Zes types tijdens de herkansingweek: ben jij de stresskip, nachtbraker, of toch de uitsteller?
De herkansingweek komt er weer aan voor examenleerlingen: voor de één een stressvolle week en voor de ander een kans om het gemiddelde nog hoger te krijgen. Iedereen beleeft deze week anders en iedereen gaat er anders mee om: de uitsteller, de stresskip of de nachtbraker. Wie ben jij? In dit artikel zetten we de verschillende types op een rijtje, mét tips om per type je cijfers te kunnen verbeteren. Check dus snel welk type jij bent!
1. De uitsteller
De uitsteller begint vaak de avond van tevoren, of zelf vroeg in de ochtend pas met leren. Scrollt veel op z’n telefoon en zegt vaak ‘Ik doe het straks wel.” Voor deze types is het handig om meteen uit school te beginnen met leren (30 minuten bijvoorbeeld) en het goed te verdelen. Leg hierbij je telefoon in een andere kamer.
De pomodoro techniek zou voor dit type ook handig kunnen zijn. Dit is een methode waar je 25 minuten werkt en dan 5 minuten pauze houdt (of bijvoorbeeld 50 minuten en 10 minuten pauze) en dit dan bijvoorbeeld drie keer achter elkaar. Zo verdeel je je tijd en concentratie goed en kan je bijvoorbeeld als je drie vakken moet leren op één dag deze efficiënt en effectief met deze techniek indelen.
2. De nachtbraker
Dit type zit de hele nacht door te leren totdat ‘ie alles kent, omdat het op tijd weer niet gelukt was en alles nu op één nacht aankomt. Of: omdat ‘ie een tikkeltje perfectionistisch is, en denkt dat je pas goed scoort als je echt alles binnenstebuiten kent. Door deze ‘extra’ uren ben je echter vaak moe tijdens de toetsen, dus het is beter om dit anders aan te pakken.
Zorg dat je in ieder geval 7 tot 8 uur slaapt; je geheugen werkt dan beter en je hebt meer energie voor je toets. Stop daarom de avond van tevoren rond 22:00–23:00 en sta ’s ochtends op tijd op om alles kort te herhalen. Zorg er ook voor dat je voor het slapen gaan geen nieuwe, moeilijke stof meer leert, maar alleen nog herhaalt. Wees lief voor jezelf, nachtbrakertje!
3. De stresskip
De stresskip leert vaak erg veel, is heel gespannen, denkt dat alles gaat mislukken en slaapt slecht. Voor deze types is het handig om te berekenen welk cijfer je nodig hebt voor een voldoende gemiddeld (stel je hebt al 1 6.5 staan, en je gaat je 3.5 herkansen moet je een 5 halen om gemiddeld een voldoende te staan) dit kan met een app zoals 'Cijferhulp'. Dit helpt je met inzien dat goed genoeg ook gewoon goed kan zijn! Ook is voldoende slaap belangrijk. Stressen helpt vaak niet en zet je vast: vertrouw op je kunnen en je leerproces!
4. De ‘alles komt wel goed’
Dit type is juist zelfverzekerd, maar kan daardoor ook een beetje laks worden. Dat je de stof alle stof hebt geleerd is natuurlijk heel fijn, maar hiermee onderschat je soms de moeilijkheidsgraad van de toets. Om te kijken of alles inderdaad wel goed komt is het handig om een oefentoets te maken en te kijken hoe je zou scoren op de echte toets. Focus op je zwakke punten en laat iemand je overhoren. Voor dit type geldt: ga niet te snel achterover zitten, maar zorg dat je echt even goed check of je inderdaad zo goed voorbereid bent als je denkt!
5. De chaoot
Het chaotische type weet niet waar te beginnen, mist overzicht en vergeet onderwerpen. Een overzicht met afvinklijsten wat je per vak moet weten en kunnen kan hierbij helpen. Het is het handigst om te beginnen met onderwerpen die het grootst/meest terugkomen in de toets en ook is één vaste leerplek ook slim, zodat je alles op één plek hebt.
6. De ‘alleen maar lezen’
Het ‘alleen maar lezen’-type maakt samenvattingen, leest deze of het boek steeds door, maar oefent weinig tot niet met vragen maken. Door de stof alleen maar door te lezen, neem je misschien wel begrippen in je op, maar gaat veel punten mislopen. De grootste tip voor deze types is om de stof goed door te lezen en daarna vragen te oefenen (om er achter te komen welke stof je nog lastig vind). Op basis daarvan kan je verder leren en oefenen.
Welk type ben jij? Reageer in de comments!