Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

Broeder, schrijf toch eens!

Rinus Spruit

2017

156

2 uit 5

Zeker Weten Goed

Zeker Weten Goed!

Deze boekverslagen zijn gemaakt door de boekenredactie van Scholieren.com. In deze superverslagen staat alles wat jij moet weten voor je boekbespreking of mondeling literatuur. De quiz kun je gebruiken om je kennis van het boek te testen. Met deze verslagen zit je dus Zeker Weten Goed!
Feitelijke gegevens
1e druk,  9  2017
156 pagina's
Uitgeverij: Cossee
Verslag
Door Cees van der Pol
Toegevoegd op 18 september 2017 
Flaptekst 
Rinus Spruit woont weer in zijn ouderlijk huis in Nieuwdorp, Zeeland. Hij werkt in de tuin, drinkt koffie in de keuken met zijn buurman en zorgt voor de katten. Maar nu zijn ouders er niet meer zijn, komen vragen in hem op, is de nieuwsgierigheid naar het verleden groter dan ooit. Hij haalt dozen met oude brieven, foto’s en documenten van de zolder en duikt in de fascinerende geschiedenis van zijn familie. Veel is nieuw en raadselachtig. Wie was zijn overgrootmoeder Catharina? Waarom is zij als jonge dienstmeid vanuit Zeeland naar Antwerpen vertrokken? En wat deden die twee zussen van zijn vader in godsnaam in Amerika? Spruit reist naar verre familie in Vlaanderen en gaat op onderzoek uit. Wat doet de herinnering met ons? En welke invloed heeft het verleden op het levensgeluk nu? Rinus Spruit maakt in deze persoonlijke roman een balans op. Met zijn geboortegrond als leidmotief. 
Eerste zin 
Het land is in het najaar geploegd en heeft de winter over zich heen laten komen. Regen, vorst, sneeuw. Nu februari ligt her er kaal en grauw bij. Het lijkt wel alsof de grond na de winter wat lichter is geworden, lichter en doffer.
Samenvatting 

Deel I
Rinus Spruit (58) is het huisje van zijn overleden ouders  ingetrokken. Hij voelt zich bepaald geen macho: heeft geen vrouw, heeft in zijn leven weinig gepresteerd. Ook voelt hij zich schuldig, omdat hij eigenlijk altijd een beetje heeft neergekeken op zijn misschien niet zo slimme, maar hardwerkende vader, die rietdekker was. Ook zijn opa was dat trouwens. Ook is Rinus geen goede boer. Hij moet geholpen worden door een buurman die uien voor hem plant. Rinus houdt vanaf dat voorjaar (februari-juli) een  dagboek bij en daarin zijn voornamelijk observaties over dieren te vinden. Hij leeft met twee buiten levende katten en die komen nog wel eens aanzetten met een gevangen konijn of vogel. Ook doet hij mededelingen over de stand van de gewassen, het groeien en oogsten ervan.

Dan krijgt hij het idee om de voorgeschiedenis van zijn familie te onthullen. Natuurlijk zijn er de foto's van zijn ouders, maar ook  een kistje met brieven van vroeger. Tien brieven zijn er afkomstig van twee zussen van zijn opa (Jannetje en Elisabeth) die beiden naar Amerika zijn verhuisd. Het leven is hard en een van de zussen (Jannetje) lijdt aan suikerziekte en haar voeten worden zwart. Ze verstrekken in hun brieven vooral religieuze informatie en vragen steevast aan het einde van hun brieven of hun broer toch eens wil terugschrijven. (titel)
De andere lijn is het leven van een andere zus van opa, Catherina, die eind negentiende eeuw naar Antwerpen was uitgeweken. Men vertelde dat het om een door haar gestolen stuk vlees ging, maar in werkelijkheid ging ze ongewenst zwanger naar België. Rinus onderzoekt de brieven van de dochter van Catherina, Emma. De familie is financieel gezien in betere doen dan de Zeeuwse tak  en Rinus onderzoekt waarom dat zo is.  Er zijn van Catherina nog twee kleinzoons in leven: Ward en Hugo van Steenvoorden. Rinus brengt hun een bezoek in Antwerpen. Hugo sterft kort daarna en Hugo verstrekt ook nog informatie. Hij is zelfs hoogleraar geworden. Op de terugweg naar huis treft Rinus in Roosendaal een bijzondere vrouw Tooske die gedichten maakt voor haar heel jonge soulmate. Aan haar vertelt Rinus later het mogelijke familiescenario.

Catherina was waarschijnlijk wel zwanger naar Antwerpen gegaan, maar had haar kind mogelijk in een nonnenklooster moeten afstaan. Daarna was ze als dienstbode bij een reder opnieuw zwanger geworden en die stierf vlak voor de geboorte van Emma. Hij had een goede vriend gevraagd het kind te erkennen. De erfenis was goed geweest en Emma was getrouwd met ene Theofiel  en kreeg twee zonen Hugo en Ward. Tooske raadt hem aan die voorgeschiedenis verder te laten rusten.  Hij gaat nog enkele keren terug naar Roosendaalse Tooske, maar na een paar keer is ze ineens verdwenen. Hij ziet haar nooit meer terug.

Deel II
Rinus gaat weer in zijn dagboek schrijven. Zijn buurman heeft na de plantuien wintertarwe gezaaid. Dat gewas beschrijft hij net als in deel I  de dieren die in zijn tuin komen en de fratsen die zijn katten uithalen : één pakt en doodt een tortelduif. Rinus gaat bovendien daten. Z'n eerste date  heet Neeltje (58) en is een kordate tante die echter meer om religie geeft dan Rinus. Ze geeft een lezing in de kerk, komt op bezoek in zijn huisje, maar is ook een betweter. Ze passen niet bij elkaar en stoppen met daten. 
Dan denkt hij vaker over zijn ouders. Zijn relatie met zijn vader is gebaseerd op schuldgevoelens. Hij brengt daarbij wat zaken in de herinnering: eerste keer op roltrap, eerste keer met de lift, eerste keer op bezoek bij Rinus en ene vriendin. 
Hij beseft daarna dat hij ook teveel hangt aan het huis om los te kunnen komen van zijn ouders. Maar als hij vertrekt, kunnen zijn katten die altijd buiten hebben gelopen, niet mee naar een appartement. Dat brengt hem weer een schuldgevoel. Fysiek gaat hij ook achteruit: hij heeft oogslijtage, net als zijn vader. En hij valt af.(59 kilo)  Een gastroscopie brengt echter niets aan het licht, behalve dat de verpleegkundige heel sympathiek tegen hem doet. Met haar gaat hij ook daten, maar dat wordt ook niets na een paar keer. Terwijl hij het wel met haar ziet zitten, zegt zij dat hij nog teveel aan zijn moeder vastzit en dat geen vrouw goed genoeg voor hem zal zijn.
 

Personages

Rinus Spruit
Rinus is 58 jaar als hij het verhaal aan de lezer vertelt. Hij woont in het Zeeuwse huisje van zijn ouders, omdat hij een band met het verleden wil. Hij kampt met een schuldgevoel ten opzichte van zijn vader die hij -vindt hij later- niet zo goed heeft behandeld. Hij had wat op hem neergekeken, terwijl de man zijn uiterste best deed om hard te werken als rietdekker. Rinus vindt in het huisje een aantal documenten o.a. over de zussen van zijn opa. Er is er één vertrokken naar Antwerpen en twee zijn naar Amerika geëmigreerd. Hij onderneemt een queeste naar Antwerpen en leest de brieven van de twee andere tantes van zijn vader. Hij reconstrueert het verhaal van Catherina, maar of het helemaal zo gegaan is weet hij niet. Voor zichzelf is het verhaal in ieder geval acceptabel. Voor zichzelf bedenkt hij dat het verhaal hem dichter bij zijn familie (ebn dus zijn eigen ouders) moet brengen. In deel II probeert hij toch contacten met andere vrouwen te krijgen. Alleen is immers maar alleen en dat lukt niet. De ene vrouw (Neeltje) is te godsdienstig voor hem en bovendien een betweter. De tweede, de verpleegkundige, ziet dat hij nog niet klaar is met zichzelf en zegt dat hij een vrouw zoekt die op zijn moeder lijkt. Het verhaal heeft een open einde en je weet niet wat Rinus daarna doet. Zal hij het huisje verlaten, zoals hij van plan was, en zijn katten min of meer verraden? Dat lijkt er niet echt op. Intussen is de schrijver Spruit na drie romans wel klaar met zijn romanfiguur Spruit, denk ik.

  • "Ik kan de katten niet missen. Maar wat veel erger is: de katten kunnen mij niet missen. Ze zijn aan me gewend geraakt. De lapjeskat die in zijn mandje gaat liggen, die mijn hand likt als ik hem aai. Die ligt te spinnen en in zijn slaap geluidjes maakt. De zwarte kater die ik binnenlaat omdat hij staat te mauwen voor mijn raam. Die z’n eten opeet, op de vensterbank springt en weer naar buiten springt als ik het raam voor hem opendoe. Mijn zwarte kater die zich wentelt van buik op rug, heen en weer rolt van geluk als hij me met de auto ziet aankomen’."
  Quotes
Thematiek

Familiebanden/ Familiebetrekkingen
In de roman bespreekt Rinus Spruit de relaties in zijn familie: - zijn eigen relatie met zijn ouders vooral in herinneringen - de armoede en de daarmee gepaard gaande zuinigheid van de Zeeuwse familie Spruit - het leven van zijn opa die ook rietdekker was - diens relaties met zijn drie zussen die in brieven worden beschreven - het familiegeheim rond Catherina die ongewenst zwanger naar Antwerpen vertrok. Het verleden heeft echter ook gevolgen voor het heden van Rinus. Zijn relatie met zijn moeder verhindert hem een nieuwe relatie met vrouwen aan te gaan. Hij zal altijd alleen blijven.

Zin van het bestaan / zin van het leven
Eigenlijk is ook een ander thema belangrijk: de vergankelijkheid van het leven. Daar wordt enkele keren in der roman met citaten naar verwezen. (blz. 21) 'Ik voer een niet te winnen strijd tegen tijd en verval. Het schuurtje staat symbool voor de geschiedenis van mijn vader en voorvaderen. Strodekken en rietdekken. Scheefhangen maar overeind blijven. Je rug buigen maar niet je wil. De strijd om het bestaan.' Rinus denkt na over zijn voorvaderen. (bzl. 51) Of is het, nu mijn vader en moeder dood zijn, het besef van eindigheid? De wetenschap dat ik de eerstvolgende ben.' (blz. 86) 'Tijdens het eten zit ik te denken over vergankelijkheid. We zijn hier maar een poosje. De aardbol is een toneel. We voeren ons stukje op, ieder op zijn manier. Totdat we van het toneel vallen en we plaats moeten maken voor een ander, omdat de ons toegemeten tijd voorbij is.' En zijn nieuwe date Neeltje verwijt hem: (blz. 125) 'Dat is het nou juist' zegt ze fel, 'jij leeft achteruit! Jij leeft de verkeerde kant op!' In het trouwboekje van de burgerlijke stand worden de namen van de overleden kinderen doorgestreept. (blz. 53) Hun namen zijn doorgestreept. Elizabeth werd drie weken oud, Maatje mocht zes weken blijven leven. Ook hier had de zuigelingensterfte toegeslagen. De naam van oom Marien is ook doorgestreept. Levens doorgestreept of het om een correctie in een proefwerk gaat. ...[..] Een ambtenaar met een brilletje pakt een pen en een liniaaltje en streept met een keurig rechte lijn het leven door. Levens doorstrepen. Hij doet de hele dag niets anders.' Het is duidelijk dat Rinus Spruit een strijd tegen de vergankelijkheid van het leven voert.

Motieven

Moeizame liefdesrelaties
Rinus is niet echt in staat om een vrouw aan zich te binden. Dat is in het verleden niet gelukt, maar ook in de roman niet. De dichteres uit Roosendaal is ineens verdwenen, de gelovige Neeltje vindt hij te betweterig en de aardige verpleegkundige ziet hij wel zitten. Maar zij denkt dat geen vrouw ooit goed genoeg zal zijn voor hem, omdat hij nog emotioneel vast zit aan zijn moeder.

schuldgevoel
Rinus kampt met een schuldgevoel ten opzichte van zijn vader, omdat hij een beetje neerkeek op zijn vader die niet zo slim was. Zijn moeder was slimmer en zelf volgde hij de HBS. Maar zijn vader werkte wel hard voor het gezin en later krijgt hij toch spijt van zijn houding.

Eenzaamheid
Rinus leidt na de dood van zijn ouders een eenzaam bestaan: hij gaat wonen in de ouderlijke woning, maar heeft vrijwel niets: geen vrouw, geen kinderen, geen vrienden en geen werk. Hij schrijft slechts in een dagboek wat hij allemaal in de natuur waarneemt.

Religie
De Zeeuwse religie is protestant en leeft daar ook naar. Zijn tante Catherina geeft aan de kinderen het gebod mee dat ze nooit katholiek mogen trouwen. Ook uit de brieven van de twee geëmigreerde zussen blijkt een sterke religieuze verbondenheid.De vader van Rinus was ook nog sterk gelovig en hij geeft zijn zoon vaak Bijbelse citaten mee. Rinus heeft daar zelf wat afstand van genomen: een relatie met de veel religieuzer aangelegde Neeltje loopt o.a. daarom op niets uit.

Queestemotief
Rinus gaat op zoek naar zijn voorgeschiedenis. Hij zoekt de stamboom van zijn familie uit en gaat op zoek naar het verleden van de zus van zijn opa , Catherina, die in de 19e eeuw arm naar Antwerpen was getrokken, aar er blijkbaar in goede doen raakte. Hij doet dat o.a. om dichter bij zijn eigen ouders te komen.

Natuur
In zijn bijgehouden dagboek besteedt hij veel tijd aan observaties in de natuur: hij beschrijft de groei van de gewassen, (uien en tarwe), de komst en het vertrek van vogels en het gedrag van zijn twee katten die roofdiertrekjes vertonen.

Vader-zoonrelatie
Onder het motief schuldgevoel is al uitgelegd hoe Rinus over zijn vader dacht. Hij vond hem niet slim genoeg, maar het was een hardwerkende man voor zijn vrouw en kind.

Relatie tussen broer en zus
De twee zussen die naar Amerika zijn verhuisd onderhouden zelf een briefwisseling, maar hun broer (de opa van Rinus) schrijft heel erg weinig terug. Vandaar de noodkreet van de zussen van de titel. Ze verlangen erg naar contact met hun broer van wie ze weten dat ze hem nooit meer zullen zien.

Dood
In een familieroman is dat motief natuurlijk altijd aanwezig. Zijn voorouders zijn overleden (hij leest de brieven van hen) en ook zijn eigen ouders zijn al dood. Dat vindt hij wel erg en hij gaat terug naar het ouderlijk huis. Ook een van de kleinzoons van Catherina gaat dood in de roman.

Heden en verleden
Rinis Spruit denkt steeds terug aan het verleden. Hij haalt herinneringen van vroeger op: van zijn opa, van zijn vader en uit zijn schooltijd. Ook gaat hij door middel van brieven en documenten terug naar de tijd van zijn opa.

Motto 
Er is geen motto en geen opdracht.
Titelverklaring 
De titel is ontleend aan de brieven die de twee zussen van de opa  van de verteller  in het verleden schreven toen ze naar Amerika waren geëmigreerd.  Er zijn tien brieven bewaard en aan het einde van elke brief vragen de zussen of hun broer eens een keer wat van zich laat horen. Maar de opa is een harde werker (als rietdekker) en geen fanatieke schrijver.
Structuur & perspectief 

De roman wordt onderverdeeld in twee delen. Die worden op hun beurt weer onderverdeeld in hoofdstukjes die met witregels (en nieuwe bladzijden) beginnen. 
In beide delen gaat hij steeds in herinnering terug naar het verleden. Ook onderneemt hij een queeste naar het verleden van de de zus  van zijn opa die destijds ongewenst zwanger vanuit Zeeland naar Antwerpen is vertrokken. 

De verteller is de 58-jarige ik-verteller Rinus Spruit. Dat doet hij afwisselend in de o.t.t. en de ov.t.

Decor 
Het decor is de provincie Zeeland, waar de verteller in Nieuwdorp woont in het huis van zijn overleden ouders. Vandaar uit denkt hij  uit een soort schuldgevoel over zijn houding t.o.v. zijn  vader aan de voorgeschiedenis van de familie. Die leidt hem onder andere naar de stad Antwerpen waar de nazaten van de zus (Catherina) van zijn opa wonen. Zij verstrekken hem informatie over het verleden van hun oma en moeder.

Tijd.
Rinus Spruit is in 1946 geboren. Hij vertelt het verhaal als hij 58 jaar is. Dat houdt in dat het dan het jaar 2004 is. Het begint in het voorjaar van 2005  en het eindigt in het najaar van 2005.
Maar er zijn verhaaldraden naar het verleden dat o.a. wordt onthuld in brieven die Rinus aantreft in het huis van zijn vader. ( op zolder) 
Stijl 

Sobere, poëtische stijl. Er is zeker geen overdaad aan metaforen, maar ze staan wel verspreid in de tekst. Rinus Spruit is zuinig met zijn woorden. Al het overdadige wordt geschrapt. Waarschijnlijk heeft het te maken met zijn sobere levensstijl, de zuinige Zeeuwen. Overigens is daar niets mee. Zijn drie romans tot nu toe zijn erg compact geschreven. 

In de tekst wordt veel aandacht besteed aan de natuur.  Het verhaal  heeft niet al te veel beeldspraak maar heeft wel vaak een link naar de natuur:
- (blz. 20) 'De appelboom, een knoestige, stokoude boom, ziet eruit als een oorlogsinvalide met afgerukte ledematen.'
(blz. 86) 'Tijdens het eten zit ik te denken over vergankelijkheid. We zijn hier maar een poosje. De aardbol is een toneel. We voeren ons stukje op, ieder op zijn manier. Totdat we van het toneel vallen en we plaats moeten maken voor een ander, omdat de ons toegemeten tijd voorbij is .
(blz. 112) 'Als ik 's morgens de schuifdeur van mijn klompenhok een klein beetje opendoe om mijn twee katten binnen te laten, komen ze zo dicht achter elkaar binnen dat het lijkt of een grote harige slang met acht poten en een staart mijn huis binnendringt.'
(blz. 140) Bijna boven aangekomen struikel ik. Ik val een lange val, een verlengde val. Ik lig nu languit op de roltrap die me naar boven transporteert. Ik spoel aan als een walvis. Nee, ik wordt uitgespuugd als Jonas uit de walvis.'
-(blz. 149) Ik doe niets, ik lig daar maar, als een varken aan het spit.'
(blz. 153) ...'Ik was een soort nestblijver. Ik was als een kat die na een verhuizing steeds naar het oude huis terugloopt.'

Een ander kenmerk in de stijl van van de vertellende Rinus  is een droge, ironische vorm van humor.
-(blz. 51) 'Mijn opa was rietdekker, hij klom liever op het dak dan in de pen.' 
- (blz. 103) 'In 1916, midden in de oorlog, stierf Catherina. Niet geveld door een bom, kogel of granaat maar door de tuberkelbacil.'
- (blz. 116) ....Vader heeft het naar zijn zin, smult van zijn haas, zijn handen glimmen van het vet, hij prijst de haas  de hemel in.'
- (blz. 147) Vlak voor ik uit bed ga lig ik vergelijkingen te maken tussen een kruik en een vrouw in bed. Naast nadelen biedt een kruik ook voordelen. Een kruik kun je aan je voeten leggen. Je kunt een kruik zelfs het bed uitgooien als je  daar behoefte aan hebt. Aan de temperatuur van een kruik kun je in de nacht bepalen hoe laat het ongeveer is. Ja, een kruik biest pluspunten. En groot nadeel in vergelijking met een vrouw is dat een kruik 's ochtends totaal is afgekoeld.'

 

Slotzin 
Een paard kwam naar me toe lopen en hield halt. Ik aaide het beest, streek het door de manen. Gaf het klopjes op de hals. Toen ik me omkeerde en naar mijn auto liep begon het paard te draven met zoveel kracht en levenslust dat het was alsof de aarde trilde.
Beoordeling 

Derde (en waarschijnlijk) laatste roman over de familiebetrekkingen van Rinus Spruit. Ook nu weer zijn relatie met zijn rietdekkende vader en o.a. daardoor zijn onvermogen om het leven  met vrouwen aan te gaan. Spruit rekent af met zijn schuldgevoel, omdat hij tijdens zijn leven wel eens neerkeek op zijn niet al te slimme vader.  Maar na deze derde roman kan hij zich beter wijden aan een ander thema. Genoeg prijsgegeven over de vader-zoonverhouding.
Zijn vertelstijl wordt alom geprezen en  in Zeeland wordt Spruit geroemd om de regionale inhoud van zijn  romans. Men vindt hem daar een goede vertolker van het Zeeuwse boerenleven.
Kan heel goed worden ingepast in een rijtje met vader-zoonromans, zoals er zoveel worden geschreven in Nederland.  (vgl. W.F. Hermans, Maarten 't Hart, Jan Wolkers, Boudewijn Büch)  

 

Recensies
"Interview met de schrijver over zijn derde roman."
Bron: zeelandboeken.pzc.nl
"Is een dergelijk aanpak te particulier? Door de gekozen vorm zou je dat soms kunnen denken. Maar de stijl heft dit grotendeels op. En de herinnering is nu eenmaal, om het wat oneerbiedig te zeggen, een allegaartje. Zo werkt het brein, zo noteert de schrijver zonder opsmuk. Zonder sentimentaliteit, maar wel met veel gevoel, met fijne snikjes melancholie. En daarin zit de meerwaarde. Het levert ontroerende passages op. In feite doet hoofdpersoon Spruit niets anders dan de vader en moeder minder dood maken, de aanhankelijkheid, het gemis toegeven. Goede, brave mensen. Daarnaast spaart hij zichzelf niet, weet inmiddels dat hij een aartstwijfelaar is geweest, erkent zijn menselijke makken. "
Bron: www.tzum.info
"Opname van het tv-programma Boeken van de VPRO op 1 oktober 2017 waarin de schrijver praat over de vader-zoonverhouding."
Bron: www.vpro.nl

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

8203