Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.

Columbus

Geschiedenis

Biografie

5.2 / 10
1e klas vmbo
  • e sj
  • Nederlands
  • 1978 woorden
  • 5986 keer
    3 deze maand
  • 16 juni 2008
Columbus.

Het leven van Columbus

Iedereen zegt de achternaam van: Christopher Columbus. Christopher is dus zín voornaam. Hij werd geboren in 1451.
Hij woonde toen in Genua in ItaliŽ. Hij was de oudste van de 5 kinderen. Zijn vader was wolwever van beroep Christopher hielp hem ook regelmatig bij zijn werk. Er waren bijna toch geen scholen. Eerst wou hij ook het vak leren, maar hij kwam heel vaak in de haven en leerde veel van zeelui. Ook al waren er weinig scholen, hij kreeg toch een opleiding tot matroos toen hij 14 jaar was. Daarna studeerde hij aardrijkskunde. Hij ging ook wel eens mee op zeereis met die zeelui over de Middellandse Zee en zag hij veel vreemde landen. Hij leerde ook navigeren en zeekaarten tekenen, maar de meeste zeekaarten maakte zijn broer Bartolomeo. Hij verhuisde daarom ook in 1474 naar Lissabon daar woonde zijn broer. Toen raakte hij nog meer in aanraking met de scheepvaart, want Portugal had de beste schepen in die tijd.
Bovendien hadden de Portugezen al heel veel van Afrika ontdekt.
In 1487 had ook de Portugees BartolomeŁs Diaz al als eerste om Kaap de Goede Hoop heen gevaren en zo kwam hij in IndiŽ terecht.
En de Portugezen gingen daar toen handel voeren in specerijen.
Die tocht was dus via het oosten. Maar Columbus wou die tocht via het westen doen. De geleerden vonden die tocht heel erg gevaarlijk, want in die tijd dachten ze dat de aarde zo plat was als een pannenkoek en dus geen bol zoals nu. Maar toch waren er geleerden die zeiden dat je toch beter via het westen kon varen, want dat was misschien korter en kon je conflicten met de bemanning van BartolomeŁs Diaz voorkomen. Maar de meerderheid van de geleerden zei toch dat het heel gevaarlijk was.
Columbus trok zich daar toch niets van aan.
Hij wou bewijzen dat de aarde rond en maakte plannen. En in 1484 stapte hij naar de koning van Portugal (Johan de 2de).
Maar de koning wou er helemaal niets van weten. Ze probeerden zelf de tocht naar het westen te maken en die mislukte ook.
Zodra Columbus hier van hoorde wou hij niets meer met Portugal te maken hebben. Maar Columbus gaf het niet op hij en legde zijn plan voor aan de koning en de koningin van Spanje (Ferdinand en Isabella). Maar ze hadden er weinig tijd voor want ze waren net die tijd in oorlog met de Moren. Intussen reisde zijn broer naar Engeland. Hij wilde de Engelsen vragen of zij iets voor het plan voelden. Maar Engeland wilde ook niet meewerken. Columbus was natuurlijk erg teleurgesteld. Maar gelukkig was er in Spanje iemand die een goed woordje voor hem deed, een zekere Jan Perez.
Door die Jan Perez kwam hij in 1491 weer aan het hof van Isabella en Ferdinand. Vooral Isabella wilde toen wel. In het volgende hoofdstukje zie je hoe hij de reis maakte en hoe hij zich voorbereidde.

De reis van Columbus

Toen Isabella en Ferdinand met het plan eens waren ging Columbus als een gek aan het werk.. Hij stelde echter hoge eisen.
Hij wilde de titel van admiraal. Bovendien wilde hij ťťn tiende deel van al het goud en zilver dat hij zou ontdekken, en ook van alle specerijen. Nu moest had hij nog bemanning zoeken, want hij had minstens 90 man nodig. Hij moest wel zo veel man hebben want hij had 3 schepen : de Santa Maria (links) daar was Columbus de kapitein van, de Nina (midden) en de Pinta (rechts) daar waren de gebroeders Pinzon de kapiteins van. Wie meeging zou een rijke beloning krijgen. Dat lokte een stel avonturiers. Bovendien kreeg Columbus mensen uit de gevangenis mee. Die konden op die manier hun vrijheid terugkrijgen. Het grootste schip was de Santa Maria waar Columbus de kapitein op was. Het was een driemaster van 40 meter lang en geheel overdekt. De 2 andere schepen waren kleiner en in het midden open. De bemanning van de Santa Maria bestond uit 40 man waaronder 3 scheepsdokters, een goudexpert en een tolk. En toen was het 17 april 1492 de dag dat Columbus vertrok met zijn (bange) bemanning. Maar 2 mannen zagen wel wat zitten in het avonturen van Columbus dat waren de gebroeders Pinzon allebei kapiteins van de schepen: de Nina en de Pinta.
Toen Columbus wegging had hij zich voorgenomen om 2 logboeken mee te nemen 1 voor zichzelf en 1 voor de bemanning.
Hij wist alleen hoeveel kilometer ze van Spanje waren en de bemanning niet dat deed hij expres want anders zou de bemanning bang kunnen worden. Maar hoe langer ze op het schip zaten hoe ongeruster ze werden. Want het was geen pretje om op zoín schip te zitten. Want er was toen geen goed eten want je kon het nergens goed bewaren. En er was niet genoeg groente en fruit dus moesten ze meestal scheepsbeschuit eten. En dat was toen ook al bijna niet te eten dan zaten er soms maden en kevers in en die moest je er dan eerst uithalen. Je kunt dus wel nagaan dat er veel zeelui ziek werden of zelfs overleden. De meest voorkomende ziekte was scheurbuik die kon je krijgen door te weinig groente en fruit te eten.
Door die ziekte is de helft van de bemanning van de 3 schepen omgekomen dus had Columbus nog maar de helft van zijn bemanning over. En die kon hij nog wel eens gaan missen want iedereen had wel iets te doen of je moest de zeilen hijsen of het dek schrobben. Iedereen moest dus dubbel zo veel werk doen.
Maar het werk had wel nut want op 12 oktober 1492 kwam er eindelijk weer land in zicht. Het bleek een eiland te zijn.
Columbus roeide er zwaargewapend naartoe omdat hij dacht dat er mensen woonden. Maar er woonde helemaal niemand. Columbus en zijn bemanning bleven daar toen een week om voedsel in te slaan en om daar even te leven. Net toen ze weer weg gingen kwamen er mensen aan hij dacht dat hij toen in India, maar in werkelijkheid was hij in een hele nieuwe wereld: Amerika.
De bewoners noemde hij Indianen om dat hij dacht dat hij in IndiŽ was. Maar hoe zag dat onbekende Amerika er eigenlijk uit?
Nou dat zie je in het volgende hoofdstukje.

Het land

Toen Columbus in het land aankwam ging hij gelijk ruilhandel drijven met de Amerikanen in de hoop dat ze met goud aankwamen.
Maar ze kwamen aan met specerijen, katoen en papegaaien.
In ruil daarvoor had hij belletjes en kralen. Maar hij kreeg geen goud. Dus toen zeilde hij verder. En zo kwamen ze op 28 oktober in Cuba. Daar keken ze hun ogen uit, want ze zagen bomen en planten die ze in Europa nog nooit hadden gezien.
Hij stuurde er kleine groepjes mannen heen om goud te vinden.
Maar er werd geen korrel goud gevonden. Wat ze wel meebrachten, was tabak. Ondertussen was Martin Pinzon met de Pinta verder gevaren. Hij wilde zelf goud ontdekken. Columbus was hier erg boos over. Hij wachtte tevergeefs op de terugkeer van de Pinta.
Op 5 december vertrok Columbus. Niet lang daarna ontdekte hij het eiland HaÔti, dat hij Espanola noemde. Vlak voor de kust van HaÔti liep de Santa Maria op een koraalrif. Columbus en zijn bemanning wisten aar boord te komen van de Nina. De Nina was eigenlijk veel te klein voor al die bemanning. Daarom liet Columbus van de wrakstukken van de Santa Maria een klein fort bouwen op het eiland. Hij liet er daar 40 man achter.
Op HaÔti bleek wel goud te zijn. Hier hadden ze naar gezocht.
Ze namen zoveel mee als ze konden. Ook haalden ze bomen, planten, papegaaien en 6 Indianen aan boord om mee te nemen naar Europa. Toen ging hij weer op de terugreis. Onderweg wakkerde er nog een grote storm op die hen allen bijna het leven kostte.
Maar toen hij op 14 maart 1493 weer kwam werd hij met groot enthousiasme ontvangen. In totaal had de reis 7 maanden geduurd, dat mag ook wel want het was echt een hele lange reis.
Na de terugkomst van Columbus had hij nog weer 3 andere reizen gemaakt. Want hij wou er weer heen voor goud. Maar toen hij in 1504 weer terugkwam in Spanje toen werd hij al gauw ernstig ziek.
Twee jaar later, in 1506, stierf hij in de plaats Valladolid.
Zelf heeft hij nooit geweten dat hij Als Europeaan een nieuw werelddeel had ontdekt.

