Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.
Doe jij vmbo en hou je wel van een wedstrijdje? Vul dan deze vragenlijst in over de vmbo-vakwedstrijden en maak kans op een Bol.com bon van 25 euro. 

Zeevonk

Josha Zwaan

2013

337

3 uit 5

Zeker Weten Goed

Zeker Weten Goed!

Deze boekverslagen zijn gemaakt door de boekenredactie van Scholieren.com. In deze superverslagen staat alles wat jij moet weten voor je boekbespreking of mondeling literatuur. De quiz kun je gebruiken om je kennis van het boek te testen. Met deze verslagen zit je dus Zeker Weten Goed!
Feitelijke gegevens
1e druk,  4  2013
339 pagina's
Uitgeverij: Artemis Er is eigenlijk geen motto, maar de schrijfster laat op deze pagina wel de bladmuziek van een Indonesisch kinderliedje zien. Het liedje (Terang boelan di kali) dat over een schijndode krokodil gaat, komt daarna enkele keren in de tekst van de rom
Verslag
Door Kees van der Pol
Toegevoegd op 13 april 2013 
Flaptekst 

Nieuw-Zeeland, 1967. In de havenstad Wellington scheept de jonge Freya samen met haar man Herman en hun zoontje Volkert in op de Achille Lauro. Herman hoopt dat Freya eenmaal terug in Nederland haar minnaar - een kiwi - snel zal vergeten. Maar tijdens de reis, die door de dreigende sluiting van het Suezkanaal bijna in een drama eindigt, beseft Herman dat hij zijn vrouw voorgoed kwijt is. Hij besluit samen met zijn zoontje terug te keren naar Nieuw-Zeeland. Het samenzijn met haar minnaar brengt Freya niet het leven waarop ze gehoopt heeft. Als de relatie stukloopt verlangt zij terug naar het Grote Blauwe Schip waarop zij de laatste uren met haar zoontje heeft doorgebracht. Het schip brengt haar dichter bij haar herinneringen aan haar jeugd, aan het jappenkamp waar ze met haar moeder geïnterneerd was en aan haar vader, die zich pas zes jaar na de overgave van Nederland aan Japan weer bij hen voegde. Reis na reis wordt duidelijker waarom het Freya niet is gelukt het grootse en meeslepende leven te leiden waarvan ze in haar jeugd droomde.

 

Eerste zin 
Ik heb alles gezien. Misschien klinkt dat vreemd. Het ligt voor de hand te denken dat mijn uitzicht beperkt is, mijn blik niet ver reikt. Dat is een vergissing. Ik ben een scherp waarnemer.
Samenvatting 

Soort proloog:
Het schip geeft als ik-verteller aan dat het over enkele uren gaat zinken in de Indische Oceaan: het is dan december 1994.

Wellington 1967
Freya stapt met haar man Herman en zoontje Volkert aan boord van de Achille Lauro. Ze vertrekken voor een bootreis van vijf weken naar Nederland. Herman heeft dat besluit genomen, omdat Freya een relatie heeft onderhouden met een jonge pianoleraar David. Drie jaar ervoor is Freya naar Nieuw-Zeeland gevlogen om daar te trouwen met de voor haar tot op dat moment onbekende Herman, die een oproep had gedaan in een Nederlandse krant. Ze had voor het avontuur gekozen, omdat ze een moeizame jeugd had gehad met ouders die heimwee hadden naar het tropische Nederlands-Indië. De betrouwbare, maar saaie Herman die bovendien vele jaren ouder is, kan beter met het zoontje Volkert omgaan dan Freya. Ook het geven van borstvoeding was voor haar een mislukking geweest en ze heeft vrijwel geen moederlijke gevoelens voor het kind. Zelf had ze dat ook zo ervaren met haar eigen moeder, die in Bovenkarspel woont. Die was na de oorlog teruggevaren naar Nederland, omdat Indonesië de onafhankelijkheid had gevierd met het wegsturen van de Hollanders. Jaren later was haar vader ook teruggekomen, maar die had zichtbaar en hoorbaar psychische gevolgen van zijn strijd in Indonesië overgehouden. Hij bracht vaak gillend de nachten door.

Het bijzondere van de roman is dat er ook een ik-verteller is in de vorm van een schip (de Achille Lauro) Die meldt dat er aan boord steeds een man belangstelling heeft voor Freya. Dat kan niet uitblijven: het blijkt David te zijn. Freya is verrast. Maar dan wordt haar zoontje net als veel andere passagiers erg ziek. Ze moeten bovendien nog door het Suezkanaal. Israel en Egypte vechten in 1967 de Zesdaagse oorlog uit en het wordt erg spannend of ze mogen doorvaren of moeten omvaren via Zuid-Afrika. Freya belooft God David uit haar hoofd te zetten, als Volkert blijft leven. Na de passage door het Suezkanaal knapt Volkert gelukkig op en Freya wil zich aan haar goddelijke belofte houden. Maar Herman heeft iets dergelijks beloofd en wanneer hij verneemt dat David ook aan boord is, neemt hij een dapper besluit. In Rotterdam moet Freya het schip verlaten en hij zal met Volkert teruggaan naar Nieuw-Zeeland. Hij geeft Freya haar vrijheid terug: er is toch een te groot leeftijdsverschil en  er is ook geen sprake van ware liefde. Freya gaat hand in hand met David van boord.

Intermezzo
In dit intermezzo wordt verteld dat Freya met haar buitenlandse minnaar David in Amsterdam gaat wonen. Haar moeder wil deze David niet ontmoeten, omdat hij de oorzaak is van Freya’s scheiding. Eerst gaat alles goed: er is sprake van een enerverend seksleven, maar ook daar komt na verloop van tijd de klad in. Freya wil weer iets nuttigs gaan doen en meldt zich weer aan in de verpleging. Dat betekent ook ’s avonds werken en van de buren hoort ze dat David dan ook uitgaat. Uiteindelijk bekent hij dat hij terug wil naar Nieuw-Zeeland en dat hij zijn nieuwe vlam meeneemt. Freya laat zich overplaatsen van oncologie naar de kinderafdeling. Met een man wil ze liever niets meer, want ze wil zich niet binden. In een flashback vertelt ze iets over haar passie voor orgel spelen. Dat gevoel heeft ze meer dan pianospelen. Ze werd niet aangenomen op het conservatorium na een mislukt proefexamen.

Amsterdam 1971
Het schip Willem Ruys is in andere handen overgegaan. Dat is niet zo gunstig geweest. Er is veel onrust aan boord onder het personeel. Het schip ziet Freya komen en dat vindt het prettig. Freya wil een cruise maken naar de Oostzee. Er is een man die wel aandacht aan haar besteedt. Ze gaat elke avond naar hut 308: die is op deze reis onbezet en ze gaat er in het bed liggen om de herinneringen toe te laten. Het schip ziet ook dat Freya elke dag naar hut 308 gaat. Freya denkt daarna over haar herinneringen bijvoorbeeld aan haar vader: die was heel mager uit Indonesië teruggekomen en hij was ook verbitterd geweest. Onverwacht was hij op de wc gestorven: ze had een tijdlang niet alleen naar de wc gedurfd. Hij had haar genoemd naar de godin van de liefde en de schoonheid. Op de laatste dag gaat ze vrijblijvend met de man naar bed die aan het begin van de cruise aandacht aan haar had besteed.

Intermezzo
Ze heeft geen adres van de man gekregen en ook geen achtergelaten, want ze wil zich nog steeds niet binden aan een man. Toch was het tedere seks geweest, waarnaar ze zo had gehunkerd. Ze bezoekt haar moeder in Bovenkarspel steeds meer en ze ontfutselt gaandeweg meer informatie over Indië. Zo is tante Tina een halfzus van haar vader. Ook bewaart haar moeder steeds meer spullen: een tic die ze uit het Jappenkamp heeft overgehouden. Bezittingen zijn namelijk kostbaar en je kon er veel spullen voor terugruilen. In haar beroep maakt Freya het overlijden van een 14-jarige jongen mee. Zijn ouders hebben veel verdriet, maar eigenlijk is ze er jaloers op. Verdriet hebben is ook een emotie en zij heeft een zoon ver weg over wie ze vrijwel niets weet. Ze krijgt ook weer een verlangen naar de zee en het mooie schip.

Genua 1976
Freya gaat mee als verpleegkundige hulp bij een cruise die vanuit Genua vertrekt. Het schip Achille Lauro ziet haar opnieuw graag komen. Het vertelt ook over zijn eigen passie voor een ander schip Ms. Oranje: ze waren elkaar in het verleden wel gepasseerd, maar ook waren ze een keer op elkaar geklapt. Freya wil weer naar hut 308: de deur is open, maar even later doet iemand van buiten de deur op slot. Ze kruipt in een kast en dan lopen werkelijkheid en flashbacks door elkaar. Ze denkt terug aan het Jappenkamp, toen ze nog maar vier jaar was en ze zich moest verstoppen voor de Jappen die naar haar en haar moeder op zoek waren. Het schip leeft mee met de bange Freya. Er komen heldere herinneringen boven over angst  -dorst-  een opgepakte moeder. Uiteindelijk komt de  passagier haar verlossen. Ze vlucht weg voor de aangeschoten man.

Intermezzo
Ze komt weer in Amsterdam en verhoogt de frequentie om haar moeder te bezoeken. Zo kan ze weer meer te weten komen over de ellende in het Jappenkamp. Haar moeder zegt dat ze alles vergeten moet zijn. Haar vader heeft in de oorlog ook erg geleden: hij moest werken aan de Birmaspoorlijn en dat was werkelijk een verschrikking (Toen ik in enkele jaren geleden Thailand op vakantie was, heb ik de plaats bezocht waar de  dwangarbeiders onder helse omstandigheden hebben moeten werken. Daar werd ik nier vrolijk van. Red).

Freya heeft in haar jeugd nooit leren huilen: haar moeder huilde niet en zij daarom ook niet.

Intussen is het Koninginnedag 1980: Freya heeft dienst. Er worden veel gewonde personen het ziekenhuis binnengebracht: er zijn rellen bij de Kroning van Beatrix. Ze denkt terug aan haar eigen jeugd met spelletjes en verkleedpartijen op Koninginnedag.

