Door Scholieren.com te bezoeken geef je toestemming voor het gebruik van cookies. Ben je onder de 16? Zorg dan dat je toestemming van je ouders hebt om onze site te bezoeken. Lees meer over je privacy (voor het laatst bijgewerkt op 25 mei 2018). Akkoord Instellingen aanpassen
Onderzoeksbureau Markteffect doet een landelijk onderzoek naar studiekeuze. Alle Nederlandse scholieren kunnen meedoen. Als je 'm invult, verdien je gegarandeerd 2 euro. Klik hier!

Zo schrijf ik een uiteenzetting

Zo schrijf ik een uiteenzetting

De uiteenzetting is het vergeten kindje onder de schrijfopdrachten. Wat ook alweer het verschil was met de beschouwing weten alleen je leraar en wij. Toch is deze vorm verraderlijk, zonder een duidelijk referentiekader kun je gigantisch op je bek gaan. Daarom hier een snelcursus uiteenzettingen schrijven.

Het woord viel in de inleiding al: 'referentiekader'. Welke stijl moet je aanhouden om tot een sterke uiteenzetting te komen? Wat wordt er precies van je verwacht? Om dat te verduidelijken hier eerst een paar algemene tips.

1. Blijf objectief

Een uiteenzetting is bedoeld om de lezer informatie te geven en deze feiten toe te lichten met andere feiten. Jouw mening mag dus absoluut niet naar voren komen in het stuk. Dit betekent overigens niet dat je helemaal geen meningen mag verwerken in je stuk; wat anderen vinden is geen probleem, mits jij in je stuk niet oordeelt over hun mening.

2.  Meningen van anderen

Als je meningen van anderen vermeldt in je stuk, vergeet dan niet zowel hun naam als hun relatie tot het onderwerp erbij te zetten. Hierdoor kan de lezer zelf beoordelen of hij deze mening relevant vindt of niet.

Volg Scholieren.com ook hier op Instagram!

3.  Opbouw

Een uiteenzetting bestaat steevast uit drie delen: de inleiding, de kern en het slot. Als je je aan deze opbouw houdt, wordt je stuk voor iedereen duidelijker, omdat de lezer weet waar hij aan toe is.

4.  Kopjes

Het gebruik van tussenkopjes kan helpen structuur aan te brengen in je tekst, wat het voor de lezer nog duidelijker maakt. Ook weet hij hierdoor beter van tevoren al wat hij ongeveer kan verwachten van je uiteenzetting, zonder te hele tekst te hoeven doorspitten.

5. Bouwplan

Voordat je lukraak begint met tikken, is het handig een bouwplan voor je tekst te maken. Hierin kun je in steekwoorden opschrijven wat de grote lijnen van je uiteenzetting zullen worden en geeft een overzicht van wat je ongeveer in elke alinea zult vermelden.

Opbouw

Welke onderdelen heeft je inleiding? Je begint met het introduceren van je onderwerp en eindigt logischerwijs met een conclusie, hoe je gestructureerd van begin tot eind werkt lees je hier. 

Inleiding

In de inleiding van je uiteenzetting wil je de aandacht van de lezer trekken; dit kun je bijvoorbeeld doen door een anekdote te vertellen, de lezer een vraag te stellen, of de relevantie van het onderwerp (nu of vroeger) te benoemen.

Verder wil je er met je inleiding voor zorgen dat de lezer weet wat hij kan verwachten van jouw tekst; introduceer dus het onderwerp en leg uit waar de uiteenzetting over zal gaan. Wat de beste manier is om je onderwerp te introduceren, hangt af van de structuur van je uiteenzetting (zie: 'Structuur').
Meestal bestaat een inleiding uit een of twee alinea's.

Kern

In de kern breng je de boodschap van je tekst over: je geeft de feitelijke informatie en de uitleg hierbij. Afhankelijk van je structuur (zie: 'Structuur') werk je in de kern een verschijnsel, vraag, onderzoek of probleem uit.
De kern bestaat altijd uit meerdere alinea's.

  • Volgorde

Zorg ervoor dat de informatie die je geeft in de kern van je uiteenzetting in een logische volgorde staat. Op deze manier is het voor de lezer beter te volgen.
Voorbeeld: Heb het in je uiteenzetting over de Tweede Wereldoorlog eerst over de oorzaken en aanleidingen van de oorlog, voordat je het verloop van de oorlog beschrijft.

  • Alinea's

Geef elk feit dat je presenteert en elke toelichting die je geeft een eigen alinea. Op die manier wordt je uiteenzetting overzichtelijker en – opnieuw – voor de lezer beter te volgen.

Slot

In het slot sluit je de tekst af met, afhankelijk van de structuur van je uiteenzetting (zie: 'Structuur'), een conclusie, een samenvatting of een oplossing van een probleem. Het slot is het laatste dat mensen lezen, dus zorg voor een goede laatste indruk met een originele, lekkere uitsmijter – dus niet: 'dit was mijn uiteenzetting' of 'einde'.
Het slot bestaat meestal uit één alinea.

  • Voorkom herhaling

Vooral als je in het slot een samenvatting geeft, is het belangrijk dat je andere formuleringen gebruikt dan je in de kern verwerkt hebt. Op deze manier wordt het voor mensen niet saai om te lezen en dit maakt je slot sterker. 

Verschillende structuren 

De structuur van je uiteenzetting bepaalt hoe je tekst is opgebouwd en wat je gaat behandelen. Het vormt een goede basis voor het schrijven van een overzichtelijke uiteenzetting.

  • Verklaringsstructuur

In een uiteenzetting met een verklaringsstructuur verklaar je een verschijnsel. In je inleiding introduceer je dit verschijnsel en in de kern werk je dit verder uit aan de hand van voorbeelden, kenmerken, oorzaken en gevolgen. In het slot geef je een samenvatting van hetgeen je in de kern hebt vermeld en kun je eventueel mogelijke toekomstige ontwikkelingen van het verschijnsel beschrijven. Let hierbij wel op dat je objectief blijft.

  • Vraag-antwoordstructuur

Zoals de naam al zegt, geef je met deze structuur in je uiteenzetting antwoord op een vraag. In de inleiding stel je de vraag, die je in de kern uitwerkt en beantwoordt. In het slot kun je kiezen of je een conclusie trekt of een samenvatting geeft.

  • Onderzoeksstructuur

In een uiteenzetting met deze structuur wordt een onderzoek gedaan. Je begint door in de inleiding het onderwerp van het onderzoek te vermelden (wat heb je precies onderzocht?). Vervolgens zet je in de kern de resultaten uiteen en licht je deze toe. Pas in het slot trek je je conclusie.

Tip: Dat een uiteenzetting objectief moet zijn, betekent niet dat je niet kunt speculeren naar de oorzaak of verklaring van de resultaten van je onderzoek.
Wat kan wel?
Je kunt prima zeggen dat je denkt dat minderjarigen vaker drinken omdat ze graag een ontspannen sfeer op feestjes willen creëren.
Wat kan niet? Je tekst is niet meer objectief, als je zegtdat je denkt dat minderjarigen vaker drinken omdat je vindt dat het allemaal domme schapen zijn die niet weten hoeveel schade alcohol aanbrengt in de hersenen.

  • Probleem-oplossingsstructuur

Ook de naam van deze soort structuur is een open deur: bij een uiteenzetting met de probleem-oplossingsstructuur wordt een probleem uitgewerkt en een of meerdere mogelijke oplossingen gegeven. In de inleiding introduceer je het probleem, maar je werkt het nog niet uit, dat gebeurt pas in de kern. In dit middenstuk geef je aan waarom het een probleem is en wat de oorzaken en gevolgen van het probleem zijn. In het slot geef je pas een (of meerdere) (mogelijke) oplossing(en).

Volg Scholieren.com ook hier op Instagram!