Het voedsel

In de vijftiende eeuw waren er nog geen blikken of diepvriezers. Het voedsel bewaren op een schip was een groot probleem. Er werd vaak scheepsbeschuit of kaak gegeten, want dat bleef jaren goed. Scheepsbeschuiten zaten vaak vol met wormen en kevers. Die moeten er eerst allemaal uitgehaald worden, voordat er kon worden gegeten. Er werden vaak bemanningsleden ziek van het eten. Soms ging wel de helft van de bemanning dood door het voedsel dat ze kreeg. Bij Columbus waren er ook veel doden gevallen door deze ziekten. In warme landen konden de zeelieden allerlei ziekten en koortsen oplopen.
De ziekte die het meest voorkwam was scheurbuik.
Scheurbuik kreeg je door een tekort aan fruit en verse groenten. Vroeger begreep men niet, waar die ziekte vandaan kwam.
Sommige dokters dachten zelfs, dat scheurbuik besmettelijk was. De zeelui merkten wel, dat de ziekte beter werd door het eten van verse groenten en fruit. Sommige kapiteins gaven hun mannen lepels citroensap. Dat hielp goed maar de dokters probeerden de ziekte beter te maken met drankjes en pillen. Columbus was nog niet op de hoogte van het gebruik van vitaminen.

De gevaren

Flinke storm op zee kon erg gevaarlijk zijn, want het schip zonk dan vaak, of de mast kon breken. Brand kwam ook heel vaak voor op zo'n schip omdat er aan boord kaarsen werden gebruikt. Er waren ook veel zeelui die rookten. Ook was er nog het buskruit voor de kanonnen. Een ander gevaar was dat er op zee erg veel zeerovers waren. Zij vielen de schepen aan en roofden ze daarna leeg. Met de bemanningsleden liep het meestal slecht af. Veel matrozen gingen de zeerovers meehelpen, omdat dat anders hun leven zou kosten. De zeerovers schoten op het schip en dan gooiden ze touwen met haken naar het andere schip en trokken het naar zich toe. Dan sprongen ze aan boord met messen en pistolen in de hand. In dat opzicht had Columbus erg veel geluk, want hij werd niet overvallen.
Columbus heeft China en Japan nooit gevonden. In plaats daarvan is hij de geschiedenis ingegaan als de ontdekker van Amerika.

Het leven van een zeeman

Waarom wilden sommige mannen toch naar zee? Het leven aan boord was ruw en gevaarlijk. Enkele mannen vonden het avontuurlijk of wilden rijk worden. Gewone matrozen verdienden heel erg weinig: 10 gulden per maand.
Ze wilden het liefst op een vissersboot of op een klein schip, dat dicht bij huis bleef. Het was heel moeilijk om matrozen te vinden voor een hele grote reis. Ze werden met mooie verhaaltjes aan boord gelokt nadat ze dronken gevoerd waren. Vaak waren het zwervers en bedelaars, boeven of arme boeren die matroos moesten worden. De kapitein moest wel erg streng zijn met zulke zeelui en de straffen waren erg zwaar. Om een kleinigheid werd men afgeranseld met een touw en als je iemand bedreigde met een mes werd je gekielhaald. Je werd aan touwen onder het schip doorgetrokken, tot je aan de andere kant weer boven kwam. Meestal was je dan al dood. Het was dus niet zo vreemd, dat ook Columbus problemen met zijn bemanning had. Door de beschuldigingen werden zijn plannen bemoeilijkt. De koningin gaf haar toestemming niet direct voor een nieuwe reis.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

1325

reacties

waarom ? staat er niet hoeveel km die heeft afgelegd?
door lejla (reageren) op 7 juni 2012 om 21:29

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer