Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

De bekeerlinge

Stefan Hertmans

2016

314

3 uit 5

Zeker Weten Goed

Zeker Weten Goed!

Deze boekverslagen zijn gemaakt door de boekenredactie van Scholieren.com. In deze superverslagen staat alles wat jij moet weten voor je boekbespreking of mondeling literatuur. De quiz kun je gebruiken om je kennis van het boek te testen. Met deze verslagen zit je dus Zeker Weten Goed!
Feitelijke gegevens
1e druk,  10  2016
314 pagina's
Uitgeverij: De Bezige Bij
Verslag
Door Cees van der Pol
Toegevoegd op 9 oktober 2016 
Flaptekst 
In een klein dorp in de Provence wordt sinds mensenheugenis over een pogrom en een verborgen schat gesproken. Eind negentiende eeuw vindt men in een synagoge in Caïro een hoeveelheid opzienbarende joodse documenten.
Stefan Hertmans ontdekt de sporen van een voorname christelijke jonkvrouw uit de elfde eeuw, die haar leven vergooide uit liefde voor een joodse jongen. Hij gaat letterlijk achter deze vrouw aan, die samen met haar verboden liefde op de vlucht slaat en een duizelingwekkende tocht aflegt, opgejaagd door alles en iedereen. 
Stefan Hertmans baseerde zich voor De bekeerlinge op historische bronnen. Dat brengt hem in een chaotische wereld van passie, haat, liefde en dood, en voert hem uiteindelijk van Caïro terug naar het kleine Provençaalse dorp, waar hij sinds decennia thuis is. 
Eerste zin 
Het is vroeg in de ochtend, de eerste zonnestralen komen net boven de heuvelkam uit. Van bij het raam waar ik uitkijk over de vallei zie ik in de verte twee mensen naderen.
Samenvatting 

I  De ik-verteller ziet in zijn verbeelding een jonge man en vrouw (zwanger) afdalen naar zijn slapende bergdorpje Monieux, waar hij zelf al meer dan 20 jaar een huisje heeft.  Het is een Joods stel en er wordt beschreven dat de vrouw later een jongetje baart. Later komt er ook een tweede kind en ze groeien op in een steeds vijandiger omgeving voor wat het de Joden betreft. Dan vernemen we dat deze vrouw vroeger een Christin was die voor haar familie is gevlucht. Het is 1090 en de verteller woont daar in het Franse bergdorpje  in 2015.

II In 1070 wordt in Rouen een dochter Vigdis  in een Christelijk gezin geboren. Haar ouders zijn welvarend, en zijn afstammelingen van Noormannen. Uit Narbonne komt jaren later een Joodse jonge man naar Rouen om te studeren. Vigdis wordt verliefd op hem. Ze kan alleen met hem verder verkeren  als ze Joods wordt, maar dat willen haar ouders niet. Voor straf moet ze in een klooster, maar ze wordt door haar minnaar gekidnapt  en ze gaan op de vlucht.

III De ik-figuur bezoekt ook Rouen. Hij doet dat om de vlucht te kunnen beschrijven die het koppel heeft gemaakt. Intussen wordt verteld dat het jonge koppel liefdevolle en opwindende seks met elkaar heeft. Het is een lange tocht met hindernissen, onderweg worden ze overvallen door rovers. Vigdis wordt aangerand. David verdedigt haar en slaat de twee mannen dood. Op weg naar Clermont bidt de onzekere Vigdis (intussen Hamoutal door David genoemd) ook nog tot haar Christelijke God. Na een lange reis komen ze  eindelijk in Narbonne  aan.

IV In Narbonne wordt Vigdis omgedoopt. Ze krijgt de naam Sarah, maar David noemt haar voortaan Hamoutal. Ze hoort echter dat er mannen door haar vader achter haar aan gestuurd zijn. Die snuffelen in de buurt rond. De vader van David, die opperrabbijn in Narbonne is, vindt dat ze moeten vluchten. Hamoutal is zwanger.

V  In Moniou lijkt Sarah snel aangepast aan het gewone Joodse leven. Maar dan komt toch de rampspoed:  Paus Urbanus in 1095 tot zijn verwerpelijke oproep om Christenen op kruistocht te sturen. Het Heilige Graf moet worden veilig gesteld tegen de verraderlijke moslims.  Maar de oproep leidt ook tot een jacht op de Joden. Dan komt er een leger kruisvaarders in het stadje Moine aan, waar ze flink huishouden.  De Joden worden aan het mes geregen. Ook David wordt vermoord. De twee kinderen van Sarah worden door de kruisridders meegenomen. het derde kind is nog een baby. Ze wil de kinderen daarna gaan zoeken en de  Joodse rabbijn Obadiah geeft haar een Hebreeuwse aanbevelingsbrief mee. Die staat ook afgedrukt in  de roman. Joden zouden haar daarmee onderweg moeten helpen.

VI Hamoutal  wil de winter afwachten en gaat in het voorjaar van 1097 haar queeste beginnen. Maar de kruisvaarders trekken er dan ook weer op uit. Ze heeft geen idee waar ze haar kinderen moet zoeken. Onderweg heerst chaos en zedeloosheid (prostitutie en verkrachtingen van vrouwen). Hamoutal bereikt Marseille en de aanbevelingsbrief werkt goed: ze wordt opgevangen door een rijke Jood die haar laat inschepen op een schip naar Alexandrië. Ook nu is er veel gevaar onderweg en de omstandigheden zijn ellendig. In Alexandrië moet ze  weer verder voor de bootreis naar Caïro, waar een bloeiende Joodse gemeenschap is. Ze heeft aan boord seks met een man die haar uit handen van een stel engerds gered heeft. Maar die laat haar daarna bij aankomst in de steek.

VII In Caïro komt Hamoutal totaal alleen, onwetend en uitgeput aan. Ze gaat de synagoge zoeken, blijft daar voor dood liggen liggen, maar wordt gevonden door een rabbijn. Ze ontmoet ook een rijke Jood Shmuel. Hij is een gaon, hoofd van een yeshiva (school) en hij vraagt haar ten huwelijk. Uiteindelijk stemt ze er mee in. Dan breekt een stabiele periode in een overigens onrustige tijd aan. Een kind wordt uit dit huwelijk geboren. Het is haar vierde; haar derde kind is tijdens de queeste onderweg gestorven. Bij de geboorte is er een adder in de buurt van het kind, maar niet het jongetje gaat dood, maar de slang.Is het een voorteken van God of Jaweh?
Haar man, de gaon, vertelt dat haar twee kinderen bij haar ouders in Rouen zijn.  Hij had dat beter niet kunnen vertellen, want de onrust komt weer terug  in het hoofd van Hamoutal. Ze wil haar kinderen zoeken en laat de gaon in de steek: ze neemt wel haar baby mee. Ze gaat weer naar Alexandrië terug, vandaar reist ze via Palermo weer naar Narbonne. Ze wordt er echter niet meer met open armen ontvangen.

VIII Hamoutal trekt dan weer verder en ze neemt haar baby mee. Ze raakt psychisch in de war, noemt zich nu eens Vigdis, dan weer Hamoutal. Roept afwisselend de Joodse en de Christelijke God aan. Men denkt dat ze van de duivel is bezeten en ze wordt op de brandstapel gezet. De oude Jood Obadiah die haar nog kent, redt haar, omdat hij haar wil vrijkopen. 's Nachts vlucht Hamoutal opnieuw met haar kind. De zich bedrogen voelende Christenen zijn woedend. Obadiah reist haar achterna, alleen. Hij treft in het bergdorpje (dat waarin de ik-verteller nu woont) een zwaar zieke en verwaarloosde Hamoutal aan. Ze leeft als een dier in het veld. Wanneer ze giftige paddenstoelen vindt en eet, sterft ze. Haar lichaam vergaat volkomen in de natuur.
Het is bijna het jaar 1100. Caïro (toen Fustat geheten) wordt door de grootvizier zelf in de fik gestoken. Veel kunstschatten gaan erdoor verloren. Wonder boven wonder blijft de synagoge gespaard en worden daar in de 19e eeuw de Joodse documenten gevonden.

IX De ik-verteller gaat in de UB van Cambridge die documenten bestuderen en hij kan ze zelfs aanraken. Dat brengt hem dichter bij de persoon van Hamoutal. De papieren gaan immers over de proseliete.  Daardoor kan hij een roman over haar schrijven.

X  In Monieux wordt al jaren  een legende verteld dat er een schat in de bergen verborgen is. Wanneer de verteller op zoek gaat in de bergen, vindt hij de restanten van een oude synagoge. De verborgen Joodse voorwerpen zijn dan waarschijnlijk de schat waarover de bewoners vertellen. Hij is er nu wel zeker van dat de geschiedenis van Hamoutal klopt. Zelf woont hij erg fijn en tevreden in het kleine bergdorp. Hij hoopt dat hij er zal sterven en dan nog lang van de omgeving zal kunnen genieten.
 

Personages

Vigdis/Hamoutal/Sarah
Het enige personage over wie je voldoende te weten komt, is Vigdis. Ze is geboren in een Noord-Frans welgesteld Christelijk gezin. Als ze later in haar stad een Joodse jongeman ziet, wordt ze verliefd. Om bij hem in de buurt te komen moet ze Joods worden en haar fanatieke vader wil dat niet. Ze wordt in een klooster gestopt (Beatrijs-motief) maar haar minnaar haalt er daar weg. Ze gaan op de vlucht voor de familie van Vigdis. In Narbonne trouwen ze, Vigdis wordt Joods gedoopt en ze wordt zwanger. Opnieuw vluchten ze wanneer er gevaar dreigt. Toch kun je zien dat Vigdis/Hamoutal steeds blijft twijfelen tussen het Joodse en het Christelijke geloof. Wanneer David bij een pogrom wordt vermoord, staat Hamoutal er alleen voor. Ze gaat heel dapper op zoek naar haar twee verdwenen kinderen. De queeste gaat via een deel van Frankrijk en Italië ook over de Middellandse zee naar Alexandrië en Caïro. Daarbij loopt Hamoutal steeds gevaar (enge mannen die uit zijn op verkrachtingen). Ze komt uitgeput in Caïro aan, waar een conservatieve Joodse gemeenschap is, die haar opvangt. Uit een soort verzekering tegen ellende trouwt ze met een invloedrijk man, Shamuel. Die vertelt haar later dat haar twee eerste kinderen in Rouen zijn gesignaleerd. Opnieuw wil Hamoutal dan weg. Ze vlucht 's nachts en maakt de omgekeerde route. Er staan haar weer veel moeilijkheden te wachten. Ze wordt chaotisch en raakt psychisch in de war. Ze noemt zich de ene keer Vigdis, dan weer Hamoutal en roept om beurten de Christelijke of de Joodse God aan, waardoor men denkt dat ze een kind van de duivel is. Hamoutal belandt daardoor op de brandstapel, maar wordt gered omdat er geld wordt beloofd voor haar leven. Dan vlucht ze opnieuw . Uiteindelijk komt ze terug in het bergdorpje, waar ze eigenlijk krankzinnig geworden leeft als een dier in de natuur. Ze sterft als ze giftige paddenstoelen uit en haar lichaam wordt opgenomen in de natuur.

  • "Een blonde Jodin met ijsblauwe ogen, hier is iets mis, je ziet het hen denken, maar niemand vertrekt een spier. Op een dag gooien enkele kinderen keitjes naar haar en zingen een liedje. Mouri Jusiou, mouri,- sterf Jood, sterf."
  Quotes
Thematiek

Geloof (sproblemen)
Mede gelet op de titel lijkt het thema van deze roman de geloofsproblematiek van een individu te zijn. Hoofdpersoon Vigdis wordt in een christelijk gezin geboren in Rouen. Ze wordt later als ze adolescent is, verliefd op de Joodse jongen David, maar om hem te kunnen blijven ontmoeten, moet ze Joods worden. Haar familie wil dat natuurlijk niet en daarom slaat Vigdis op de vlucht met haar vriend. Ze gaan naar Narbonne, waar een Joodse rabbijn haar wel wil laten bekeren (een proseliete) tot het Joodse geloof. Ze wordt omgedoopt: van Vigdis naar Hamoutal. Ze vlucht daarna naar een bergdorpje, omdat haar vader ruiters op pad heeft gestuurd om haar te vinden. In het kleine bergdorpje lijkt ze veilig totdat Paus Urbanus in 1095 oproept om de kruistochten te organiseren. Er komen ridders in het dorp die onder de bevolking een slachtpartij houden. David wordt vermoord en de kinderen van Hamoutal vluchten. Ze wil die later gaan zoeken en komt via allerlei omzwervingen terecht in Caïro waar een bloeiende maar strenge Joodse gemeenschap is. Ze trouwt opnieuw met een Joodse man die rijk is en haar beschermt. Wanneer ze hoort dat haar kinderen bij haar ouders in Rouen zijn, gaat ze opnieuw op weg. Ze heeft een kind (haar vierde) bij de Jood gekregen en dat neemt ze mee. Als ze in moeilijkheden zit, weet ze eigenlijk niet eens welke God ze moet aanroepen: die van de Joden of die van de christenen. Ze komt na nieuwe moeilijkheden op de brandstapel terecht, maar ze weet 's nachts te ontsnappen. De christenen zien haar daarbij als een duivelskind. Hamoutal keert terug naar het slapende bergdorp, maar is eigenlijk de weg kwijt geraakt. Ze leeft en sterft als een dier.

Motieven

Moeizame liefdesrelaties
De relatie tussen een christelijk meisje en een Joodse jongen is natuurlijke een relatie met problemen. Vigdis bekeert zich tot het Joodse geloof maar haalt zich daarmee de woede van haar ouders op de nek. Daardoor moet ze vluchten: ze gaat naar een bergdorpje Monieux. maar als de paus heeft opgeroepen tot een kruistocht, komt David om het leven bij een pogrom. Later trouwt Hamoutal nog met een andere Joodse man in Caïro. Die is meer een beschermeling dan een minnaar. Als ze hoort dat haar kinderen in Rouen bij haar ouders zijn, verlaat ze hem in de nacht.

Jodenvervolging
Ook in de Middeleeuwen van de hoofdfiguur vindt er al een vorm van Jodenvervolging plaats. dat gebeurt zeker als Paus Urbanus heeft opgeroepen tot de kruistochten om de Arabieren te verslaan. Arabieren en Joden werden in die periode ook nog wel eens over één kam geschoren. De man van Hamoutal David Todros komt bij een pogrom om het leven. Er zijn daarnaast duizenden doden, veel aangerande en verkrachte vrouwen.

Queestemotief
Hamoutal onderneemt een queeste op zoek naar haar kinderen die van haar afgenomen zijn tijdens de pogrom. Ze gaat o.a. over het Franse land en later met de boot naar Alexandrië om in Caïro in de 11e eeuw aan te komen. Vandaar vertrekt ze weer naar Frankrijk als ze hoort dat haar kinderen bij haar ouders zijn. maar ze vindt die kinderen niet weer, omdat ze op een heleboel problemen onderweg stuit. Ze komt zelfs even op een brandstapel te zijn, maar wordt nog gered. Toch sterft ze in eenzaamheid, vol verdriet en min of meer als een krankzinnige. Maar ook de schrijver/verteller onderneemt een queeste. Hij maakt dezelfde tocht als zijn hoofdpersoon en beschrijft wat er van de plaatsen overgebleven is die Hamoutal, zijn Joodse hoofdpersoon, heeft bezocht. Hij woont in het bergdorpje Monieux waar Hamoutal destijds gewoond heeft.

Fantasie en werkelijkheid
De ik-verteller heeft door bronnenstudie grip gekregen op zijn personage. Hij heeft een Joods document te zien gekregen waardoor hij weet dat er een vrouw in 1095 in moeilijke omstandigheden verkeerde. Er werd jacht gemaakt op Joden, nadat paus Urbanus een oproep had gedaan om ter kruistocht te gaan. De verteller kan haar in zijn verbeelding oproepen. Eigenlijk heeft hij op die manier zijn dode personage tot leven gewekt.

Dood
Natuurlijk neemt de dood een belangrijke plaats in het verhaal in. Het gaat om de dood van duizenden Joden die tijdens de kruistochten om het leven zijn gekomen. Symbool hiervoor in het boek staat de Joodse man David Todros. Maar ook de hoofdpersoon Hamoutal komt om het leven. Als een dier leeft ze haar laatste jaren in het bergdorpje en ze sterft tenslotte - volgens de verteller- nadat ze giftige paddenstoelen heeft gegeten. Haar derde kind overlijdt tijdens de queeste die ze maakt naar Egypte.

Heden en verleden
Heden en verleden lopen bij deze roman door elkaar, omdat de ik-verteller in de 21e eeuw dezelfde reis maakt als 1000 jaar ervoor zijn hoofdfiguur Hamoutal. Hij kan ze in zijn verbeelding oproepen.

prostitutie
Er wordt verteld dat onder het leger van kruisvaarders zich ook hoeren bevonden. Daarnaast vinden er veel verkrachtingen plaats onderweg en bieden lokale vrouwen zich ook aan als prostituee.

Opdracht 

Voor de vrouw die een huis kuste

De opdracht verwijst naar een passage op blz. 135 waarin Hamoutal (de vrouwelijke protagoniste) een huis kust. Dat gebeurt in Monieux vlak nadat haar eerste kind Yaakov is geboren en het liefdeskoppel een huis krijgt toegewezen.  De schrijver draagt het boek dus op aan zijn vrouwelijke hoofdpersoon die hij in zijn tot de verbeelding sprekende roman zelf in het leven heeft geroepen. 

Titelverklaring 

In het boek bekeert een christelijke jonge vrouw zich als ze verliefd wordt op een joodse jongeman. Het is in de Middeleeuwen. Ze besluit het joodse geloof aan te nemen en daarmee begint eerst een gelukkige periode maar later een ellendige episode in haar leven.
Ze wordt achtervolgd door christelijke ruiters die haar vader haar nagestuurd heeft. Steeds moet ze in haar denken zwenken tussen christelijke en joodse gedachten en het christelijke en joodse godsbeeld. Het probleem is ook dat het verhaal zich afspeelt tijdens de eerste kruistochten en er niet alleen op Arabieren werd gejaagd.

In de tekst wordt Hamoutal ook wel aangekondigd als "proseliet."
Proseliet is een Grieks woord dat zoveel betekent als "erbij-gekomene", bedoeld wordt dan bij het Jodendom gekomen. Het woord wordt in de Bijbel vertaald met Joden-genoot (b.v. Mat. 23:15; Hand. 2:10). Een heiden die zijn vorige godsdienst verlaten heeft en volledig tot het Jodendom is overgegaan. Daarom wordt hetzelfde woord in de nieuwe vertaling in Mat. 23:15 vertaald met "bekeerling".
Om officieel "proseliet" te worden moest je je onderwerpen aan een nauwkeurig onderzoek naar je motieven. Bij acceptatie moesten de mannen die proseliet werden, worden besneden.
Zowel mannen als vrouwen moesten een offer brengen. Daarna werden ze geacht te delen in de voorrechten van het volk Israël en zich te houden aan de Wetten van God, zoals Mozes die had doorgegeven.

 

Structuur & perspectief 

Er zijn tien hoofdstukken met een korte titel, die meestal verwijst naar het decor waarin dat hoofdstuk speelt (bijv. Rouen, Narbonne, Moniou, Caïro)

In die hoofdstukken beschrijft een ik-verteller ( mogelijk de schrijver) het leven van een jonge christelijke vrouw die zich heeft bekeerd tot het Jodendom. Ze wordt vervolgd, haar man wordt bij een pogrom vermoord en haar twee kinderen verdwijnen. Ze gaat op zoek (een queeste) naar haar kinderen en komt o.a. in Caïro. Het verhaal speelt zich af tijdens de  Middeleeuwen. In de 19e eeuw wordt in Egypte een reeks documenten gevonden waarin over deze vrouw wordt gesproken.  De verteller heeft het document ook afgedrukt in zijn roman en hij beschrijft het leven en de queeste  van de vrouw. Hij maakt daartoe dezelfde reis als de vrouw 1000 jaar geleden heeft ondernomen. Er is eigenlijk sprake van een dubbele queeste. Op die manier worden heden en verleden afgewisseld.

De ik-verteller beschrijft zijn eigen reis in de o.t.t. en hij vertelt over de historische geschiedenis als een soort alleswetende verteller ook in de o.t.t. Hij beschrijft dat zo levendig, dat hij als het ware deel uitmaakt van de wereld waarin het Joodse meisje heeft geleefd. Hij kan haar zo oproepen waardoor fantasie en werkelijkheid door elkaar lopen.

Decor 

De gebeurtenissen vinden plaats aan het einde van de 11e eeuw. Vigdis Adelaïs wordt als christelijk meisje in Rouen geboren in 1070. Ze bekeert zich en gaat dan o.a. naar Narbonne waar ze trouwt. Als ze zwanger is van haar eerste kind, vlucht ze met haar David  naar de bergen van Monieux. Het is dan 1091. De ellende komt over haar heen als paus Urbanus de Christenen oproept om op kruisvaart te gaan.  Dan wordt haar man bij een pogrom vermoord. In 1097 wil ze haar twee oudste kinderen gaan zoeken en dan begint voor haar de zoektocht. Ze gaat o.a. naar Alexandrië en later naar Caïro waar ze weer trouwt met een rijke Jood en opnieuw een kind krijgt. Als ze nieuws van haar verdwenen kinderen hoort, wil ze die meteen weer gaan zoeken en ze laat haar nieuwe man achter. Haar kind neemt ze mee. Ze wordt in Nájera als een duivelskind gezien en op de brandstapel gezet en alleen omdat er een som geld wordt beloofd, overleeft ze het. Ze reist zwaar ondervoed en ziek naar het bergdorpje Monieux, waarheen ze al eerder was gevlucht.  Daar leeft ze als een dier in de bergen en sterft na het eten van giftige paddenstoelen. Het is dan bijna 1100. De vertelde tijd van het leven van de joodse vrouw is dus eigenlijk maar tien jaar.
 

Er is ook een tweede tijdlaag, die van de verteller. Die heeft de beschikking gekregen over de documenten waarin over het leven van het meisje wordt gerept. Hij maakt in de 21e eeuw de reis die de vrouw ook heeft afgelegd en komt dus ook in de plaatsen waar zij is geweest. Hij beschrijft in de laatste hoofdstukken  dat hij Cambridge heeft bezocht om daar in de Universiteitsbibliotheek het echte Hebreeuwse document in handen te krijgen. In het allerlaatste hoofdstuk keert hij terug naar het bergdorpje  Monieux waar hij zelf al meer dan 20 jaar een huisje  bezit. Hij is geïnteresseerd geraakt in  de geschiedenis van het meisje van Monieux  en over de eventuele schat die in de bergen zou zijn verstopt. Dat laatste gegeven heeft toch meer van een legende weg, beseft hij. Hij vindt er in de bergene wel de restanten van wat ooit waarschijnlijk een synagoge is geweest. Daarna beseft hij dat hij een gelukkig man is die in zo'n mooi dorpje mag wonen. Hij hoopt er ook te sterven en in de natuur op te gaan.

 

Stijl 
De schrijver is ook een een bekende dichter. Dat kun je ook vaak zien aan zijn stijl die erg poëtisch aandoet. Soms weidt hij wel wat erg uit over de beschrijvingen van de natuur, maar die bepalen natuurlijk wel de coleur locale van de decors waarin zijn hoofdpersoon heeft geleefd.  
Toch is de roman niet lastig om te lezen. Er gaat ook veel rust uit van het taalgebruik van de schrijver. Daardoor wordt het verhaal prettig om te lezen.
Slotzin 
Ik stel me voor dat ik dan nog een paar jaar respijt heb om te liggen luisteren naar het verschuiven van de tijd, het gonzen van de cipressen, het kleppen van de kerkklok, de roep van de uil en het kwetsen van de extatisch glijdende bijeneters boven mijn graf, met dat onaantastbare blauw boven mijn blind geworden ogen. De wereld tolt, maar als je even je adem inhoudt, staat hij stil.
Beoordeling 
"De bekeerlinge"is een mooie, historische roman over een bekeerlinge in de Middeleeuwen. Hertmans heeft historische bronnen gebruikt om de geschiedenis van het  moeizame leven van een Christelijke en later Joods geworden  vrouw te schrijven.
Maar over de grenzen van de tijd heen, moet je zonder dat de schrijver er een woord aan wijdt denken aan de grote vluchtelingenstroom die anno 2015/2016 naar Europa trekt. Ook zij zijn op de vlucht gegaan voor het geloof. Daarmee maakt Stefan Hertmans van een historische roman een  actuele roman. Dat is best knap. Wat ook fraai is, is het gegeven dat de verteller zo beeldend vertelt dat hij de vrouw als het ware zo voor zich ziet in de moderne tijd. Fictie en werkelijkheid raken elkaar dan aan.

Voor scholieren lijkt me deze roman alleen goed te lezen door vwo-scholieren. De stof is aan de ene kant taai, maar aan de andere kant ook wel spannend. Enig historisch besef is bij het lezen wel gewenst. De roman is wel een fraai en waardevol nummer op je literatuurlijst, zeker met het oog op de hedendaagse vluchtelingenproblematiek.
Stefan Hertmans heeft zich opnieuw bewezen na zijn knappe roman "Oorlog en Terpentijn."
Recensies
"Zo aards als de beschrijvingen zijn, zo verheven de overpeinzingen over zijn grote thema, de tijd zelf. Hertmans evoceert de tijd als een personage, dat grinnikend om de hoek staat of diep onder de aarde bromt. Zijn grote verlangen is haar aan te raken. Soms ronkt hij iets te gretig ('het was het einde van een tijdperk, waarover zich de meedogenloze grendels van de vergetelheid sloten'), maar meestal bedwelmt hij met zijn lyriek. De tijd stijgt werkelijk op van het papier: Hamoutal blijft je nog lang achtervolgen."
Bron: www.volkskrant.nl
"Hertmans zegt dat hij na zijn documentatie zijn literaire verbeelding liet spreken. Non fictie en fictie wisselen elkaar in de roman af. Hij maakt een vergelijking met Emmanuel le Roy Ladurie die Montaillou schreef over de kataren in het Zuid Franse bergdorp. Zijn roman is te vergelijken met een fresco dat nog half zichtbaar is en dat hij invult met de meest waarschijnlijke beelden."
Bron: reinswart.blogspot.nl
"De grote charme van deze roman zit ook bij Vigdis/Hamoutal. Ze is haast te hedendaags in haar tragische onafhankelijkheid. Al dolend geeft ze inkijk in een heel continent dat Hertmans, als erudiete essayist, met verve schetst. Maar hij offert haar nooit op voor zijn verhaal. Wellicht heeft hij te veel respect voor haar historische bestaan. Als de roman één zwakte heeft, ligt ze daar: we horen haar nooit. We zien haar bewegen, we krijgen signalen van haar pijn en verlangen, we zien wat zij ziet, maar het scherm van duizend jaar blijft staan. "
Bron: www.standaard.be

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

6087