CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Meiden, laser je binnenste schaamlippen lekker weg joh. Want je vriendje wil een playboypoesje.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

anoniem (4e klas)

Datum ingestuurd:

11 november 2002

Taal:

Woorden:

5.900

Bekeken:

4980 keer (6 deze maand)

Waardering:

3.2/5 (20 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Goa

Goa, de kleinste deelstaat van India, gelegen aan de westkust van het Indische subcontinent, heeft een oppervlakte van 3701 km2 en is daarmee ongeveer net zo groot als de provincie Overijssel. In het noorden en noordoosten grenst Goa aan de deelstaat Maharashtra en in het zuiden en zuidoosten aan de deelstaat Karnataka.
Op de kleine oppervlakte van de deelstaat komt een zeer gevarieerd landschap voor. De westkust, die grenst aan de Arabische Zee, bestaat in zijn geheel (105 kilometer) uit zandstranden, rotspartijen en baaien. Achter de stranden liggen duinen, palmbossen en grote rotsformaties. Enkele rivieren stromen hier in zee. Goa ziet er over het algemeen groen en vruchtbaar uit. Tijdens de moesson valt er zoveel neerslag dat de vegetatie het hele jaar voldoende vocht heeft. Het laagland van Goa is een coulissenlandschap bij uitstek met o.a. afwisselend rijstvelden, akkers, mangoplantages en loofbomenbossen. De Sahyadri Mountains vormen de bijna natuurlijke grens tussen Goa en India en zijn een onderdeel van de Western Ghats, een aantal bergruggen die de Deccan Hoogvlakte van de Malabarkust scheidt. Achter de Ghats ligt het grote, droge en kale Deccan-plateau.
Topografisch gezien kan Goa verdeeld worden in drie regio’s. In het oosten van de deelstaat liggen heuvels en bergen van de Western Ghats, de bergrug die de Deccan-hoogvlakte scheidt van de kustregio. De Western Ghats omvatten bijna 600 km2 van de totale oppervlakte van Goa. De gemiddelde hoogte is ± 800m. In het gebied van de Sahyadri Mountains liggen bergen als de Sonsagar (1166m) en de Catlanchimauli (1107m). De Sahyadri Ghats zijn bedekt met tropische wouden van loofbomen en bamboebossen. Vanaf de Dudhsagar valt een spectaculaire waterval 600 meter naar beneden. Het relatief onderontwikkelde gebied is wel zeer belangrijk voor bijna de gehele watervoorziening van Goa. Ook de zeven rivieren die door Goa stromen ontspringen in de Ghats. De Mandori is de langste rivier van Goa met 77 km. De Ghats waren ooit dicht bebost, maar toenemende houtkap zorgt voor veel problemen. Tussen de Western Ghats en de kust ligt de Midland regio. Dit gebied bestaat hoofdzakelijk uit plateaus tussen 30 en 100 meter hoog. Soms lopen deze plateaus door tot aan de zee. Hierop werden vroeger door de Portugezen forten gebouwd. In de wat lagere gebieden komen veel fruitbomen, kruiden en arecanoten-plantages voor. Op de plateaus wordt ook veel ijzer en mangaan gevonden en geëxploiteerd d.m.v open mijnbouw.
Voor de bezoekers van Goa is de kustregio met zijn goudgele stranden natuurlijk het belangrijkst. De begroeiing wordt voor een groot gedeelte bepaald door de invloed van eb en vloed op de rivieren. Tot 40 km landinwaarts zijn deze invloeden te merken. Langs de meeste rivieren vinden we mangrovebossen die goed gedijen op de zoutachtige grond.
Uniek zijn de khazahs, laagliggende gebieden (± 15.000 ha) die door een uitgekiend stelsel van sluizen geïrrigeerd worden met zout water! Dit wordt gebruikt voor bijvoorbeeld het houden van zeeviskwekerijen of voor de zoutwinning.

Klimaat

Het belangrijkste element van het Goaanse klimaat is de moessontijd die duurt van juni tot en met september. Gedurende deze periode valt bijna de hele jaarlijkse hoeveelheid neerslag; de rest van het jaar is het praktisch droog. Twee maanden voordat de (zuidwest) moesson losbarst gaat de luchtvochtigheid sterk stijgen en de normaal gesproken blauwe lucht wordt heiig en bewolkt. De periode net vóór het begin van de moesson wordt gekenmerkt door harde winden en veel onweer.
In de moessonperiode valt er gemiddeld in vier maanden tijd tussen de 2500 en 3000 mm regen (Nederland 700-800mm per jaar). Zo gauw de moessonperiode voorbij is wordt het klimaat van oktober tot en met februari zeer aangenaam, hoewel de zeestroming nog vrij fors is. Maar verder alleen maar blauwe, wolkenloze luchten. Het is dan warm maar niet te heet en een kalme zee. Half maart stijgt de luchtvochtigheid weer en wordt het klimaat drukkend en daardoor onaangenamer. De maximumtemperaturen zijn door het jaar heen vrij constant, variërend van ca. 28°C in juli en augustus tot 33°C in mei. De minimumtemperaturen variëren van ca. 24°C in de maanden juli en augustus tot 26,5°C in mei.

Planten en dieren

Goa’s milde temperaturen gecombineerd met de overvloedige regenval zorgen voor een rijke vegetatie.
De Western Ghats hebben de grootste diversiteit aan planten, en hier vinden we nog steeds echte stukken jungle. De begroeiing blijft hier altijd groen afgewisseld met suikerriet. Op de lagere hellingen van de Ghats vinden we laterite semievergreen dat overloopt in een savanne- achtige begroeiing.
In de Midland regio is de bovenste grondlaag te dun en onvruchtbaar en daardoor vinden we hier meest gras en struikgewas. De kleine valleien tussen de heuvels zijn zeer vruchtbaar en hier wordt dan ook veel fruit en kruiden verbouwd.
De heerlijk geurende Indiase laburnum en de bougainvillea komen algemeen voor. Zeer bijzonder is de banyanboom die met zijn luchtwortels een grote oppervlakte beslaat. Op de hellingen van de Western Ghats bevinden zich bamboebossen waarvan de stammen in de bouw gebruikt worden.
Grote zoogdieren als luipaarden, lippenberen en olifanten komen eigenlijk alleen nog maar in de nationale parken voor. Datzelfde geldt voor enkele soorten apen zoals de langoer en de bonnet-makaak. Verder vinden we in de nationale parken herten als het axishert of chital en de sambar, het grootste hert van India. De gaur, een rund, kan twee meter hoog en rond 1000 kg wegen.
Naast de veel voorkomende gewone eekhoorn leven in het Mollemreservaat reuzeneekhoorns die wel een meter lang (incl. staart) kunnen worden. Het enige vliegende zoogdier, de vliegende hond, komt vrij algemeen voor. In de dichte wouden van Molem en Canacona is de slanke lori wel eens te zien. De plompe lori is zeldzamer. Veel voorkomend zijn verder mangoesten, otters en civetkatten. Veel minder voorkomend zijn jakhalzen, gestreepte hyena’s en wilde honden. Dolfijnen worden regelmatig langs de kust gesignaleerd. Vervelende dieren voor de landbouw zijn het Indiase stekelvarken en het wilde zwijn. Vrij zeldzaam is de pangolin, een mierenetend gordeldier.
Goa is een waar slangenparadijs. Een gevaarlijke gast is de giftige Russell’s adder. Giftige soorten komen verder niet zoveel voor maar beroemd en berucht zijn natuurlijk wel de cobra’s waarvan de koningscobra de grootste en de gevaarlijkste is. Nog giftiger zijn de Indiase krait en de koraalslang. Bijzonder is de husada, een zeeslang die zeer giftig is maar zich nooit aan mensen vergrijpt. Andere niet giftige slangen zijn de blinde slang, de torava en de Indiase python die tot 4,5 meter lang kan worden, de Indiase wrattenslang, de Indiase rattenslang en de gouden boomslang.
Schorpioenen langs de stranden kunnen gemeen steken. De gekko daarentegen is een ongevaarlijke insecteneter. Vanwege hun vorm en kleur zijn de bidsprinkhaan en de wandelende tak nauwelijks waar te nemen. Op Chorao Island komt de slijkspringer voor die zowel door kieuwen als door longen kan ademen. Er leven nog twee soorten krokodillen in Goa. Bijna uitgestorven is de varaan. Zoetwaterschildpadden zijn in de hele staat te vinden en zeeschildpadden leggen hun eieren nog steeds op de stranden van Goa. Door het toenemende toerisme wordt de toekomst van deze dieren ernstig bedreigd.
Vogelliefhebbers wanen zich in de zevende hemel in Goa door de zeer rijke vogelpopulatie. Er leven minsten 200 soorten op dit kleine stukje van het gigantisch grote India. Er leven verschillende soorten ijsvogels waarvan de witkeel-ijsvogel een van de mooiste is. Een andere mooie vogel is de purperkoet. Koereigers, rifreigers en zilverreigers komen veel voor. De grote Bengaalse gier is een aaseter. Van de vier soorten arenden is de witbuikzeearend de meest bijzondere.

Andere roofvogels zijn buizerds, torenvalken, wouwen, kiekendieven en visarenden.
In de dorpen en steden tussen de huizen leven kraaien, mussen, zwaluwen en buulbuuls. Net buiten de bewoonde gebieden en op de open vlaktes leven o.a. bijeneters, drongo’s, piepers, kwikstaarten en hoppen. Verder nog loopvogels als pluvieren, waterhoentjes en meerkoeten. In de bossen leven de meeste vogels, al zijn ze vaak moeilijk te zien. Te horen zijn ze in ieder geval wel, zoals de spechten, baardvogels en de Indiase koel met zijn zeer doordringende geschreeuw. De vele fruitbomen in Goa zijn een waar luilekkerland voor duiven, grote groepen papegaaien, koekoeksklauwieren en myna’s. De meest bijzonder vogel die in Goa voorkomt is de groteske neushoornvogel. Altijd op zoek naar voedsel zijn de piepkleine snijdervogels, de vliegenvangers en tuinfluiters.
De grootste vlinder van India is ook te vinden in Goa evenals de grootste mot ter wereld, de atlasmot.

Geschiedenis


eerste bewoners
Waarschijnlijk werd Goa al genoemd op een Soemerisch kleitablet uit ca. 2200 voor Chr. en werd toen Gubio genoemd. De Noord-Afrikaanse Foeniciërs onderhielden al sinds 1700 voor Chr. handelsbetrekkingen met Goa. Ze brachten ook al een vroege vorm van het hindoeïsme met zich mee.
Historici zijn er nog steeds niet zeker van waar de eerste bewoners van het huidige Goa vandaan kwamen. Sommigen zeggen dat het migranten uit Afrika waren, anderen beweren dat ze uit Oost-Azië kwamen. Waarschijnlijker is dat de oorspronkelijke bewoners uit Noord-India kwamen. Ongeveer 1500 voor Chr. vluchtten de Dravidiërs die de Gangesvlakte bewoonden, richting Goa en vestigden zich als semi-nomaden in de Western Ghats. De taal die zij spraken was afgeleid van het Sanskriet, het Konkani.

Goa wordt internationaal handelscentrum
Gedurende het Mauryan-rijk (321-184 voor Chr.) was Goa een deel van de administratieve regio Kuntala. Ook het boeddhisme arriveerde in die tijd aan de westkust maar bleef zich in de marge bewegen. Na de Mauryanen werd Goa bestuurd door de Marathi’s die ongeveer 50 voor Chr. werd opgevolgd door de machtige Anand-Chuttus. Dit rijk hield ongeveer 100 jaar stand en Goa werd daarna onderdeel van het Satvahana- rijk.
Goa ontwikkelde zich al snel als een internationaal handelscentrum dat handelscontacten onderhield met volkeren uit o.a. Afrika, het Midden- Oosten en zelfs de Romeinen. De volgende heersers over Goa waren de Bhojas die vanuit Chandrapur (nu: Chandor) bijna 300 jaar stand hielden. Ook nu weer bloeide de handel op. Tegen het einde van deze periode werd Goa een speelbal van kleine staatjes in de regio o.a. de Kadamba’s die later een belangrijke plaats in de Goaanse geschiedenis zouden gaan innemen. Eind 6e eeuw kwam de hele regio onder de heerschappij van de Chalukyas uit Badami. Ondanks de machtsoverdracht werd het de Kadamba’s geoorloofd Goa te blijven besturen als een soort feodale staat binnen de regio.
In het midden van de 8e eeuw werden de Chalukyas verslagen door de Shilaharas die ondanks veel binnenlandse onrust tot 973 aan de macht zouden blijven. In dat jaar werden de Shilaharas weer aangevallen door hun oude vijand, de Chalukyas. De Kadambas profiteerden van deze strijd en veroverden onder leiding van Shastadeva de hoofdstad Chandrapur in 979. De Chalukyas gedoogden deze actie van de Kadambas en er volgde de meest glorieuze periode uit de Goaanse geschiedenis. De Kadambas heersten tot begin 14e eeuw over Goa. Chandrapur groeide uit tot een grote en prachtige stad en zou de hoofdstad van Goa blijven tot het jaar 1050. In dat jaar werd de nieuwe havenstad Govepuri (nu: Goa Velha) tot hoofdstad benoemd. Goa werd wederom een belangrijk handelscentrum en onderging culturele invloeden van vele volken uit o.a. Malabar, Bengalen, Sumatra en Arabische landen. Het was ook een periode van religieuze tolerantie waar hindoes en moslims naast en met elkaar leefden.
Vanaf het begin van de 14e eeuw volgden er vanuit het noorden invasies van moslims en in 1312 werd de hoofdstad Govepuri verwoest, vijftien jaar later volgde Chandrapur. In 1352 kwam Goa definitief onder de heerschappij van de Bahmani’s. Zij hielden Goa ca. 25 jaar in bezit en werden toen verjaagd door de soldaten van het Vijayanagar- rijk. Vele hindoes waren ondertussen al gevlucht uit Goa. In de periode die volgde werd de draad weer opgepakt en ook de handel met de Arabieren werd weer hervat.
Aan het begin van de 15e eeuw probeerden de Bahmani’s Goa weer te heroveren. Drie pogingen daartoe mislukten maar de vierde poging in 1471 lukte wel en Goa werd weer een onderdeel van het Bahmani- koninkrijk. Ook nu weer werden Govepuri en vele hindoetempels verwoest. Binnen twintig jaar echter was het Bahmani-rijk door onderlinge twisten verdeeld in vier groepen. De Bahmani’s bouwden nog wel een nieuwe hoofdstad in de buurt van de Mandovi rivier, genaamd Gove.

Bevolking

De hoofdstad Panaji (of Panjim) ligt aan de rivier de Mandovi en heeft ca. 90.000 inwoners. In Goa wonen meer dan 1,5 miljoen mensen. De gemiddelde bevolkingsdichtheid is ca. 405 inwoners per km2. De bevolking is zeer gemêleerd doordat gemengde huwelijken tussen christenen en Hindoes geen bijzonderheid waren en Goa al heel lang een internationale handelsplaats was. Bijzonder zijn de Sarasvati-brahmanen, leden van hoge subkaste, die in de 12e eeuw vanuit Noord-India naar Goa verhuisden. Ze kregen al snel het geldverkeer in handen en vormen nog steeds de handelselite van Goa.
India is onder andere bekend vanwege zijn omstreden kastenstelsel. Het kastenstelsel bepaalt dat een mens bij zijn geboorte lid is van een bepaalde kaste (jati=geboorte) en gedurende zijn leven niet van kaste kan veranderen. Hij kan alleen in een hogere kaste komen door goede daden te verrichten. In een volgend leven wordt hij daarvoor beloond doordat hij in een hogere kaste geboren wordt. De volgende kasten zijn, in volgorde van belangrijkheid, te onderscheiden:
Brahmanen – priesters en zangers
Kshatriya’s – koningen en krijgslieden
Vaishya’s – kooplieden en landeigenaren
Shudra’s - boeren en arbeiders
Door huwelijken tussen kasten zijn er vele duizenden tussenkasten ontstaan. Een aparte groep vormen de kastelozen of paria’s die zichzelf dalits noemen. Sinds 1950 is iedereen wettelijk gelijk en is er veel ten goede veranderd. Er zijn speciale scholingsprogramma’s opgesteld en gereserveerde plaatsen op universiteiten. Er is ook een landelijke politieke partij voor de kastelozen, maar vooral op het platteland in de kleine dorpjes hebben de dalits het nog steeds zeer moeilijk.
Net zoals in geheel India is het bevolkingsaantal de laatste 40 jaren in Goa explosief gestegen. Zo had Goa in 1961 590.000 inwoners terwijl er nu meer dan 1,5 miljoen wonen. Het inwoneraantal is echter aan grote schommelingen onderhevig. Zo komen er elk jaar veel Indiërs uit vooral de nabijgelegen deelstaten Karanataka, Kerala en zelfs Rajasthan. Sommigen zijn op zoek naar vast werk, anderen profiteren van het toeristenseizoen. Rijke mensen uit de rest van India kopen in Goa hun tweede huis. Verder wordt Goa tweederde deel van het jaar overspoeld door toeristen en zal het niet meer zolang duren voordat het aantal toeristen dat Goa bezoekt groter zal zijn dan het aantal inwoners van Goa. Ca. 65% van de Goaanse bevolking zijn Hindoes, ca. 30% zijn christenen, ca. 5% zijn moslims en minder dan 1% hebben een andere religie. De gemiddelde levensverwachting ligt iets hoger dan die van geheel India, die 62,5 jaar bedraagt.

Taal

India heeft zestien officiële talen waarvan het Hindi de officiële taal is. De Goaanse bevolking spreekt een officiële, door de staat India erkende taal: het Konkani. Het Konkani is ontstaan uit het Sanskriet, net zoals het Hindi. Het Konkani wordt op vijf verschillende manieren geschreven. Zo schrijven de christenen het Konkani in het Romaanse schrift en de Hindoes met de lettertekens van het Devnagari schrift, net zoals het Hindi geschreven wordt.
Ten tijde van de Portugese overheersing sprak met name de bovenlaag van de bevolking Portugees. In 1684 werd de Portugese taal zelfs verplicht in Goa. Het Portugees wordt nu nog gesproken als tweede taal door een steeds kleiner wordende groep Goanen.
In het onderwijs is het Engels nog steeds de belangrijkste taal, hoewel felle discussies over het loslaten van alles wat met de vroegere, gehate overheersers te maken, telkens weer oplaaien.
Hoewel het Hindi en het Konkani beiden uit het Sanskriet voortkomen, zijn er grote verschillen waar te nemen. Soms lijken de twee talen erg op elkaar, soms totaal niet.
Enkele voorbeelden:
Hindi Konkani
1 ek ek
2 do don
3 tin tin
4 char char
5 panch panch
6 chhe sou
7 saat sat
8 aath att
9 nau nov
10 das dha


Hindi Konkani
hallo namaste paypadta
dank u dhanyabad dev borem korum
groot bhada hodlo
vandaag aaj aaj
thee chai chao
jaar saal voros
ei aanda tatee
suiker chini sakor

Godsdienst
Er zijn drie duidelijke zichtbare groepen te onderscheiden. Ca. 65% van de Goaanse bevolking zijn hindoes, ca. 30% zijn katholieken, ca. 5% zijn moslims en minder dan 1% hebben een andere religie. De verdeling van de godsdiensten in geheel India ziet er heel anders uit: hindoes 80%, moslims 14%, christenen 2,4%, Sikhs 2%, Boeddhisten 0,7% en overige religies 0,9%.
Met name het katholicisme en het hindoeïsme zijn nauw verweven met elkaar. Zo stapten in de Portugese tijd Goaanse hindoes naar het christendom over voornamelijk vanwege economische redenen. Het kwam zelfs voor dat de helft van een familie in een hindoegebied ging wonen en de andere helft in christelijk Portugees gebied. Vandaar ook dat de verschillende religies in Goa in harmonie samenleven met elkaar. De bijbel werd in 1616 in het Konkani vertaald in de vorm van een volkssprookje zodat de dorpelingen het konden begrijpen.
Brahmaanse families die zich bekeerden tot het katholicisme mochten in hun kaste blijven en ook hun festivals en tradities behouden. Tot op de dag van vandaag behoedt deze unieke religieuze mix de bevolking voor godsdienstige twisten. Vele religieuze festivals worden dan ook samen gevierd. De grootste moslimgemeenschap woont in Ponda, waar ook de grootste moskee staat. De koe is voor de Hindoes in India een heilig dier dat vruchtbaarheid en voedsel belichaamt.

Samenleving

Staatsinrichting

In 1947 werd de Engelse kolonie India verdeeld in het hindoeïstische India en het islamitische Pakistan. In 1950 werd India officieel een republiek en werd meteen de grootste democratische parlementaire republiek ter wereld. In 1950 werd tevens een grondwet aangenomen die is gebaseerd op westerse democratische grondrechten. De president van India is tevens het staatshoofd, maar de echte macht ligt bij de regering en dan vooral bij de premier. De regering van India zetelt in de hoofdstad New Delhi.
De regering legt verantwoording af aan de Lokh Sabha, te vergelijken met de Nederlandse Tweede Kamer. De Lokh Sabha bestaat uit een voorzitter en 544 rechtstreeks gekozen leden. Er zijn 125 zetels gereserveerd voor kastelozen. Verkiezingen voor de Lokh Sabha worden in principe elke vijf jaar gehouden en iedereen ouder dan 18 jaar kan gaan stemmen. De 245 leden van de Rajyat Sabha, te vergelijken met de Nederlandse Eerste Kamer, worden gekozen door de deelparlementen en controleren de regering. In de Lokh Sabha in New Delhi zitten drie gekozen Goaanse vertegenwoordigers. Goa heeft verder één zetel in de Rajyat Sabha.
De federale republiek India bestaat uit zeven Union- Territories die vanuit New Delhi bestuurd worden en 25 deelstaten die elk een eigen regering en parlement hebben.
Goa is sinds 1987 een officiële deelstaat van India met aan het hoofd een gouverneur die door de regering in New Delhi benoemd wordt. De regering van Goa (premier en ministers) staan onder het gezag van de gouverneur. Politie, onderwijs, landbouw en industrie worden aangestuurd door de deelstaatregering van Goa. Het parlement van Goa, de Legislative Assembly, heeft 40 leden. Goa is verdeeld in twee grote districten: Noord-Goa met de hoofdstad Panaji als centrum en Zuid-Goa met Margo als centrum. Goa is verder onderverdeeld in elf subdistricten, taluka’s genaamd.
De 374 dorpen en steden worden bestuurd door 183 panchayats. Elke panchayat heeft een aantal zogenaamde “wards” die elk een lid van de panchayat kiezen. De leden van de panchayat kiezen een voorzitter/leider, de sarpanch.
Goa kent de volgende taluka’s (subdistricten) met hun hoofdsteden:
Bardez – Mapusa
Bicholim – Bicholim
Canacone – Canacone
Mormugao – Vasco da Gama
Pernem – Pernem
Ponda – Ponda
Quepem – Quepem
Salcete – Margao
Sanguem – Sanguem
Sattar – Valpoi
Tiswat - Panaji

Onderwijs

Goa was al een onderwijscentrum lang voordat de Portugezen arriveerden. Gedurende het Kadamba-rijk (rond 1000 na Chr.) was Goa een belangrijk Hindoe- religieus centrum met medische-, filosofische- en architectuurinstituten. Het onderwijssysteem varieerde van pathshalas, waar elementair onderwijs gegeven werd, tot agraharas, Hindi-universitair onderwijs. Margao had toen al een beroemde universiteit met een bibliotheek van meer dan 10.000 boeken. Na de komst van de Portugezen werd het onderwijs opgepakt door christelijke religieuze ordes zoals de jezuïeten.
De religieuze ordes waren ook belangrijk i.v.m. het ontwikkelen van nieuwe technieken en inzichten. Zo werd in de Rachol Seminarie de derde drukpers van het oosten gemaakt./// Hier werd ook de eerste Konkani-grammatica gedrukt en de eerste bijbel in het Konkani vertaald. De priesters verzorgden ook het basisonderwijs en waren ook zeer actief in het muziekonderwijs. Door dit vroege gestructureerde onderwijsaanbod ontwikkelde zich een intellectuele elite in Goa die veel gerespecteerde medici, advocaten en journalisten heeft voortgebracht. Vandaag de dag ligt het onderwijsniveau in Goa gemiddeld hoger dan in de rest van India. Ca. 75% van de Goaanse bevolking heeft minimaal basisonderwijs gevolgd. Het gemiddelde voor geheel India ligt op ca. 52%. Van de Goaanse vrouwen heeft ca. 67% onderwijs gevolgd. Het gemiddelde voor geheel India ligt op 39%!
Het onderwijs is gebaseerd op het Engelse systeem. Van vijf tot en met vijftien jaar wordt er basisonderwijs gevolgd, afgesloten met een examen. Na deze basiseducatie kan men nog twee jaar specialiseren in kunst- commercieel-, vak- of natuurkunde- onderwijs. Onderwijs tot en met de 10e graad is gratis. De 11e en 12e graad zijn niet meer gratis. Na de 12e graad kan men nog driejarige cursussen volgen. Tot 1985 waren studenten verplicht om buiten Goa universitair onderwijs te volgen. In juni 1985 is de Goa University opgericht. Op dit moment studeren daar ca. 1600 studenten. In Bambolim is verder nog een medische en een tandheelkundige opleiding.

Economie
algemeen

Vóór de onafhankelijkheid in 1961 van India was de Goaanse economie voornamelijk gebaseerd op de visserij, de landbouw en de export van producten als rubber en hout. Omdat er geen markt was voor de productie van goederen, was de industriële ontwikkeling minimaal en bestond uit vis- en fruitconserven- industrie en wat kleine fabriekjes. Het gemiddelde inkomen van een arbeider lag toen op ongeveer 434 Indiase roepia’s per jaar. Op dit moment ligt dat inkomen op ongeveer 18.000 Indiase roepia’s per jaar en daarmee is Goa een van de welvarendste deelstaten van India.
Sinds Hongkong weer bij China hoort gaan er stemmen op in India om van Goa een vrijhaven en vrijhandelszone te maken. Goa zou dan een zelfregulerende stadstaat à la Hongkong worden onder supervisie van de regering in New Delhi. Actiegroepen zijn echter bang dat er van het oorspronkelijke Goa niet veel meer zal overblijven en willen daarom een referendum houden over dit onderwerp.


industrie

De huidige welvaart is voor een groot gedeelte te danken aan de ontwikkeling van de industrie. Na de onafhankelijkheid van India werden er voor Goa een aantal goede plannen gemaakt om investeerders aan te trekken. De industriële groei vorderde aanvankelijk moeizaam maar tussen 1973 en 1981 groeide het aantal industriële bedrijven van 702 naar 2229 en op dit moment zijn er ca. 6500 kleine industriële bedrijven die ongeveer 40.000 mensen in dienst hebben. Verder zijn er nog meer dan 200 grote bedrijven die 20.000 werknemers hebben.
Deze snelle groei heeft wel een aantal negatieve neveneffecten. Zo zijn er problemen met het milieu en verder staat de werkgelegenheid van de Goaanse bevolking onder druk vanwege het toenemend aantal immigranten uit andere staten die veelal tegen veel lagere lonen werken dan de “eigen” bevolking.

landbouw en visserij
Meer dan de helft van de bevolking van Goa is wel op een of andere manier betrokken bij de landbouw. Slechts weinigen zijn er echter volledig van afhankelijk voor hun dagelijks brood. Voornaamste redenen hiervoor zijn het geringe aantal hectares per bedrijf en de gebrekkige irrigatie van de droge grond.
Op ongeveer 162.000 ha worden gewassen verbouwd. De belangrijke gewassen zijn rijst, ragi, maïs, peulvruchten, oliezaad en plantageproducten als suikerriet en rubber. De rijstproductie is de laatste jaren met 100% gegroeid, en dat is te danken aan de introductie van hoogstamrassen. Met voldoende irrigatie kan er zelfs twee keer per jaar geoogst worden. Er worden drie soorten rijst verbouwd en de opbrengst is ca. 17 miljoen ton per jaar.
Ook fruit, kruiden, kokosnoten en met name cashewnoten vormen een behoorlijke bron van inkomsten. Goa is zelfs de grootste cashewnotenproducent van de wereld. De meeste gewassen worden het hele jaar door geteeld. Alleen de groenten worden vanwege het vele water dat ze nodig hebben tijdens de moessonperiode verbouwd. De bloementeelt wordt steeds belangrijker voor de Goaanse landbouweconomie. Een vloot van 3.000 boten met 40.000 vissers vangt jaarlijks 170 soorten vis en schaaldieren die veelal op markten verkocht worden.

mijnbouw

Mijnbouw, voornamelijk in het noorden van Goa, startte in 1905 op beperkte schaal en stopte alweer snel tussen de twee wereldoorlogen. Na de onafhankelijkheid van India in 1961 werd de mijnbouw weer hervat en groeiden sommige bedrijven uit tot de grootste en belangrijkste van India.
De belangrijkste mijnbouwproducten zijn ijzererts, mangaanerts en bauxiet. Het ijzererts wordt voornamelijk naar Japan geëxporteerd hoewel het van matige kwaliteit is.
Andere, minder belangrijke mijnbouwproducten zijn o.a. kalksteen en porseleinaarde. De wat dieper gelegen aders zijn van een nog slechtere kwaliteit en moeilijk te exploiteren. Het is daarom nog maar de vraag of de mijnbouw nog lang rendabel zal zijn. Een onzekere toekomst dus voor de 8.000 mensen die direct afhankelijk zijn van de mijnbouw en de 20.000 mensen die er indirect van afhankelijk zijn. Zo is bijvoorbeeld de haven van Mormugao voor 90% afhankelijk van de export van het ijzererts.

toerisme

Het toerisme is een zeer belangrijke bron van inkomsten en een duidelijke staatsaangelegenheid geworden. Er komen ongeveer 1,3 miljoen toeristen per jaar naar Goa. Bijna 300.000 toeristen komen uit het buitenland, van wie de helft uit Groot-Brittannië. De rest komt uit India zelf. Ongeveer 25% van Goaanse bevolking is direct of indirect afhankelijk van het toerisme.
Op dit moment discussieert men in Goa waar het met het toerisme naar toe moet. De deelstaatregering wil eigenlijk alleen de rijkere toerist naar Goa lokken omdat rugzaktoeristen weinig geld in het laatje brengen. Tegenstanders beweren dat de rijkere toeristen het hotel niet uitkomen en dat daardoor de lokale ondernemers er niet van profiteren. Een ander bezwaar van de bevolking is dat veel van het verdiende geld in de zakken van enkele personen verdwijnt die vaak niet eens in Goa wonen. Ook is het loon van b.v. obers en serveersters zeer laag in verhouding tot het vele geld dat er met het toerisme verdiend wordt.


vervoer

Dabolim Airport is het vliegveld van Goa en ligt 29 km van de hoofdstad Panaji. Veel reizigers komen niet rechtstreeks naar Goa, maar gaan via voornamelijk Santa Cruz Airport van Mumbai (Bombay). Binnenlandse vluchten (domestic flights) worden o.a. verzorgd door Indian Airlines en Jet Airways.
Het spoorwegennet van India is een van de grootste ter wereld en Indian Railways is de grootste werkgever ter wereld met meer dan 1,5 miljoen werknemers.
De treinreis van Mumbai naar Goa is een ware belevenis. De trein passeert 72 tunnels met een totale lengte van 77 km. Er lopen twee spoorlijnen door Goa. De South Central Railway van Mormugao richting Margao en Karmataka in het oosten. De andere lijn is de nieuwe Konkan Railway van Mumbai via Goa naar Mangalore.
De bus is het ideale vervoermiddel om snel en goedkoop te reizen en verbindt de meeste plaatsen in Goa met elkaar. Door de extreem verstopte steden en de smalle hobbelige wegen op het platteland is het vervoer per auto over het algemeen niet aan te raden.

Kinderarbeid in India

India is een land met ± 1 miljard inwoners. Van die 1 miljard inwoners is 38% jonger dan 15 jaar en daarvan werkt ongeveer 23 %. Dat komt neer op ong. 100 miljoen werkende kinderen! Het grootste deel van de werkende kinderen is meisje. Dit komt doordat meisjes toch uitgehuwelijkt worden en het dus niet zo belangrijk is dat ze naar school gaan, om later een goed inkomen te kunnen verdienen. Een goed alternatief is dus werken. Voor jongens ligt dit nog iets anders. Zij gaan iets vaker naar school, ook al is het percentage dat naar school gaat nog altijd laag. Van de jongens gaat tweederde naar school en van de meisjes slechts de helft.
Gevaarlijk werk: edelstenen slijpen


Waar vindt kinderarbeid plaats?

Kinderarbeid vindt vooral plaats in de textielindustrie en in de landbouw. Daar is veel vraag naar jonge kinderen, omdat ze handiger en goedkoper zijn dan volwassenen. Ook klagen ze minder snel. Ze zijn gewoon makkelijker te gebruiken. De textielindustrie vormt een grote bron van inkomsten voor de economie van India. In 1989 waren er ong. 5000 kledingfabrieken die exporteerden naar het buitenland. Je zou dus kunnen zeggen dat het wel belangrijk is dat dit werk er blijft, want anders zou het verschil tussen import en export nog groter worden en dit zou slecht zijn voor de economie in India. Dit werk zou alleen beter gedaan kunnen worden door volwassenen. Naast het werk in de textielindustrie en in de landbouw, werken kinderen ook als straatverkoper en de meisjes in de seksindustrie. Zelfs kinderen die in de seksindustrie werken worden gedwongen door hun ouders, omdat het geld belangrijker is dan het werk dat ze ervoor moeten doen.


Wat zijn de oorzaken van kinderarbeid?

Voor het bestaan van kinderarbeid zijn verschillende oorzaken te noemen. De oorzaken die ik hier opnoem zijn vast niet de enige oorzaken, maar volgens mij wel de belangrijkste. Deze oorzaken zijn:
* Veel mensen in India leven in grote armoede. Voor veel gezinnen is er te weinig inkomen om het gezin te kunnen onderhouden. Kinderen moeten van de ouders gaan werken om voor meer inkomen te zorgen. Ze zijn zelf vaak blij als ze een steentje bij kunnen dragen aan het huishouden thuis.
* Voor veel volwassenen is geen werk te vinden. Dit komt voor een deel, doordat de kinderen dit werk doen. In plaats van dat de ouders werken voor geld, werken de kinderen. Een andere reden hiervoor is dat de bevolking sneller stijgt dan het aantal banen in India.
* De reden dat kinderen het werk doen dat de ouders ook zouden kunnen doen, is dat kinderen goedkoper en handiger zijn. Vooral in de textielbranche kunnen werkgevers de kleine kinderhandjes van jonge kinderen goed gebruiken? Kinderen laten over het algemeen meer over zich heen gaan en bieden minder weerstand dan volwassenen. Ze zijn in feite weerloos.
* Veel ouders hebben ook grote schulden. Om die schulden af te kunnen lossen, laten ze hun kinderen werken voor de geldlener. Zo worden de kinderen vaak het bezit van de geldlener, want als ze niet voor hem werken blijft de schuld en zal die schuld ook alleen maar groeien.

* Eén oorzaak van kinderarbeid ligt ook in het buitenland. Verschillende buitenlandse bedrijven vestigen zich in landen met kinderarbeid of kopen daar hun grondstoffen, omdat het werk en de producten daar goedkoper zijn. Hierdoor neemt de vraag naar kinderarbeid alleen maar toe.
* Als laatste oorzaak wil ik het gebrek aan onderwijs noemen. Veel kinderen zijn niet geschoold. Het enige wat de kinderen dus kunnen, is werken. Dat ze niet naar school gaan komt doordat het onderwijs in India te duur is en er ook vaak geen mogelijkheid voor is. De overheid lijkt het ook niet zo belangrijk te vinden, want ze besteedde in 1998 slechts 2% van haar begroting aan onderwijs. In Nederland is dit 18%. Daarbij komt nog eens dat zo’n 70% van dat geld naar de steden gaat terwijl 80% op het platteland woont. Deze cijfers maken nu wel duidelijk dat maar een heel klein deel van de jeugd naar school gaat.

'Sharif (ongeveer 12) is een bhattiwallah, wat wil zeggen: hij zit aan de oven en prikt er bellen glas. Hij heeft een doek rond zijn hoofd gedraaid om zijn haar tegen schroeihitte en uitslaande valmmen te beschutten. Hij toont littekens aan beide onderarmen. Zijn ouders zijn werkloos. Sharif verdient, zegt hij, 20 tot 25 roepia's (ƒ 1,- tot ƒ 1,25, ofwel ongeveer € 0,50) per dag voor ongeveer 12 uur werk. Hijzelf krijgt op het werk een karige hap te eten, maar over zijn ouders en vier jongere broers en zussen, maakt hij zich zorgen. Zijn loont stelt zijn ouders niet in staat alle monden te voeden, en in afwachting van het moment dat andere kinderen van de familie aan de slag gaan, heeft zijn vader bij de baas van Sharif geld moeten lenen. Hoe groot de oorspronkelijke lening was, weet Sharif niet meer, maar met rente erbij is het bedrag inmiddels tot 4.000 roepia's opgelopen. Dit geld bindt Sharif aan de fabriek: hij moet blijven werken tot de schuld is afbetaald, of tot een van zijn broertjes of zusjes als onderpand kan dienen.' (Rudy Rotthier, 'Kinderen van de krokodil')

Wat zijn de gevolgen van kinderarbeid?

Kinderarbeid heeft grote gevolgen voor de kinderen. Deze gevolgen zijn grof te verdelen in geestelijke en lichamelijke gevolgen.

Geestelijke gevolgen:

- De kinderen lopen, doordat ze niet naar school gaan, een grote achterstand in hun geestelijke ontwikkeling op. Door deze achterstand krijgen ze ook geen kans om hogerop te raken, ze zijn niet geschoold en zijn in de ogen van veel werknemers alleen geschikt om te werken in fabrieken of op het platteland.
- Ook doordat ze hun ouders weinig zien wordt de ontwikkeling belemmerd. De kinderen moeten veel uren per dag werken en als ze thuis komen eten ze en gaan dan direct slapen. Het contact met de ouders is dus minimaal. Er zijn ook kinderen die hun ouders bijna nooit zien, omdat ze slapen en eten op hun werkplek.

Lichamelijke gevolgen:
- Door het harde werken en te weinig slapen in vergelijking met werken, raken de kinderen uitgeput. De kracht in hun lichaam neemt af en veel kinderen zijn regelmatig ziek. Voor de zieken is er geen of bijna geen zorg. Medicijnen zijn er niet en al helemaal geen ziekenhuizen waar ze kunnen verblijven als ze ziek zijn.
- De kinderen in de fabrieken werken hele dagen in een donkere ruimte met weinig frisse lucht. Doordat ze zo weinig daglicht hebben, gaan ze steeds slechter zien.
- Veel kinderen en dan vooral meisjes worden mishandeld en misbruikt. Hun werkgevers maken misbruik van hun positie en de kinderen stribbelen toch niet tegen.

Welke mogelijke oplossingen zijn er voor kinderarbeid?
Er bestaat geen oplossing die kinderarbeid van de een op de andere dag kan stoppen, maar er zijn wel oplossingen te bedenken die kinderarbeid op de lange termijn kan stoppen. Deze oplossingen zijn:
* Het scheppen van werkgelegenheid voor volwassenen en oude-dagvoorziening. Dit is natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan, want de werkgelegenheid voor volwassenen is er wel, maar wordt gewoon gedaan door kinderen. Om dit te voorkomen zou er een strenge controle moeten komen op kinderarbeid. Volwassenen moeten dat werk wat nu hun kinderen doen, zelf gaan doen.
* Om de bevolkingsgroei af te remmen zouden er speciale voorlichtingsprogramma’s voor vrouwen en meisjes moeten komen. Als de bevolkingsgroei daalt, daalt ook het aanbod van arbeid en daarmee de werkloosheid.
* Om de vraag naar kinderen te verminderen zou er een verbod moeten komen op het kopen van producten die door kinderen gemaakt zijn. Dan moet er echter wel eerst voor gezorgd zijn dat erander werk is voor de volwassenen anders hebben ze helemaal geen inkomen meer.
* De overheid moet meer geld beschikbaar stellen voor onderwijs en het basisonderwijs geheel gratis maken. Kinderen krijgen zo meer de gelegenheid om zich te scholen en dat is alleen maar goed voor later. Dan hebben ze meer mogelijkheden op een beter baan om meer inkomen te krijgen. Als de kinderen naar school gaan, moeten werkgevers wel ouderen aannemen, omdat er anders geen werknemers zijn.
* Ook de wetten zouden aangepast moeten worden. Er geldt in India een leerplicht tot 10 jaar, maar voor je 14e mag je niet werken. Dit is eigenlijk wel een beetje tegenstrijdig, want kinderen die op hun 10e stoppen met school moeten van de regering dus 4 jaar niks doen. Om dit te veranderen zou de regering een nieuwe wet moeten maken waarin de leerplicht verhoogt wordt tot minstens 14 jaar.
* Vooral de overheid zou iets moeten doen aan kinderarbeid. De controle op kinderarbeid zou veel strenger moeten zijn, want ook al is kinderarbeid wettelijk verboden, het komt nog steeds voor.

Hoewel het wettelijk verboden is, werken ongeveer 300.000 kinderen in de Indiase tapijtindustrie.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.