Southampton 1981
Vanuit Southampton vertrekt het schip voor luxe cruises naar Zuid-Afrika. Freya gaat weer mee als verpleegkundige, omdat ze aan wal niet kan aarden. Er breekt brand uit. Het is een cruise voor rijkere mensen. Freya verzorgt ene Lady Primrose. Maar het is geen voorspoedige reis. Een vrouw springt overboord, het schip moet naar Durban worden gesleept en op de terugreis (leeg) wordt het schip wegens schulden in Tenerife aan de ketting gelegd. Het schip keldert in kwaliteit en baalt ervan dat het niet kan varen.

Intermezzo
In dit tussendeel krijgt Freya weer eens post van Herman. Die vertelt over hun zoon, die muzikaal begaafd is. Ze wil naar Nieuw-Zeeland om hem een keer te zien. De eerste kennismaking verloopt nogal stug, maar als ze een keer samen met haar zoon Volkert een muziekstuk speelt (hij viool en zij piano) klaart de lucht tussen hen beiden op. Ze ziet dat Herman erg in zijn voordeel is veranderd en ze schrijft dit toe aan een nieuwe vrouw in zijn leven. Als ze dat beseft, gaat ze halsoverkop weer terug naar Nederland. Ze bezoekt meteen haar oudere moeder en die vertelt aan haar over de terugreis vanuit Nederlands-Indië. Er komen op die manier steeds meer herinneringen terug.

Genua 1985
Het schip als verteller ziet Freya weer komen met iemand in een rolstoel. Freya heeft weer enkele reizen gemaakt en ze heeft intussen van Herman gehoord dat hij helemaal geen nieuwe vriendin heeft. Met de Kerst wil ze weer naar Nieuw-Zeeland, maar er komt iets vervelends tussendoor. Er komen in Egypte vier Arabische kapers aan boord en die maken het de passagiers erg lastig: ze willen gevangen Palestijnen vrij krijgen. Freya verzorgt een Amerikaanse jood Klinghoffer en zijn vrouw en hij wordt het slachtoffer van de kapers: ze schieten hem neer en kieperen zijn lichaam overboord. Daarna lijkt de kaping mislukt en wordt er onderhandeld over een vrijgeleide. Ook de Italiaanse kapitein wordt verhoord, omdat hij tijdens de onderhandelingen verzwegen had dat er doden waren gevallen aan boord.  Maar hij had gedaan om verder bloedvergieten te voorkomen.

Intermezzo
In dit intermezzo gebeurt heel veel. De moeder van Freya gaat sterk achteruit en ze bezoekt haar bijna wekelijks. De moeder heeft het over het bezoek van Volkert aan Nederland, maar het is een grote klap wanneer Herman haar belt om te vertellen dat Volkert verdronken is bij het duiken. Vanwege de toestand van haar moeder gaat Freya niet naar de begrafenis. Kort daarna overlijdt ook haar moeder: ze is erg verzwakt. Na de dood hoort ze van tante Tina nog het een en ander over het Jappenkamp en hoe moeilijk ze het daar hebben gehad. Ze ontdekt ook een aantal brieven van haar vader, die haar een andere kijk op de zaak geven. Hij was echt voor de Nederlandse zaak aan het knokken en voelde zich door de Nederlandse regering bedrogen. Maar ook met Freya zelf gaat het niet goed: de pijn in haar buik betekent later de diagnose darmkanker met uitzaaiingen. Er moet een operatie volgen (die een stoma oplevert) en daarna nog chemokuren. Ze wil nog één keer een reis met het vertrouwde schip maken.

Genua 1994
Het ook al afgetakelde schip Achille Lauro ziet Freya met plezier komen, al schrikt het wel van de toestand waarin zij verkeert. Freya zelf is erg rusteloos aan boord: ze denkt na over haar leven. Nooit heeft ze de rust in haar leven kunnen vinden. Als ze ’s nachts bij de reling staat, ziet ze dat de zee licht geeft (de titel). Kort daarop breekt er brand uit, maar deze keer is het veel ernstiger dan de voorgaande keren. Het schip gedraagt zich als een terminale patiënt die niet meer gered wil worden. Het maakt zware slagzij. Het schip vindt het niet erg: het water zal hem meer beschermen dan bedreigen. Veel passagiers kunnen worden gered in de sloepen, maar Freya die toch al ongeneeslijk ziek is, vindt dat niet meer de moeite waard. Ze heeft er vrede meet samen het schip ten onder te gaan. Ze bekijkt een foto van haar vader die zijn reis van Nederlands-Indië naar Holland maakte met de Willem Ruys. Het schip herkent de foto van de man die tijdens de reis bij de reling lang naar zijn verlaten land had gestaard. Dan geeft het schip zich over aan de golven van de Indische Oceaan, die zich liefdevol over hem ontfermen. Het is 2 december 1994: 19:10 uur.

Personages

Freya
Freya is in 1967 als ze uit Wellington vertrekt 26 jaar, wat inhoudt dat ze in 1941 geboren is. Haar vroege jeugd bracht ze door in Nederlands-Indië, waar ze de laatste jaren onder de Japanse bezetting zuchtte. Ze is met haar moeder opgenomen geweest in een Jappenkamp, kan zich daar eerst vrijwel niets van herinneren, maar gaandeweg komt er steeds meer flarden van herinneringen boven. Dat gebeurt o.a. wanneer ze in hut 308 van de Achille Lauro bivakkeert. Als ze 23 jaar is, schrijft ze op een huwelijksadvertentie van Herman in Nieuw-Zeeland. Zonder dat ze hem kent, gaat ze er naar toe: ze trouwen, maar dan blijkt dat het een huwelijk zonder liefde en passie is. Hoewel ze een zoon krijgt, heeft ze vrijwel gelijktijdig ook een verhouding met de pianoleraar David. Herman ontdekt dit en wil meteen terug naar Nederland. Dan blijkt dat ook David op het schip is en daarna wil Herman Freya verlaten. Hij gaat terug naar Nieuw-Zeeland. Ze leeft enige jaren samen met David in Amsterdam, maar de hete verliefdheid gaat over in liefdesverraad van Davids kant. Freya heeft een bijzondere band met haar moeder, die haar hardvochtig heeft opgevoed. Toch komt ze steeds meer te weten over vroeger. Op het vasteland kan ze niet aarden en ze probeert ook steeds met het schip, de Achille Lauro, naar zee te vluchten. Dat is soms goed voor een vluchtig avontuur met mannen, want Freya wil zich eigenlijk niet binden. Ze hoort steeds meer van haar moeder over de verschrikkingen van het Jappenkamp. Ook krijgt ze later een verlangen haar zoon te zien. In Nieuw-Zeeland speelt ze een keer samen met hem.(viool en piano) Daardoor breekt ze iets bij hem open. Het is natuurlijk een grote teleurstelling als ze door vier grote tragedies wordt getroffen: de kaping van het schip, de dood van haar zoon, het overlijden van haar moeder en het constateren van darmkanker bij haar. Ze heeft dan nog maar één grote wens: naar zee om te sterven. Tegelijk met het cruiseschip gaat ze ten onder.

Herman
Herman, de echtgenoot van Freya, is een christelijke man die vanuit Nieuw-Zeeland een huwelijksadvertentie in de Nederlandse krant zet. Wanneer hij haar van het vliegveld afhaalt, blijkt hij veel ouder te zijn en veel te saai voor Freya. Die stort zich binnen enkele jaren in de armen van een jonge minnaar en pianoleraar. Wanneer Herman dat ontdekt, wil hij meteen terug naar Nederland. Uit zijn gedrag blijkt dat hij degene is die goed voor zijn kleine zoontje zorgt. (hij geeft hem te eten, verzorgt hem als hij erg ziek is aan boord). Wanneer Herman ontdekt dat David ook aan boord is, trekt hij zijn conclusies. Hij is geen man van compromissen en neemt het vliegruig terug naar Nieuw-Zeeland. Vandaar uit onderhoudt hij met brieven het contact met Freya. De informatie die hij verstrekt, betreft voornamelijk hun zoon. Het is een stabiele en betrouwbare man, die geen onrust wil stoken in andermans leven. Hij begrijpt dat zijn huwelijk met Freya een slechte start was: zonder liefde kun je niet trouwen. Hij meldt haar tenslotte dat zijn zoon verdronken is en aanvaardt dat Freya op dat moment niet kan overkomen. Daarna vernemen we als lezer niets meer van hem.

Hannes
Hannes is de vader van Freya. Er wordt alleen over hem verteld door Freya, want het verhaal speelt zich af nadat hij overleden is. Hij voelt zich verraden door de Nederlandse regering en had met hart en ziel voor het behoud van de Nederlandse kolonie gestreden. Hij kan niet aanvaarden dat hij naar Nederland terug moest en wordt gekweld door angstige dromen. Hij maakt het niet lang meer en de moeder van Freya zegt dat ze nooit haar oorspronkelijke man meer uit Indië heeft zien terugkeren. De wonden (hij was dwangarbeider bij de Birmaspoorlijn) waren te diep. Uit de later gevonden brieven blijkt hoe hij over de Nederlandse regering dacht. Freya kan hem daarna beter begrijpen, net zoals ze begrip kan opbrengen voor de Palestijnse kapers, omdat die voor een bepaald ideaal strijden. Hij heeft ook op de Willem Ruys gevaren.

Moeder van Freya
Ook de moeder van Freya blijft in het verleden leven. Omdat ze het Jappenkamp heeft overleefd en tegen haar zin naar Nederland heeft moeten vertrekken, is ze daarna een hardvochtige vrouw geworden die ook streng is voor zichzelf. Eigenlijk wil ze het verleden vergeten en er Freya niet mee belasten. Toch komen er naarmate ze ouder wordt, steeds meer herinneringen boven. Stukje bij beetje vertelt ze haar dochter over het verleden. Ze sterft aan zwakte en ouderdom.

Achille Lauro
Achille Lauro is eigenlijk ook een personage. We maken het leven mee van een schip dat eerst zo trots was op zichzelf en later door de overgang in Italiaanse handen steeds verder van zijn eigen idee kan waarmaken. Hij ziet de aftakeling gebeuren: het schip wordt slecht onderhouden, het wordt een keer aan de ketting gelegd omdat er een schuld ontstaan is. Diverse keren breekt er brand uit aan boord. De kaping hakt er ook flink in bij het schip en het merkt dat hij ook in snelheid (zoals een oud mens) achteruitgaat. Het schip voelt zich prettig als het op zee vaart: de golven beschermen het meer dan dat ze bedreigen. Het voelt zich ook altijd prettig wanneer Freya aan boord is: het zijn gelijkgestemden. Uiteindelijk sterft het schip een zachte dood (een soort passieve euthanasie). Het is te vergelijken met een ziek mens die de strijd tegen de dood heeft opgegeven.

  • "Onzichtbaar had ik willen zijn. Als laatste schip dat doortocht verleend werd was er voor mij alle reden geruisloos door het Suezkanaal te varen, maar de stuurman manoeuvreerde mij onder luid gebrul en gestamp van mijn motoren het smalle kanaal in. Op andere reizen gonsden tijdens de tocht door het Suezkanaal de stemmen van de passagiers opgewonden door de gangen en promenades.."
  Quotes
Thematiek

Zin van het bestaan / zin van het leven
Zowel Freya als het schip Willem Ruys zijn op zoek naar de zin van het bestaan. Het schip had een mooie toekomst voor de boeg, maar de Tweede Wereldoorlog verhinderde eerst de bouw voordat het na de oorlog kon worden afgebouwd en gedoopt. Wanneer de Nederlands zeevloot in verval raakt, wordt het schip door een Italiaanse maatschappij gekocht. Het schip verzet zich tegen de ideeën van de nieuwe eigenaar en diens nieuwe denkbeelden. In Italiaanse tijd beleeft het geen gelukkige jaren: het schip raakt enkele keren in brand, krijgt te maken met kapers en zinkt tenslotte in de Indische oceaan. Parallel aan de geschiedenis van het schip loopt het levensverhaal van Freya. Geboren in Indonesië leek ze een mooie jeugd tegemoet te gaan, maar ook zij kreeg te maken met de verschrikkingen van de oorlog (Jappenkamp, haar vader was dwangarbeider bij de Birmaspoorweg). Na de oorlog kan ze haar draai niet vinden en ze wil naar Nieuw-Zeeland om met een onbekende man te trouwen. Dat kan natuurlijk niet goed gaan. Ook zij verliest dus haar eerste basis onder haar bestaan en ze moet het steeds met avontuurtjes doen: met David loopt het ook op niets uit en daarna kan Freya zich niet meer aan een man binden. Ze zoekt de vrijheid van de zee en probeert zo vaak als ze kan met het schip Achille Lauro mee te varen. Net als het schip Willem Ruys is Freya op zoek naar de zin van haar bestaan. Ze heeft geen gemakkelijke jeugd gehad door de houding van haar ouders die naar Indië terugverlangden. Haar vader was verbitterd omdat hij zich verraden voelde door de Nederlandse regering. Hij zou heel graag terug willen gaan naar het land van “tempo doeloe.” Maar eenmaal in Nederland krijgt hij last van een post traumatisch syndroom. Hij sterft op het toilet. Dat heeft ook van Freya aan hardvochtige vrouw gemaakt. Ze mag niet huilen van haar moeder. Haar huwelijksleven en haar houding ten opzichte van mannen door zich niet meer te willen binden maakt haar tot een ongelukkige vrouw op het vasteland die zich vastklampt aan het verlangen naar vrijheid die zich op zee bevindt. Ze blijft zoeken naar het geluk (weer terug naar Nieuw-Zeeland om haar zoon te zien) maar ook daar vindt ze geen rust. Ze lijdt aan het Slauerhoff-syndroom: nergens voelt ze zich thuis. Op blz. 306 denkt Freya: “De reis die ze nu maakte, was voor het eerst geen vlucht, eerder een bestemming die ze eindelijk had bereikt. In al die jaren had ze het doel van haar leven niet kunnen ontdekken, was het verlangen naar dat wat in de verte schemerde nooit verworden tot een helder beeld. Pas nu ontdekte ze de leegte van die verte, voelde ze de waarde van het nu.” Dan gebeuren er binnen korte tijd vier tragische feiten: de dood van haar zoon en moeder, de kaping van het schip en de constatering dat ze darmkanker heeft. Dan rest er nog één reis: die naar de bodem van de oceaan waar ze eindelijk rust kan vinden. Bestemming bereikt.

Motieven

Moeizame liefdesrelaties
Haar relatie met mannen is moeizaam. Natuurlijk heeft ze een verkeerde start gemaakt door zich te binden aan een onbekende man (Herman) Je staat dan open voor een seksuele relatie met een jongere man. Maar die blijkt meer op lust en verliefdheid gebaseerd te zijn, wat uiteindelijk ook geen stand houdt. Daarna heeft Freya niet meer de behoefte zich aan een man te binden en heeft ze slechts los-vaste seksuele relaties (o.a. tijdens de cruises en af en toe met artsen)

schuldgevoel
Over haar relatie met haar zoon Volkert en haar mislukte pianostudie heeft Freya een schuldgevoel ontwikkeld. Een moeder die zo weinig naar haar kind omkijkt. Vgl. blz. 307: “Het schip was de enige plek op aarde waar ze zich niet schuldig voelde, niemand kende haar daar, ze was niet de moeder die haar kind verlaten had, niet het mislukte pianotalent, niet de angstige doelloze Freya van aan de wal, niet de dochter van een vader van wie ze gedacht had dat hij haar niet de moeite waard had gevonden om voor te blijven leven.”

Tweede Wereldoorlog
Haar ouders hebben geleden onder de ellende in de Jappenkampen. Dat bepaalt hun latere houding in het leven.

Queestemotief
Dit motief is sterk verbonden aan het thema: de zin van het bestaan. Freya (maar ook het schip) zijn op zoek naar het geluk in hun bestaan.

Familiebetrekkingen
De verhoudingen tussen ouders en kind spelen een belangrijke rol in deze roman. De verhouding tussen moeder en Freya wordt beïnvloed door het Jappenkamp. De verhouding ten opzichte van haar vader is moeizaam, omdat ze hem niet kan begrijpen, omdat hij zo weinig vertelt. Pas uit de later gevonden brieven komt ze iets van hem te weten. Door haar opvoeding en jeugd kan ze zelf geen liefde opbrengen voor haar zoon Volkert. Die rol wordt overgenomen door haar man Herman die het kind grotendeels verzorgt.

Motto 

Er is eigenlijk geen motto, maar de schrijfster laat op deze pagina wel de bladmuziek van een Indonesisch kinderliedje zien. Het liedje (Terang boelan di kali)  dat over een schijndode krokodil gaat, komt daarna enkele keren in de tekst van de roman voor.
De titel van het liedje is  “De maan schijnt over de rivier”.  De tekst van het liedje en de melodie geeft haar een geruststellend gevoel.

Trivia 
  • De schrijfster Josha Zwaan heeft zelf de tocht gemaakt door het Suezkanaal die in deel I van de roman wordt beschreven. Ze kwam toen uit Nieuw-Zeeland omdat haar ouders naar Nederland emigreerden. Het schip Willem Ruys was sinds 1947 het vlaggenschip van de Nederlandse vloot, voordat het in 1965 werd verkocht aan de Italiaanse maatschappij die het schip een andere naam gaf: naar de eigenaar Achille Lauro. De schrijfster heeft de historische feiten van het schip beschreven en er een literair verhaal van gemaakt. Nadat het schip verkocht was, beleefde het een ongelukkige tijd: er brak enkele keren brand uit en het schip werd ook een keer gekaapt. Op 29 november 1994 breekt er een fatale brand uit en op 2 december 1994 zinkt het schip levensmoe naar de bodem van de Indische Oceaan
Titelverklaring 

“Zeevonk”  is een term die verwijst naar de golven die door een samenspel in de natuur ’s nacht licht kunnen geven.  Het is een bijzonder natuurkundig verschijnsel. Op de laatste reis gaat de zieke Freya ’s nachts naar het dek. Op blz. 318 staat de volgende passage:

“Een zacht schijnsel op de golven trok haar aandacht. Een moment dacht ze dat de bewolking opgelost was en de flonkering van de sterren zich weerspiegelde in de golven. Lichtflitsen sprongen op en neer op de schuimkoppen, het wit gloeide op in het donker. De felgroene randen en opspattende blauwe vonken verrieden de aanwezigheid van zeevonk in het warme water van de Indische oceaan. Het fluorescerende licht betoverde en troostte haar. Een groot deel van de nacht keek ze naar het lichten van de zee, dat zich op al haar reizen maar zelden had vertoond. Het leek een voorbode van een geheim dat de zee tot nu toe had bewaard”.

Deze passage is daarom ook een vooruitwijzing naar de dood van Freya die samen met het schip Achille Lauro haar einde vindt op de bodem van de Indische oceaan. Het is de mooiste dood die Freya en het schip zich kunnen indenken. Beschermd te worden door de golven van de zee. Het geheim dat de zee voor haar heeft bewaard, is het mysterie van de dood.

Structuur & perspectief 

In deze roman zijn enkele delen te onderscheiden. Ze worden aangeduid met de namen van de stad waarvandaan het schip Achille Lauro vertrekt:
- Wellington 1967
- Amsterdam 1971
- Genua 1976
- Southampton 1981
- Genua 1985 
- Genua 1994

Tussen al deze  delen zijn ook nog Intermezzo’s geplaatst, waarin Freya niet aan boord van het schip is. Deze zijn dan in hoofdstukken verdeeld die aangegeven worden met Romeinse cijfers. De intermezzo’s hebben ook nog een inhoudelijk reden. Op blz. 207 staat: “Toen ze zich aanmeldde bij Flotta Lauto had een paar keer  per jaar op een cruise meevaren haar een welkome afwisseling geleken met het leven in Amsterdam Nu realiseerde ze zich dat die werkelijkheid zich omgedraaid had, dat haar leven zich hier afspeelde, op het schip, met haar patiënten. De weken, soms maanden aan wal waren intermezzo’s geworden, pauzes in haar bestaan, een wachtkamer waarin ze de dagen aftelde tot het moment waarop ze weer scheep zou gaan”.

De delen die een titel, dragen hebben een meervoudig perspectief. Er zijn steeds korte hoofdstukken waarin het schip Willem Ruys/Achille Lauro de ik-verteller is. Dat is natuurlijk wel een unieke vertelsituatie: een boot die verteller is. Deze hoofdstukken worden aangeven met een aanduiding die voor schepen normaal zijn : hun plaats wordt bepaald met zoveel graden NB of ZB en zoveel graden OL en WL. Het schip vertelt in de o.v.t. In het eerste hoofdstukje vertelt het schip dat het op het punt staat te zinken in december 1994, dit is als het ware een proloog die spanning moet wekken voor de rest van het verhaal.

Deze hoofdstukken worden afgewisseld  door  hoofdstukken  die meestal iets langer zijn en de personale vertelster Freya hebben. Ze worden aangegeven met een typografisch teken. Freya vertelt in de o.v.t.

Nadat het verhaal is afgelopen volgt nog een opsomming van historische feiten omtrent het schip Willem Ruys/Achille Lauro.

Decor 

De tijd van het verhaal is heel goed te volgen in de diverse delen van de roman.

Deel I vertelt over het vertrek van Freya en het schip uit Wellington (1967): een reis die vijf weken zou duren. Historisch feit betreffende het schip: het was het laatste schip dat door het Suezkanaal mocht varen vlak voor het uitbreken van de Zesdaagse oorlog in Egypte.  

Daarna volgen we het leven van Freya en het schip en de jaartallen worden steeds aangegeven in de titels van de delen. Het laatste deel eindigt in december 1994, wanneer het schip Achille Lauro naar de bodem van de Indische Oceaan zinkt. De vertelde tijd is dus eigenlijk van 1967 tot en met 1994: 27 jaar. Maar doordat Freya herinneringen krijgt aan de laatste jaren van de oorlog, gaat het verhaal eigenlijk verder terug, namelijk tot 1945.

Wat de plaatsen van de roman betreft, die worden in de titels aangegeven. De naam van de stad is de stad waarvandaan het schip voor een reis of cruise vandaan vertrekt (Wellington, Amsterdam, Genua, Southampton). In de intermezzo’s speelt het verhaal zich vooral af in Amsterdam (waar Freya woont) en in Bovenkarspel (waar haar moeder woont). In één intermezzo gaat ze terug naar Nieuw-Zeeland (Hastings) om haar ex-man en zoon op te zoeken.

De belangrijkste ruimte is natuurlijk wel het schip Willem Ruys /Achille Lauro zelf. Het is bovendien een van de vertellers. Er is dus sprake van een belangenruimte, omdat Freya en het schip zich in elkaars nabijheid gelukkig voelen.

 

Stijl 

Josha Zwaan schrijft een heldere en krachtige stijl. Zij is een uitstekende verteller, waardoor je als lezer steeds dieper het verhaal wil induiken. Ze legt het schip korte maar rake filosofische gedachten in de mond. Ze weidt nergens uit naar onbelangrijke details waardoor de aandacht van de lezer zou kunnen verslappen.

Haar beeldspraak is treffend, waarvan hieronder enkele voorbeelden:
-        “De nacht is een moeder, een minnares, een vijand, een sprookje”  (blz. 52)
-        De weken, soms maanden aan wal waren intermezzo’s geworden, pauzes in haar bestaan, een wachtkamer waarin ze de dagen aftelde tot het moment waarop ze weer scheep zou gaan.” (blz. 207)
-        “Zonder te laten merken hoe bang ze was, had ze zich in de witte tunnel laten schuiven. Mitrailleurs vuurden onophoudelijk salvo’s op haar af., een drilboor zocht zich brullend een weg door haar huid, haar spieren, haar aderen, haar hersenen. Het bombardement van kabaal en trillingen duurde langer dan de achttienhonderd seconden die ze probeerde te tellen op de maat van de muziek van Chopin. (blz. 302)
(de beschrijving van haar behandeling een MRI-scan)

-        Na de operatie was haar ziekenhuisbed veranderd in een schip. Haar lichaam deinde dagenlang op hoge golven, werd opgetild en weggeslingerd, stortte neer op het matras, zonk weg in metersdiepe zompige materie. De pijn scheurde met hoge snelheid door haar onderlichaam… (blz. 304)

Slotzin 
Geen saluut deze keer. Geen “Last Post” verstopt in een toon. Zwijgend ga ik ten onder. Het water sluit zich boven mij. 2 december 1994 19.10 uur
Beoordeling 

De eerste roman van Josha Zwaan was niet alleen een geweldig verkoopsucces, het boek werd ook alom in recensies en op het internet geprezen. Ik heb het boek destijds voor www.scholieren.com besproken, nadat enkele leerlingen mij erop attent hadden gemaakt. Ik vond het een mooi boek. Het is voor een auteur altijd moeilijk om na een succesvol debuut een tweede kwalitatief goede roman te schrijven. Net als in de eerste roman heeft Josha Zwaan zich gebaseerd op historische gebeurtenissen: de levensloop van het schip Willem Ruys, dat later tot Achille Lauro werd herdoopt en onder een andere vlag ging varen. Het schip heeft meer dan gewone dingen beleefd en zonk uiteindelijk in 1994 in de Indische Oceaan. Heel bijzonder is dat de schrijfster het schip kiest als een verteller. Daarmee heft ze het probleem op dat de lezer anders alleen vanuit de (onbetrouwbare) visie van Freya naar het verhaal kijkt. Het schip geeft als het ware het commentaar van een alwetende verteller die van een afstandje naar Freya kijkt. Dat geeft het verhaal een bijzondere dimensie. Zwaan koppelt het levensverhaal van de Willem Ruys aan het levensverhaal van Freya. Dat doet ze via een complexe, maar goed uitgewerkte structuur die door de aanwijzingen boven de delen echter heel goed te volgen is, ook voor minder ervaren lezers. Je krijgt als lezer medelijden met de hard opgevoede Freya die nooit mocht huilen en daardoor ook een harde visie voor anderen er op nahoudt. Ze kan zich niet binden aan relaties en houdt  altijd een verlangen terug te gaan naar zee.

Naast de goed uitgewerkte structuur brengt Zwaan ook veel spanning in haar verhaal. Stukje bij beetje geeft ze de “Japanse” voorgeschiedenis van haar ouders prijs. Dat ze met het schip uiteindelijk ten onder gaat (Freya geeft het schip groot gelijk dat het zich (net als zij) niet tegen wil en dank blijft verzetten tegen de ondergang) staat garant voor een symbolisch einde.

De roman is m.i. heel geschikt voor de behandeling in leesclubs. Maar ook scholieren kunnen er veel plezier aan beleven. Ik vind het boek een van de beste romans die ik de laatste tijd heb gelezen en het verdient dan ook een  plaats op de literatuurlijst en in het middelbaar onderwijs. Het heeft een meer dan gemiddeld hoog niveau, ondanks de relatieve onbekendheid van de auteur. (Hoewel, van Parnassia werden maar liefst 75.000 exemplaren verkocht.)

Op de literatuurlijst is het boek  goed te combineren met andere romans. Ik denk aan:
- Bruidsvlucht van Marieke van der Pol (ook a.s. bruiden die naar Nieuw-Zeeland vliegen);
- Bezonken rood van Jeroen Brouwers (over de relatie moeder-kind in een Jappenkamp).

 

Recensies
"Doordat het verhaal is ingebed in historische feiten haalt dit iets van de spanning weg. Maar het verhaal blijft overeind en is van a tot z boeiend. En al was haar huwelijk met Herman niet de beste keuze in het leven van Freya, haar verbintenis met de Willem Ruys spreekt zeer tot de verbeelding. "
Bron: postscriptum.nl
"Na Parnassia schreef Joshua Zwaan opnieuw een roman waarin historische feiten vermengt worden met een verzonnen verhaal. Om de geschiedenis van een schip tot onderwerp van een roman te nemen moet je denk ik wel iets van een connectie met het schip hebben en die was er ook. De schrijfster was zelf één van de passagiers aan boord van de Achille Lauro toen deze in 1967 als laatste schip door het Suez Kanaal voer, voor de zesdaagse oorlog tussen Israël en de Arabische buurlanden uitbrak. De naam Achille Lauro kende ik, maar ik wist niet dat het schip eerder Willem Ruys heette en ik was verbaasd over het aantal branden aan boord van het schip. Voor de rest had ik vage herinneringen aan een schip dat jarenlang aan de ketting lag en berichten over een kaping. Het levensverhaal van Freya werd op een natuurlijke manier verweven met deze gebeurtenissen. Haar twijfel, haar nieuwsgierigheid, het telkens opnieuw uitstellen, de bevrijding die ze aan boord voelde werden op een mooie indringende manier weergegeven. Ik heb genoten van dit mooie 'liefdesverhaal' waarin een vonk oversprong tussen een vrouw en een schip. Een vonk die net als het natuurverschijnsel een bijzondere gloed aan het verhaal gaf. "
Bron: curledupbook.blogspot.nl
"Pdf-bestand van de recensie in het Reformatorisch Dagblad"
Bron: www.joshazwaan.nl
"Schrijfster Zwaan verkent in dit boek middels een lichte stijl de overeenkomsten tussen Indische en Joodse oorlogsslachtoffers; onthechting, angst, onderdrukking van gevoelens. Maar ondanks de zware thematiek, wordt het boek nergens te zwaar. Bij het debuut van Zwaan, Parnassia, over de strijd na 1945 om Joodse onderduikkinderen, schreef Awraham Meijers destijds in het NIW: „... het is waarschijnlijk juist de (emotionele) afstand waardoor de schrijfster in staat was een afstandelijk verhaal te formuleren, dat wil zeggen; een haarscherpe analyse zonder zich als auteur bloot te geven.” En zo is het in dit boek ook weer. Juist die afstand maakt het invoelbaar. Aanrader!"
Bron: Schrijfster Zwaan verkent in dit boek middels

voeg reactie toe

Sneller en makkelijker reageren?
Login of maak een profiel aan

6613

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer