Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen
Ben jij wel eens bedonderd toen je online iets wilde kopen? Wij doen onderzoek naar oplichting onder jongeren. Doe jij mavo of vmbo? Vertel dan over jouw ervaringen met oplichting (ook als je dat niet is overkomen) en maak kans op een Bol.com van 15 euro. Ga naar de vragenlijst. Duurt maar 5 minuten!

De onzichtbare jongen

J. Bernlef

2005

188

2 uit 5

Zeker Weten Goed

Zeker Weten Goed!

Deze boekverslagen zijn gemaakt door de boekenredactie van Scholieren.com. In deze superverslagen staat alles wat jij moet weten voor je boekbespreking of mondeling literatuur. De quiz kun je gebruiken om je kennis van het boek te testen. Met deze verslagen zit je dus Zeker Weten Goed!
Feitelijke gegevens
1e druk,  9  2005
188 pagina's
Uitgeverij: Querido
Verslag
Door Kees van der Pol
Toegevoegd op 2 februari 2006 
Flaptekst 

Amsterdam, jaren vijftig. Max Veldman en Wouter van Bakel zitten samen op school. Ze zijn dertien en dromen over de toekomst. Max weet dingen waar de meeste jongens niets van begrijpen. Hij wil de onzichtbare wereld van de wind in kaart brengen. Zelf wil hij ook het liefst onzichtbaar worden. Wouter heeft totaal andere dromen. Hij wil harder lopen dan de wind, de honderd meter onder de elf seconden. Op de middelbare school verwatert de vriendschap. Als Wouter jaren later Max opnieuw ontmoet, leert hij door Max een andere, wonderbaarlijke werkelijkheid kennen. Maar de grote tragedie die het leven van Max heeft bepaald, komt pas aan het licht als Max werkelijk onzichtbaar is geworden.

Met zijn heldere, bijna laconieke toon voert Bernlef de lezer een wereld binnen die zich maar langzaam blootgeeft. "De Onzichtbare Jongen" is een roman vol mededogen over de bijzondere, hechte vriendschap tussen twee jongens en de dromen die ze najagen.

Eerste zin 
Een handjevol cacaobonen. Je ruikt eraan. Niets. Pas als je de bonen in de koperen beker van de koffiemolen hebt gestrooid, hem tussen je knieŽn klemt en de gebogen slinger een paar krachtige slagen ronddraait, stijgt uit de gekraakte bonen de geur op, diep en doordringend, bitter en wee.
Samenvatting 

In een soort proloog (blz. 7-9) geeft de ik-verteller Wouter van Bakel aan waarover de roman gaat: over stilstand en beweging en vooral ook over vriendschap.

Deel 1†(blz.13 - 112)
De ikverteller, Wouter van Bakel, is leerling van de Hoofdwegschool in Amsterdam. Het is 17 augustus 1947, wanneer een nieuwe leerling in de klas plaatsneemt. Hij heet Max Veldman en hij is afkomstig uit Haarlem. Max is erg stil, zijn medeleerlingen hebben het al snel met hem gehad, omdat ze denken dat hij met de meester wil slijmen. Hij is heel goed in hoofdrekenen.

Zijn medeleerlingen pesten hem, maar dat wordt een stuk beter wanneer hij na enkele weken met pesterijen de grootste pestkop van de klas, Jim, neerslaat. Nog steeds wordt hij niet geheel door de klas geaccepteerd, maar hij wordt in ieder geval niet langer gepest..

