Pierluigi

Pierluigi

Door
Nooit eerder was een persoon mij zo vredelievend voorgekomen als Pierluigi Fatousi, de man die dagelijks plaatsnam op zijn bankje in het park van Zeewolde. Pierluigi was een Italiaan, zo wist ik. Zijn ogen stonden intens maar nét niet zwoel; mystiek is het woord. Die blik werd versterkt door zijn borstelige wenkbrauwen. Zijn stem was als een bariton en zijn handen zo groot als die van een doorgewinterd mijnwerker. Deze man hoorde niet thuis in Zeewolde. Hij hoorde olijven te plukken in het zonnige Florence of daar uren over de zin van het leven te filosoferen. Niettemin zat Pierluigi elke ochtend op zijn bankje. Ik, bekeerd tot het kijken naar anderen, zat steevast op míjn bankje, iets meer dan tien meter van Pierluigi vandaan. In de eerste weken van onze gezamenlijke winterdagen deden we niet meer dan elkaar vriendelijk toeknikken. Zomaar bij iemand aanschuiven, deed ik niet. De enige mensen die hem aanspraken waren zwervers. Eentje had hem zelfs bedreigd. Maar Pierluigi had zijn vuist opgeheven en een weerspannige schreeuw laten horen… waarop de zwerver verdween. Volgens mij was dit de enige keer dat Pierluigi een emotie uitte. Na drie weken van gezamenlijke individualiteit besloot ik dat de tijd was gekomen de eerste stap te zetten. Pierluigi keek mij met een scheef, maar niet onwillig oog aan. Van dichtbij leken de groeven in zijn gezicht te zijn veroorzaakt door het torsen van een zware last. Pierluigi keek mij langdurig aan en knikte vervolgens. Ik mocht zitten; op audiëntie bij Pierluigi. Zijn leeftijd was moeilijk te schatten, zestig of ouder, dat zeker. Sieraden droeg hij niet, een horloge evenmin. Dat moest de reden zijn dat hij uren achter elkaar op dit bankje kon zitten. Later zou hij vertellen dat de tijd hem niets kon schelen. Het houvast, de regelmaat in zijn leven liet zich regelen door de zon, die ontegenzeglijk nacht en dag inluidde. Dat was voldoende, overtuigde Pierluigi mij. Ik had het gevoel dat ik werd onderwezen door de Italiaan die in de eerste uren van ons gesprek met de minuut ouder leek te worden. Vanaf de dag dat ik het lef had getoond plaats te nemen naast hem, werden Pierluigi en ik goede vrienden. Ons verbond bestond eruit dat we te allen tijden samen wisten te overleven. We keurden de passanten een blik of een lach, maar hielden onze werkelijke gevoelens keurig voor elkaar of onszelf. Pierluigi vertelde minder over zijn leven dan ik over het mijne. Hij kwam uit Dazu, leefde daar van de kazen die de stad groot hadden gemaakt. Zijn vrouw was gestorven nadat ze hun enige kind ter wereld had gebracht. Het kind stierf niet veel later. De leden van de stad bekommerden zich om Pierluigi, maar hij verklaarde openlijk dat God het zo wilde en dat hij niet rouwig was om het besluit. Hoongelach viel hem ten deel. Erger nog, vertelde Pierluigi, ze maakten hem belachelijk, verjoegen hem uit zijn huis en plukten zelfs zijn kippen kaal! Zo kwam het dat Pierluigi, verstoten uit zijn dorp, Europa introk. Niet uit liefde voor zijn vrouw, niet uit eenzaamheid of haat, maar vanwege de acceptatie van zijn lot. Via Praag belandde hij in Brussel, Berlijn en Parijs. Overal woonde hij enkele maanden, had hij minnaressen en gebruikte hij zijn grootste talent om aan de kost te komen; Pierluigi was een uitstekend schilder. In Parijs woonde hij ruim vijf jaar, totdat hij op een avond werd overvallen door Clochards en zijn leven een andere wending kreeg. Niet alleen was hij berooid – wat hem vaker was overkomen – maar hij was tevens gewond, brak zijn heup, die nooit volledig kon herstellen. De manke Pierluigi vond dat zijn incapabelheid niet hoorde in een stad als Parijs. Hij vertrok naar Nederland, waar hij zich vestigde in Zeewolde. Dat was trouwens toeval, vertrouwde hij me toe, hij had de kaart van Nederland opgehangen en er met een mes op geworpen. Zeewolde dus. Hier had hij rondgelopen en rondgekeken. Zijn conclusie was helder: hij zou op een bankje zitten en om zich heenkijken. Mensen bestuderen. Zijn dood, zo wist Pierluigi, zou snel komen. Zijn heup was een voorbode geweest. Hij had gelijk, want precies twee maanden nadat ik het voor de eerste keer had aangedurfd naast hem plaats te nemen, stierf Pierluigi Fatousi. Hij zat levenloos op zijn bankje, zijn ogen gesloten, dat wel. Ik zoende hem op zijn voorhoofd, nam zijn portefeuille en hernam vervolgens mijn plaats op mijn oude bankje.

Tenzij anders vermeld zijn foto’s op Scholieren.com gelicenseerd onder CC BY-NC 4.0.

Gepubliceerd op 21 november 2003

Lees verder

Te veel focus op resultaten, te weinig op leerproces: wat vind jij van het huidige onderwijs?
Te veel focus op resultaten, te weinig op leerproces: wat vind jij van het huidige onderwijs?
Waarom we Pasen, Hemelvaart en Pinksteren vieren
Waarom we Pasen, Hemelvaart en Pinksteren vieren
Zes types tijdens de herkansingweek: ben jij de stresskip, nachtbraker, of toch de uitsteller?
Zes types tijdens de herkansingweek: ben jij de stresskip, nachtbraker, of toch de uitsteller?
ADVERTENTIE
Jouw redding voor de examens!

De examens komen eraan. Hoeveel examenstress heb jij? Geen zorgen, Examenbundel staat voor je klaar. Met het Voordeelpakket heb jij de optimale voorbereiding voor je examen. Leren en oefenen in één handig pakket. Let’s go!

Ik ga slagen

REACTIES

L.

L.

Haha goeie ;) maar chocola blijft goed, een banaan is na een week of wat vies en bruin. Maar je hebt wel gelijk, er word altijd veel te veel eten gekocht en na een week of wat ben je het zat, en eten na een bepaalde datum zal wel wat meevallen denk ik, maar een maand lang pepernoten is gewoon .. om misselijk van te worden ;)

18 jaar geleden

E.

E.

snoep is lekker, vooral pepernoten :D

18 jaar geleden

G.

G.

Ik kan geen pepernoot meer zien :S

18 jaar geleden

_.

_.

ik benn verslaaaaafd aan pepernoten, en ook aan chocola. mij kan het dus geen kwaad.
:P

18 jaar geleden

H.

H.

heej

18 jaar geleden

Log in om een reactie te plaatsen of maak een profiel aan.