Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen

Consument en producent

Economie

Begrippenlijst

Consument en producent

5.9 / 10
  • Jasper
  • Nederlands
  • 1114 woorden
  • 12098 keer
    25 deze maand
  • 29 oktober 2002
Aanbodvergelijking -> Qa= P – aantal

Aangeboden hoeveelheid -> de hoeveelheid goedern die een markt aanbied aan de consumenten.

Abstracte markt -> markt waarbij er niet een plek is waar vragers en aanbieders elkaar echt ontmoeten

Afzet -> verkopen gemeten in hoeveelheden

Assortiment -> de winkel zijn voorraden. Dat gene wat de winkel ook echt erin heeft te staan.

Behoeften -> Bijv: eten, drinken, kleding, onderdak enz

Bemoeigoederen ->goederen waarvan de overheid het gebruik wil stimuleren of afremmen.

Breakeven –analyse -> in zo’n analyse worden de verwachte opbrengsten en kosten van een product tegenover elkaar gezet. Vervolgens wordt gekeken of de opbrengsten groot genoeg zijn om de kosten te dekken

Break –even punt -> de kosten zijn precies gedekt

Concrete markt -> markt waar vragers en aanbieders elkaar echt ontmoeten

Constante kosten -> kosten die in totaal niet afhangen van de productieomvang(machine kosten, ontwikkelingskosten)


Consumentenorganisatie -> geven voorlichting aan hun leden over producten en over de rechten die je als consument hebt.

Convenant -> In een convenant beloven de bedrijvenbepaalde dingen te doen of juist niet te doen. De overheid belooft niet in te grijpen.

Collectieve reclame -> als bedrijven samen reclame maken voor een bepaald product

Complementaire goederen -> goederen die elkaar nodig hebben. Bijv: de auto heeft benzine nodig.

Cut-throat-competition -> als een prijzenoorlog uitmondt in een strijd op leven en dood.

De vier P’s -> prijsbeleid, productiebeleid, promotiebeleid en plaatsbeleid.

Demerit goods ->goederen waarvan de overheid het gebruik van wil afremmen.

Directe belastingen -> de belastingen op inkomen, winst en vermogen

Distributiebeleid -> (plaatsbeleid) waar vestig ik een winkel en hoe richt ik die in?

Doorzichtige markt -> als de belangrijke gegevens over de markt helder en duidelijk zijn.

Duurzame ontwikkeling -> de (economische) ontwikkeling die niet ten koste gaat van toekomstige generaties en het milieu.

Elasticiteit ->geeft weer hoe sterk een gevolg reageert op een oorzaak

Elastisch -> als consumenten sterk reageren op een prijsstijging

Evenwichtsprijs -> bij een evenwichtsprijs zijn de bevraagde en de aangeboden hoeveelheid gelijk.

Extern effecten -> Bijkomende effecten van productie en consumptie die niet in de prijs tot uitdrukking komen.

Gemiddelde variabele kosten -> de variable kosten per eenheid product.

Heterogene producten -> in de ogen van de consument verschillen de producten van elkaar.

Homogene producten -> in de ogen van de consument zijn alle exemplaren van dat product hetzelfde.

Hoeveelheidsaanpasser -> op een markt met volkomen concurrentie heeft de individuele aanbieder geen enkele invloed op de prijs. Hij moet zijn aangeboden hoeveelheid aanpassen aan de prijs.

Indirecte belastingen -> BTW en heffingen en accijnzen.

Individuele reclame -> als een bedrijf reclame maakt voor een eigen merk

Inelastisch -> als consumenten nauwelijks op de prijsstijging reageren

Inkomenselasticiteit van de vraag -> geeft aan in welke mate de gevraagde

hoeveelheid van een goed reageert op een verandering in het inkomen

Innovatie -> het ontwikkelen en in productie nemen van nieuwe producten en productieprocessen

Kartel -> een afspraak tussen bijv oligopolisten over de prijs die zij voor hun producten vragen, die er op gericht is de concurrentie terug te dringen.

Marketinginstrumenten -> In de concurrentie strijd gebruiken bedrijven verschillende ’wapens’. De vier P’s.

Marketingmix -> omvat een aantal instrumenten, de marketinginstrumenten, die bedrijven kunnen gebruiken in de concurrentiestrijd.

Marktaandeel -> geeft de verhouding weer tussen de afzet van een merk en de totale afzet van een productvorm

Marktleider -> Een leider op de markt van oligopolisten die in feite de prijzen bepaald.

Marktmechanisme -> een prijs die ontstaat doordat de gevraagde hoeveelheid en de aangeboden hoeveelheid aan elkaar gelijk zijn.

Marktonderzoek -> Bedrijven willen graag weten welke factoren de vraag naar hun producten beïnvloeden

Markten ruimen -> alle aanbieders kunnen hun spullen verkopen en alle vragers die iets willen kopen, kunnen dit ook kopen.

Maximumprijs -> is de prijs die de overheid maximaal aanvaardbaar vindt. Het is lager dan de evenwichtsprijs. Er ontstaat een vraagoverschot.

Mededingingsbeleid -> is er op gericht de concurrentie te bevorderen. Bijv: het verbod op kartels.

Merit goods -> goederen waarvan de overheid het gebruik ervan stimuleert.

Minimumprijs -> is de prijs die de overheid minimaal aanvaardbaar vindt. Minimumprijzen beschermen de producent. Er ontstaat een aanbodoverschot.

Monopolie -> Op een markt met een monopolie stelt de individuele aanbieder zelf de prijs vast=prijszetter(Douwe Egberts)

Monopolistische concurrentie -> zie samenvatting.

Omzet -> verkopen gemeten in waarde

Onvolkomen concurrentie -> er zijn weinig vragers of aanbieders of er zijn heterogene producten.

Plaatsbeleid -> Hoe verzie ik mijn winkel van voorraden?

Preferenties -> voorkeuren.

Prijsbeleid -> welke prijs moet ik voor mijn producten vragen?

Prijselasticiteit van de vraag -> Qv/ P

Prijselasticiteit van het aanbod ->

Prijsleider -> zie marktleider.

Prijsvraagfunctie -> een vergelijking die het verband geeft tussen de prijs en de gevraagde hoeveelheid. Bijv: Q = -2,5P+21,3

Prijsvraaglijn -> de lijn in de grafiek.(zie samenvatting)

Prijsvraagvergelijking -> zie prijsvraagfunctie.

Prijszetter ->op de markt met monopolie stelt de individuele aanbieder de prijs zelf vast.

Prijzenoorlog -> Bedrijven verlagen hun prijzen om de klanten bij de concurrent weg te lokken. Hierdoor kan een opvolging van prijsverlagingen ontstaan.

Productbeleid -> hoe presenteer je je product? Innovatie en productdifferentiatie spelen hierbij een grote rol.

Productdifferentiatie -> bedrijven passen hun producten aan, aan verschillende groepen.

Productiecapaciteit -> de maximale hoeveelheid die een bedrijf in een bepaalde periode kan produceren.

Promotiebeleid -> Dit beleid is er op gericht om een product en de eigenschappen van een product onder de aandacht van potentiële afnemers te brengen.

Psychologische prijs -> een prijs die lager lijkt dan dat ie is, zoals $ 99,95

Schaalvoordelen -> als er op grote schaal wordt geproduceerd waardoor er veel lagere kosten zijn verbonden aan de productie dan op kleine schaal.

Substitutiegoederen -> een substitutiegoed is een goed dat als vervanging voor een ander goed kan dienen. Bijv sigaren en shag.

Totale kosten -> de totale constante kosten + de totale variabele kosten.

Transparante markt -> zie doorzichtige markt.

Variabele kosten -> kosten die totaal wel afhangen van de productieomvang. Bijv: loonkosten of grondstoffen.

Verkoopvolume -> zie afzet

Volkomen concurrentie -> zie samenvatting.

Volledige mededinging -> zie volkomen concurrentie.

Vraag -> wat de mensen graag hebben in de winkel.

Vraagfunctie -> Bijv: Qv= -2,5 P + 10

Vraagoverschot -> de vraag naar een goed is groter dan de aangeboden hoeveelheid.

Vraagvergelijking -> zie vraagfunctie

Warenwet -> hierin staan voorschriften met betrekking tot de meest uiteenlopende producten:bier, kaas, jam enz. het doel is de consument beschermen.

Winkelformule -> de winkelformule geeft aan op welke wijze een winkel is ingericht.

Let op

De verslagen op Scholieren.com zijn gemaakt door middelbare scholieren en bedoeld als naslagwerk. Gebruik je hoofd en plagieer niet: je leraar weet ook dat Scholieren.com bestaat.

Heb je een aanvulling op dit verslag? Laat hem hier achter.

voeg reactie toe

3845

reacties

Thanx voor je SV van eco!!!
door hallo daar (reageren) op 6 april 2003 om 14:14
nou jongen ik vind dat je alleen maar betekenissen hebt gezet een werkstuk bestaat uit onderdelen titel bladijde nummering en nog veel meer heb je misschien een werkstuk van economie over de ondernemingsplan alvast bedank een meisje die je werkstuk gezien heeft ciau ciau
door imen (reageren) op 9 januari 2004 om 8:35
Hallo Jasper. Ik heb een opdracht te doen voor economie i.v.m. volkomen concurrentie. We moesten een voorbeeld geven van een markt met volkomen concurrentie. Kan U mij hierbij helpen of ergens verwijzen? Met vriendelijke groet, Jacob
door Jacob (reageren) op 28 oktober 2004 om 11:18

Welkom!

Goed dat je er bent. Scholieren.com is de plek waar scholieren elkaar helpen. Al onze informatie is gratis en openbaar. Met een profiel kun je méér:

snel zien welke verslagen je hebt bekeken
de verslagen die je liket terugvinden
snel uploaden en reacties achterlaten

Log in op Scholieren.com

Maak een profiel aan of log in om te stemmen.

Geef dit een cijfer