Jongeren met messen

Er komen veel berichten in het nieuws over jongeren die betrokken zijn bij steekincidenten. Wat merken jullie van het messenbezit onder jongeren? Vul onze (anonieme) vragenlijst in! Duurt maar 2 minuten.

Hoe mijn overgrootvader zijn leven waagde voor zijn gezin

Door Wieke

"In de Hongerwinter verkocht de ijscoman op de hoek  iets wat hier op leek." Mijn opa wijst naar het glas slagroom met een vuurpijl erin dat voor zijn neus staat. Hij is vandaag 86 geworden. We zitten met de familie aan tafel in een restaurant en iedereen is uitvoerig in gesprek. "Suiker was er niet, dus het moet een soort meel zijn geweest", gaat mijn opa verder. "Dat blies hij op tot iets wat op slagroom leek. De hele straat ging dan een teil bij hem halen. Dat at je dan op, vervolgens liet je een grote boer en daarna had je weer honger!"

Ik heb opa een hoop verhalen horen vertellen, maar over de Hongerwinter, nu precies 75 jaar geleden, heeft hij het nooit eerder gehad. De meesten van jullie hebben vast wel eens van de term gehoord: uit geschiedenisboeken op school, musea of films over de oorlog. Je hoort vaak hoe erg het was, maar je kan je nooit echt voorstellen hoe het is om een hele winter bezig te zijn met genoeg eten bij elkaar sprokkelen. Daarom was ik eigenlijk best benieuwd naar wat opa nog meer te vertellen had. Dus vroeg ik door.

De Hongerwinter

De Hongerwinter was de laatste winter in de oorlog voor de bevrijding in 1945. Het heette de Hongerwinter, omdat er een enorm tekort was aan eten en brandstof. Dit kwam omdat de Duitse bezetters de voedseltransporten naar het Westen hadden gestopt, als reactie op de staking van de Nederlandse Spoorwegen. Daarnaast kwamen er geen kolen meer uit Limburg, omdat Limburg al bevrijd was en de rest van Nederland nog niet. Twintigduizend mensen overleefden deze winter niet vanwege honger en kou.

In het donker de Maas op

Opa's vader was op een avond met een paar collega's de Maas opgevaren. In het donker, want er was geen elektriciteit meer. En al was dat er wel, lichten mocht je niet aan hebben van de Duitsers omdat je dan de Engelsen de weg zou kunnen wijzen. Met de boot voeren ze ze naar een boer om flessen jenever, die ze ergens op de zolder van het bedrijf vandaan gehaald hadden, te ruilen voor aardappelen. Dit moest in het diepste geheim, want tussen 20:00 en 6:00 uur mocht je niet naar buiten.

75 jaar later, in een restaurant in Zwijndrecht met eten in overvloed, herinnert mijn opa zich dat zijn vader 's ochtends terugkwam met een paardenkar vol aardappelzakken. "Mijn vader haalde er zes zakken uit voor ons gezin. De rest deelden ze uit aan de medewerkers van het bedrijf."

Aardappels ruilen voor medicijnen

"Ons gezin had geluk zoveel aardappelen op voorraad te hebben." Aardappelen was dan ook het enige wat het gezin van opa at. Opa wijst naar zijn hand: "Na een tijd kreeg ik hier zweren. Je had natuurlijk een tekort aan van alles en nog wat. Te weinig vitaminen. Mijn vader is een mandje aardappels gaan ruilen bij de huisarts voor een medicijn."

Als er iets te eten was, moest dat natuurlijk ook gaar gemaakt worden. Het gemak waarmee wij vandaag een gaspit aansteken, was er toen niet bij. "De brandstoffen waren op en het eten moest met de grootste moeite op een noodkacheltje klaargemaakt worden", vertelt opa. "Zo verdween de ene boom na de andere uit het straatbeeld. Zelfs schuttingen, boeken, stoelen en tafels werden gebruikt om de noodkacheltjes te stoken."

Lopen naar familie

Eens in de zoveel tijd bracht het gezin van mijn opa een aardappelprakje naar alle oudtantes en -ooms die verderop woonden. Die waren te oud om zelf gevaarlijke toeren uit te halen om aan eten te komen en waren afhankelijk van het eten dat mijn opa bracht. Opa: "De trams reden niet meer, dus we deden de aardappelprakjes in de kinderwagen en daarmee liepen we naar de andere kant van de stad." Opa's vader fietste zelfs naar een andere stad om zijn ouders eten te brengen. "Fietste hij helemaal naar Kralingen? Nou dat is een end hoor, Wieke", zegt oma verbaasd. "Ja, daar was hij dan ook de hele dag mee bezig", antwoordt opa.

Oma luistert in stilte naar opa, maar heeft nog niet veel gezegd. Oma is jonger dan opa - ze was nog maar een jaar of acht tijdens de Hongerwinter. Ik vraag haar of zij wel te eten hadden. Oma wordt emotioneel. Ze vertelt dat ze geen eten hadden, totdat er mensen langskwamen. Zij hadden wel nog eten: bonen. Daar kregen ze wat van.

Koekjes uit de lucht

Hier in het restaurant, waar we allerlei gerechten van de uitgebreide menukaart kunnen kiezen en toegang hebben tot een all you can eat saladebar, raken deze verhalen me. Dat je altijd te eten hebt is zo vanzelfsprekends en 'honger' lijkt iets van heel ver weg. Dat mijn eigen opa en oma hier vertellen over de honger die zij hadden, zorgt ervoor dat ik de maaltijd die ik net heb gegeten extra waardeer.

Toen de Engelsen en Amerikanen de rest van Nederland bevrijdden, vlogen er vliegtuigen over Nederland die pakketten met eten lieten vallen. "Kaakjes, Wieke", zegt oma. Ze bedoelt de droge meelkoekjes die je tegenwoordig voor 0,60 cent bij de supermarkt kan kopen. "Eerst waren het alleen kaakjes. Die vulden natuurlijk helemaal niet, maar het was tenminste eten." Opa: "Later kwamen er ook andere dingen. Blikken met 'meat and vegetables' erop." De ober onderbreekt ons gesprek terwijl hij de lege borden op zijn arm stapelt: "Kan ik u nog een kopje thee of koffie aanbieden?" Opa antwoordt: "Graag, met suiker."

De smaak van honger

Het verhaal van mijn opa zette me aan het denken. Over onze generatie en dat wij zo bevoorrecht zijn opgegroeid, meer dan we ons soms beseffen. Hoe fijn het moet zijn voor opa en oma om te zien dat hun kleinkinderen met zulke welvaart en mogelijkheden leven. Dat klimaatverandering dit alles misschien wel kan omgooien. Ik moest denken aan de grappen en memes over het uitbreken van een Derde Wereldoorlog door het conflict tussen Amerika en Iran en of die grappen eigenlijk wel zo grappig zijn. 

Ik dacht ook aan de uitspraak die de voorzitter van de Farmers Defense Force, Mark van den Oever, begin december deed: "75 jaar geleden kenden Nederlanders nog de smaak van honger, toen de boer de meest gewaardeerde burger was." Hij schreef dit bij zijn oproep om een soort mini-hongerwinter te creëren bij wijze van boerenprotest. Walgelijk vind ik deze romantisering van de Hongerwinter. De smaak van honger was geen smaak, dat was ellende. Ook de waardering van de boer die Van den Oever noemt heeft volgens mij niks met de Hongerwinter te maken.

Durf te vragen

Durf je opa of oma te vragen naar de oorlog en de Hongerwinter. Het is misschien een beetje eng, maar deze persoonlijke verhalen zijn heel waardevol. Door deze verhalen begrijp je beter wat er zich heeft afgespeeld in de oorlog en kan je je voorstellen hoe het was. Dat is belangrijk, zodat we blijven onthouden hoeveel geluk wij hier hebben en dat zoiets nooit weer mag gebeuren.

Gepubliceerd op 23 januari 2020
ADVERTENTIE

Als ik moet kiezen, dan ga ik het liefst:

REACTIES

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.

Olivier

Olivier

Ik vind dit wel een beetje raar eerlijk gezegd...

4 weken geleden

Antwoorden

gast

gast

Merel

Merel

Wat een prachtig verhaal Wieke.

4 weken geleden

Antwoorden

gast

gast