Geschreven door: | anoniem |
Datum ingestuurd: | 21 mei 2002 |
Taal: |  |
Woorden: | 5.100 |
Bekeken: | 6704 keer (24 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Kijk achter de Dijk
De achtergrond van ons poldermodel
Hoofdstuk 1: De managers van morgen
Opdracht 1: Wat vind jijzelf belangrijk aan je toekomstige baan? Een hoog salaris, of tellen er ook andere dingen mee?
Zie katern, pagina 4
Vraag 1: Wat is je conclusie als je de uitkomsten van de hele groep naast elkaar zet?
Opdracht 2: Eigen mening
Zie katern, pagina 4
Opdracht 3: Eens of oneens?
Zie katern, pagina 4
Opdracht 4: Vergelijk de landelijke uitkomsten met je eigen antwoord
Wat ik het minst belangrijk vindt aan mijn toekomstige baan is dat ik thuis kan werken. In de landelijke onderzoek is het gebleken dat vele jongens en meisjes daar hetzelfde over denken. Ik heb niet echt een ding wat ik het allerbelangrijkste vind aan mijn toekomstige baan. Landelijk vinden zowel jongens als meisjes het belangrijkste om een interessante baan te hebben, ik heb ook ingevuld dat ik het belangrijk vind. Daarna volgt dat een bedrijf niet schuldig mag maken aan onetische zaken. Dat vind ik niet zo belangrijk want iedereen denkt daar verschillend over. Met de rest van de volgorde op landelijk niveau ben ik het wel eens. Een hoog salaris is namelijk niet het allerbelangrijkst en dat blijkt ook uit de resultaten.
Opdracht 5: In welke branche moet je zijn om veel geld te verdienen en maakt dat iets uit als je nu een studierichting zou moeten kiezen?
In de financiële sector verdient men het meest, maar in de transportsector, Fast Moving Consumer Goodssector en de technieksector kan men ook veel geld verdienen. Het zou geen invloed hebben op de studierichting die ik kies, want ik kies wat ik leuk vind. Bovendien als ik die studie afgerond zou hebben, liggen de verhoudingen van de salarissen weer heel anders.
Vraag 2: Welk type arbeidscontract wil je het liefst en waarom?
Als ik mijn studie heb afgerond wil ik zo snel mogelijk een full-time baan, om geld te sparen en eventuele schulden af te lossen. Als ik dan voldoende geld gespaard heb, dan wil ik part-time werken, zodat ik wat meer tijd heb voor andere dingen. Het maakt niet uit hoeveel ik verdien, als het maar wel het minimumloon is. Het liefst verdient iedereen natuurlijk veel. De functie die in het arbeidscontract staat moet wel de functie zijn die ik leuk vind en waarvoor ik gesolliciteerd heb. Ook moeten er voorwaarden instaan waaronder ik werk. Bovendien moet het arbeidscontract de plichten van de werkgever bevatten, zodat ik daarop kan terugvallen.
Hoofdstuk 2: Werk en privé in een ideale mix
Vraag 1: Wat vind je zelf belangrijk aan je toekomstige werktijden?
Zie katern, pagina 5
Vraag 2: Hoeveel uren wil je per week werken?
Zie katern, pagina 5
Vraag 3: Wat vind jij het allerbelangrijkst voor je toekomstige baan?
Zie katern, pagina 6
Vraag 4: Wat vind jij het belangrijkst in het leven?
Zie katern, pagina 6
Opdracht 1: Vergelijk uitkomsten van andere jongeren met je eigen antwoorden
Ik heb zoals de meeste jongeren ingevuld dat ik meerdere vakanties per jaar wil en dat ik niet wil werken in het weekend. De andere dingen heb ik niet ingevuld, maar zijn door de andere jongeren toch ook ingevuld.
De meeste jongeren willen 40 uur werken. Ik daarentegen maar 33 tot en met 36 uur. Dit willen ook veel jongeren.
Een baan met veel doorgroeimogelijkheden en een baan met veel vrijheid daar kiezen veel jongeren voor. De andere opties daar wordt niet zoveel voor gekozen. Ik kies voor een baan met veel vrijheid, dat vind ik belangrijker dan doorgroeimogelijkheden.
Ik kan niet kiezen wat ik belangrijk vind in het leven. Ik vind het belangrijk dat ik een gelukkig gezinsleven heb, maar ik vind het ook belagrijk dat ik vrijheid heb en carrière kan maken. Ik wil deze dingen graag combineren. De meeste jongeren kiezen echter voor trouwen/ samenwonen/ gelukkig gezinsleven. Bij mij zijn net zoals de meerderheid van de jongeren de intrinsieke factoren belangrijker dan de extrinsieke factoren.
Opdracht 2a: De belangrijkste actuele ontwikkeling in de arbeidsmarktcijfers
In de middelgrote steden is het op dit moment makkelijker werk vinden dan in de grote steden. De grote steden lopen daarom ook leeg. Er is geen tekort aan banen, maar de werkloosheid heeft een andere oorzaak. De beroepsbevolking wordt wel groter en er gaan meer jongeren werken.
Opdracht 2b: Gegevens zoeken over de arbeidsmarkt van jou interesse
Niet gevonden
Opdracht 2c: Hoeveel mensen werken er volgens het CBS-gegevens voor het uitzendbureau?
In het jaar 1999 werkten er 21800 mensen voor uitzendbureaus. Vergeleken met de voorgaande jaren is het aantal vors gestegen. Het aantal zal dan in het jaar 2002 hoger liggen, maar dat staat niet op www. cbs.nl
Opdracht 3: Arbeidsmarkt op www. overheid.nl en welke informatie daar te vinden is
- de beroepsbevolking - uitstroom van de steden
- aantal werklozen - mutatie aantal banen en uitkeringen
- aantal uitkeringen - ontwikkeling van de arbeidsmarkt
- aantal bijstandpersonen - vergelijking van heel Nederland
- vergelijking van steden en werkgelegenheid
Hoofdstuk 3: Voor wat hoort wat: de belangen in de polder
Opdracht 1a: Wat zijn de idealen van de FNV?
- gelijkwaardigheid
- solidariteit
- vrijheid
- rechtvaardigheid
- duurzaamheid
Daarnaast wijst FNV discriminatie op grond van geslacht, geloof of overtuiging, handicap, leeftijd, opleiding of seksuele voorkeur af.
Opdracht 1b: Op welke manier probeert de FNV de idealen te verwezenlijken?
- een goede sociale zekerheid
- fatsoenlijke arbeidsomstandigheden
- voldoende scholingsmogelijkheden
- vergroting van de zeggenschap van werknemers en uitkeringsgerechtigden
- verbetering van secundaire arbeidsvoorwaarden.
Ook zorgt de FNV voor een goede CAO, flexibele arbeidsverhoudingen, solidariteit voor de minderen (zoals arbeidsongeschikten), werk voor zoveel mogelijk mensen, goede scholing en betere looneisen.
Opdracht 1c: Wat is op dit moment het belangrijkste onderwerp voor de FNV?
De WAO en handhaving van de verklarende CAO
Opdracht 1d: Hoe wil men op dit punt succes bereiken?
Met overleg met de overheid.
Vraag 1a: Welke vakbonden zijn bij de FNV aangesloten?
abvakabo nvj
kiem kappersbond
aob fwz
afmp bondgenoten
zelfstandigen vrouwenbond
bouw sport
horecabond politiebond
Vraag 1b: Hoeveel leden heeft de FNV?
De FNV heeft 1,2 miljoen leden.
Vraag 1c: Wat doet de FNV zoal voor haar leden?
De FNV geeft op maat gesneden advies zoals vraag en antwoord. En zit uw antwoord er niet tussen? Dan kunt u FNV publieksvoorlichting mailen. FNV leden krijgen meer service dan op persoonlijke maat dan mensen die geen lid zijn.
Leden krijgen een overzicht van alle adressen van hoofdkantoren van FNV en bonden en regiokantoren van FNV en bonden. Leden kunnen hun coa inzien en krijgen inzicht in hun cao.
Het opleidingsinstituut van de vakbeweging FNV Formaat biedt voor leden speciale cursussen. De FNV is bovendien het grootste belastingadvieskantoor van het land. FNV`ers kunnen hun belastingformulieren laten invullen door de FNV Belastingservice. FNV leden genieten veel kortingen. www. easygo.nl regelt dat. En...een slimmerik, haalt met de FNV-Countdown-ledenpas zijn FNV lidmaatschap er drie keer uit. Speciaal voor leden is er financieel advies en daarnaast kennen veel leden nog FNV Ledenverzekeringen, nu Proteqverzekeringen voor geld-producten.
Opdracht 2a: Wat zijn de doelstellingen van het CNV?
Het Christelijk Nationaal Vakverbond heeft als taak de belangen van mensen te behartigen op het gebied van werk en inkomen. Ook streeft het CNV naar een samenleving waarin mensen zoveel mogelijk gelijke kansen hebben en duurzaamheid een centraal begrip is. En het CNV wil in onze prestatiegerichte en steeds complexere samenleving een bijdrage leveren door mensen weerbaar en wendbaar te maken bij het verrichten van werk. Dit zowel op materieel als immaterieel gebied. Bovendien is werkgelegenheid een doelstelling waar de vakbond naar streeft.
Opdracht 2b: Op welke manier probeert het CNV de doelstellingen te bereiken?
Om de doelstelling bereiken voert het CNV een permanente dialoog met de leden, de samenleving en internationale organisaties op het gebied van mens en werk.
De vakcentrale overlegt met politiek, overheid of centrale werkgeversorganisaties. Dit soort overleg is immers voor alle werknemers van belang.
Opdracht 2c: Wat is nu het belangrijkste onderwerp voor het CNV?
De toekomst van de WAO
Opdracht 2d: Hoe wil het CNV op dit punt succesvol worden?
In de huidige WAO ligt het accent op het verstrekken van een uitkering. In de nieuwe WAO komt het accent terecht te liggen op reïntegratie. Het gaat erom mensen met een arbeidshandicap zoveel mogelijk betrokken te houden bij het arbeidsproces.
Mensen die duurzaam arbeidsongeschikt zijn krijgen terecht een hogere uitkering, in plaats van 70 procent krijgen ze 75 procent van hun laatst verdiende loon.
In de nieuwe regelgeving krijgen mensen na het eerste ziektejaar nog een ziektewetuitkering van 70 procent. Nu wordt het loon ook in het tweede jaar vaak aangevuld tot 100 procent. De verlaging van de uitkering is een goede prikkel om mensen te stimuleren weer aan het werk te gaan.
Vraag 2a: Welke vakbonden zijn bij het CNV aangesloten?
- ACOM CNV-bond voor militairen - Hout- en bouwbond CNV
- Politievakbond ACP - Jongerenorganisatie CNV
- CNV Bedrijvenbond - Kostersbond CNV
- BKM - CNV Kunstenbond
- CFO - Onderwijsbond CNV
- Dienstenbond CNV
Vraag 2b: Hoeveel leden heeft het CNV?
Het CNV heeft ruim 360 000 leden.
Vraag 2c: Wat doet het CNV zoal voor haar leden?
Het CNV bieden verschillende diensten aan zoals: rechtshulp, ledenhulp (voor het invullen van papieren etc.), vertrouwenspersonen, belastinghulp, cursussen en verzekeringen.
Opdracht 3a: Wat zijn de doelstellingen van de Unie mhp?
De Unie mhp is een algemene vakcentrale met bijzondere aandacht voor afzonderlijke functie-, beroeps- en inkomens- groepen. Daarbij worden de belangen van het middelbaar en hoger personeel en andere groeperingen specifiek behartigd.
De vakcentrale richt zich op veel aandachtsterreinen, zoals arbeidsvoorwaarden, arbeidsverhoudingen, arbeidsomstandigheden, arbeidsvoorziening, gelijke kansen/emancipatie, medezeggenschap, onderwijs en vorming, pensioenen, sociale zekerheid, telewerk. Desgevraagd verleent de vakcentrale ondersteuning en begeleiding bij het voltooien van scripties en/of onderzoeken.
Opdracht 3b: Op welke manier denkt de Unie mhp deze te bereiken?
De Unie mhp vertegenwoordigt op landelijk en regionaal niveau in veel overleg- en adviesorganen en samenwerkingsverbanden. Dit zijn onder meer de Sociaal-Economische Raad, de Stichting van de Arbeid, de Sociale Verzekeringsbank, het Landelijk Instituut voor de Sociale Verzekering, het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening, de Regionale Besturen voor de Arbeidsvoorziening, de Kamers van Koophandel. Daarnaast neem de Unie mhp deel aan het periodiek overleg met het kabinet over het te voeren sociaal-economisch en financieel-economisch beleid.
Opdracht 3c: Welk onderwerp staat nu bij de Unie mhp bovenaan de agenda?
Overheidsfinanciën
Opdracht 3d: Welke benadering heeft de Unie mhp gekozen om succes te bereiken voor de leden?
Het is een neutrale organisatie, zonder een levensbeschouwelijk en politiek-ideologisch karakter. Als centrale werknemersorganisatie is de Unie mhp betrokken bij het sociaal- en financieel-economisch beleid in ons land. De Unie mhp streeft als erkende vakcentrale op landelijk niveau naar de belangen van de leden van de vier bij de Unie mhp aangesloten werknemersorganisaties. Dat zijn de UOV, CMHF, VNV en BBV.
Omdat de Unie mhp neutraal is spreekt het veel mensen aan, daarbij komt dat er vier vakbonden bij zijn aangesloten waar ieder zijn eigen ideeën terug vindt.
Vraag 3a: Hoeveel leden heeft de Unie mhp?
De Unie mhp heeft ruim 225 000 leden.
Vraag 3b: Waarom is er eigenlijk naast de andere vakcentrales een speciale centrale voor deze groep werknemers?
De Unie mhp is speciaal gericht op deze werknemers omdat zij ook behoefte hadden aan een vakcentrale en er in de jaren ’70 nog geen rekening was gehouden met deze groep werknemers.
Vraag 3c: Hoe heb je informatie verzamelt over Unie mhp?
Eerst ben ik naar de site gegaan en daar heb ik een folder aangevraagd over Unie mhp. Voor een paar antwoorden heb ik toch de site gebruikt want die stonden niet in de folder.
Opdracht 4a: Voor wie behartigt deze vakbond belangen?
Machine personeel, onder andere machinisten en monteurs.
Opdracht 4b: Hoe komt deze vakbond aan zijn naam?
Vlak na de oorlog in 1946 werkte een aantal machinisten aan de aanleg van Schiphol. Zij staken de koppen bij mekaar en besloten een eigen vakbond op te richten, omdat ze vonden dat ze eigenlijk nergens echt bij hoorden. Als beroepsgroep hadden ze al een bijnaam "het zwarte koor" en bij de aanmelding bij de notaris heeft die er (al dan niet bewust) Het Zwarte Corps van gemaakt. De bijnaam hadden ze te danken aan het feit dat zij als asfaltploeg met asfaltmachines en walsen e.d. draaiden die nog op stoom werkten. Dus kolengestookt. En van kolen wordt je zwart. Bovendien droegen ze zwarte ketelpakken (overalls). Als ze dan aan het eind van de dag weer gezamenlijk teruggingen naar de keet, dan liep daar "het zwarte koor".
Opdracht 4c: Hoeveel leden heeft deze vakbond?
Het Zwarte Corps heeft 11 500 leden.
Opdracht 4d: Wat doet Het Zwarte Corps zoal voor zijn leden?
Het houdt zich bezig met de kwaliteit van de opleidingen, er is een praktisch dienstverlening door onze regiobestuurders, bijstandsadviezen op arbeidsrechterlijke, juridisch en fiscaal gebied, verzilvering van vakantiebonnen en/of vakantierechtwaarden, onderhandelen over en afsluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten, onderhandelen over arbeidsvoorwaarden in bedrijven en begeleiding van ondernemingsraden.
Het zorgt ook voor veiligheid, gezondheid en arbeidsomstandigheden.
Opdracht 4e: Welk onderwerp vindt Het Zwarte Corps op dit moment belangrijk?
Arbeidsonrust in de bouw
Vraag 4a: Ken je iemand die lid is van een vakvereniging?
Ja, mijn zus
Vraag 4b: Van welke vakvereniging is zij lid?
FNV
Vraag 4c: Waarom is zij lid?
Om haar rechten te krijgen die ze verdient
Vraag 4d: Waarom is zij lid van juist deze vakvereniging?
Dat ging vanuit het bedrijf.
Vraag 5a: Heb je ooit gehoord van het LAKS? Wat is dat dan?
Nee, daar heb ik nog nooit van gehoord.
Vraag 5b: Is het LAKS een vakvereniging?
Ja, voor scholieren
Vraag 5c: Zou je zelf lid worden van een vakvereniging? Motiveer je antwoord.
Ja, als ik problemen op mijn werk zou hebben of hulp nodig hebben die de vakvereniging geeft zal ik er wel lid van worden.
Opdracht 5a: Wie zijn aangesloten bij VNO-NCW?
Bedrijven en bedrijfstakorganisaties
Opdracht 5b: Wat vindt de VNO-NCW haar belangrijkste taken?
Belangenbehartiging en dienstverlening. De belangenbehartiging is gericht op het in stand houden en verder verbeteren van een gunstig sociaal-economisch klimaat voor Nederlandse ondernemingen. In een gunstig sociaal-economisch klimaat kunnen ondernemingen optimaal bijdragen aan de groei van welvaart en werkgelegenheid. In de belangenbehartiging gaat het om onderwerpen als belastingwetgeving, infrastructuur en arbeidswetgeving en gezondheidszorg - om maar een paar te noemen.
De dienstverlening van VNO-NCW is primair gericht op de aangesloten bedrijfstakorganisaties en regionale verenigingen. Het zwaartepunt ligt daarbij op algemene informatievoorziening over sociaal-economische (politieke) ontwikkelingen. Door middel van nauwe banden met een aantal andere organisatie levert VNO-NCW adviesmaatwerk aan bedrijven en bedrijfstakken. Onder meer betreft dat de begeleiding van cao-onderhandelingen.
Opdracht 5c: wat is op dit moment voor VNO-NCW het belangrijkste onderwerp?
Arbeidsvoorwaarden
Opdracht 5d: Wat vindt het VNO-NCW van dit onderwerp?
VNO-NCW vindt dat onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden in principe op het niveau van ondernemingen en branches moeten worden gevoerd. Alleen op die manier kan maatwerk tot stand komen; daaraan is steeds meer behoefte.
VNO-NCW hecht bovendien sterk aan een gematigde ontwikkeling van de arbeidskosten; dit is in het belang van onze internationale concurrentiepositie.
Opdracht 5e: Hoe denkt VNO-NCW dit doel te bereiken?
Het vormen en uitdragen van VNO-NCW-beleid is gebaseerd op gestructureerde communicatie. Centraal in de communicatie met de eigen leden staan het VNO-NCW-bestuur en de eigen commissies. Politieke beleidsvormers worden vooral bereikt en gehoord via de vele overlegcommissies waarin VNO-NCW zitting heeft. Daarnaast heeft VNO-NCW meer tastbare en zichtbare communicatiemiddelen. VNO-NCW organiseert voorlichtingsbijeenkomsten en congressen, publiceert jaarlijks tientallen boekjes over sociaal-economische onderwerpen en organiseert persconferenties.
Opdracht 6a: Wie zijn bij MKB-Nederland aangesloten?
Branche-organisaties die bestaan uit industrie en bouw, detailhandel en winkelambacht, medische dienstverlening en gezondheidszorg, horeca, recreatie en toerisme en zakelijke dienstverlening. Ook zijn bij de MKB-Nederland lokale ondernemersorganisaties aangesloten.
Opdracht 6b: Wat zijn de belangrijkste taken van MKB-Nederland?
Het MKB-Nederland levert een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van de samenleving en geeft als geen ander gestalte aan het regionale en lokale voorzieningenniveau. Bovendien worden in deze dynamische sector vele nieuwe vormen van dienstverlening en tal van technische en milieuvriendelijke innovaties ontwikkeld. Het mkb krijgt dan ook steeds meer de economische, maatschappelijke en politieke erkenning die het verdient. Juist het mkb geeft glans en een extra dimensie aan het hedendaagse ondernemerschap in Nederland. Leden van MKB-Nederland kunnen rekenen op effectieve belangenbehartiging en daadwerkelijke ondersteuning die aansluit op de dagelijkse ondernemerspraktijk. De leden van MKB-Nederland kunnen niet alleen rekenen op effectieve belangenbehartiging, maar ook op daadwerkelijke ondersteuning.
Opdracht 6c: Wat is op dit moment voor MKB-Nederland een belangrijk onderwerp?
De oplichting van Nederlandse bedrijven door Afrikaanse zakenlieden. Het blijkt dat Afrikanen Nederlandse bedrijven 23 miljoen euro afhandig hebben gemaakt en dat veel bedrijven nu in de schulden zitten.
Opdracht 6d: Welke mening heeft het MKB-Nederland hierover?
Het MKB-Nederland denkt dat de 23 miljoen euro slechts een klein deel is van de werkelijk gemaakte schulden. Ook vindt de MKB-Nederland dat het de schuld is van mensen die risico hebben genomen.
Opdracht 6e: Hoe denkt de MKB-Nederland het doel te bereiken?
Het wil onderzoek doen naar waar de schulden vandaan komen. En dan tot een oplossing komen om het probleem op te lossen. Het blijkt al een probleem sinds de jaren tachtig, dus het zal moeilijk worden om een oplossing te vinden om al deze schulden terug te betalen. De MKB-Nederalnd heeft zelf ook nog geen doel om te bereiken. Op dit moment gaat het voornamelijk om te kijken waar de wortels van het probleem zitten.
Opdracht 7a: Wie zijn bij de LTO-Nederland aangesloten?
Land- en tuinbouw organisaties. Onder andere gesloten teelten, veehouderijen en open teelten.
Opdracht 7b: Wat ziet de LTO-Nederland als haar belangrijkste taken?
Het doel van LTO-Nederland is een nauwere samenwerking met en betere afstemming tussen de betrokken organisaties. Dit is te bereiken door een verstrekte wisselwerking tussen zowel belangenbehartiging, als groepsgerichte activiteiten en ook dienstverlening, door samen te investeren in kennis en contacten en ten slotte door meer resultaatgericht te opereren.
LTO-Nederland komt op voor de belangen van agrarische ondernemers, niet alleen in Den Haag maar ook in Brussel. LTO-Nederland is zowel koepel- als brancheorganisatie.
LTO-Nederland onderhoudt nauwe banden met VNO/NCW en MKB-Nederland. Met deze organisaties voert LTO-Nederland overleg met het kabinet en de andere sociale partners in onder meer de Sociaal-Economische Raad (SER) , de Stichting voor de Arbeid en andere adviesorganen.
Opdracht 7c: Wat is op dit moment voor LTO-Nederland een belangrijk onderwerp?
De bedrijven in de sectoren vollegrondsgroenteteelt, glastuinbouw, fruitteelt en boomteelt hebben nog seizoenswerknemers nodig. Dit moeten ze uiterlijk laten weten op uiterlijk 13 maart op het LTO steunpunt. Anders wordt het moeilijk om werkenden te vinden, door de instelling van de 13-weken eis. De 13-weken eis is de eis dat de werknemers 13 weken aanmeldtermijn hebben.
Opdracht 7d: Welk standpunt neemt LTO-Nederland hierover in?
Bedrijven moeten zich aan de afspraken houden en anders wil LTO-Nederland nog een uitzondering maken op de 13-weken eis.
Opdracht 7e: Hoe denkt LTO-Nederland dat standpunt waar de maken?
Het LTO-Nederland wil de 13-weken eis veranderen in een 11-weken eis, zodat zowel de bedrijven en seizoenswerknemers langer de tijd hebben.
Vraag 6: Op welke wijze ben je bij opdracht 7 aan je informatie gekomen?
Via het internet, want op een andere manier kon ik geen informatie vinden.
Opdracht 8a: inventariseer deze thema’s in twee rijen naast elkaar?
Belangrijk voor:
Werknemers Werkgevers
WAO Overheidsfinanciën
CAO Oplichting van Nederlandse bedrijven
De toekomst van de WAO Seizoenswerknemers
Arbeidsonrust in de bouw
Arbeidsvoorwaarden
Opdracht 8b: Vergelijk de thema’s
Het gaat allemaal over de belangen voor de werknemers en de belangen voor de werkgevers. De onderwerpen verschillen meestal wel per vakbond.
Opdracht 8c: Welke thema’s spreken jou het meest aan?
De CAO
Opdracht 8d: Ben je het daarmee eens met de ondernemersorganisatie of met de vakcentrales?
Vakcentrales
Opdracht 8e: Hoe denken je medeleerlingen hierover?
Hoofdstuk 4: De overheid als poldermeester van de arbeidsmarkt
Vraag 1a: Wie zijn de huidige ministers op deze ministeries?
Binnenlandse Zaken en Koningsrelaties: Minister de Vries en van Boxtel
Economische Zaken: Minister Annemarie Jorritsma-Lebbink
Sociale Zaken en Werkgelegenheid: Minister Willem Vermeend
Vraag 1b: Wie zijn er de staatssecretarissen?
Binnenlandse Zaken en Koningsrelaties: Staatssecretaris de Vries
Economische Zaken: Staatssecretaris Gerrit Ybema
Sociale Zaken en Werkgelegenheid: Staatssecretaris Annelies Verstand-Bogaert
Vraag 1c: Welke taakverdelingen zijn gemaakt?
De politieke leiding van het ministerie van BZK is in handen van de minister van Binnenlandse Zaken en Koningsrelaties, mr. K.G. de Vries. Mr. R.H.L.M. van Boxtel is minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid. Daarnaast heeft hij het beleid voor de informatievoorziening binnen de overheid en daaraan verwante onderwerpen in portefeuille, zoals de gemeentelijke basisadministratie en reisdocumenten. Staatssecretaris drs. G.M. de Vries is specifiek belast met de samenwerking tussen Nederland en de Nederlandse Antillen en Aruba. Niet alleen is hij verantwoordelijk voor de inzet van geld en mensen van het ministerie van BZK, maar ook coördineert hij het beleid van andere ministeries in hun samenwerking met de Nederlandse Antillen en Aruba.
Verder is de staatssecretaris verantwoordelijk voor de brandweerzorg en de rampenbestrijding, inclusief de mobiele communicatie en de ondersteuning van meldkamers voor de hulpverleningsdiensten. Ook heeft hij het verdrag van de Raad van Europa over regionale talen of talen van minderheden in zijn pakket.
De taakverdeling van economische zaken en sociale zaken en werkgelegenheid is onduidelijk.
Vraag 1d: Welke rol speelt elk genoemd ministerie op de arbeidsmarkt?
Het Ministerie van Economische Zaken zet zich in om knelpunten op de arbeidsmarkt te verminderen. Te weinig en onvoldoende gekwalificeerd personeel is één van de belangrijkste problemen op de arbeidsmarkt. Het ministerie wil doelgroepen informeren over de mogelijkheden die zij hebben om zelf, met steun van EZ, dit probleem aan te pakken.
De kwaliteit van de publieke dienstverlening is mede afhankelijk van het vermogen van de overheid om goed gekwalificeerd personeel aan te trekken en te behouden. In dat opzicht moet de overheid op de arbeidsmarkt concurreren met werkgevers in de marktsector. De positie van de overheid op de arbeidsmarkt is onderzocht. Voor het kabinet is dit onderzoek van belang, en wel voor de omvang en invulling van de ruimte voor de arbeidsvoorwaarden bij de overheid. De overheid omvat elf sectoren, te weten Rijk, Onderwijs, Wetenschappelijk onderwijs, Hoger beroepsonderwijs, Onderzoeksinstellingen, Defensie, Politie, Rechterlijke Macht, Gemeenten, Provincies en Waterschappen. Ook voor deze sectoren is het zicht op de arbeidsmarktpositie belangrijk. Het is van belang voor de onderhandelingen over de arbeidsvoorwaarden en voor de ontwikkeling van het sectorale beleid met betrekking tot arbeidsvoorwaarden en arbeidsmarkt.
Opdracht 1a: Hoe groot is de Nederlandse beroepsbevolking?
Beroepsbevolking; pers.-kenm. 1992-2001
Onderwerpen Totale bevolking Werkzame personen Beroepsbevolking
Totaal werkzame personen Werkzame personen: < 12 uur per week Werkzame personen: >= 12 uur per week Arbeidspositie
Totaal Beroepsbevolking
Persoonskenmerken Geslacht Jaren x 1000
Totaal Totaal 1992 10 349 6 597 712 5 885 6 296
1993 10 420 6 648 722 5 925 6 406
1994 10 473 6 692 772 5 920 6 466
1995 10 498 6 835 771 6 063 6 596
1996 10 529 6 971 784 6 187 6 681
1997 10 563 7 194 794 6 400 6 838
1998 10 604 7 398 789 6 609 6 957
1999 10 663 7 601 796 6 805 7 097
2000 10 717 7 731 815 6 917 7 187
2001 10 801 . . 7 064 7 311
© Centraal Bureau voor de Statistiek, Voorburg/Heerlen 2002-03-18
De beroepsbevolking in 2001 in was in het totaal 7311000.
Opdracht 1b: Hoeveel mensen werken direct bij de overheid?
Er werken 6200 mensen direct bij de overheid.
Opdracht 1c: Hoeveel mensen werken indirect bij de overheid?
Er werken 15900 mensen indirect bij de overheid.
Opdracht 2: Wat kan het arbeidsbureau voor mensen betekenen?
Werkzoekenden en werkgevers vinden elkaar bij het arbeidsbureau. Nergens is het overzicht van vacatures zo groot. Banen in de buurt maar ook elders in Nederland. En zelfs in het buitenland. Bij het arbeidsbureau kunt u zelfstandig op zoek naar de baan die bij u past. Lukt dat niet? Vraag dan om advies; het arbeidsbureau helpt u verder. Behalve voor werk kunt u bij hun ook terecht voor het aanvragen van een WW- uitkering en op de meeste plaatsen een bijstandsuitkering. Vanaf 1 april 2002 kan dat overal. Het arbeidsbureau werkt samen met verschillende instanties. Allemaal op één adres; dat is wel zo gemakkelijk.
Opdracht 3a: Hoeveel uitzendbureaus zijn bij de ABU aangesloten?
Het ABU heeft 260 leden.
Opdracht 3b: Wat doet een uitzendbureau eigenlijk?
Een uitzendbureau wil werkzoekenden en werkgevers met elkaar in contact brengen. Als een werkgever (tijdelijk) een arbeidskracht nodig heeft laat hij dit weten aan het uitzendbureau. Het uitzendbureau zoekt een geschikte arbeidskracht voor de baan. Dan moet men wel ingeschreven zijn bij het desbetreffende uitzendbureau.
Opdracht 3c: Wat is het verschil tussen een uitzendbureau en een Arbeidsvoorziening?
Een uitzendbureau werkt uitsluitend voor de winst. Een Arbeidsvoorziening is een voorziening van de overheid en werkt niet voor de winst. Bovendien is een uitzendbureau vaak voor een tijdelijke baan en sta je onder toezicht van het uitzendbureau. Bij een Arbeidsvoorziening is dit niet zo.
Opdracht 3d: Hoeveel mensen werken via het uitzendbureau?
Zie hoofdstuk 2, opdracht 2c.
Vraag 2a: Heb je zelf ooit voor een uitzendbureau gewerkt of ken je iemand die dat gedaan heeft?
Ik heb zelf nooit voor een uitzendbureau gewerkt, maar ik ken wel mensen die ervoor hebben gewerkt.
Vraag 2b: Hoe pak je dat aan werken via het uitzendbureau?
Je moet je inschrijven en dan roept het uitzendbureau je op wanneer een bedrijf je nodig heeft.
Vraag 2c: Hoe zit het met verzekerd zijn, loon, vakantiegeld, ziek worden, enzovoorts
Dat verschilt per uitzendbureau, maar meestal neemt het uitzendbureau de verantwoording voor deze dingen op zich. Als dit niet zo is dan is het bedrijf aansprakelijk.
Vraag3a: Welke rollen speelt de overheid op de arbeidsmarkt?
- De groei van de werkloosheid verminderen
- Zorgen voor een gematigde loonontwikkeling
- Productiviteitsgroei extra stimuleren
- Meer vrouwen aantrekken
Vraag 3b: Leg aan de hand van voorbeelden uit hoe de rollen in strijd kunnen zijn
De overheid wil meer mensen laten werken, maar geen lonen verhogen omdat dat slecht is voor de concurrentiepositie van Nederland.
Vraag 3c: Beschrijf de verhouding die de overheid en sociale partners met elkaar hebben?
De overheid en de sociale partners zoals: FME-CWM, FNV, LTO Nederland, MKB Nederland, VNO-NCW, CNV en Unie mhp voeren over divers onderwerpen overleg met elkaar. Het gaat vooral over de CAO’s en de belangen van de werknemers. De onderlinge band tussen de overheid en de sociale partners is over het algemeen goed.
Opdracht 4: Hoeveel zzp-ers/ freelancers zijn er, in welke branches en wat betekenen zij voor het bedrijfsleven?
Vraag 4a: Ken je zelf een freelancer of een zzp-er?
Nee
Vraag 4b: Wat voor werk doet hij/zij?
Niet van toepassing
Vraag 4c: Hoe zit het met verzekerd zijn, vakantiedagen, enzovoorts?
Niet van toepassing
Vraag 4d: Wat zie je als voor en nadelen van werken op deze manier?
Niet van toepassing
Hoofdstuk 5: Geven en nemen achter de dijk
Opdracht 1a: Welke wetgeving bestaat over arbeidsomstandigheden?
De wet verplicht werkgevers om het arbobeleid te voeren. De arbeidsomstandigheden is een wet die de abeider beschermt tegen onmenselijke omstandigheden om te werken. Het zorgt ervoor dat het veilig is om te werken: Dat arbeiders niet met gevaarlijke stoffen werken, dat er voldoende vluchtwegen zijn bij brand, dat de lichamelijke belasting niet te groot is, dat de arbeidsmiddelen zijn goedgekeurd, enzovoorts. Het wordt geïnspecteerd door de arbeidsinspectie. Als het bedrijf niet aan de eisen voldoet, dan krijgt dit eerst de kans om het in orde te brengen. Als dit niet het geval is, dan krijgt het bedrijf een boete.
(Bron:
http://nl.osha.eu.int/topics/subject/wetgeving/#arbowet)
Opdracht 1b: Wat is de bedoeling van deze wetgeving?
De bedoeling van deze wetgeving is om arbeiders veilig te laten werken. Als deze wet niet zou bestaan, dan zouden de arbeidsomstandigheden slecht zijn en de gezondheid, zowel psychisch als fysiek, zal minimaal zijn onder de arbeiders.
Opdracht 1c: Wie moet er toezicht houden op de uitvoering van deze wetten?
De arbeidsinspectie moet toezicht houden.
Opdracht 1d: Wat betekent de wetgeving voor een ondernemer?
Een ondernemer moet zorgen dat zijn bedrijf aan een aantal eisen voldoet zodat de veiligheid van de werknemers optimaal is.
Opdracht 1e: Wat betekent de wetgeving voor de werknemer?
De werknemer werkt, als het goed is, onder veilige arbeidsomstandigheden en de gevaren zijn beperkt tot het minimum.
Opdracht 3: Wat houdt het groene poldermodel in?
Het groende poldermodel houdt in dat de Nederlandse economie meer op het milieu moet letten. Er is een fusie geweest tussen Natuur en Milieu en Milieudefensie, hiermee krijgt het sociaal-economisch model een nieuwe tak erbij, namelijk het groene poldermodel.
(Bron:
http://www.solidariteit.nl/nummers/91/Het_Groene_Poldermodel.html)
Opdracht 4a: Wat is de inhoud van het algemeen akkoord ‘Een nieuwe koers’ van 1993?
Het doel was om (mede) via het cao-beleid de voorwaarden te creëren voor een herstel van de economische groei, verbetering van de rendements- en concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven en in samenhang daarmee vergroting van de werkgelegenheid.
Opdracht 4b: Over welke onderwerpen werden na 1993 zoal akkoorden gesloten?
- pensioensregelingen
- meer werk voor minderheden
- belastingherziening
- arbeidsvoorzieningen
- concurrentiebeding
- kinderopvang
Opdracht 4c: Waar houdt de Stichting van de Arbeid zich op dit moment mee bezig?
Vernieuwing van het zorgstelsel
Opdracht 4d: Waar is de Stichting van de Arbeid gevestigd?
Opdracht 5a: Wie is op dit moment de voorzitter van de SER?
Dr. Herman H.F. Wijffels is per 15 maart 1999 benoemd tot voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER).
Opdracht 5b: Wie zijn de kroonleden en wat zijn hun hoofdfuncties?
dr. A.H.E.M. Wellink
President De Nederlandsche Bank
mevrouw dr. K.G. Tijdensdrs.
Universiteit van Amsterdam
Universitair Hoofddocent
R.L.O. Linschoten
Adviseur Interpolis
en Interlace-Executive Search.
Voorzitter Adviescollege Toetsing
Administratieve Lasten.
prof.dr. A.H.J. Kolnaar
Katholieke Universiteit Brabant
Faculteit der Economische Wetenschappen
prof.drs. V. Halberstadt
Rijksuniversiteit Leiden
Faculteit der Rechtsgeleerdheid
Afdeling Openbare Financiën
dr. F.J.H. Don
Directeur Centraal Planbureau
mevrouw prof. dr. J.M. Cramer
Erasmus Universiteit Rotterdam,
Faculteit der Sociale Wetenschappen
mevrouw prof.mr. I.P. Asscher-Vonk
Katholieke Universiteit Nijmegen
Faculteit der Rechtsgeleerdheid
dr. H.H.F. Wijffels
Voorzitter SER
J.F. van Duyne
Kroonleden zijn onafhankelijke deskundigen. Veelal werken zij als hoogleraar, op economisch, financieel, juridisch of sociaal terrein. Ze worden door de Kroon benoemd, maar ze zijn geen verantwoording schuldig aan de regering. Bij hun benoeming wordt rekening gehouden met een evenwichtige vertegenwoordiging van de verschillende vakgebieden, en er wordt ook gelet op de politieke stromingen in ons land. Twee kroonleden zijn lid van de SER op grond van hun functie: de president van De Nederlandsche Bank en de directeur van het Centraal Planbureau.
De voorzitter van de SER wordt op advies van de raad door de Kroon benoemd.
Opdracht 5c: Wie zijn de vertegenwoordigers van de ondernemers?
drs. W.C.J. Angenent RA (Vereniging VNO-NCW)drs. J. de Boer (MKB-Nederland)P.E.M. Bottelier (Vereniging VNO-NCW)ing. L.L.J. Daems (MKB-Nederland)G.J. Doornbos (LTO-Nederland)prof.dr. E.J. Fischer (Vereniging VNO-NCW)mr. N.J.J. van Kesteren (Vereniging VNO-NCW)W.L. van der Maas (MKB-Nederland)J. Ruiter (Vereniging VNO-NCW)mr. J.H. Schraven (Vereniging VNO-NCW) *mr. B.E.M. Wientjes (Vereniging VNO-NCW)
Opdracht 5d: Wie zijn de vertegenwoordigers van de werknemers?
mevrouw drs. A.M. Jongerius (FNV)drs. H.T. van der Kolk (FNV)A. Regeer (FNV)mevrouw drs. C.E. Roozemond (FNV)D. Terpstra (CNV)A.H. Verhoeven (Unie mhp)J.J. de Vries (FNV)R. de Vries (FNV)C.A. Vrins (FNV)L.J. de Waal (FNV)**mw. ir. J.M.J.C. Westerbeek-Huitink (CNV)
Opdracht 5e: Tref je in de SER een doorsnee aan van de Nederlandse samenleving?
Ja, er zitten mensen in met allerlei beroepen, mensen uit vakbonden, met andere woorden mensen uit de hele samenleving.
Opdracht 5f: Waar bevindt de SER zich?
Bezuidenhoutseweg 60
2594 AW Den Haag
Postbus 90405
2509 LK Den Haag
Opdracht 6a: Met welke onderwerpen houdt de SER zich op dit moment bezig?
- WAO
- CO2-emissiehandel
- Werken aan arbeidsongeschiktheid
Opdracht 6b: Welke daarvan vind je zelf het meest interessant?
De WAO
Opdracht 6c: Probeer te achterhalen wat de inhoud van dat onderwerp is.
Er is binnen de raad brede overeenstemming over het beperken van de instroom in de WAO en het vergroten van de activerende werking van het stelsel van arbeidsongeschiktheidsregelingen. SER-voorzitter Wijffels (tevens voorzitter van de commissie van voorbereiding) heeft het ontwerpadvies afgelopen dinsdag in een persconferentie toegelicht. De belangrijkste elementen van de beleidsvoorstellen zijn:
Werkgevers en werknemers moeten meer werk maken van preventie en begeleiding van ziekteverzuim om arbeidsongeschiktheid te voorkomen. Zij zijn in de arbeidsorganisaties verantwoordelijk voor het in dienst houden en weer aan het werk komen van werknemers met arbeidsbeperkingen.
De wettelijke verplichte loondoorbetaling bij ziekte wordt verlengd van één naar twee jaar.
De WAO zal in de toekomst alleen nog gelden voor werknemers die duurzaam volledig arbeidsongeschikt zijn.
Werknemers die (na twee jaar ziekte) tijdelijk arbeidsongeschikt zijn of substantiële arbeidsbeperkingen hebben (35 tot 80 procent), komen in aanmerking voor een wettelijke loonaanvullingsregeling. Dit geldt alleen wanneer zij arbeid verrichten. Bij onvrijwillige werkloosheid kunnen zij een beroep doen op werkloosheidsregelingen, waarbij rekening wordt gehouden met de mate waarin zij kunnen werken.
De lasten van twee jaar ziekteverzuim en van de wettelijke loonaanvulling worden bepaald door de omstandigheden in het eigen bedrijf of de arbeidsorganisatie; daarvan uitgaande zal de huidige premiedifferentiatie in de WAO (Pembasystematiek) vervallen.
Opdracht 6d: Welke taken heeft de SER naast het adviseren van de overheid?
- Toezicht houden op product- en bedrijfschappen
- Uitvoering van een aantal wetten zoals de vestigingswet en de wet op de ondernemingsraden
- Toezicht op Fusiegedragsregels 2000
- Zelfreguleringsoverleg
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.