Geschreven door: | Pascale (4 vwo) |
Datum ingestuurd: | 25 september 2002 |
Taal: |  |
Woorden: | 2.050 |
Bekeken: | 13987 keer (29 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Inleiding
Ik heb in voor werkstuk gekozen voor het onderwerp ‘zinloos geweld in het uitgaansleven’. Het leek me een boeiend onderwerp, omdat het redelijk actueel is en het jezelf ook kan overkomen.
Een probleem in het uitgaansleven is zinloos geweld. Het geweld in het uitgaansleven heeft veel gevolgen. Zo durven sommige mensen de straat niet meer op, mogen jongeren niet meer uit of moeten ze veel vroeger thuis zijn en ook zijn er financiële gevolgen. Om toch de veiligheid te handhaven moet de politie meer controleren, schaffen de uitgaansgelegenheden detectiepoortjes aan en wordt er gezorgd voor beveiliging. Dit kost allemaal veel geld. In mijn werkstuk wil ik proberen er achter te komen wat we kunnen doen tegen zinloos geweld. Hiervoor moeten we weten wie de actoren zijn, wat hun standpunten en belangen zijn, wat er al gedaan wordt tegen zinloos geweld, wat de resultaten daarvan zijn. En natuurlijk ook wat we nou precies onder zinloos geweld verstaan.
Het onderzoek is vanuit 4 invalshoeken bekeken; politiek-juridisch, sociaal-economisch, sociaal-cultureel en politiek juridisch. Mijn invalshoek komt als laatste aan bod. Daarna staat het antwoord van de hoofdvraag.
Ik denk dat het onderzoek goed gelukt is. De hoofdvraag is misschien iets te moeilijk geweest, want er moet veel meer onderzoek worden uitgevoerd, wil je die kunnen beantwoorden. Toch heb ik er met veel plezier aan gewerkt, al had mijn planning wel iets beter gekund.
Al mijn informatie komt van internet, vaak uit onderzoeken die door de verschillende actoren zijn uitgevoerd. Aan deze informatie heb ik veel gehad.
De politiek- juridische invalshoek
Het probleem
Zoals al gezegd in de inleiding is zinloos geweld in het uitgaansleven een probleem, een maatschappelijk probleem. Het is namelijk niet een probleem van een bepaald persoon, maar heel de samenleving kan er mee te maken krijgen.
Het geweld speelt zich voornamelijk af in de vier grote steden, al is ook in een aantal middelgrote steden een stijging waar te nemen. De meeste gevallen van zinloos geweld vinden plaats tussen 21.00 en 24.00 uur op vrijdag en in het weekend.
Zinloos geweld heeft verschillende verschijningsvormen, maar in dit werkstuk gaat het alleen over uitgaansgeweld. Men krijgt de indruk dat hierin de meeste gewonden vallen, maar dat is niet het geval. Slechts 8% van de incidenten vindt plaats in uitgaansgelegenheden. Hierbij zijn niet de incidenten meegenomen die in de kroeg ontstaan en op de openbare weg worden uitgevochten. Het procentuele cijfer van uitgaansgeweld zal dus nog iets hoger liggen.
Zinloos geweld
Zinloos geweld lijkt een duidelijk begrip maar is het in werkelijkheid niet. Geweld is altijd zinloos zullen velen zeggen, maar dat is niet waar. Het gebruiken van geweld ter zelfverdediging is namelijk niet zinloos. Ook een dader zal zeggen dat het gebruiken van geweld niet zinloos was, dat het hoofd van zijn slachtoffer hem bijvoorbeeld niet aanstond. Onder zinloos geweld wordt in dit werkstuk verstaan ‘een spontane vorm van fysiek geweld (of dreiging) waar bij het opzettelijk verwonden of doden van iemand centraal staat’.
Het uitgaansleven
Ook dit begrip heeft extra uitleg nodig. Onder uitgaansleven verstaan we de plaatsen, uitgaansgelegenheden en de directe omgeving daarvan, waar mensen uitgaan. Men kan hier bijvoorbeeld denken aan alle horecagelegenheden, discotheken, theaters en bioscopen. Als iemand van het ene café naar het andere café loopt, is hij nog steeds in het uitgaansleven. Er wordt dus niet bedoel dat zodra je je voet buiten een uitgaansgelegenheid zet, je ook gelijk uit het uitgaansleven bent.
De actoren
We hebben verschillende actoren bij dit probleem.
Natuurlijk zijn er de slachtoffers. Van de slachtoffers is ongeveer 70% man. Vooral mannen tussen de 25 en de 35 en mensen in openbare beroepen (zoals horecamedewerker, buschauffeur) zijn slachtoffers. Vaak is het zo dat het slachtoffer ook de dader had kunnen zijn, hij/ zij heeft dan het gevecht verloren en wordt als slachtoffer aangezien. Men noemt dit diffuus slachtofferschap.
De daders zijn ook een actor. De meeste daders, 9 op de 10, zijn mannen. Vaak zijn zij tussen de 18 en de 25 jaar oud. Mannen hebben vaak een mannelijk slachtoffer, vrouwen vaak een vrouwelijk. Bij de daders kan men onderscheid maken tussen de voorspelbare groep en de onvoorspelbare groep. De voorspelbare groep gaat om jongeren die in de bredere zin crimineel is en niet alleen extreem geweld pleegt, maar ook problemen thuis heeft, spijbelt, werkloos is etc. De onvoorspelbare groep gaat om jongeren die onder invloed van drugs of alcohol te ver gaan en op een verkeerd moment op een verkeerde plaats zijn in het verkeerde gezelschap.
Ook de uitgaansgelegenheden spelen een rol. Zoals al verteld kan men hier bijvoorbeeld denken aan alle horecagelegenheden, discotheken, theater en bioscopen.
Een andere actor is de overheid. Vooral de gemeente is belangrijk, zij bepalen namelijk voor het grootste deel het beleid in hun gemeente. De regering, eerste en tweede kamer zijn belangrijk voor het opstellen van wetten over zinloos geweld.
De politie speelt ook een rol. Zij moeten zorgen voor openbare orde.
Ook zijn er actiegroepen opgericht, zoals de ‘stichting tegen zinloos geweld‘ en ‘kappen nou!’.
En natuurlijk zijn er ook nog de mensen die uitgaan. Ik beperk me hier tot de leeftijdsgroep van 15 tot en met 25 jaar.
De sociaal-economische invalshoek
Sociaal- economische achtergrond
Elke sociale groep heeft een bepaalde sociaal-economische achtergrond. Grofweg kun je ze indelen in 3 groepen.
- De overheid
- Het commerciële particuliere initiatief (de markt)
- Het niet-commerciële particuliere initiatief (groepen burgers of verenigingen en stichtingen)
Door ze in te delen weet je de sociaal-economische verhoudingen en is het makkelijker er achter te komen wat de belangen van de actoren zijn.
Ook de actoren bij dit probleem zijn te verdelen in die drie groepen. De overheid en de politie behoren tot de overheid. De uitgaansgelegenheden behoren tot het commerciële particuliere initiatief. De overige actoren, slachtoffers, daders, actiegroepen en mensen die uitgaan, behoren tot de laatste groep, het niet-commerciële particuliere initiatief.
Belangen
Verschillende actoren hebben verschillende belangen. We zettende verschillende belangen op een rijtje.
Slachtoffers hebben er belang bij dat de daders worden gepakt, worden gestraft en dat hetzelfde niet nog een keer gebeurt. Ook hebben ze belang bij goede slachtofferhulp, zodat ze weer gewoon over straat kunnen en niet thuis blijven zitten omdat ze zich onveilig voelen.
Daders hebben hele andere belangen. Lage straffen en het niet openbaar worden van hun daad, zijn belangrijk. Sommige daders waren onder invloed van drank en willen niet hun hele leven worden afgestraft voor de gevolgen van die ene avond.
Het hoofddoel van uitgaansgelegenheden is winst maken. Met veel klanten maken ze veel winst. Ze hebben dus belang bij een veilige omgeving, klanten zullen dan graag terug komen. Verder kan afname van zinloos geweld ervoor zorgen dat de uitgaansgelegenheden geen extra beveiliging hoeven in te huren en het aanschaffen van detectiepoortjes achterwege kan blijven. Dit scheelt allemaal geld, wat dus smeer winst betekent.
Een van de belangrijkste taken van de overheid is de zorg voor openbare orde en veiligheid. Belang van de overheid is dus het voltooien van die taak. Bovendien heeft de overheid meer tijd en geld voor andere problemen in de samenleving als zinloos geweld niet voorkwam. Dat geldt natuurlijk voor elk probleem, maar er is hier sprake van zinloos geweld.
De politie heeft precies dezelfde belangen als de overheid.
Actiegroepen zijn vaak in het leven geroepen door slachtoffers en/of familie en vrienden van slachtoffers. Zij hebben eigenlijk dezelfde belangen als de slachtoffers alleen hebben ze vaak meer middelen om die belangen te behartigen.
En dan hebben we natuurlijk nog de mensen die uitgaan. De meeste mensen gaan uit om plezier te maken. Geweld draagt daar niet aan mee en een onveilig gevoel ook niet. Belang van deze actor is dus veilig kunnen uitgaan.
De sociaal- culturele invalshoek
Oorzaken en redenen van zinloos geweld
Vaak is er niet één oorzaak aan te wijzen voor het probleem, maar is er sprake van een combinatie van verschillende oorzaken. De volgende oorzaken zijn het meest voorkomend.
- het gebruik van alcohol en/ of drugs
- gebrek aan goede opvoeding in normen en waarden
- toenemende bevolkingsdichtheid
- Te veel lawaai
- Geweld op televisie en computerspelletjes
- De 24-busmaatschappij
- Het gebrek aan sociale controle
- Gebrek aan psychische begeleiding
- Gevoel van onveiligheid
- Sociale ongelijkheid
- Verschillende culturen
- Miscommunicatie
- Eerbehoud/ machogedrag
Redenen voor het plegen van zinloos geweld, lijken er niet te zijn. Toch zullen de daders wel een reden hebben gehad. Het kan dan gaan om een incidentele gebeurtenis of voor de kick. Bij een incidentele gebeurtenis is de dader vaak al geïrriteerd en doet iets (de druppel) de emmer overlopen. De dader is zijn zelfbeheersing kwijtgeraakt. Als mensen geweld plegen voor de kick, vaak onder invloed van alcohol, kan dat ook zijn om zich te bewijzen tegenover de rest van de groep. Ze lokken de vechtpartij zelf uit.
De kijk op zinloos geweld
We kunnen de actoren wat dit betreft indelen in 2 groepen. De actoren die positief tegenover zinloos geweld staan en de actoren die negatief tegenover zinloos geweld staan.
De daders zullen positief tegenover zinloos geweld staan. Vaak zullen zij echter zeggen dat er geen sprake was van zinloos geweld, maar dat er een duidelijke reden was om iemand te verwonden. Bepaalde daders zullen er echter ook negatief tegenover staan, zij hebben spijt van hun daad.
De overige actoren behoren allemaal tot de groep die negatief tegenover zinloos geweld staan. Zinloos geweld levert voor hun alleen maar negatieve gevolgen op.
Oplossingen van de actoren
Slachtoffers zullen vast oplossingen hebben, maar ze voeren geen echt beleid. Slachtoffer die wel een beleid willen voeren zitten in actiegroepen.
De daders zullen niet veel oplossingen hebben voor het probleem, omdat de meeste het probleem niet zullen erkennen.
Uitgaansgelegenheden zorgen zelf vaak voor extra beveiliging bij de deur. Ook detectiepoortjes om wapengebruik tegen te gaan worden gebruikt. Verder zorgen ze ook voor extra belichting en soms zie je ook camera\s hangen in uitgaansgebieden.
Het beleid van de overheid wordt in het volgende hoofdstuk verteld.
De politie zet meer personeel in en dan vooral op tijdstippen en plaatsen waar het risico hoger is. Vaak zie je ook dat ze afspraken maken met de uitgaansgelegenheden om onder andere het alcoholgebruik te beperken.
Dan heb je nog de actiegroepen. Zij willen een mentaliteitsverandering, men moet weten dat zinloos geweld niet geaccepteerd wordt. Dit willen ze bereiken door landelijke campagnes, projecten en via de media hun mening te verkondigen. Ook informatievoorziening kan eraan bijdragen.
De mensen die uitgaan noemen als oplossingen betere opvoeding en meer blauw op straat.
De 2e politiek- juridische invalshoek
Beleid overheid
De aanpak van zinloos geweld op straat in een onderdeel van het veiligheidsbeleid, dat een centrale plaats inneemt in het regeerakkoord. Voorbeelden van maatregelen ter verbetering van de veiligheid zijn extra middelen voor de aanpak van criminaliteit en geweld door jongeren en het versterken van politie en justitie in het algemeen. Het kabinet bevordert dat de politiecapaciteit wordt uitgebreid een dat de politiemensen vaker kunnen worden ingezet op die uren en plaatsen waar de risico’s voor de burgers relatief groot zijn. Naar aanleiding van advies van de Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling besteedt de overheid meer zorg aan de slachtoffers, worden minderjarige daders snel en consequent gestraft en wordt geweld tegen politiemensen en mensen die de ruzie proberen te sussen zwaarder gestraft. Dit alles om de cultuur van afzijdigheid te doorbreken. Ook zorgt de overheid voor extra verlichting rond sluitingstijd bij de uitgaansgelegenheden.
De overheid heeft preventieplannen gemaakt die zich richten op baby, peuter, kleuter, jongere en jongvolwassene- beleid en zijn er activiteiten op het gebied van scholing, naschoolse opvang en vrijetijdsactiviteiten van de jeugd.
In januari 1999 is het kabinet het platform ‘Geweld op straat’ begonnen, een landelijk aanspreekpunt voor geweld op straat. Dit platform brengt een anti- geweldscode tot stand. Deze code dient heldere tolerantiegrenzen aan te geven over wat wel en niet kan en mag en hoe een ieder verantwoordelijkheid kan nemen.
Verder doet de overheid nog veel onderzoek naar oorzaken van zinloos geweld, want als ze de oorzaken weten, is het makkelijker om een goed beleid te voeren.
De ideologie die in dit beleid te herkennen is zijn het pragmatisme. Ze proberen een verstandige haalbare oplossing te vinden voor het probleem.
Beantwoording hoofdvraag
De hoofdvraag was; wat kunnen we doen tegen zinloos geweldig het uitgaansleven?
Uit mijn onderzoek is gebleken dat er verschillende oplossingen zijn en dat het geweld nog steeds toeneemt, het beleid werkt dus niet. Tot nu toe kan men dit beleid blijven voeren, maar het is nodig dat er meer onderzoek komt naar de oorzaken van zinloos geweld. Wanneer we die weten, kunnen gepaste oplossingen worden bedacht die meer kans van slagen hebben. En dan blijft het nog afwachten of ze werken. Er moet onderzoek blijven worden gedaan totdat het aantal slachtoffers van zinloos geweld afneemt.
Bronvermelding
-
www.minjust.nl
-
www.zinloosgeweld.nl
-
www.scholieren.com
-
www.overheid.nl
-
www.kappennou.nl
-
http://kunweb.uci.kun.nl/maatscahppijleerwerkstuk/thema.php?aid=12&deel=1
-
www.overheid.nl
-
www.postbus51.nl
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.