Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.
Wat vind jij het meest lastig aan het voorbereiden op het MAW-examen (mavo/havo/vwo)? Laat het weten in deze poll en wij maken hier morgen een speciale uitlegvideo over met docent Volkan Tasdan!

Joe Speedboot

Tommy Wieringa

2005

316

4 uit 5

Zeker Weten Goed

Zeker Weten Goed!

Deze boekverslagen zijn gemaakt door de boekenredactie van Scholieren.com. In deze superverslagen staat alles wat jij moet weten voor je boekbespreking of mondeling literatuur. De quiz kun je gebruiken om je kennis van het boek te testen. Met deze verslagen zit je dus Zeker Weten Goed!
Feitelijke gegevens
1e druk,  1  2005
315 pagina's
Uitgeverij: De Bezige Bij
Verslag
Door Kees van der Pol
Toegevoegd op 15 maart 2005 
Flaptekst 

Fransje Hermans, de verteller van het verhaal, is na een ongeluk invalide geraakt en heeft voorgoed zijn spraakvermogen verloren. Hij is de zelfbenoemde chroniqueur van het dorp Lomark. Zijn fascinatie voor de nieuweling Joe Speedboot is grenzeloos: Joe Speedboot, de jongen die zijn eigen naam gekozen heeft en op zijn vijftiende al bommenlegger, vliegtuigbouwer en bewegingsfilosoof is. Nauwgezet observeert Fransje hoe nog een nieuwkomer de natuurlijke orde van het dorp komt verstoren: Joe’s stiefvader Papa Afrika, een zachtaardige Nubiër met gazellenogen die een kleine scheepswerf begint op de oever van de Rijn. Dan verschijnt de geheimzinnige Picolien Jane, een beeldschone Zuid-Afrikaanse, aan wie Fransje zijn kronieken opdraagt en voor wie levenslange vriendschappen op het spel worden gezet. In haar komen alle verhalen samen, met noodlottige gevolgen.

Eerste zin 
Het is een warm voorjaar, in de klas bidden ze voor me omdat ik al meer dan tweehonderd dagen van de wereld ben. Ik heb doorligplekken over mijn hele lichaam en een condoom om mijn fluit. Dit is het stadium van de coma vigil, legt de dokter aan mijn ouders uit. Ik heb weer een beperkte ontvankelijkheid voor mijn omgeving. Het is goed nieuws, zegt hij, dat ik weer reageer op pijn -en geluidsprikkels. Reageren op pijn is onmiskenbaar een teken van leven.
Samenvatting 

Deel I Penseel
De roman opent met de passage waarin de verteller Fransje Hermans (zoon van een niet onbemiddelde autosloper in het dorp Lomark) zijn ogen opent na 220 dagen in coma gelegen te hebben. Om zijn bed staan zijn ouders en broers en hij ziet in hun ogen dat er in Lomark iets is gebeurd wat het leven van hen heeft veranderd. Er is namelijk een nieuwkomer het dorp Lomark binnengedenderd.(nl. als een meteoriet) Joe Speedboot is in de verhuiswagen tot stilstand gekomen in het huis van Christof Maandag: de zoon van de grootste asfaltfabrikant van de streek. Helaas is de vader van Joe hierbij om het leven gekomen: hij was op de grill van de auto vastgeplakt.

Joe Speedboot is natuurlijk niet de echte naam van deze nieuwkomer, maar hij heeft deze zelf aangenomen. De achternaam van zijn moeder is Ratzinger, maar hoe hij aan zijn voornaam gekomen is, zullen we voorlopig niet te weten komen. Joe durft dingen te doen die de andere Lomarkers niet durven: hij maakt zelfs bommen die soms op een ongelukkig tijdstip afgaan. Met recht schudt hij de saaie dorpelingen op die manier wakker, al wordt hij na een ontploffing van een bom in de buurt van de school zelf behoorlijk getroffen en gewond.

Om zich heen verzamelt hij de vrienden Christof en Engel, een kunstenaar in de dop. Aanvankelijk wordt Tommy niet zo in de relatie met de andere vrienden betrokken: hij volgt hen wel, schrijft ook alles wat ze doen op in zijn dagboeken, want hij heeft zich als doel gesteld de chroniqueur van Lomark te worden om zo in de toekomst zijn financiële bestaan veilig te stellen. Hij is wel jaloers op Christof, omdat hij van mening is dat die persoon tussen hem en zijn grote idool Joe instaat. Hij gaat na het ontwaken uit zijn coma ook gewoon naar school: hersens heeft hij namelijk wel, al kan hij zich nauwelijks bewegen en al helemaal niet spreken. Alleen in zijn arm heeft hij een enorme kracht.

Het dorp krijgt een tweede impuls met de komst van Picolien Jane (PJ) een dochter van een Zuid-Afrikaanse tandarts die zich in 1993 in het dorp vestigt. Ze is erg mooi en Fransje is vanaf het begin verliefd op haar. Dat is natuurlijk een illusie daar hij zo ernstig gehandicapt is. Er kijkt geen enkel meisje naar hem. Die hebben meer oog voor Engels die een echte womanizer is en kan krijgen wie hij wil. Een andere nieuwkomer in Lomark is de nieuwe vriend van Joe’s moeder die ze in Egypte heeft opgedaan. Deze zwarte Numibiër, Mahfouz Husseini, wordt door Joe al snel Papa Afrika genoemd . De Egyptenaar vertelt aan Fransje hoe hij zijn geliefde in Egypte heeft leren kennen. Later is hij bezig met het maken van een primitief zeilschip.(een feloek)

Joe Speedboot heeft in diezelfde tijd ook een mechanisch wonder verricht. Hij wil wel eens zien of het waar is wat de dorpelingen vertellen over het nudisme van de moeder van PJ en bouwt daarom in een afgelegen schuur zelf een primitief vliegtuig om haar op die manier stiekem te kunnen bewonderen. Fransje slaat alles van een afstandje gade, natuurlijk om alles te kunnen beschrijven in zijn kronieken en hij ziet dat het vliegtuig inderdaad in staat is op te stijgen. Later in het verhaal mag hij van Joe zelfs een keertje meevliegen, al is het een heksentoer om de gehandicapte jongen in het vliegtuig te hijsen. Het is een prachtige maar steenkoude vlucht en bij de landing gaat alles maar net goed. Dat is Joe Speedboot ten voeten uit: hij blijft stoïcijns onder de bijna-crash.

Fransje heeft door zijn domme, vervelende broer Dirk inmiddels alcohol leren drinken: hij is het plaatselijke vermaak van de Lomarkers, omdat tijdens het drinken alcohol uit zijn mond druipt. De lezer is intussen ook te weten gekomen dat het ongeluk van Frans veroorzaakt is door een grasmaaier. De vlijmscherpe grasmaaimessen hadden hem gemist, maar de trekker was over hem heen gereden. Daarna had hij lang in coma gelegen.

Mahfouz, de Egyptische vriend van Joe’s moeder is na enkele maanden flink gevorderd met zijn zeilschip. Bij de tewaterlating komt het hele dorp kijken hoe alles zal reilen en zeilen. Maar nadat Mahfouz om de hoek van de rivier is verdwenen, ziet niemand hem ooit meer terug. Joe denkt dat hij met de zeilboot gewoon teruggezeild is naar Egypte vanwege de controle die zijn moeder op zijn leven had willen uitoefenen. Zo heeft ze o.a. zijn paspoort ingenomen, zodat hij niet bij haar wegkan.

Frans is, hoewel hij niet kan spreken en niet kan praten, zeker niet dom, want hij is in staat om het eindexamen vwo te behalen. Na het eindexamen willen Christof, Engel, Joe en PJ gaan studeren. Het is duidelijk dat Engel naar de kunstacademie gaat. Joe zou naar de HTS moeten vanwege zijn belangstelling voor de techniek (Het hele leven is namelijk beweging, is zijn credo) maar na een open dag is hij ervan genezen. Hij gaat ook naar de kunstacademie en moet daar eigen werk tonen: hij vervoert zijn hele vliegtuig naar de academie en de leerkrachten zijn daarvan erg onder de indruk: hij wordt aangenomen bij de studie Autonoom. Christof gaat rechten studeren en PJ zal letterkunde in Amsterdam gaan doen.

Het driemanschap is daarmee wel verbroken: de ooit zo ijzersterke constructie van de drie vrienden is kapot, want Fransje mag van zijn ouders niet studeren: hij moet gaan werken. Zijn vader heeft een baantje voor hem bedacht: hij moet langs de deur om oude kranten op te halen, deze moet hij nat maken en in een papierpers briketten voor brandstof maken. Hij kan namelijk met zijn sterke arm de papierpers bedienen en er is veel vraag naar deze goedkope vorm van brandstof. Fransje doet het met veel overgave en hij voert de productie van de briketten tot grote hoogte op, wat volgens zijn vader de prijs van de briketten aardig drukt. Hij krijgt derhalve minder geld van zijn vader, maar zijn moeder zorgt er stiekem voor dat hij toch een aanvulling op zijn loon krijgt. Het meeste geld brengt hij overigens naar de kroeg want hij heeft de smaak van alcohol behoorlijk te pakken gekregen. Dat leidt een keer tot een enorme worstelpartij: hij knijpt bijna de strot van een overigens heel sterke dakdekker dicht, al komt hij zelf ook niet helemaal ongeschonden door de strijd.

Joe Speedboot keert terug naar Lomark: hij houdt zijn studie voor gezien. In Amsterdam heeft hij PJ ontmoet of liever zij hem, want hij was behoorlijk stoned geraakt in een coffeeshop. Hij treedt in dienst bij Christofs vader als shovelmachinist. Wanneer er kermis in het dorp is, is er ook een Muizenstad. Joe en PJ die op bezoek is bij haar ouders, gaan naar de Muizenstad, terwijl Frans hen op een afstandje gadeslaat. Tot zijn schrik ziet hij dat de wrede PJ in staat is een muis te isoleren van de rest van de muizen. Op een dag heeft Joe weer een nieuw idee: hij wil met Fransje de armworstelwedstrijden in Europa af om op die manier aan de kost te komen. Er zijn immers flinke geldprijzen te verdienen. Maar Fransje weigert op zijn voorstel in te gaan: hij heeft zijn levensbestemming gevonden in het maken van de briketten en het beschrijven van de lotgevallen in zijn dorp. PJ ziet als ze een keer op bezoek is, zijn grote aantal schriften waarin hij de geschiedenis van Lomark heeft beschreven. Ze vraagt of ze iets mag lezen. “Je bent de ideale schrijver”, vindt ze “Je ziet alles en je zegt niets” “Dat is de definitie van God “, schrijft Frans op een blaadje.

Aan het einde van dit deel brengt hij met Joe een bezoek aan de sloperij van zijn vader . Hij is er nog nooit geweest. Zijn vader schrikt zich wild, als Fransje ineens voor hem staat. Als Fransje zijn ogen volgt, ziet hij een enorme muur van papieren briketten. Er blijkt nog nooit één briket verkocht te zijn en al die tijd heeft zijn vader hem dus eigenlijk bedrogen. Het is een enorme desillusie voor de jongen en daarmee sluit hij deel I van zijn leven nl. zijn schrijverscarrière af.


Deel II Zwaard

Na de desillusie van de papierenbriketten rest Frans nog naar één ding: hij zal armworstelaar worden. Joe zal hem daarbij begeleiden als zijn manager en trainer. Op twee manieren bereidt Frans zich voor. Op mentaal gebied door het lezen in het boek van de samoerai “Het boek van de vijf ringen”. Deze strijder heeft namelijk een aantal adviezen opgeschreven om de tegenstanders te kunnen verslaan. Op fysiek gebied traint hij tegen de dommekracht Hennie Oosteloo, die hij na een aantal trainingen gemakkelijk de baas kan. Het eerste optreden is in Luik, waar hij verrassend tot de finale weet door te dringen de hij verliest van ene Mansur. Vijfduizend gulden is het prijzengeld en Joe neemt daarvan de helft. Frans geeft 1000 gulden aan zijn moeder, die het geld eigenlijk niet wil aannemen. Frans weet inmiddels wat hij fysiek tekort komt en gaat zijn armkracht nog verder ontwikkelen: hij weigert nog de spuit met doping, maar hij accepteert wel hormonenpreparaten (bijv. creatine) als voedselsupplement om zijn spierballen in zijn ene arm nog wat meer op te blazen. Intussen is ook PJ teruggekeerd uit Amsterdam waar ze met de schrijver Arthur Metz verkeerde. Aangezien die zijn handen niet kan thuishouden, verlaat ze hem en keert terug naar Lomark. Nu zijn ze vaak weer met zijn drieën: Joe, Frans en PJ: een hechte driehoeksrelatie.

Frans is in training voor wedstrijden in Rostock. PJ geeft aan dat ze wel mee wil naar die wedstrijden en aangezien Frans haar als zijn muze ziet (hij is nog steeds verliefd op haar) stemt hij erin toe. In Rostock gaat hij voor de overwinning en wanneer die hem ten deel valt, willen ze het vieren in die stad. Ze overnachten in een hotel: PJ krijgt een kamer alleen; Joe en Frans zullen er één delen. Ze drinken nog flink wat alcohol en als Frans ’s nachts weer wakker wordt, is het bed van Joe onbeslapen. Hij begrijpt dat Joe naast of op PJ ligt en is woedend van jaloezie. Het liefst zou hij hen beiden doden. Vanaf die tijd hebben Joe en PJ min of meer verkering.

Joe vertelt veel van zijn ervaringen met PJ aan Frans. Alleen de seksdetails houdt hij voor hem verborgen. Frans wil hen beiden het liefst uit zijn systeem verwijderen. Joe is aan een volgend nieuw idee begonnen: hij wil met een shovel aan Parijs-Dakar deelnemen. Daartoe voert hij de machine flink op. Hij bouwt hem in dezelfde loods als waar hij in deel I het vliegtuig heeft gebouwd.

Frans, PJ en Joe nemen weken later deel aan een toernooi voor armworstelaars in Halle. Als Joe naar huis belt, hoort hij dat Engel plotseling is overleden. Ze rijden halsoverkop naar huis waar ze vernemen dat Engel om het leven is gekomen, omdat er in Parijs een hond die van een flat viel, op zijn hoofd terecht gekomen is. Ze wonen met zijn allen de begrafenis bij: de pastoor houdt een standaardpreek. Wanneer Frans na de begrafenis naar Radio I luistert, hoort hij een interview met de schrijver Arthur Metz over diens nieuw verschenen roman “Om een vrouw”. Hoewel hij slecht formuleert, vermoedt Frans dat het een autobiografische roman is over PJ. Hij bestelt de roman en hij leest over de ervaringen van de schrijver met ene Tessel (PJ heet van haar achternaam Eilander) In Zuid-Afrika was ze door een opmerking van haar moeder bang voor haar dikke figuur geworden en in Nederland was ze radicaal een andere weg ingeslagen. In Lomark zag ze dat ze populair was bij de jongens en ze wilde daarin zoveel mogelijk bevestigd worden. Daarom probeerde ze zo veel mogelijk mannen aan de haak te slaan. Tijdens de relatie die ze met Metz onderhield, had ze wel seks met negen andere mannen gehad.

Eigenlijk zou de roman “De hoer van de eeuw” moeten heten, maar daar wilde de uitgever niet aan. PJ leed aan boulimie en was in feite een onmogelijke vrouw om mee samen te wonen. Met de roman heeft Metz wraak genomen op het meisje van zijn dromen . PJ was in feite een monster. Seks was PJ ’s vervanging voor intimiteit. Het lezen van de feiten in de roman is toch wel een desillusie voor Frans en hij twijfelt eraan of hij het boek moet laten lezen aan Joe, maar die weigert dat.
Hij wil haar gewoon meenemen naar Poznan, waar een groot internationaal toernooi voor armworstelaars wordt gehouden en de wereldkampioen Islam Mansur aanwezig is. In de vierde ronde moet Frans tegen hem, maar de man is zo sterk dat hij zijn arm doormidden breekt. Nu kan Frans helemaal niets meer, want zijn sterke arm moet in het gips. Hij is dus helemaal aangewezen op Joe en PJ. Ze overnachten in een hotel en bij het vertrek moeten de paspoorten worden opgehaald. PJ kijkt naar de echte naam van Joe Speedboot en ziet dat zijn voornaam Achiel Stephaan is. Nogal begrijpelijk dat Joe zijn naam jaren geleden heeft veranderd: Achiel is zo’n onbenullige Vlaamse naam en daarom meteen de achilleshiel van zo’n originele jongen.

Frans voelt veel schaamte, omdat hij ook in het paspoort heeft gekeken en het vertrouwen van zijn vriend beschaamd heeft. Onder zijn oude naam is Joe eigenlijk gewoon naakt en heeft PJ macht over hem gekregen. Terug in Lomark gaat Joe weer verder aan de bouw van zijn shovel voor Parijs-Dakar. PJ verzorgt intussen Frans en tekent een afbeelding van Islam Mansur op zijn gips. Ze is nu zo dichtbij dat Frans een erectie van haar krijgt . Ze voelt in zijn kruis en trekt hem zachtjes af. Dan is de grote dag aangebroken dat Joe naar de rally afreist. De vader van Christof sponsort hem: hij heeft immers een asfaltfabriek en ook andere bedrijven uit Lomark sponsoren hem. Op RTL 5 is hij dagelijks via de tv te bewonderen en heel het dorp is trots op hem, want hij worstelt zich werkelijk met zijn shovel naar de laatste etappe. Dan is hij ineens spoorloos en alleen Frans heeft het in de gaten dat hij de laatste etappe naar Sharm- el-Sjeik, dat in de buurt van het dorp van Papa Afrika gelegen is, doelbewust verlaat. De daar achtergelaten shovel is een geschenk van Joe Speedboot aan Papa Afrika.

PJ heeft bij afwezigheid van Joe de gelegenheid te baat genomen om de dagboeken van Frans te lezen: ze leest natuurlijk ook dat Frans op haar verliefd is geweest. Ze wordt er zelf ook opgewonden van. Frans brengt de roman van Arthur Metz ter sprake en zij vraagt Frans wie hij gelooft: Metz of haar ? Frans heeft weinig keus en daarna gaan ze voor de eerste keer met elkaar naar bed, wat een geweldige sensatie voor beiden blijkt.

Deel III En toen

We schrijven vele jaren later. Christof heeft PJ een keer gevraagd hem te vergezellen op een studentenfeest en daarna krijgen die twee een relatie. PJ zoekt natuurlijk naar meer vastigheid in haar leven. Ze blijkt zwanger te zijn en het komt tot een groot huwelijksfeest. Joe heeft het dorp uit rancune daarover verlaten en niemand verneemt meer iets van hem. Wanneer ze van haar schoonvader een paard krijgt, komt er plotseling een vliegtuig over zetten met een grote sleep waarop de tekst “Hoer van de eeuw”. Joe heeft toch blijkbaar het boek gelezen. Bij het zien van de tekst kijkt PJ naar Frans. Want ondanks het feit dat ze met Christof trouwt, gaat ze nog altijd naar bed met Frans. Hij kan immers fantastisch vrijen. Misschien is het kind dat PJ draagt zelfs wel van hem. En zo gaat het leven in Lomark zijn gangetje. De E981 is intussen aangelegd, met geluidschermen en al en achter die geluidsschermen gaat het leven in Lomark gewoon door.

Personages

Picolien Jane
Picolien Jane maakt door haar uiterlijk fraaie verschijning veel indruk op de Lomarkers. De meeste jongens worden verliefd op haar. Ze weet ze allen mooi om haar vingers te winden. Vroeger in Zuid-Afrika was het een dik en lelijk meisje. Haar moeder houdt ervan om zich naakte te vertonen dat lijkt dus wel in haar genen te zitten. In het boek van Arthur Metz komt naar voren dat ze een seksuele afwijking heeft: ze doet het met veel mannen. Ook is ze niet eerlijk: ze verraadt de echte naam van Joe Speedboot, wat een verraad aan de vriendschap betekent. Ook trouwt ze met Christof, terwijl ze nog een seksuele relatie met Fransje Hermans onderhoudt.

Christof Maandag
Christof Maandag, zoon van de belangrijkste man in het dorp (een asfaltfabrikant), ontmoet als eerste in Lohmark Joe Speedboot omdat de vrachtwagen met verhuisspullen zich in de muur van hun huis heeft geboord. Hij trekt liever op met Joe omdat het bij de familie Ratzinger veel gemoedelijker is dan bij hem thuis. Uiteindelijk weet hij PJ van Joe af te pakken en hij trouwt met haar. Fransje weet dan uiteindelijk ook waar het gezicht van Christof hem altijd aan deed denken: aan dat van Heinrich Himmler.

Fransje Hermans
Hij is de verteller van het verhaal, die ernstig gehandicapt is. ‘Ik doe nergens aan mee. Onmogelijk. Ik zorg er wel voor altijd in beweging te zijn, koersend en loerend: de eenarmige bandiet met zijn bionische ogen.’ (blz. 33). Hij vindt dat hij de vriend had moeten zijn van Joe in plaats van Christof. ‘Hij is een rem op Joe’s snelheid en dat moet niet. Joe moet zichzelf kunnen opvoeren tot hij vliegt.’ (blz. 35) Later weet hij die vriendschap wel te verwerven. Vanaf zijn vijftiende jaar schrijft hij dagboeken. Hij noemt het ‘horizontale geschiedschrijving’. (blz. 48) Als hij PJ een keer zijn dagboeken laat zien, zegt zij: ‘Dat jij, wie had dat gedacht bedoel ik, alleen maar schrijft en schrijft, alles ziet maar niks zegt.’ Daarop schrijft hij terug: ‘DEFINITIE VAN GOD’ (blz. 191). De band met vriend Joe is heel sterk, maar PJ is degene die voor verraad in de vriendschap zorgt als zij Joe’s ware naam ontdekt en Fransje daarna seksueel aan zijn trekken laat komen. ‘Vandaag heb ik gekozen voor een einde aan mijn lijden; het genot van PJ ingeruild tegen mijn enige vriendschap lijkt een gunstige transactie. Als je je er niet zo beroerd over zou voelen is er niks aan de hand.’ (blz. 290) Fransje heeft ook nog een seksuele relatie met PJ als ze al verkering heeft met Christof.

Joe Speedboot
Joe Speedboot heet eigenlijk Ratzinger. Pas op het einde van het boek komen PJ en Fransje erachter hoe Joe werkelijk heet en dat gegeven ontneemt hem een stukje van zijn glans. Zijn bestemming vindt Joe als hij op een dag zeven Opel Manta’s voorbij ziet komen. ‘Het was Joe’s eerste les in de kinetica, in de schoonheid van beweging, aangedreven door de verbrandingsmotor.’ Een van zijn opmerkingen daarover die technisch en filosofisch geduid kan worden is: ‘Vooruitgang bestaat niet. Alleen beweging.’ (blz. 148) De verteller speculeert over de afkomst van Joe, misschien had er ooit een neger of Aziaat in zijn familie gezeten, ‘want in Joe’s gezicht vloeiden bepaalde raskenmerken verwarrend in elkaar over.’ (blz. 51) Binnen het dorp en zeker voor Fransje is Joe een soort Messias maar dan wel een speciale: ‘Joe is een verlosser zonder belofte; hij heeft geen vooruitgang gebracht, alleen beweging.’ (blz. 292) Joe’s karakter blijft redelijk duister. Hij doet vooral bijzondere dingen, hij is niet iemand die in een goed gesprek zijn gevoelens bespreekt. Dat blijkt vooral wanneer het een beetje tegenzit voor hem.

  • "`Ut was de hoan die kroanig blef' zeggen we hier. Iets dat iets anders buiten houdt, dat is ons symbool."
  Quotes
Thematiek

Desillusie
Joe Speedboot zou je heel goed de “roman van de desillusie” kunnen noemen. Veel personages in de roman hebben een toekomstverwachting die bijna nooit uitkomt. Allereerst is er natuurlijk Joe Speedboot zelf. Hij komt als een soort verlosser Lomark binnendenderen om daar de boel op stelten te zetten. Hij heeft zeer originele ideeën: zo maakt hij in de loop van de roman aanvankelijk bommen die hij op ongewenste momenten en plaatsen laat afgaan, hij bouwt een vliegtuigje om het exhibitionisme van de moeder van zijn vriendinnetje te kunnen bewonderen, hij gaat in het tweede deel van de roman een shovel ombouwen om mee te doen aan Parijs-Dakar en hij beweegt de gehandicapte Frans ertoe om deel te nemen aan de armworstelwedstrijden. Toch verlaat hij aan het einde van de roman gedesillusioneerd het dorp om er nooit meer terug te keren. Of zit hij aan de stuurknuppel van het vliegtuigje waarmee hij wraak lijkt te nemen op zijn vriendin die hem voor zijn vriend Christof in de steek heeft gelaten? Hij is de Messias die zijn belofte toch niet geheel heeft kunnen waarmaken, Parijs-Dakar toch niet heeft kunnen voltooien, toch niet de mooie PJ definitief aan zich heeft kunnen binden en zelfs zijn door hem verfoeide naam voor zijn naaste vrienden niet geheim heeft kunnen houden. In die zin is hij te vergelijken met de hoofdrolspeler in De Onrustzaaier “van Willem G. van Maanen.(1956) Ook die Messias keert aan het einde van zijn avontuur in het burgerlijke Kampen de stad gedesillusioneerd de rug toe. Messiassen worden nu eenmaal in onze samenleving na een aanvankelijk geschreeuwd Hosanna uiteindelijk toch gedesillusioneerd gekruisigd. Een ander gedesillusioneerd personage is Frans Hermans. Nadat hij uit zijn coma is gekomen, verwacht hij veel van de nieuwkomer Joe. Aanvankelijk wordt hij nog een beetje buiten de vriendschap gehouden die Joe, Christof en Engel hebben gesloten, maar daarna maakt hij wel deel uit van de vriendenclub. De eerste desillusie valt hem ten deel, wanneer zij allen na het eindexamen gaan studeren en hij van zijn ouders het weinig begerenswaardige baantje van papierbrikettenmaker opgelegd krijgt. Hij werkt zich uit de naad, maar ziet bij een onverwacht bezoek aan zijn vaders sloperij dat er nooit een briket verkocht is. Zijn werk is dus tevergeefs geweest. Dan neemt hij toch het aanbod van Joe Speedboot aan om armworstelaar te worden aan. Het gaat vrij goed totdat zijn grote idool Islam Mansur tijdens een wedstrijd zijn arm breekt, waardoor ook aan dat levensdoel een einde komt. Een derde desillusie valt hem ten deel wanneer hij in de door Metz geschreven roman over PJ leest dat ze eigenlijk veel minder aantrekkelijk is dan ze altijd voor hem geweest is. Uit angst voor intimiteit loopt ze een heel rijtje minnaars af en het is de schrijver die met haar samenwoont allemaal teveel geworden. Het beeld van de mooie PJ wordt nog verder afgebroken wanneer ze op verraderlijke wijze achter de voornaam van Joe komt en ze Frans deelgenoot van dat geheim maakt. Het voelt voor Frans aan als een verraad aan de vriendschap. Tenslotte verraadt hij ook nog zijn oude vriend Christof, wanneer die trouwt met PJ en Frans een seksuele relatie blijft onderhouden met deze “hoer van de eeuw”. Een desillusie valt ook de veel belovende kunstenaar Engel ten deel. Hij komt aan zijn einde omdat een hond die van een flatgebouw valt, op zijn hoofd terechtkomt en hem dodelijk verwondt. De moeder van Joe Ratzinger raakt gedesillusioneerd als ze eerst haar echtgenoot kwijtraakt bij het spectaculaire auto-ongeluk, nadat ze naar Lomark zijn verhuisd. Haar nieuwe vriend Mahfouz zeilt na een erotisch avontuur toch weer terug naar zijn geboorteland. De schrijver Arthur Metz is van zijn mooie illusie van PJ genezen, wanneer blijkt dat ze een wolvin in schaapskleren is. In een interview in Spits van 28 januari 2005 zegt Wieringa dat dit de schuld van de mannen zelf is: “Want terwijl veel mannen weten dat het beter is om het meisje van de Middenweg te trouwen, kiezen ze voor de ongewisheid van gekkevrouwenziekte, voor onbegrijpelijke schoonheid, avontuur en euforie en uiteindelijk verlating. Vrouwen als P.J. Eilander zijn een zelfgekozen noodlot, en daarmee komt het recht op zelfmedelijden te vervallen.”

Motieven

Vriendschap
Vriendschap tussen de jongens in Lomark.

Seksualiteit
Bij de coming of age van de jongens hoort ook het ontdekken van hun seksualiteit.

Motto 

Het motto van de roman luidt:

"Er wordt gezegd dat de samoerai een tweevoudige Weg heeft van het penseel en het zwaard." (Miyamoto Mushashi)


Het motto keert ook terug in de twee grote delen van de roman: Penseel en Zwaard. Fransje Hermans is een grote bewonderaar van de samoerai en hij leest het boek van Miyamato Musashi. Hij haalt diverse citaten aan uit het boek van de oude samoeraistrijder. Deze samoeraistrijder heeft in zijn leven geen enkel gevecht verloren.
In het deel Penseel tekent verteller Fransje alle gebeurtenissen in het dorp zo goed mogelijk op in de hoop er later profijt van te hebben. Hij wilde chroniqueur van zijn geboortedorp worden. Zijn droomvriendin PJ vraagt een keer of ze zijn dagboeken mag lezen: er is een hele wand vol met schriften in zijn kamer. Na de desillusie voor Tommy aan het eind van dit deel gaat hij in deel II de weg van het Zwaard op. Hij beschrijft geen gebeurtenissen meer op in zijn dagboeken, maar gaat zich als armworstelaar (de strijd,) ontwikkelen: de tweede weg van de samoerai: die van het zwaard.
In een interview op televisie op woensdag 23 februari 2005 verklaarde Tommy Wieringa zelf dat de hand van Frans Hermans in de plaats komt van het zwaard: in dit deel van het boek is dat namelijk het wapen van hem.

Opdracht 

Het boek heeft een opdracht: Voor Rutger Boots.


In een interview met Coen Peppelenbosch heeft Tommy Wieringa verteld wie dat is en waarom hij het boek heeft opgedragen aan deze persoon. Het was een jongen op zijn oude school, aan wie hij het boek heeft opgedragen, die op zijn tiende door een dronken automobilist is aangereden en negen maanden in coma heeft gelegen. Rutger Boots kwam pas na een jaar terug op school en hij kon niet meer bewegen dan zijn rechterarm en de rest was een soort spasme geworden. Voor het schrijven van de roman heeft Wieringa de jongen opgezocht en heeft hij de details van zijn schoolleven gevraagd. Hij wist bijvoorbeeld niet hoe hij piste’; er was een jongen die hem daarbij hielp. Poepen deed hij alleen thuis omdat hij ‘niemand anders achter zijn hol verdroeg dan zijn moeder’. Die ervaringen heeft hij ook in het boek verwerkt.

Trivia 
  • De eerste druk van Joe Speedboot telde 2500 exemplaren. Ondanks drie eerder verschenen romans, was Wieringa als schrijver weinig bekend. Omdat hij het er, zeker na een groot aantal positieve recensies, niet bij wilden laten zitten, heeft hij tweehonderd vrienden, bekenden en andere relaties gevraagd om in hun boekhandel te vragen naar Wieringa's roman. Velen van de ontvangers stuurden de mail vervolgens verder.
  Trivia
Titelverklaring 

Joe Speedboot verwijst naar de nieuwkomer in Lohmark die alles verandert.

Structuur & perspectief 

De roman is opgebouwd in drie delen:
Penseel (blz. 9-197) Zwaard (blz.201-308) En toen (blz. 311-317) (een soort nawoord) “We schrijven later, vele jaren later”
Het is duidelijk dat de opbouw verwijst naar het voorin de roman genoemde motto. Het deel Penseel is verder onderverdeeld in 32 ongenummerde en ongetitelde hoofdstukken. Het deel Zwaard in onderverdeeld in 10 hoofdstukken. Het laatste deel bestaat uit één hoofdstuk.

Het verhaal wordt vrijwel geheel chronologisch verteld. Er zijn nauwelijks flash backs aan te wijzen. De verteltijd is ongeveer vijf uur en de vertelde tijd neemt in ieder geval een jaar of tien in beslag. Tussen deel II en deel III ligt een periode van enkele jaren: dat gedeelte wordt dus discontinu verteld.
Perspectief De ik-verteller van de roman is de 14-jarige Fransje Hermans, inwoner van een saai fictief dorp (Lomark) en zoon van de plaatselijke sloper . Aan het begin is hij net uit een coma ontwaakt na een ernstig ongeval. Hij kan niet praten als gevolg van zijn ongeluk en hij beweegt zich voort in zijn rolstoel. Alleen zijn rechterarm is een machtig wapen. Hij bekijkt en beschrijft de gebeurtenissen van zijn vrienden Joe Speedboot en Christof.
In Woensdag, zijn kauw, ziet Fransje verwezenlijkt wat hij zelf wil als verteller, want die kan tenminste boven heel Lomark vliegen: ‘Het was mijn droom van alziendheid – niets zou meer verborgen zijn, ik zou de Geschiedenis van Alles kunnen schrijven.’ In dat geval zou hij toch een soort God zijn, wat in de roman ook wordt vermeld wanneer PJ over de kwaliteiten van Fransjes schrijverschap spreekt. “het is de definitie van God.” 
Aangezien Fransje vertelt over het verleden dat al achter de rug ligt, doet hij af en toe uitspraken over de toekomst van een van de hoofdpersonen. Dat kun je ook heel goed zien in het laatste deel dat als een epiloog fungeert.

Decor 

De roman speelt in de laatste jaren van de vorige eeuw. Er wordt op blz. 50 verteld dat PJ, een Zuid-Afrikaans vriendinnetje, in januari 1993 naar Nederland is gekomen en bij Fransje Hermans in de klas komt. Dat is de derde klas van de middelbare school. Na het eindexamen drie jaar later (ze doen vwo, want zeven eindexamenvakken) blijft Fransje in Lomark en gaat PJ studeren in Amsterdam, waar ze een vreemde relatie met de schrijver Arthur Metz heeft. Daarna keert ze terug naar Lomark om met Joe en Fransje mee te gaan naar de armworstelwedstrijden in Europa. Toch zijn er geen duidelijke aanwijzingen voor een bepaald jaar: wel zorgen passages over internet, de nieuwe aanleg van een rijksweg de E981 voor een schijn van actualiteit. Er wordt in ieder geval een periode van ongeveer tien jaar beschreven. Soms kun je aan de aanduiding van prijzen in euro’s of nog in guldens iets opmaken. De verteller lijkt dit zorgvuldig te vermijden, maar op blz. 266 staat iets over de prijs van het boek van Metz. ‘ Op donderdag lag “Om een vrouw” voor me klaar bij Praamstra. 318 pagina’s, dat is dan 29,50 alstublieft.’ Dat lijkt toch echt meer op een prijs in guldens.

Het dorp waar de gebeurtenissen plaatsvinden, is het niet bestaande Lomark, vlakbij het eveneens fictieve Westerveld. Volgens een interview met Wieringa in het blad Spits heeft hij een dorp beschreven dat overal in Nederland kan liggen. Het ligt in ieder geval langs de Rijn en niet al te ver van Duitsland. De Rijn komt bij Lobith ons land binnen, dus een Gelders dorp lijkt het meest op zijn plaats. Het lijkt er echter wel op dat Wieringa een tijdloze en locatieloze situatie heeft willen beschrijven. De desillusie van de hoofdpersonen is er nu eenmaal één van alle tijden en alle plaatsen.
Het dorp zal geïsoleerd raken door de aanleg van de vierbaansweg E 981. Die dreiging die boven het dorp hangt, wordt een paar keer terloops aangestipt, zoals op bladzijde 208 waar landmeters al bezig zijn. Op de laatste bladzijde van het dorp is dat isolement voltrokken. Het dorp is verborgen achter grote geluidswallen. De stilstand is weer teruggekeerd.

Stijl 

De stijl van Wieringa is raak: de woorden zijn niet al te moeilijk , maar er zijn vele zinnen die even tot nadenken stemmen. De beeldspraak is veelvuldig aanwezig, bovendien humoristisch, ironisch en gevat.
Bijvoorbeeld over Fransje die spastisch is en kwijlt. Er loopt een guts kwijl uit mijn mond als ik naar hem opkijk. Liters heb ik van dat spul. Ik kan er goudvissen in houden. (blz. 24)
Als Fransje drinkt, verminderen zijn spasmen: ‘Ik was de enige daar die een vaste hand kreeg van het drinken.’ (blz. 119)

Wieringa heeft vermogen met een paar zinnen een sfeer neer te zetten.
Enkele voorbeelden van zijn metaforen:
- “de dijk en de velden glimmen van het vette gras',
- “verliefdheid voelt als 'een buik met gesmolten suiker',
- “vakantie is een tijd dat 'je met brommers en spekkige meisjes in de weer bent'
- 'de oostenwind snijdt als een zeis door je kleren'.
- Over Moeder Hermans “ze houdt van rampen als koekjes bij de koffie.”
- Over de moeder-zoonrelatie “We zijn tot elkaar veroordeeld, ik, haar gekneusde vrucht en hoogstpersoonlijke ramp, en zij, die net als oude paarden het leed van de wereld op haar rug draagt.'
- Over het gras bij de dijk: ‘Waar ze net hebben gemaaid is het bleek als een pasgeschoren hoofdhuid.’
- Over het bedrijf van vader Hermans: ‘Ik heb dat altijd grappig gevonden, dat pa een nét sloopbedrijf wilde waar mensen met een gerust gevoel naartoe konden, als een abattoir zonder bloed.’

Slotzin 
De E981 is in gebruik genomen, een gletsjer van asfalt heeft nieuwe tijd voor zich uit gewalst en wij zijn verdwenen achter een metershoge geluidswal van aarde en kunststof. We horen inderdaad niks, net zomin als we nog worden gehoord. Automobilisten die langsflitsen zien misschien vanuit een ooghoek het puntje van onze kerktoren boven het scherm uitsteken met daarop ‘de hoan die kreanig blef’, maar verder heeft de wereld ons aan het zicht onttrokken. Maar daarachter zijn we niet gestorven, noch zijn we van gedaante veranderd. We zijn hier nog.
Beoordeling 

Joe Speedboot is een heerlijk vlotte roman om te lezen. Hij is met veel vaart geschreven in een prachtige ironische stijl met veel rake beeldspraken. De inhoud is licht absurdistisch( vgl. de Parijs-Dakarrace met een shovel, de feloek, de dood van Engel Eleveld) en Wieringa werd in een recensie in het NRC Handelsblad wel vergeleken met de Amerikaanse schrijver John Irving.
Het is een roman over desillusie in het leven, verlossing, vriendschap en het verraad eraan. De humor is lichtvoetig en Wieringa heeft geen beschrijving van extreme seksscènes nodig om de spanning van de lezer voor een roman ruim 300 bladzijden vol te houden.
Een prachtig nummer voor je literatuurlijst van havo-5 en vwo-6. Amusementswaarde: hoog
Literaire waarde: 4 punten.

Recensies
"Daar komt bij dat Tommy Wieringa een enorm gevoel voor ritme heeft. Nergens verliezen zijn zinnen spanning. Het blijft lopen, het blijft swingen."
Bron: www.trouw.nl
"Fransje raakt allengs vergroeid met zijn onbeweeglijkheid en Joe en de Lohmarkers komen steeds minder ver van hem af te staan. Dat is fijn voor Fransje, maar het doet afbreuk aan het observerende karakter van het boek."
Bron: www.volkskrant.nl
"Het literaire seizoen moet nog beginnen, maar in de stroom boeken die de komende maanden voorbij gaat komen, zou Wieringa's roman wel eens het vlaggenschip kunnen zijn."
Bron: admin.nrcboeken.nl
"Tegelijk blijft er een soort aardse nuchterheid in de woorden zitten, zodat je soms hoofdschuddend opkijkt uit de bladzijden en je bijna hardop denkt: maar dat kan toch helemaal niet?"
Bron: www.8weekly.nl

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

8399

reacties

Zou ik mogen vragen waarom er tommy staat in plaats van Fransje in de tweede paragraaf van de samenvatting, is hier een reden voor?
door Laura (reageren) op 18 november 2015 om 21:23
@Laura: sorry alinea 3
door Laura (reageren) op 18 november 2015 om 21:54
ik vroeg e ook al af waarom er tommy staat en waarom staat er niks over engel bij de personages?
door Bram (reageren) op 18 februari 2016 om 16:42
Ik vindt persoonlijk dit boek niet te lezen. Er zit geen structuur in en snap de opbouw niet. Jammer dit...
door Henkie (reageren) op 4 maart 2018 om 22:14

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer

Hoge waardering

Kees van der Pol Docent8.2
Saskia 4e klas vwo7.3
anoniem6e klas vwo7.2
Milou de Bruijn5e klas vwo6.9
Boompjess 4e klas havo7.0
Meer verslagen ›