Wouter raakt met Max bevriend. Max weet ontzettend veel en hij is mentaal met andere dingen bezig is dan zijn klasgenoten. Op een dag vertelt Max dat hij oefent in onzichtbaar zijn. Hij heeft vroeger een boek van H.G. Wells gelezen, "De Onzichtbare Man". Het gaat over een man die na een mislukt experiment onzichtbaar werd en zichzelf niet meer zichtbaar kon maken. Uiteindelijk werd hij het slachtoffer van mensen die de onzichtbare man niet langer vertrouwden, waardoor hij tenslotte werd doodgeschoten. Max is gefascineerd door het gegeven onzichtbaar te kunnen zijn. Hij legt Wouter uit dat hij heus wel weet dat je niet ťcht onzichtbaar kan worden, maar hij doet wel zijn uiterste best om niet opgemerkt te worden. Je moet zo onopvallend mogelijk door het leven gaan. Maar dat laatste gaat Max nu net niet goed af.. Hij heeft namelijk een fotografisch geheugen, waardoor hij alles onthoudt wat hij ziet, hoort en leest. Zonder moeite kan hij hele muziekstukken naspelen, ingewikkelde sommen uit zijn hoofd oplossen en gedichten met wel vijftig coupletten onthouden, zoals het gedicht "Mei" van Herman Gorter, dat hij bij een declamatiewedstrijd in zijn geheel voordraagt, nadat hij het een avond ervoor heeft doorgelezen.. Ook de bril die hij ineens moet dragen omdat hij niet goed op het bord kan zien, is in de jaren na de oorlog bijzonder. In de klas staat hij daardoor snel bekend als 'brillenjood'.

Wouter en Max hebben ondertussen vriendschap gesloten. Max woont alleen bij zijn vader, die in de Blookerfabriek werkt (een cacaobonenfabriek). Ze kunnen dan ook vaak over gratis chocolade beschikken. Zijn moeder is na de oorlog met een Canadees meegegaan, meer wil Max hier niet over vertellen. Hij heeft als enige van zijn leeftijdsgenootjes een eigen sleutel van zijn huis. Dit omdat zijn vader veel werkt, ook wanneer de meeste andere ouders alweer thuis zijn van hun werk. Heel bijzonder is dat Max thuis met behulp van een slingertoestel ook films kan afdraaien: hoe harder je draait, des te sneller gaan de beelden.

Na de lagere school gaan de beide jongens ook samen naar dezelfde middelbare school, alleen komen ze in verschillende klassen terecht, waardoor hun onderlinge contact steeds minder wordt. Max heeft ondertussen een ongewone voorliefde voor wind en luchtstromingen ontwikkeld. Alleen de natuurkundelessen vindt hij interessant en hij denkt erover om na de middelbare school natuurkunde te gaan studeren. Thuis is hij bezig met het bouwen van een eigen windmeter. Wouter zat eerst op voetballen, maar had toen geen goede kiksen, waardoor ze hem Karel Knal noemden. Later sluit Wouter zich aan bij de atletiekvereniging. AAC. Hij is heel erg snel en spoedig wint hij de ene na de andere wedstrijd. Ook Wouter heeft daardoor een buitengewone belangstelling voor wind opgebouwd, maar dan in de betekenis van:†"Heb ik vandaag wind mee, of wind tegen? En hoe sterk zijn de windvlagen?"†De twee vrienden groeien echter steeds meer uit elkaar, wat voornamelijk wordt veroorzaakt door de atletiekprestaties van Wouter.

Wouter wordt getraind door de man van Fanny BlankersKoen, en op een middag mag hij tegen haar hardlopen. Hij verslaat de viervoudig Olympisch kampioen met gemak en hij schaamt zich daarvoor. Hij wordt zo snel (100 meter in 10.6 sec.) dat hij in 1952 als jonkie wordt afgevaardigd naar de Olympische Spelen, maar het wordt een faliekante mislukking. Hij blijft namelijk na het startschot in het startblok zitten en wordt de volgende dag naar huis gestuurd. Ook Fanny Blankers-Koen presteert niets in Helsinki. Op de atletiekvereniging wordt hij na zijn terugkeer nauwelijks aangekeken.†

Iets anders wat Wouter heel erg bijblijft, is de watersnoodramp van 1953. 's Nachts wordt hij door zijn vader uit bed gehaald en merkt hij de kracht van de beukende wind. De volgende dag spreken alle leraren op school erover, ook de natuurkundeleraar die Max Veldman zo bewondert. Max blijkt die nacht in het Vondelpark te hebben gelopen om de kracht van de wind te kunnen ervaren.

Bij het eindexamen is Max de beste leerling en nadat hij door iedereen in het zonnetjes is gezet, neemt hij het woord om tegen de rector te zeggen dat het helemaal geen prestatie was, dat hij op school niets geleerd heeft, omdat hij gewoon alles heel gemakkelijk uit zijn hoofd kon leren. Hij vindt het onderwijssysteem erg verouderd.

Na het eindexamen van de middelbare school nemen ze alle twee een zomerbaantje bij de Rijkspostbank aan de Van Baerlestraat. Samen met andere scholieren zitten ze in de kelder van de bank en rekenen ze uit hoeveel rente de mensen krijgen over hun geld dat op de bankrekening staat. Max doet alles vele keren sneller dan de anderen, omdat hij de getallen fotografisch voor zich ziet. Aan het einde van de zomervakantie zouden de vrienden samen op vakantie gaan. Wouter is dan ook blij wanneer het werk bij de bank erop zit. Maar Max besluit om door te blijven werken, hij heeft het erg naar zijn zin, zo tussen de cijfers. Wouter vindt het vervelend dat Max niet meegaat op vakantie. Hij besluit alleen naar Parijs te gaan. Maar daar heeft hij het helemaal niet naar zijn zin. Hij brengt zijn week door op zijn smoezelige hotelkamer en in het Louvre en heeft seks met Thaise dienstmeisjes met wie hij verder nauwelijks goed Frans kan spreken.

Als hij weer thuis is, krijgt Wouter een oproep voor militaire dienst.. Tijdens de keuring hoopt hij Max nog te zien, maar die is nergens te bekennen. Achteraf blijkt dat Max is afgekeurd, omdat hij de keuringsarts in zijn hand beet toen deze in de onderbroek van Max wilde kijken. Wouter wordt na zes weken training in een kazerne in Stroe geplaatst, een klein plaatsje op de Veluwe. Wouter vindt de diensttijd een heel zinloze tijd, waarin hij stilstaat in zijn ontwikkeling, ondanks het feit dat hij de eerste zes weken zo veel fysiek moest bewegen.
Wanneer zijn diensttijd erop zit, besluit Wouter Max op te zoeken. Deze is echter verdwenen.
Het is duidelijk dat hij en Leo niet meer in de CuraÁaostraat wonen. Ook bij de bank werkt Max niet meer. Hij is wegens wangedrag ontslagen. Wouter voelt zich beledigd dat hij niets meer van zijn vriend gehoord heeft. Wouter heeft nu ook geen zin om te gaan studeren, hij wil geld verdienen. Hij kan gaan werken als reisleider voor een reisorganisatie "De Trekvogel". Hij woont dan op kamers in Haarlem, maar hij is vaak op reis en zit meestal in een bus vol met steeds maar klagende bejaarden die eigenlijk helemaal niet naar het buitenland willen. Op een gegeven moment ontvangt Wouter een ansichtkaart met daarop een zeilschip met bolstaande zeilen in de wind. Op de achterkant staat geen afzender, alleen maar Beaufort. Wouter weet meteen dat de kaart van zijn vriend is, want die heeft namelijk een ongewone belangstelling voor winden en Beaufort was de eerste geleerde persoon die winden in cijfers wist uit te drukken: de schaal van Beaufort. Aan het stempel kon Wouter niet zien waar de kaart vandaan kwam, omdat het was doorgelopen en daardoor onleesbaar was.

Deel II†(blz. 115 -188)
Inmiddels is het april 1960, Wouter is nu 24 jaar. Hij krijgt op een ochtend opeens last van tintelende tenen en zere enkels. Een paar dagen later is het zelfs al zo erg, dat hij zijn knieŽn niet meer kan bewegen en hij lijkt het gevoel in zijn voeten kwijt te zijn. Zijn huisarts stuurt hem door naar het ziekenhuis, waar na een paar dagen onderzoek geconcludeerd wordt dat Wouters zenuweinden niet goed meer functioneren. Hij kan zijn benen een klein beetje bewegen, maar hij voelt die vanaf de knie naar beneden niet meer. Hij wordt na zijn ziekenhuisopname doorverwezen naar Woudrust, een revalidatiecentrum in Vogelenzang.

Het duurt een heel lange tijd voor Wouter verbetering in zijn toestand merkt. Langzaam komt het gevoel terug in zijn benen en begint hij weer een klein beetje te lopen. Op een dag loopt hij met zijn therapeut Fulham die hij van de atletiekvereniging kent langs de psychiatrische inrichting Vogelenzang, die naast het revalidatiecentrum ligt. Wouter herkent een jongen tussen de andere patiŽnten. Het is Max Veldman. Wouter roept een paar keer zijn naam, maar als hij niet reageert, roept hij ineens de naam†"Beaufort!". Max reageert nu wel en komt op Wouter af gelopen. Hij herkent Wouter meteen, alleen noemt hij hem nu steevast Beaufort.†"Beaufort, je bent gekomen!"†Een verpleger loopt op Max af om hem naar binnen te leiden. Hij is stomverbaasd wanneer hij Max tegen Wouter hoort praten, Max heeft al die tijd in de inrichting nog geen woord gesproken.

De psychiater van Max neemt contact op met Wouter. Deze dokter Vrasdonk wil met hem praten over Max, aangezien deze in de twee jaar tijd dat hij in Vogelenzang zit nog geen woord gesproken heeft. Tijdens zijn gesprek met dokter Vrasdonk komt Wouter te weten dat Max opgenomen is omdat hij zich te pas en te onpas in het openbaar ontkleedde en daarbij regelmatig vrouwen seksueel lastig viel. In "Vogelenzang" hebben ze hem eindelijk zover dat hij zich niet meer uitkleedt, maar hij praat nog steeds niet. AlthansÖ niet tegen het verplegend personeel.

De volgende dag gaat Wouter langs bij Max. Hij herkent zijn vriend qua uiterlijk, maar de schitterende glans is uit zijn ogen verdwenen. Ook ziet hij er slecht verzorgd uit, met ingevallen en ongeschoren wangen. De kamer van Max hangt heel vreemd vol met thermometers, allemaal op verschillende hoogtes en verschillende plekken. Het is onderdeel van Max' grote onderzoek. Hij onderzoekt namelijk door kleine temperatuurverschillen in de kamer te meten waar er luchtstromingen zijn.†"Als ik die kleine luchtcirculaties in deze kamer nu in kaart kan brengen, in cijfers kan omzetten, dan kan ik ook voorspellen hoe de luchtcirculaties in het heelal zijn!"

In de psychiatrische inrichting kliniek draagt Max geen bril. Als Wouter vraagt waarom hij die afgedaan heeft, antwoordt Max dat de bril hem te veel informatie geeft. Door de bril ziet hij alles scherp en kan hij alles zien. En alles wat Max ziet, onthoudt hij.†"Mijn hoofd lijkt te kapseizen onder alle informatie die het in zich heeft."†Max kan het simpelweg niet meer aan om alles te blijven onthouden.

Na het bezoek aan de psychiatrische inrichting heeft Wouter er niet zo veel behoefte meer aan om Max daar nog een keer op te zoeken. Het lijkt hem ook nutteloos, aangezien ze toch uit elkaar gegroeid zijn. Hij wordt daarna al snel ontslagen uit het revalidatiecentrum en mag naar huis. Wouter is weer enigszins mobiel, maar de 100 meter zal hij niet meer in 10.6 lopen.

Wouter gaat naar zijn huisarts, want die heeft een brief van de specialist gekregen, waarin staat dat hij een virale infectie heeft gehad, maar†"dat schrijven ze altijd wanneer ze iets niet weten".

Thuis ontvangt hij later nog een heel verwarde brief van Max waarin deze terugdenkt aan hun vroegere vriendschap en vertelt over hoe goed hij alle dingen kan onthouden. Maar ook over hoe moe hij ervan is, dat hij niet meer kan.
Max schrijft Wouter waarom hij ontslagen is bij de bank.†"Ik hing een poster van een naakte vrouw over een vieze vlek op de muur, dat is toch geen wangedrag? De vlek op de muur was viezer dan het plaatje van de vrouw!"†Ook schrijft hij dat zijn vader bij 'die andere vrouw' is gaan wonen en dat hij daar de hele dag mee neukt. Om te bewijzen dat hij op zijn vader leek, wilde hij ook veel gaan neuken. Met iedere vrouw die Max tegenkwam, wilde hij wel seks hebben.
"Stop deze brief in een fles en breng deze naar de zee. Zo wil ik gewiegd worden door de enige die mij nog wiegen kan."

Een paar dagen later pleegt Max zelfmoord: hij is tijdens een stormachtige avond uit de inrichting ontsnapt, de zee ingelopen en op die manier verdronken. Op de begrafenis komen weinig belangstellenden. Wouter ziet zijn bewegingstherapeut Fulham uit het revalidatiecentrum, dokter Vrasdonk, de vader van Max en een onbekend meisje. Als Wouter tijdens de receptie na de begrafenis nog eens goed kijkt naar het meisje, schrikt hij. Het is twee druppels water Max. De gelijkenis is angstaanjagend. Ze kijkt hem aan met de ogen van Max. Leo, de vader van Max, legt alles uit aan Wouter na de begrafenis.. Het meisje heet Mara en is de dochter van Leo, het halfzusje van Max.†

Tijdens de oorlog had Leo een verhouding met een andere vrouw, Anna. Beide vrouwen hadden een volkstuintje. Hij at thuis zijn maaltijden en fietste daarna naar Anna, waar hij nogmaals aan tafel ging. Omdat hij als enige persoon in zijn directe omgeving tijdens de oorlog kiloís aankwam, biechtte hij de affaire maar op aan zijn vrouw. Die ging vervolgens na de oorlog met een soldaat mee naar Canada om daar te trouwen en vervolgens te verdwijnen in de massa. Leo woonde toen alleen met Max terwijl hij werkte op de Blookerfabriek. Maar na verloop van tijd had Anna weer contact met hem opgenomen en hervatten ze hun relatie. Dat is de relatie waaruit Mara is geboren. Max had nooit geweten dat hij een half zusje had en Mara had nooit geweten van Max. Ze weet pas een paar dagen dat ze een halfbroertje had. Wouter weet niet hoe hij met al die nieuwe feiten moet omgaan. Mara vraagt hem alles over haar halfbroer te vertellen. Dat doet hij, terwijl hij zijn armen om haar heen slaat. Er ontstaat een nieuwe vriendschappelijke relatie.

Personages

Wouter van Bakel
Wouter is een gewone jongen uit Amsterdam. Hij raakt op de basisschool bevriend met het 'buitenbeentje' Max, maar later verliezen ze elkaar een tijd uit het oog. Wouter is erg sportief en houdt zich veel bezig met atletiek, waardoor hij ook geÔnteresseerd is in luchtweerstanden. Hij is zo goed dat hij op een gegeven moment zelfs naar de Olympische Spelen mag, maar daar verprutst hij het. Hij lijdt later onder een ziekte in zijn zenuweinden, waardoor hij moet revalideren en niet meer kan sporten. Als hij Max in een psychiatrische inrichting tegenkomt is hij erg sympathiek voor hem, maar toch besluit hij hem daarna niet meer op te zoeken. Dan overlijdt Max plotseling, en ontfermt Wouter zich over zijn halfzusje Mara.

Max Veldman
Max Veldman komt vanuit Haarlem als nieuwe jongen in de klas bij Wouter. Hij is een buitenbeentje, onder andere door zijn bril en fotografische geheugen. Hij wordt dan ook een tijd gepest, en oefent in 'onzichtbaar worden'. Hij is gefascineerd door wind en luchtstromen, en cijfers. Na de middelbare verliest hij Wouter uit het oog, en krijgt hij problemen, onder andere door de slechte ervaringen met het stukgelopen huwelijk van zijn ouders (hij blijkt een halfzusje te hebben). Hij wordt opgenomen in een psychiatrische inrichting, en na een laatste ontmoeting en brief aan Wouter pleegt hij zelfmoord.

  • "Toen we onder de Berlagebrug door waren, voorbij het botenhuis van de roeivereniging Nereus, wees Max' vader de Blookerfabriek aan. We staken schuin de Amstel over. In het midden staken schotsen omhoog. Daar had de vaargeul gelopen die men tot het laatst toe had proberen open te houden. Toen we eroverheen reden was het alsof ons een echo uit de diepte tegemoet klonk. Aan het begin van de Weespertrekvaart bonden wij onze schaatsen af."
  Quotes
Thematiek

Vriendschap
Het belangrijkste thema van dit verhaal is overduidelijk de vriendschap tussen Wouter en Max. Dat vermeldt Wouter eigenlijk al in de proloog. De jongens leren elkaar op jonge (basisschool)leeftijd al kennen (waar Max als nieuwe jongen een beetje een buitenstaander is), en blijven gedurende de middelbare school ook vrienden. Hoewel ze in veel dingen verschillend zijn, delen ze bijvoorbeeld een fascinatie voor luchtweerstand en gaan ze allebei na hun eindexamen een zomer bij een bank werken. Gedurende het verhaal worden er veel passages beschreven die hun vriendschap illustreren, zoals de bezoekjes aan Max' huis en het gebruiken van het slingertoestel dat films kan afspelen. Na de middelbare school hebben de jongens minder contact, maar dat de vriendschap diepgeworteld zit blijkt wel uit het feit dat Wouter de eerste is tegen wie Max na twee jaar psychiatrische inrichting weer praat. Toch merkt Wouter dat ze uit elkaar gegroeid zijn, en is daarom van plan Max niet meer te bezoeken. Dan krijgt hij echter een brief van hem, waarin zijn laatste plan duidelijk wordt...

Motieven

Coming of Age
In het boek zien we beide jongens volwassen worden. Omdat het vanuit het perspectief van Wouter verhaald wordt, maken we zijn volwassenwording (van basisschool tot 24-jarige leeftijd) van dichtbij mee.

Psychische afwijking
Max krijgt na zijn middelbare schooltijd te kampen met een raar soort 'ziekte' of psychische afwijking, waardoor hij vrouwen seksueel lastig valt. Hij komt daardoor in een inrichting terecht, waarin hij twee jaar niet praat.

WO II: nasleep en verwerking
Max lijdt onder de gevolgen die de Tweede Wereldoorlog voor het huwelijk van zijn ouders gehad heeft: zijn moeder is vertrokken met een Canadees en zijn vader heeft een nieuwe relatie met een vrouw, met wie hij een dochter gekregen heeft, Max' halfzusje Mara.

Motto 

Het motto luidt:†"Het getal is een uitvinding, het komt niet voor in het heelal."†(Ernst JŁnger)
Max is bezeten van getallen, door zijn fotografisch geheugen is hij in staat om snel te rekenen en dingen te onthouden.†"Meten is weten", is zijn adagio en daarom is het een goed gekozen motto.

Trivia 
  • Het personage Wouter is sterk autobiografisch. Bernlef had een ontsteking aan zijn enkel waardoor hij minder mobiel werd en had ook een fascinatie voor voor atletiek. Ook is Amsterdam een plek waar Bernlef lang heeft gewoond en daarom het logisch is dat de jongens elkaar daar ontmoeten.
Titelverklaring 

Max vertelt Wouter, wanneer ze nog op de lagere school zitten, dat hij oefent in 'onzichtbaar' zijn. Hij heeft een boek gelezen van H.G. Wells: "De Onzichtbare Man". Dat boek gaat over een man die door een mislukt experiment onzichtbaar was en niet meer zichtbaar kon worden. Max weet goed dat echt onzichtbaar worden niet mogelijk is, maar hij doet zijn best om niet te veel op te vallen. Dat is iets wat moeilijk is voor Max, want zijn gave om alles te onthouden wat hij ziet, hoort of leest, trekt juist aandacht, bijvoorbeeld op school waar hij met zijn eindexamen de hoogste cijfers scoort.†

Maar is er ook een symbolischer verklaring voor de titel te vinden. Max blijft altijd een 'onzichtbare jongen' voor zijn directe omgeving. Zijn psychiater kent hem niet, omdat hij niet wil praten, zijn vader kende hem niet, omdat hij hem vroeg in de steek had gelaten, zijn halfzusje Mara weet pas van zijn bestaan als hij zelfmoord heeft gepleegd en zelfs zijn beste vriend Wouter (Beaufort) kent hem niet goed: de brief die Max naar Wouter stuurt in het tweede deel is verward en onsamenhangend: Max wordt niet zichtbaar voor Wouter en als in de allerlaatste regel Mara een foto van Max aan Wouter vraagt zegt Wouter dat hij die niet heeft. Er is nooit een helder beeld van Max overgebleven. Hij was "de onzichtbare jongen".

Structuur & perspectief 

De roman begint met een soort proloog, waarin de ikverteller aangeeft waarover de roman gaat. Hij geeft aan dat het boek zal gaan over stilstand en beweging, maar ook over vriendschap.
De roman die volgt, bestaat uit twee delen. In het eerste deel is de ontwikkeling van de vriendschap tussen de twee jongens te volgen. Het eerste deel bestaat uit acht ongetitelde en ongenummerde hoofdstukken.
De hoofdstukken worden van elkaar gescheiden door gecursiveerde stukken tekst waarmee steeds een nieuw hoofdstuk begint. Het is een overdenking van de hoofdfiguur Wouter van Bakel. Maar hij doet dit niet in de ikvorm zoals in het romangedeelte, maar in de wat afstandelijker je-vorm. Het lijkt hierdoor dat hij als een soort achterafverteller zijn visie over gebeurtenissen en het leven op zich geeft.

Deel twee bestaat uit drie grotere hoofdstukken en hierin wordt verteld hoe Wouter weer in contact is gekomen met Max (namelijk op met moment dat hij in inrichting voor de revalidatie van zijn geheimzinnige aandoening is en hij Max in een psychiatrische inrichting ziet) en hoe hun vriendschap uiteindelijk afloopt.

Decor 

Het begin van het verhaal speelt zich net na de oorlog af. In 1947 ontbloeit de vriendschap tussen Max en Wouter. Het hele verhaal omvat ongeveer zoín dertien jaar. Wouter vermeldt expliciet dat hij in april 1960 last krijgt van zijn mysterieuze spieraandoening. De vriendjes worden gevolgd in hun laatste jaar op de lagere school, hun tijd op de middelbare school, de diensttijd van Wouter en hoe Wouter, jaren na hun eerste ontmoeting op de lagere school, Max weer ziet in een psychiatrische inrichting.

Het decor van de roman is de stad Amsterdam en later ook in de stad Haarlem. In Amsterdam groeien de beide jongens op. Max woont in de CuraÁaostraat, Wouter op de Postjeskade. Ze brengen veel tijd door op het speelveldje in de buurt, langs de Amstel en op de slaapkamers van de jongens. Hun lagere school, de Hoofdwegschool, staat aan de Corantijnstraat. Waar hun middelbare school precies staat, wordt niet duidelijk vermeld. Na zijn diensttijd gaat Wouter op kamers wonen in Haarlem. In Vogelenzang brengt Wouter veel tijd door in het revalidatiecentrum Woudrust, wanneer hij met de gevolgen van een mysterieuze ziekte kampt.. Naast het revalidatiecentrum staat de psychiatrische kliniek Vogelenzang, waar Wouter voor het eerst sinds enkele jaren Max weer ontmoet.

Slotzin 
Die nacht vroeg ze me of ik geen foto van Max had. \'Nee,\' zei ik en sloeg mijn armen om haar heen.
Beoordeling 

Romans van Bernlef zijn over het algemeen goed te verteren. Hij schrijft in een heldere en realistische stijl. De structuur van de roman is meestal ook niet al te moeilijk en de thematiek ligt vaak voor de hand. Kortom, een eenvoudig te lezen nummer voor je literatuurlijst. Voor eindexamenkandidaten van havo en vwo is het een standwaardwerk met een waarde van 2 punten. Het lezen kost je ongeveer drie uur.

Recensies
"De onzichtbare jongen is grotendeels een prettig leesbaar boek, geschreven in Bernlefs vlotte stijl."
Bron: www.8weekly.nl
"Het is een boek dat prettig leest, mooie thematiek bevat, maar zodra het uit is, is het ook vrij snel uit je gedachten."
Bron: recensieweb.nl

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

6142