Cookies..
Door Scholieren.com te bezoeken ga je akkoord met het gebruik van cookies. Klik hier voor meer info.
Wat vind jij het meest lastig aan het voorbereiden op het MAW-examen (mavo/havo/vwo)? Laat het weten in deze poll en wij maken hier morgen een speciale uitlegvideo over met docent Volkan Tasdan!

Criminaliteit en Politiek

Maatschappijleer

Begrippenlijst

Thema's maatschappijleer

8.2 / 10
4e klas vmbo
  • Niek
  • Nederlands
  • 2565 woorden
  • 2333 keer
    43 deze maand
  • 5 april 2013

Normen zijn afspraken over hoe mensen zich tegenover elkaar behoren te gedragen. Het zijn dus afspraken hoe mensen zich moeten gedragen. Normen worden ook wel gedragsregels genoemd. Normen zijn van waarden afgeleid. Van de waarde eerlijkheid kunnen bijvoorbeeld de volgende normen afgeleid worden: je mag niet stelen; je moet altijd de waarheid spreken.

Waarden zijn opvattingen over wat mensen goed en waardevol vinden. Waarden zijn dingen die mensen belangrijk vinden in het leven. Voorbeelden van waarden zijn: eerlijkheid, zelfstandigheid, trouw, gezondheid. Waarden worden meestal uitgedrukt in een enkel woord. Waarden en normen worden overgedragen door: het gezin, de school, het werk, clubs en verenigingen, vrienden, de overheid (rechten en plichten) en de media. Door de meningen van mensen om ons heen gaan we ons zelf een mening vormen over goed en fout.

Ongeschreven regels staan nergens op papier en noemen we ook welfatsoensnormen.

 Geschreven regels zijn regels die in reglementen of wetten staan.Rechtsregels zijn gedragsregels die in de wet staan. Ze gelden voor alle inwoners en bezoekers van een land. Rechtsregels geven ook aan waar de overheid zich aan moeten houden. Orde brengen in de maatschappij zodat iedereen weet wat mag en wat niet mag. Als iedereen zich aan de regels houdt, dan wordt de maatschappij waarin wij leven ervaren als veilig en leefbaar.

Criminaliteit is alles wat door de wet strafbaar is gesteld.

Een delict is een strafbaar feit.

Wetboek van Strafrecht staan veel strafbare feiten omschreven. De rechten van een verdachte staan in het Wetboek van Strafvordering: de regels van het strafproces.

Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens is het verdrag waarin de belangrijkste regels staan die de rechten van de burgers moeten beschermen.

Identificatieplicht betekent dat iedereen van veertien jaar en ouder aan de politie of andere toezichthouders een geldig identiteitsbewijs moet kunnen laten zien.

Grondrechten zijn rechten die we zo belangrijk vinden, dat ze in de grondwet staan vermeld.

Een rechtsstaat     is een staat waarin burgers worden beschermd tegen machtsmisbruik en willekeur door de overheid. In een rechtsstaat worden burgers beschermd tegen machtsmisbruik door de overheid. Ook de overheid is gebonden aan de wetsregels. De burger moet beschermd worden; hij heeft bijvoorbeeld grondrechten en hij heeft kiesrecht.

Burgerrechten zijn wetsregels die de burger beschermen tegen willekeur van de overheid.

Democratie is een staatsvorm waarbij wij als burgers invloed hebben op de politieke besluitvorming.

Trias politica is de scheiding van de machten in een rechtsstaat. Trias politica wil zeggen het scheiden van de machten binnen de rechtsstaat. Zo wordt de macht van de overheid beperkt. De machten zijn verdeeld in de wetgevende, uitvoerende en de rechterlijke macht. Verdeeld over beroepen zijn dat de minister, de politieman en de rechter.

Wetgevende macht is in handen vande regering en het gekozen parlement: zij maken de wetten waaraan burgers en overheid zich moeten houden.

Uitvoerende macht is in handen van de regering: zij zorgt ervoor dat regels worden uitgevoerd en nageleefd.

Rechterlijke macht is in handen van onafhankelijke rechters die beoordelen of wetten goed worden nageleefd.

Onafhankelijke rechtspraak wil zeggen dat rechters helemaal zelfstandig kunnen werken. De rechters zijn onafhankelijk omdat zij op die manier kunnen controleren dat zowel burgers als de overheid zich aan de wet houden.

 

 

Overtredingen Zijn minder ernstige strafbare feiten. Kenmerken: op een overtreding staat meestal een boete; je kunt bij een zware overtreding maximaal een jaar opgesloten worden, maar je krijgt geen strafblad; poging tot een overtreding en medeplichtigheid aan een overtreding zijn niet strafbaar. Een misdrijf is ernstiger dan een overtreding.

Misdrijven Zijn ernstige strafbare feiten. Kenmerken: er gelden zwaarderevrijheidsstraffen dan bij overtredingen; je krijgt altijd een strafblad; bij een misdrijf is ook een poging en medeplichtigheid strafbaar.)

Zware criminaliteit: hierbij gaat het om ernstige vormen van criminaliteit. Voorbeelden zware criminaliteit: moord, inbraak, verkrachting, een gewapende overval, de verkoop van harddrugs.                                            

Georganiseerde misdaad is een vorm van zware criminaliteit, vaak gepleegd door internationale criminele bendes op het terrein van drugs, prostitutie en mensensmokkel.

Veelvoorkomende criminaliteit bestaat uit minder ernstige misdrijven, zoals winkeldiefstal, zakkenrollerij, voetbalvandalisme, fietsendiefstal en zwartrijden. inbraak en verkrachting. Voorbeelden veelvoorkomende criminaliteit: winkeldiefstal, zakkenrollerij, voetbalvandalisme, fietsendiefstal, zwartrijden.

Maatschappelijk probleem is een kwestie:waar veel mensen mee te maken hebben, waar verschillende meningen en belangen mogelijk zijn en waarbij van de overheid een oplossing wordt verwacht.

Aangeleerde en aangeboren eigenschappen hebben te maken met personen of de directe leefomgeving (gezin, vrienden). Maatschappelijke oorzaken van criminaliteit hebben te maken met kenmerken van grote groepen mensen. Voorbeeld: werkloosheid en sociale achterstand zijn maatschappelijke oorzaken die de kans op crimineel gedrag kunnen vergroten.

Individueel gedrag is het gedrag van iemand, los gezien van andere mensen.

Maatschappelijke positie is de positie die je hebt binnen de samenleving, gebaseerd op de hoogte van de opleiding, het aanzien van een baan en de hoogte van het inkomen.

Criminaliteit als maatschappelijk verschijnsel Het criminele gedrag van een mens met de samenleving te maken heeft.

Witteboordencriminaliteit is criminaliteit gepleegd door mensen met een hoge maatschappelijke positie. Mensen met een hogere maatschappelijke positie plegen vaker witteboordencriminaliteit, zoals fraude, belastingontduiking, zwartgeld witwassen, handel in aandelen met voorkennis, enzovoort.

Status is de waardering die je krijgt van anderen

Groepsdruk betekent dat jongeren binnen een groep elkaar overhalen tot iets, bijvoorbeeld tot het plegen van strafbare feiten; doe je niet mee, dan lig je eruit.

Normvervaging betekent dat de normen en waarden minder streng worden. Met normvervaging wordt bedoeld dat bestaande normen en waarden minder streng worden nageleefd. Normvervaging is een terugkerend onderwerp in de politiek. Vooral premier Balkenende heeft het vaak over de ‘normen en waarden’ die zo belangrijk zijn en waar we meer aandacht voor moeten hebben.

Normloosheid betekent dat normen en waarden die niet worden geaccepteerd als gevolg van een gebrek aan maatschappelijke bindingen.

Sociale controle betekent dat mensen op elkaar letten.

Pakkans is de kans dat de dader van een overtreding of misdrijf wordt aangehouden door de politie. Op plekken in de samenleving (maatschappij) waar minder sociale controle is, is de pakkans klein. Een lage pakkans is niet een persoonlijke prestatie van de dader.

Verdachte: iemand waarvan de politie denkt dat hij de wet heeft overtreden.

Eerlijk proces wil zeggen dat 1. de rechter onpartijdig is; 2. het proces volgens vaste Regels verloopt en 3. vooraf duidelijk is wat de rechten en plichten van alle betrokkenen zijn.

Verjaren wil zeggen dat je na een aantal jaren niet meer kan worden vervolgd voor een misdaad.

Noodweer: de verdachte moest zich verdedigen omdat hij in gevaar was. Iemand handelt uit noodweer omdat hij in gevaar is. Hij verdedigt zich dan. Iemand geeft jou een klap en je slaat terug om van de aanvaller af te komen.

Overmacht: een situatie buiten jouw schuld heeft je ertoe gebracht om iets strafbaars te doen.

Toerekeningsvatbaar betekent dat je weet wat je doet.

Ontoerekeningsvatbaarheid is de situatie dat iemand een geestelijke stoornis heeft of tijdelijk in de war is, waardoor hij of zij niet meer weet wat hij doet.

 

Aangifte: hierbij meldt het slachtoffer een misdrijf of overtreding.

Staande houden betekent dat de politie je naam en adres wilt weten.

Fouilleren betekent dat de politie de kleding en het lichaam van een verdachte onderzoekt.

Arresteren betekent dat de politie een verdachte aanhoudt en meeneemt naar het politiebureau.

Vasthouden wil zeggen dat de politie een verdachte tijdelijk in een politiecel stopt.

Officier van justitie/openbaar aanklager: dezezoektbewijzen tegen een verdachte en eist een straf.

Openbaar Ministerie (OM): ditzijn alle officieren van justitie bij elkaar.

Proces-verbaal: hierin staan zo veel mogelijk gegevens van een strafbaar feit, zoals de persoonsgegevens van het slachtoffer en eventueel de verdachte, plus het tijdstip, de plaats en andere bijzonderheden van het strafbare feit.

Seponeren betekent dat een verdachte niet voor de rechter hoeft te verschijnen.

Transactie/schikking betekent dat de officier van justitie de verdachte voorstelt een boete te betalen en dat er geen rechtszaak komt.

Vervolgen betekent dat de officier van justitie besluit dat er een rechtszaak komt.

Dagvaarding: hierinstaat waarom, wanneer en waar de verdachte voor de rechter moet verschijnen.

Rechtbank: hier worden overtredingen en misdrijven behandeld door de kantonrechter, de politierechter of de meervoudige kamer.

Kantonrechter: deze is onderdeel van de rechtbank en behandelt overtredingen.

Politierechter: deze is onderdeel van de rechtbank en behandelt lichte misdrijven zoals winkeldiefstal of vandalisme.

Meervoudige kamer: dit onderdeel van de rechtbank bestaat uit drie rechters en behandelt zware misdrijven, zoals geweldsdelicten of moord.

Hoger beroep wil zeggen dat de verdachte of de officier van justitie het niet eens Is met een uitspraak van de rechter en naar het gerechtshof gaan.

Hoge Raad: het hoogste rechtsorgaan in Nederland dat kijkt of in een Rechtszaak de rechtsregels goed zijn toegepast. De zaak wordt niet meer inhoudelijk behandeld.

Aanklacht/tenlastelegging:hierin zegt de officier van justitie waarvan een verdachte wordt beschuldigd.

Getuigen zijn mensen die iets hebben gezien of gehoord dat met de zaak te maken kan hebben of deskundig zijn op een bepaald gebied.

Beleid bestaat uit de maatregelen om een probleem op te lossen.

Requisitoir een toespraak van de officier van justitie, waarin deze de feiten op een rij zet, zijn of haar mening geeft over het bewijs en op grond daarvan een bepaalde straf eist.

Pleidooi een toespraak van de advocaat waarin deze de verdachte verdedigt en vraagt om een lichtere straf of vrijspraak.

Vonnis dit is de uitspraak waarin de rechter(s) bepaalt/bepalen of een verdachte schuldig is en zo ja, welke straf wordt opgelegd.

Juryrechtspraak hierbij bepaalt een groep ‘gewone mensen’ of een verdachte schuldig is.

Klassenjustitie wil zeggen dat mensen uit bepaalde sociale klassen meer kans hebben om aangehouden, vervolgd en veroordeeld te worden.

 

 

Wraak en vergelding zijn er beide op gericht dat de dader een vervelende tijd heeft omdat hij iemand anders leed heeft aangedaan.

Genoegdoening betekent dat het slachtoffer zich beter voelt doordat de dader gestraft wordt.

Afschrikking moet de dader en anderen bang maken om (opnieuw) een misdaad te plegen.

Beveiliging samenleving betekent dat iemand wordt opgesloten zodat hij de samenleving geen last kan bezorgen.

Resocialisatie betekent dat men probeert de dader her op te voeden zodat hij zich aanpast aan de normen van de samenleving.

Strafmaat is de hoogte van een straf die een rechter kan geven.

TBS Terbeschikkingstelling dit betekent dat de dader in een tbs-kliniek wordt opgenomen waar hij wordt behandeld totdat hij genezen is.

Politiek het opstellen van regels die te maken hebben met het besturen van een land.

Algemeen belang zaken waar veel mensen in een land gebruik van maken of voordeel bij hebben.

Politici vertegenwoordigers van de bevolking die namens hen besluiten nemen.

Politieke macht de macht om belangrijke besluiten te nemen, waar de bevolking de gevolgen van merkt.

Volksvertegenwoordigers mensen die de bevolking kiest om namens hen het land te besturen en regels op te stellen.

Kiesrecht het recht om politici te kiezen.

Staat een land met een eigen grondgebied, bevolking en een eigen overheid.

Gezag een overheid die het land bestuurt.

Dictatuur een staat waarin de macht in handen is van één persoon, een kleine groep mensen of één partij.

Parlement de Eerste en Tweede Kamer samen.

Rechtsstaat een staat waarin burgers worden beschermd tegen machtsmisbruik door de overheid.

Grondwet de wet waarin de belangrijkste rechten en plichten van burgers staan.

Grondrechten de belangrijkste rechten die in de samenleving gelden en daarom zijn opgenomen in de grondwet.

Democratie een staatsvorm waarbij burgers invloed hebben op de politieke besluitvorming.

Parlementaire democratie een staatsvorm waarbij de burgers invloed hebben op de politieke besluitvorming via een volksvertegenwoordiging, het parlement.

Referendum een stemming waarbij kiezers zich direct uitspreken over een onderwerp.

Trias politica de verdeling van de politieke macht in drie delen: wetgevende, uitvoerend en rechterlijke macht.

Actief kiesrecht het recht om bij verkiezingen je stem te uit te brengen.

Passief kiesrecht het recht om je verkiesbaar te mogen stellen.

Wetgevende macht de mogelijkheid om wetten vast te stellen waaraan burgers zich moeten houden.

Uitvoerende macht de taak om ervoor te zorgen dat eenmaal goedgekeurde wetten goed worden uitgevoerd.

Rechterlijke macht de beoordeling of wetten goed worden nageleefd.

Kabinet alle ministers en staatssecretarissen samen.

Regering alle ministers, met de koningin, zonder staatssecretarissen.

Kabinetsformatie onderhandelingen over de samenstelling van de ploeg ministers en staatssecretarissen die samen als kabinet het land gaan besturen.

Coalitie een samenwerkingsverband tussen twee of meer partijen.

Regeerakkoord plan waarin staat wat voor beleid coalitiepartijen de komende jaren samen willen voeren.

Minister iemand die verantwoordelijk is voor een deel van het regeringsbeleid,

bijvoorbeeld justitie of buitenlandse zaken.

Parlement de Eerste en Tweede Kamer samen. Ofwel: alle volksvertegenwoordigers.

Constitutionele monarchie: een koninkrijk waar de macht van de koning of koningin is beperkt door de grondwet.

Staatssecretarissen een soort onderministers die verantwoordelijk zijn voor een deel van het beleidsterrein van de minister.

Commissaris van de Koningin de voorzitter van de Gedeputeerde en van de Provinciale Staten.

Gemeentebestuur de gemeenteraad en het College van B&W.

Gemeenteraad de gekozen volksvertegenwoordigers van de gemeente.

Burgemeester de voorzitter van de gemeenteraad en van het College van B&W.

Wethouders verantwoordelijken voor het dagelijks bestuur van de gemeente.

College van B&W de burgemeester samen met de wethouders.

Vrij verkeer van goederen, diensten geld en mensen in de EU gelden geen binnengrenzen tussen de landen voor goederen, diensten, geld of mensen afkomstig uit de EU.

Euro: gezamenlijke munt in twaalf van de zevenentwintig EU-landen (1-1-2007). Opmerking: na 1 januari 2007 is de euro ook ingevoerd in Slovenië, Slowakije, Malta en Cyprus.

Europees burgerschap de burgers van een EU-land hebben speciale rechten in de andere EU landen, bijvoorbeeld op het terrein van wonen, reizen en werken.

Europese Commissie het dagelijkse bestuur van de EU, vergelijkbaar met het Nederlandse kabinet.

Raad van Ministers het hoogste orgaan dat besluiten mag nemen in de EU, ook wel Raad van de Europese Unie genoemd.

Europees Parlement vertegenwoordiging van de burgers in Europa in de EU.

Europese Raad het hoogste orgaan dat besluiten mag nemen in de EU, ook wel Raad van

Ministers genoemd.

Europees Hof van Justitie: onafhankelijke rechterlijke macht binnen de EU.

Europese Grondwet gezamenlijke grondwet voor alle landen van de EU. Is in 2005 afgestemd in een referendum en wordt nu een Europees Verdrag.

Bureaucratie dingen regelen met veel papieren en formulieren.

Referendum een stemming waarbij kiezers zich direct uitspreken over een onderwerp.

Draagvlak steun voor een voorstel of plan.

Stemplicht de verplichting te gaan stemmen bij verkiezingen.

Belangengroepen groepen of verenigingen die opkomen voor de belangen van één bepaalde groep mensen.

Actiegroepen groepen die zich – vaak maar even – inzetten voor één duidelijk probleem.

Actieorganisaties groepen of verenigingen die zich gedurende langere tijd inzetten voor één duidelijke kwestie.

Machtsmiddelen middelen die pressiegroepen inzetten om de politieke besluitvorming te beïnvloeden.

Politieke stroming een geheel van ideeën over wat belangrijk is in de maatschappij en hoe mensen het beste met elkaar kunnen samenleven.

Liberalisme politieke stroming die persoonlijke vrijheid en particulier initiatief centraal stelt.

Individuele vrijheid om je leven zelf richting te geven.

Persoonlijke vrijheid vrijheid om je leven zelf richting te geven.

Particulier initiatief economische vrijheid van mensen om een onderneming te starten op hun eigen manier.

Socialisme politieke stroming die gelijkheid en het opkomen voor de zwakkeren in de samenleving centraal stelt.

Sociaaldemocraten socialisten die hun idealen nastreven langs de weg van de democratie (en niet door middel van de revolutie).

Actieve overheid de overheid bemoeit zich met de economie en neemt maatregelen om de zwakkeren in de samenleving te beschermen.

Confessionalisme politieke stroming die Bijbelse waarden als naastenliefde, verantwoordelijkheid en goed rentmeesterschap centraal stelt.

Christendemocraten christenen die hun idealen nastreven langs de weg van de democratie.

Rechts-extremisme politieke stroming die de ongelijkwaardigheid en verschillen tussen rassen en volken benadrukt.

Progressief vooruitstrevend, als je de maatschappij wilt veranderen.

Conservatief behoudend, als je de maatschappij wilt laten zoals die is.

Politiek rechts conservatief, vrijheid is het belangrijkste ideaal.

Politiek links progressief, gelijkwaardigheid is het belangrijkste ideaal.

Politieke midden politieke stroming die deels rechts, deels links is en vaak de christelijke waarden van naastenliefde en verantwoordelijkheid belangrijk vindt.

 

 

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

3332

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer