, de letter 'J'.
In 1984 kreeg hij de Constantijn Huygensprijs voor zijn gehele oeuvre, in 1988 de (eerste) AKO-literatuurprijs voor 'Publiek geheim', 'Hersenschimmen', dat onder regie van Heddy Honnigman werd verfilmd, kreeg als favoriete roman bij scholieren, de Diepzeeprijs 1989; het aantal exemplaren dat daarvan is verkocht nadert de 400 000. Relativerend:
"Als je een boek schrijft dat een dergelijke oplage haalt, moet je je altijd realiseren dat het grootste deel van het publiek het om buiten-literaire redenen koopt. Redenen die ook best honorabel kunnen zijn, maar het zijn geen mensen die automatisch een volgend boek van je zullen kopen. Dus het is wel mooi, maar het echte literaire publiek, dat een zekere trouw heeft aan je werk en dat blijft kopen, bestaat uit misschien tienduizend mensen. Het gedrag van het publiek is onvoorspelbaar. Vind ik ook wel leuk."
Oordeel op recent
Ik vind dat de recent wel gelijk heeft. Het is een soort interview met de schrijver van het boek, dus het is sowieso betrouwbaar. Hij schrijft over zijn motieven om het boek te schrijven en wat hij met sommige delen bedoeld. Hij geeft een duidelijk beeld van het boek.
 
Keuzeopdracht 3
Wat was het meest trieste fragment in dit boek? Maakt dit volgens jou het boek waardevoller /indringender of juist niet? Waarom?
Het meest trieste fragment uit dit boek vind ik persoonlijk het gedeelte waar Toos hem in de steek laat. Toos was de eerste en de enige die hem gewoon normaal behandelde en hem op haar manier begreep. Toos vind een oude naaimachine op de vuilnisbelt en gaat die verkopen. Ze laat Kees in de steek. Het maakt het boek niet per se waardevoller of indringender, maar het laat je goed inleven hoe moeilijk het voor de hoofdpersoon was. Verbijsterd en verwonderd omdat zij hem vergat en haar hoed liet liggen. Het is vooral een zielig fragment.
Bronnenlijst

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

6148

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer
Hou ervan

bijlagen1

Bijlage 1/Download

Hoge waardering

Sharon 4e klas vwo7.9
anoniem7.1
Zoe 4e klas vwo7.3
suus 7.5
anoniem4e klas vmbo6.9
Meer verslagen ›

Eindexamens

Ben jij al helemaal klaar voor de eindexamens?