Geschreven door: | geertrui (6 vwo) |
Datum ingestuurd: | 5 februari 2003 |
Taal: |  |
Woorden: | 5.200 |
Bekeken: | 22187 keer (39 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
INLEIDING
De Russische Revolutie is er één die een enorme invloed heeft gehad op niet alleen het land zelf, maar op heel de wereld. De gevolgen daarvan veranderden die wereld. Maar hoe kwam men er eigenlijk bij een revolutie te beginnen?
In dit profielwerkstuk wil ik de situatie in Rusland weergeven zoals die was in de tientallen jaren vóór de Grote Revolutie. Als hoofdvraag neem ik:
“ Hoe heeft de Russische Revolutie kunnen plaatsvinden?”
Met behulp van de deelvragen wil ik proberen een beeld te schetsen van de maatschappij waarin de ideeën voor de revolutie tot stand zijn gekomen. Hoe zag die samenleving eruit, en hoe hebben de verschillende stromingen vat op de mensen kunnen krijgen?
Ik heb ervoor gekozen om het in te delen in onderwerpen en dus niet helemaal chronologisch. Zo wordt ieder stukje helemaal behandeld en kunnen er sprongen in de tijd ontstaan. Overlappingen zijn eveneens onvermijdelijk geweest, maar ik denk dat het uiteindelijk wel een overzichtelijk beeld geeft van de voorbereidingen op de revolutie.
Ik hoop dat ik met mijn profielwerkstuk een beetje orde kan scheppen in de complexe tijden in het Rusland van vóór de revolutie.
HOE ZAG DE RUSSISCHE SAMENLEVING ERUIT TEN TIJDE VAN DE LAATSTE TSAREN?
Hoe was Rusland in de 19de eeuw?
In het begin van de negentiende eeuw was Rusland erg onderontwikkeld. Zowel sociaal als economisch als politiek was het land achtergebleven op Europa.
De macht was in handen van één persoon: de tsaar. Bijgestaan door van hem afhankelijke bureaucraten regeerde hij zijn land. Hij had absolute macht en stond boven elke wet. Deze autocratie misbruikte hij door iedereen die hem niet aanstond en zijn politiek tegenstander was te verbannen naar Siberië. Een ingrijpend positief gevolg daarvan was dat hij daarvoor de Siberische spoorlijn aanlegde; een belangrijk stuk infrastructuur.
De dood van tsaar Nicolaas I in 1855 was voor velen een zegen. Zij hoopten op betere tijden met zijn opvolger Alexander II. Die nieuwe tsaar schepte hoge verwachtingen die hij ook beloofde waar te maken. Een belangrijk element daarin was, dat hij stond op verzachting van de heersende censuur en het politietoezicht. Onder zijn gezag werd de rechtspraak hervormd en de militaire dienstplicht werd verkort van 25 naar 15 jaar. Het was zelfs zo dat de districten een vorm van zelfbestuur kregen, zij het heel erg beperkt. De belangrijkste hervorming was echter het afschaffen van het lijfeigenschap. In 1861 verscheen het emancipatie-edict: een boek van 300 pagina’s waarin de vrijheid van de boeren werd verklaard. Tegelijk sprak het boek alle mooie beloftes ook weer tegen, zodat het niet echt waardevol was.
Alexander II had veel van zijn mooie beloftes waar gemaakt en de maatschappij was er ook echt op vooruit gegaan. De grote fout die hij maakte was echter dat hij ook bleef vasthouden aan de autocratie. Het volk had de vrijheid geproefd en wilde dit doorzetten. Het regime werd echter weer aangescherpt als reactie op allerlei revolutionaire uitbarstingen. De politie had zijn handen vol aan het oplossen van rellen. Het harde optreden van de ene groep veroorzaakte weer een harde tegenreactie van de andere groep. Door al deze hervormingen ging het oude Rusland ten onder, maar het nieuwe was er nog niet. De tsaar probeerde wanhopig het bij hierbij te laten, maar het volk wilde sociale verandering en gelijkheid. Alle goede veranderingen die Alexander II voor zijn volk had gebracht, keerde zich nu tegen hem.
Economisch gezien was Rusland een agrarisch land. Alles wat er aan handel en nijverheid bestond was in handen van mensen met een niet-Russische nationaliteit, voornamelijk joden. De industrialisatie kwam voorzichtig op gang, maar bleef buiten bereik van de meeste inwoners. De armoede was schrijnend.
Van de bevolking was 95% pachtboer. Tot 1861 was iedereen van hen lijfeigen van hun landheer. Zij bewerkten het land van de elite en hadden vrijwel geen rechten. Bijna iedereen was analfabeet en stond buiten elke intellectuele ontwikkeling.
Rusland zoals groot als het was tussen 1815 en 1914
In die tijd was Rusland nog veel groter dan tegenwoordig. Het rijk strekte zich uit van de grenzen va het huidige Duitsland tot aan de Grote Oceaan in het oosten. Er leefden in die dagen 170 miljoen mensen waarvan slechts de helft Russisch was. Andere nationaliteiten kregen strenge regels en wetten opgelegd en hadden het zwaar te verduren. Vooral aan joden hadden de tsaren een hekel. Zij werden dan ook vaak gediscrimineerd en vervolgd.
Uiteindelijk werd voor alle bevolkingsgroepen die de druk op de ketel te groot en begonnen de opstanden.
WELKE STROMINGEN BEINVLOEDDEN HET LAND?
Wat is populisme?
Het was rond het jaar 1865 dat het volk begon met “het gaan naar het volk”, een voorzichtig en vreedzaam begin op weg naar het socialisme. Een weg die geleid werd door de narodniki (narod =volk) oftewel de populisten. Mensen uit de stad waren de aanvoerders. Zij waren beter opgeleid en wereldser ingesteld en waren op die manier in contact gekomen met de regeringsvormen van andere landen. Zij begonnen hun eigen maatschappij te bekritiseren en wilde deze veranderen.
Jonge mannen en vrouwen trokken in grote getale naar het platteland om daar te werken als onderwijzer, arts en zelfs als landarbeiders. Op deze manier wilde zij in contact komen met de boeren en hen warm proberen te maken voor hun ideeën. De actie mislukte, ondanks dat deze meerdere keren werd geprobeerd.
De boeren wantrouwden de jonge stadse mensen die hen kwamen vertellen hoe de samenleving er volgens hen uit zou moeten zien. Wat wisten zij nou van het boerenleven? Het kwam zelfs zo ver dat boeren de hervormers aan de politie overleverde. Het was kansloos. Misschien was geweld dan toch de manier om hen voor iets te laten vallen.
In april 1866 werd de eerste van vele moordaanslagen gepleegd op de tsaar. Ook andere hoogwaardigheidsbekleders waren niet langer veilig. Aanvankelijk waren het alleen incidentiele acties, maar naarmate de tijd verstreek werden het ware terroristische verzetsgroepen. Van het liefdadigheidswerk waarmee het vijftien jaar geleden begonnen was leek weinig meer over te zijn. Het ideaal bleef echter bestaan, maar om dat te verwezenlijken zocht men steeds vaker heil in moordaanslagen en ondergronds verzet. Uiteindelijk voerde de revolutionaire beweging “Volkswil” de geslaagde moordaanslag uit op Alexander II.
De moord op de tsaar bracht echter alleen maar ellende. De nieuwe tsaar, Alexander III, voerde hetzelfde strenge regime als Nicolaas I in de hoop de revolutionaire terroristische acties zo de kop in te drukken. De politie kreeg weer volmacht en censuur werd een belangrijke troef voor de tsaar. Universiteiten en rechtbanken kwamen onder streng toezicht van de staat, om te voorkomen dat de ideeën over de revolutie legaal verspreid zouden worden. Een grondwet was wel het laatste wat de nieuwe tsaar wilde. Een op een grondwet lijkend plan dat Alexander II vlak voor zijn dood werd getekend verklaarde hij ongeldig. De minister die het had opgesteld werd ontslagen; Alexander III wilde er niks van weten.
De regering boekte resultaat met de revolutiepreventie: vrijwel alle leiders van “De Volkswil” werden gearresteerd waardoor de beweging zijn organisatie verloor en een stuk onsamenhangender werd. Maar er waren meer mensen het slachtoffer van de radicale russifisering: Oekraïners, Wit-Russen, Finnen, Polen en andere Baltische volkeren werden gedwongen tot aanpassing. Er mocht alleen nog maar in het Russisch onderwezen worden en niet-leden van de Russisch Orthodoxe kerk werden onderdrukt.
Waarom ging men van populisme naar Marxisme?
Ondanks de moordaanslag op Alexander II had “De Volkswil” zijn doel niet bereikt. Integendeel. De regering was radicaler en harder gaan optreden en het terrorisme bleef ook uit. Er vonden nog wel moordaanslagen plaats, maar echt bruut geweld kwam steeds minder voor. Het populisme werd nu legaal, zodat het leek alsof het volk ook een beetje zijn zin kreeg.
Maar stelde die oppositie nog wel wat voor? Het wees de industrialisatie resoluut af en benadrukte de eigen weg die het Russisch socialisme diende te gaan. Als basis daarvan zou het boerencommune dienen.
De industrialisatie was echter niet te stuiten en werd door de meeste mensen toch wel verwelkomd. Zonder dat zou Rusland economisch geen enkele betekenis hebben in de wereldeconomie en dat was toch wel belangrijk. Door deze redenatie sloeg de mening over het populisme om en daalde het aantal aanhangers enorm. Het populisme wilde immers géén industrialisatie om belangrijk in de wereld te zijn. Terrorisme was al eerder gestopt en dat betekende dat er aan de gehele revolutionaire beweging een eind was gekomen. Het bleek allemaal zinloos te zijn. Maar hoe nu verder?
Als redder in nood kwam plotseling het marxisme in beeld. Karl Marx beschreef in zijn leer dat de eerste burgerlijke revolutie vrijheid zou brengen. Daardoor had het proletariaat de kans om de macht van de bourgeoisie over te nemen. Enkele jonge mannen werden erg fanatiek in deze leer, waaronder Lenin. Hij zette zich er voor in en verspreide propaganda en zorgde zo voor de eenwording van verspreide groepjes sociaal-democraten.
Wat waren de drie belangrijkste stromingen?
Mensjewieken
Sociaal-democraten zijn opgesplitst in mensjewieken en bolsjewieken. De stroming is ontstaan tegen het eind van de negentiende eeuw, toen ook de marxistische ideeën zich begonnen te verspreiden door het land. Vooral in de steden ontstonden groepen van intellectuelen en arbeiders, die zich in 1898 verbonden tot de Sociaal-democratische Arbeiderspartij. In 1903 was er een congres in Brussel van de verschillende sociaal-democratische partijen van Rusland. Daar ontstond onenigheid en splitste de partij in de bolsjewieken en de mensjewieken. Vanaf toen stonden de partijen onverzoenlijk tegenover elkaar.
Mensjewieken betekent letterlijk ‘minderheid’. Zij waren een sociaal-democratische partij onder leiding van Trotsky. Zij wensten een democratische en federalistische opbouw van hun partij. Zij waren het marxistisch van alle partijen en kwamen daarom nog wel eens in discussie met de andere partijen. De mensjewieken wilden wachten met het begin van de revolutie tot het kapitalisme zijn hoogtepunt had bereikt. Zij steunden dan ook de ‘burgerlijke’ revolutionaire acties: voor hen was de revolutie een onvermijdelijk proces van burgerlijke revolutie tot sociale omwenteling. Zij waren veel meer op het westen gericht dan de bolsjewieken.
Bolsjewieken
Bolsjewieken betekent ‘meerderheid’. Zij hadden veel meer stemmen dan de mensjewieken bij de samenstelling van het Centraal Comité. Zij stonden achter de Russisch revolutionaire traditie en wilde de fase van het kapitalisme in het land overslaan. Zo konden zij meteen een proletariaat starten. De mensjewieken noemde hun centralistische gezag ‘dictatuur over het proletariaat’ in plaats van ‘dictatuur van het proletariaat’. De opbouw van de partij was in handen van één man, maar wel een man die wist wat hij deed.
De bolsjewieken werden geleid door Wladimir Oeljanow, beter bekend als Lenin. Deze had een zeer autoritaire kijk op politiek. Hij zag zichzelf als dirigent van zijn partij en meende dat het volk slechts aan zijn hand de weg naar socialisme kon betreden.
Het was de taak van de partij om de het volk te helpen in zijn strijd. Het was daarom noodzaak dat de partij zeer strak georganiseerd zou zijn en Lenin de absolute leiding had.
Socialistenrevolutionairen
Ondanks het succes van het marxisme wist ook een vernieuwde versie van het populisme zich ook te handhaven. Zij vormde de grondslag voor de tweede grote socialistische stroming in Rusland: de socialistenrevolutionairen. De partij ontstond uit samenwerking tussen een aantal plaatselijke groepen.
De socialistenrevolutionairen richten zich zowel op de boeren als op de arbeiders als op de intelligentsia. In tegenstelling tot de sociaal-democraten geloofden zij dat de revolutie juist op het platteland moest beginnen, in plaats van dat de boeren als kleinburgers werden gezien. Zij zoude graag zien dat alle boeren, zonder vergunning, zoveel land in bezit zou nemen als hij met zijn gezin zou kunnen bewerken. Dit noemde zij arbeidslandgebruik.
In 1905 kwam de gewone bevolking in opstand en ging muiten. De partij daarentegen begon zich in de steden doelbewuster te organiseren. De leiding werd genomen door individuele liberalen met verschillende beroepen, die vakbonden begonnen te stichten. Die vakbonden werden niet lang daarna samengevoegd tot de “Unie der Vakbonden”. De leider van dit overkoepelende orgaan was de liberale leider Pawel Miloekow. Deze organisatie was voorstander van geheim kiesrecht en gelijke behandeling van alle partijen.
Een jaar later sloot de Boerenunie zich aan bij de Unie der Vakbonden, de eerste politieke organisatie van de boeren. Het was de zogenaamde zemstra. Zij waren het over het algemeen altijd eens met elkaar en het vertrouwen in de partij groeide.
HOE IS DE VERANDERING BEGONNEN?
Wat gebeurde er tijdens de revolutie van 1905?
Het jaar 1905 beleefde al in zijn eerste dagen een drama: Bloedige Zondag.
Arbeiders waren op weg gegaan naar het winterpaleis om de tsaar een manifest aan te bieden waarin zij vroegen om betere werkomstandigheden en hogere lonen. Onderweg sloten velen zich aan, en tegen de tijd dat zij bij het paleis kwamen was het een geweldige menigte geworden die lang niet meer zo vredelievend was als aan het begin van de tocht. Pleinen werden omsingeld en het leger moest de rust handhaven; iets dat behoorlijk mislukte. Zij schoten in op de mensenmassa om hen uit elkaar te drijven en verwonden en doodden daarbij een heleboel opstandelingen. De chaos en het ongeloof van over het optreden van de staat maakte het volk kwaad en opstandig.
Begin mei namen de arbeiders van een textielfabriek het initiatief om met een staking te beginnen, om te proberen daarmee hun eisen alsnog in te laten willigen. Later kwamen daar ook politieke doelstellingen bij. De staking werd na 72 dagen opgeheven: de stakers hadden geen inkomsten gehad en moesten wel weer gaan werken om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien.
Aanvankelijk verliep de revolutie van 1905 vrij doelloos. Het ontbrak vooral aan organisatie en de boeren en de arbeiders zorgden op eigen houtje voor kleine rellen en stakingen. Niemand wist hoe het nu verder moest met de onrusten in het land en hoe het volk tevreden zou kunnen worden.
In oktober staakten de arbeiders van een fabriek in Moskou nogmaals massaal. Deze keer werd de staking vlug overgenomen door andere fabrieksarbeiders en daarna ook door de spoorwegarbeiders. Die laatste hadden de macht om binnen een paar weken het volledige net stil te leggen.
Het land werd gered door een minister, die inzag dat het op dat moment onmogelijk zou zijn om de onrust met geweld te smoren. Hij zette op papier een politiek meesterstuk uit, waarin hij pleitte voor civiele rechten voor het volk, vrijheid van meningsuiting en drukpers, vrijheid van vergadering, maar vooral de wetgevende macht aan de Doema geven: een grondwet.
Op 30 oktober 1905 tekende tsaar Nicolaas II na veel twijfeling het beroemde Oktobermanifest. Een ommekeer in de geschiedenis, want de tsaar stond voor het eerst iets van zijn absolute macht af aan het volk.
Na die tijd waren er nog wel wat kleine opstanden, maar daar werd niet meer echt gehoor aan gegeven. De meeste mensen waren tevreden met het nieuwe manifest en hoopten dat de tsaar zich er aan zou houden.
Nog éénmaal laaide de strijd hoog op in Moskou, en wel half december van dat jaar. 150.000 arbeiders besloten en gewapende opstand te wagen, gesteund door alweer de spoorwegarbeiders. De tsaar besloot deze keer wél meteen in te grijpen en liet het vuur openen op de stakers. Eind december gaven de laatste stakers zich over. De stad bestond enkel nog uit rokende puinhopen en duizenden waren omgekomen, gevangen genomen of verbannen.
Dat was het einde van de revolutie van 1905. Maar het Russische volk was niet meer dat was het was vóór het begin van het jaar. Het proletariaat had het volk leren vechten en leren opkomen voor hun rechten.
Hoe kwam de tsarentijd ten einde?
In 1884 werd Nicolaas II tot tsaar genoemd. Hij was een autocraat van wie de macht in handen werd gehouden door de bureaucratie. De machtige geheime politie, de Ohkrama, zorgde ervoor dat het volk gehoorzaamde. Deed zij dit niet, dan werden de onruststokers gevangen genomen of geëxecuteerd. Veel illegale oppositiepartijen werden op deze manier de kop in gedrukt. Ook het leger werd gebruikt om de wil van de tsaar aan het volk op te leggen. De tsaar geloofde dat hij regeerde door de wil van God. Daarom kon hij doen en laten wat hij wilde. Zodoende en door zijn gebrekkige organisatievermogen was hij niet echt geschikt als leider.
Bij de kroning had Nicolaas beloofd een goede heerser te zijn; in de praktijk pakte dit duidelijk anders uit. Al bij de kroning kwamen er duizenden mensen om in het gedrang bij de plechtigheid, wat het enthousiasme voor de nieuwe tsaar meteen dimde.
Toen Nicolaas II aan de macht kwam was de situatie in Rusland zorgwekkend. De bevolking was onrustig en de politie kon haar slechts met moeite in toom houden. De tsaar begon zijn taken uit te besteden en legde aan de minister van financiën op dat hij de binnenlandse aangelegenheden regelde. Deze slaagde erin het staatsbudget in evenwicht te krijgen, maar de belastingen waren enorm hoog. De boeren konden het nauwelijks opbrengen en moesten veel meer graan uitvoeren ten behoeve van de fiscus. De boeren leden honger en de enige die aan de nieuwe situatie verdienden was de staat.
In 1906 werd de eerste Doema gekozen. Dat ging op een vertekende democratische manier: 1 grootgrondbezitter had evenveel stemmen als 3 stadsburgers, 15 zelfstandige boeren en 45 arbeidersboeren. Een echte volksvertegenwoordiging was het dus niet. Bovendien werd deze al naar korte tijd ontbonden, toen zij een voorstel hadden dat in strijd was met het voorstel van de regering.
Het volk had valse hoop gekregen. Nicolaas II ging gewoon door met regeren zoals hij daarvoor ook had gedaan en voor het volk veranderde niks. De eerste wereldoorlog was een zware tijd voor het land, maar met name voor het land. Het leger had problemen door het gebrek aan wapens en leiding. Nicolaas II besloot zelf aanvoerder te worden van het leger, maar dat liep natuurlijk uit tot één groot fiasco. In 1914 braken er rellen uit in Petrograd (St. Petersburg). Er was grote armoede ontstaan doordat de economie ook aan het instorten was. Het spoorwegennet raakte in verval en zodoende kon er te weinig voedsel aan steden worden geleverd. De gewone bevolking leed honger en men werd steeds ontevredener en revolutionairder. Sommige soldaten en ook hele eenheden weigerden de demonstranten uiteen te drijven. Zelfs toen de tsaar hoorde van de opstanden en hij er het leger op af zond, weigerden zij de opstanden te smoren en velen liepen zelfs over naar de demonstranten.
De situatie onder de soldaten aan de gevechtslinie werd ook steeds erger.
De Doema stelde in 1917 aan Nicolaas voor om af te treden. Deze werd daar zo kwaad over dat hij eiste dat eerst de doema zelf ontbonden zou worden. Zijn orders werden echter genegeerd en woede van de massa maakte hem bang. Hij probeerde nog naar Petrograd te vluchten, maar zijn trein werd tegengehouden door stakende spoorwegwerkers. Zij vertelde hem over de situatie in de stad en in shocktoestand besloot de tsaar af te treden. Het was 1916 en het regeren van de tsaren was voorgoed ten einde.
HOE WAS HET IN RUSLAND AAN DE VOORAVOND VAN DE REVOLUTIE?
Hoe verliep de februarirevolutie?
Sint-Petersburg, februari 1917:
Een van de koudste winters van Rusland loopt ten einde, maar ook het geduld van de bevolking zal het niet lang meer houden. De vrouwen zijn in de meerderheid in de stad. Mannen en zonen zijn naar het front vertrokken om te vechten. De vrouwen zijn kwaad. Zij hebben voor minimaal loon meegewerkt in de fabrieken voor de oorlogsindustrie. De arbeidsopstandigheden waren beroerd, er was te weinig voedsel en van de lonen konden zij niet rondkomen. Stakingen veroorzaakten echter massale ontslagen en maakte de situatie uitzichtloos. In grote woede zijn zij de straat op gelopen. Opgekropte haat komt naar buiten en uit zich in plunderingen en mishandeling van agenten. De overheid en de politie grijpen niet direct in om te voorkomen dat de woede en de onrust alleen maar aanwakkert. Zij weten niet goed hoe het tij te keren.
Daar komen de socialistische aanvoerders in actie. Het trampersoneel staakt en dat veroorzaakt een algemene staking. Overal gist het en stoken de revolutionairen onrust. Het aantal rellen groeit angstaanjagend snel.
De tsaar is op zijn hoofdkwartier in Mogilev en weigert naar de hoofdstad terug te keren. Hij beveelt per telegram alle wanorde onmiddellijk te stoppen, wat dat ook kost. Er wordt hem met klem gevraagd om een nieuwe democratische regering te accepteren, maar hij weigert.
Duizenden en nog eens duizenden arbeidersmannen en –vrouwen trekken door de straten. Soldaten omsingelen de pleinen, zwaar bewapend. Aanvankelijk schieten zij in de lucht, om de naderende massa mensen af te schrikken. Als de mensen met spandoeken met leuzen te bedreigend worden schieten zij ook raak. Tientallen doden vallen, wat de woede alleen nog maar meer aanwakkert. Haat barst ongeremd los en in blinde woede worden in het wilde weg agenten doodgeknuppeld. Men bestormt de Kresti-gevangenis en bevrijdt de politiek gevangenen. Kazernes vol blijken opeens gevoelig te zijn de kreten van de bolsjewieken en laten hun orders abrupt links liggen. De commandant kan niet meer op zijn soldaten rekenen.
De tsaar echter trekt zich niks aan van alle smekende telegrammen. Hij tart het noodlot en ontbindt de doema!
De Doema
Hij geeft de opdracht dat en nieuw leger naar de hoofdstad trekt om de onrust te smoren. Maar niet wat op straat gebeurt, maar wat in de huizen van de aanstaande leiders wordt besproken zal de toekomst bepalen. Ondanks hun ontslag komt de doema bij elkaar om te vergaderen. Het lijkt alsof zij de enige zijn die nog een beetje invloed heeft op de mensenmassa. Zij kiezen twaalf vertegenwoordigers uit hun midden, waaronder Alexander Kerenski. Dat comité krijgt de opdracht het op te lossen en de bevolking te sussen. In de stad bestormen mensen ondertussen bureaus van geheime agenten en plunderen de inlichtingsdiensten. Dat is voor de doema het moment om op te treden. Zij nemen de macht over en benoemen in allerijl een nieuwe regering. Meteen daarna sturen ze een telegram naar de spoorwegen waarin het commando wordt gegeven alle treinen richting de stad tegen te houden. Aan het front betuigt het overgrote deel van de generaals zijn steun aan de doema.
Eindelijk heeft de tsaar besloten om naar de hoofdstad af te reizen. Hij heeft vernomen dat de generaal die hij vooruit had gestuurd niets heeft kunnen ondernemen om de opstand te dimmen. De tsaar begeeft zich op weg met zijn keizerlijke spoorwegtuig, nog steeds de heerser aller Russen, maar door vrijwel iedereen in de steek gelaten. De spoorwegambtenaren zijn het telegram van de doema niet vergeten en weigeren de tsaar doorgang te verlenen. Zo komt het dat tsaar Nicolaas II volkomen geïsoleerd in Pskov, het verloop van de gebeurtenissen moet afwachten. De doema-regering vaardigt een manifest uit, waarin de volgende beloftes staan geschreven: vrijheid voor alle politieke en godsdienstige gevangenen, vrijheid van drukpers en vergadering, bijeenroeping van het parlement en algemeen kiesrecht. Alle militaire groeperingen dienen een soldatencomité te kiezen, die voortaan over dienstzaken moeten beslissen. Zij zullen de sovjets moeten gehoorzamen, maar ook de orders van de doema, mits deze niet in strijd in met die van de sovjet. Maar aan het gezag van de officieren moet in elk geval een eind komen.
De socialisten, de meest linkse groepering, zijn bang dat de doema niet radicaal genoeg zal optreden omdat zij bang zouden zijn er zelf op achteruit te gaan. Waar mogelijk probeert deze groepering dan ook de plannen van de doema te dwarsbomen.
De soldaten geven massaal gehoor aan de oproep zich te verbroederen en in de loopgraven wordt het een stuk vreedzamer.
Wat was de voorlopige regering?
Nog voordat de tsaar was afgetreden had de doema zich al uitgeroepen tot de voorlopige regering. De Voorlopige Regering bestond uit een coalitie 9een groep mensen die verschillende politieke partijen vertegenwoordigen) en dat maakte het voor hen een stuk moeilijker een beleid te voeren waarmee iedereen het kon vinden. Er werd daarom meer gediscussieerd dan dat er daadwerkelijk iets aan de problemen werd gedaan.
En van de grootste partijen was die van de Oktoberisten. Zij was opgericht na de opstand in 1905 en een van de conservatiefste partijen; ze wilde zo min mogelijk verandering.
De Cadetten, oftewel de Constitutionele Democraten, en de Partij der Volksvrijheid wilde de maatschappij juist helemaal omgooien. Ze waren vóór een democratische regering die veel weg had van de regering van Frankrijk en Groot-Brittannië. Deze partij was eveneens in 1905 gesticht, maar dan door de liberale middenklasse. De partij werd vooral gesteund door de burgerij.
De Arbeiders Partij was gematigd socialistisch. Hij was erg klein maar genoot toch wel de nodige bekendheid. Dat kwam vooral door de leider, Alexander Kerenski, die een groot talent had als spreker en organisator.
De Socialistenrevolutionairen hadden vooral de boeren achter zich, aangezien zij een eind wilde maken aan particulier grondbezit.
De Marxistisch Sociaal-democraten werden vertegenwoordigd door de mensjewieken. De veel radicalere bolsjewieken wilden juist niks van de Voorlopige Regering weten.
In 1917 kreeg Alexander Kerenski een leidende functie in de Voorlopige Regering. Hij had zijn waarde al ruimschoots bewezen in de functies die hij daarvóór had bekleed. Nadat hij rechten had gestudeerd was hij een fel tegenstander geworden van het tsaristisch regime. Voordat hij premier werd was hij eerst Minister van justitie en later Minister van oorlog in de Voorlopige Regering geweest. Kerenski trok echter zijn eigen plan toen hij aan de macht was. Hij negeerde de wil van het volk en weigerde democratische verkiezingen. Het gevaar van de bolsjewieken leek totaal niet tot hem door te dringen.
Al vanaf de oprichting had de Voorlopige Regering problemen met de sovjets gehad. De sovjets waren een stuk radicaler dan de Voorlopige Regering maar zij bekleedden samen de ‘dubbele macht’. In werkelijkheid waren de sovjets veel machtiger doordat zij de arbeiders hadden die op hun beurt weer macht hadden over belangrijke zaken zoals bijvoorbeeld het transportsysteem en de industriële inkomensbronnen.
De Voorlopige Regering erkende deze macht, zij het op een niet-officiële manier. Zij beseften maar al te goed dat zij alleen konden bestaan met de steun van de sovjets en daarom probeerde ze toch wel vrienden te blijven.
Er kwamen steeds vaker muiterijen en problemen bij de marine en het leger als gevolg van de grote nederlagen tijdens de eerste wereldoorlog. De bevolking was de crisis zat. Een crisis die de Voorlopige Regering niet kon oplossen. Ze werden steeds minder populair en faalden keer op keer. Toen de bolsjewieken de macht probeerden te grijpen was het een ware catastrofe voor hen. Zij kregen Lenin niet te pakken.
Wat betekende Lenin voor de revolutie?
Wladimir Ilitsj Oeljanov (Lenin) werd in 1870 geboren. Hij kwam uit een radicaal gezin: Lenin zelf toonde pas in 1887 voor het eerst interesse in politiek, toen hij werd opgepakt tijdens een demonstratie aan de Universiteit van Kazan. Omdat hij daarna zijn studie niet meer mocht vervolgen bracht hij vier jaar door met het lezen van radicale literatuur. In 1881 mocht hij externe examens doen in rechten aan de universiteit van Sint-Petersburg. Hij slaagde en ging zich verdiepen in het marxisme, waar hij laaiend enthousiast over was. Hij sloot zich aan bij de verboden Russische Sociaal-democratische Arbeiderspartij, de RSDA en werd in 1897 opgepakt wegens het organiseren van activiteiten onder de arbeiders van Sint-Petersburg. Hij werd voor drie jaar verbannen naar Siberië. Tijdens zijn ballingsschap besloot hij bij terugkomst een orthodox marxistische partij op te richten, waarin veel meer aandacht was voor de arbeiders dan tot dan toe het geval was geweest tijdens de revolutietjes.
Na zijn vrijlating vetrok Lenin naar Duitsland. Hij wilde een ondergrondse beweging oprichten die zich hield aan de Volkswil. Zijn eigen groep noemde hij de bolsjewieken en zijn tegenstanders de mensjewieken. Eigenlijk is deze naam niet correct, aangezien de mensjewieken toentertijd meer aanhangers hadden dan de bolsjewieken.
In de tien jaar die toen volgden vormde Lenin zijn aanhangers om tot leden van een afzonderlijke organisatie: de bolsjewistische RSDA. In 1918 zou diezelfde partij worden omgedoopt in de RCP, de Russisch Communistische Partij. Hij leidde de partij vanuit het buitenland, waar hij vrijwel de gehele revolutie doorbracht.
De eerste wereldoorlog brak uit. Lenin had ook hier natuurlijk een radicale mening over en hij drong aan bij de bevolking dat zij de oorlog tussen naties moesten ombuigen tot een burgeroorlog tussen de verschillende klassen. Duitsland en Oostenrijk vonden dit een mooi streven en leverden gedurende lange tijd financiële steun aan de activiteiten van Lenin.
Tijdens de februarirevolutie in 1917 verbood Lenin zijn partij om de Voorlopige Regering te steunen. Zij konden zich beter voorbereiden op een directe socialistische revolutie. Zelf keerde hij in april van dat jaar terug naar zijn vaderland, met steun van Duitsland.
De Voorlopige Regering raakte van de ene crisis in de andere en Lenin bereidde zich voor om toe te slaan. Zelf moest hij toen vluchten naar Finland, maar hij had zijn partij goed onder controle. In de nacht van 25 op 26 oktober grepen de bolsjewieken de macht.
CONCLUSIE
In de eerste helft van de negentiende was Rusland een zwak en achtergebleven gebied. De tsaren regeerden met harde hand en de bevolking wilde verandering. De leefsituatie was voor velen erbarmelijk.
Mede door het hoge percentage analfabetisme en niet-wereldlijkheid van de bevolking kon de autocratie zijn gang gaan. Tsaar Nicolaas I gaf niet mee.
Zijn opvolger, Alexander II, gaf de bevolking voor het eerst de vrije teugel. Hiermee proefde het volk wat het was om het beter te hebben, en zij wilden méér. De tsaar had het echter al weer gezien met de maatschappelijke positie van velen te verbeteren en hij vervatte het oude, strenge regime.
Door middel van het populisme wilde men op vreedzame wijze het socialisme invoeren, maar toen dit niet bleek te werken gebruikte zij terrorisme. Alexander II werd vermoord, maar in plaats van een verbetering ging zijn opvolger Alexander III terug naar het bewind van Nicolaas I. Het terrorisme had geen uitwerking meer.
De revolutionaire bewegingen zwakten hierdoor aanvankelijk af. Toen kwamen er enkelen mensen in aanraking met het marxisme en waren zij hierover zo enthousiast dat zij het Utopia van Karl Marx wilden scheppen. Politieke stromingen ontstonden en zochten hun plaats en standpunt in de maatschappij. Hoe verschillend hun handelswijze en achterliggende redenen ook waren, over één aspect waren alle partijen het eens: de autocratie moest worden afgeschaft. Door overleg kwam men echter niet ver en in 1905 barste de bom en brak er een revolutie uit. Het tsarisme wist zich echter te handhaven en kreeg het weer voor het zeggen. De doema, een zogenaamde volksvertegenwoordiging, eiste een grote verantwoordelijkheid. De tsaar weigerde echter.
In de daaropvolgende jaren groeide de onvrede van het volk meer en meer. Geheime opposities kwamen bijeen om te beraadslagen en bereidde een staatsgreep voor.
Februari 1917. Rusland is verscheurd en geschokt. Zij heeft laten zien wat zij in haar mars heeft. Ontelbare mensen met vurige idealen proberen verward enig overzicht te scheppen in de onoverzichtelijke gebeurtenissen van de afgelopen dagen. Zij zijn uitgeput, maar vol hoop.
Rusland is klaar voor de grote omwenteling.
EIGEN MENING
De Russische revolutie is een opeenstapeling geweest van een heleboel factoren. De belangrijkste reden is volgens mij de onwetendheid van het volk. Zij zijn altijd heel erg kort gehouden en dat kan niet goed blijven gaan. Het moet dan wel eens omslaan, en omdat zij niets gewend zijn zal dat op radicale wijze gebeuren, dat is onvermijdelijk.
Kiesrecht, vrije meningsuiting en democratie hadden het volk naar mijn mening niet tot zulke wanhoop gedreven en dan zou de revolutie waarschijnlijk ook niet zijn uitgebroken.
Ik zeg niet dat het goed of slecht is wat er is gebeurd, maar een mooi aspect vind ik wel dat de wil van een volk tot zoiets in staat is.
BRONVERMELDING
Boeken:
- De Russische Revolutie
G. Schonmaekers
- De Russische Revolutie
John Bradley
- Rusland tussen traditie en verandering
F.L. Prins
- Van Rurik tot Gorbatsjov
Een geschiedenis van Rusland
J.W. Bezemer
Internet:
http://www.gmu.edu/departments/economics/bcaplan/museum
http://www.departments.bucknell.edu/russian/history.html
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.