ff n studiebreak

Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

Esther (5 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

2 april 2002

Taal:

Woorden:

900

Bekeken:

4216 keer (8 deze maand)

Waardering:

2.9/5 (20 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Proefdieren en dierproeven

Volgens de wet is een dierproef: alle handelingen aan levende gewervelde dieren voor een nader bepaald doel, waarbij het risico bestaat dat de dieren hiervan ongerief ondervinden.
In Nederland worden jaarlijks zo’n 675000 dieren gebruikt voor dierproeven (Volgens de laatste aantallen uit 1998). Dit komt dus neer op bijna 2000 dieren per dag.
Sinds de eerste telling is het aantal proefdieren meer dan gehalveerd. In 1982 was het aantal proefdieren nog ruim 1400000. Dat dit aantal zo sterk gedaald is komt vooral door de invoering va de Wet op de proefdieren. Het aantal proefdieren dat gebruikt wordt is niet gelijk aan het aantal proefdieren dat gehouden wordt. Er zijn vaak grote overschotten om dat onderzoekers vaak van tevoren niet goed kunnen inschatten hoeveel dieren er nodig zijn en op welk moment zij gebruikt moeten worden.
Vaak zijn dieren ook niet geschikt voor een bepaald onderzoek omdat er dieren van een bepaald gewicht of geslacht nodig zijn.
Bij het fokken wordt er vaak al rekening mee gehouden dat er ziektes kunnen uitbreken onder de proefdieren en daarom worden er expres te veel proefdieren gefokt.
Muizen en ratten zijn de meest gebruikte proefdieren. In 1998 werden er 254992 muizen en 224195 ratten gebruikt. Voor de rest worden er grote aantallen vogels (100763), vissen (37808), Cavia’s (15152), varkens (12117) en konijnen (10424) gebruikt.
Van de 675000 dieren die in Nederland voor proeven gebruikt worden overleefd slechts 7,1% de dierproeven. Al de andere dieren sterven tijdens de proeven of worden na de proeven alsnog gedood.

In Nederland worden de proefdieren hoofdzakelijk voor vier doeleinden gebruikt.
De meeste dieren worden gebruikt voor medisch onderzoek (46%). We spreken dan over onderzoek naar:
-het opsporen en herkennen van ziekten
-de oorsprong en het verloop van ziekten
-medicijnen en behandelmethoden voor ziekten
-het voorkomen van ziekten door het ontwikkelen en maken van vaccins
Er wordt onderzoek gedaan naar genezingsmethodes voor mens en dier maar verreweg de meeste proeven worden voor het welzijn van de mens gedaan.
Het tweede soort onderzoek is het giftigheidonderzoek (11%). Hierbij krijgen de dieren stoffen ingespoten, in de ogen gewreven of gevoerd om te onderzoeken of deze stoffen giftig zijn. Het gaat hier om etenswaren, middelen die gebruikt worden in het huishouden (schoonmaakmiddelen), middelen voor de landbouw (bestrijdingsmiddelen) en andere stoffen waarmee de mens mee in aanraking kan komen.
Een relatief klein gedeelte van de proefdieren (1%) wordt gebruik in het onderwijs. In 1998 werden er op Nederlandse scholen bijna 9000 proefdieren gebruikt. De dieren worden gebruikt om studenten te leren hoe het dierlijk en menselijk lichaam er van binnen uitziet. De studenten leren hoe ze moeten snijden, hechten en dergelijke.
De laatste 42% van de proefdieren wordt gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek. Dit is een vrij ruim begrip want de dieren worden in heel diverse takken van de wetenschap gebruikt. Er wordt bijvoorbeeld onderzoek gedaan voor de ruimtevaart maar ook met betrekking tot verkeersongelukken. Daarnaast wordt er onderzoek gedaan naar verschillende ziekten bij de mens zoals kanker en hart-en vaatziekten. Andere voorbeelden van wetenschappelijk onderzoek met proefdieren zijn: Xenontransplantatie (het overzetten van organen van de ene soort naar de andere soort), Onderzoek en toepassing in de landbouw (varkens en koeien fokken die snel groeien zodat er op hoog tempo veel vlees geproduceerd wordt) en klonen.
Vroeger werden proefdieren ook gebruikt om cosmetica te testen maar sinds 1997 is dat in Nederland verboden.

Dierproeven zijn lang niet altijd nodig, meestal zijn er genoeg alternatieven te vinden. Vooral in het onderwijs. Het gebruiken van proefdieren is daar traditie geworden maar vervangende video’s, computerprogamma’s en plasticmodellen zijn net zo makkelijk te gebruiken.
Ook voor de andere soorten onderzoek met dierproeven zijn genoeg vervangende methoden.
Cel-en weefselkweken: Stukjes huid die bij een operatie zijn overgebleven kunnen in leven gehouden worden en daar kan onderzoek mee gedaan worden. Er kan bijvoorbeeld bekeken worden hoe cellen zich delen.
Immunologische technieken: Om immuun te worden voor bepaalde ziekten krijgen wij een klein aantal onschadelijk gemaakte ziektekiemen ingespoten. Deze ziektekiemen werden vroeger in dieren gekweekt. Tegenwoordig kunnen er echter ziektekiemen gekweekt worden in lichaamscellen die in een reageerbuis in leven worden gehouden.
Computers: Op computers kan van alles nagebootst en in kaart gebracht worden. Er kunnen allerlei proefdiervrije test op uitgevoerd worden en het maakt het voor wetenschappers makkelijk om na te gaan of er al een alternatief bestaat.
Robots: Met robots kunnen mensen of organen nagemaakt worden. Zo is er bijvoorbeeld een glazen maag-darm kanaal nagemaakt waarmee de spijsvertering van mensen, de giftigheid van bepaalde stoffen en de omzetting van medicijnen in de maag of darmen onderzocht kunnen worden.
Onderzoek met mensen: Op mensen kunnen eigenlijk het best de producten die voor mensen bestemd zijn getest worden. En de mensen die aan zo’n onderzoek mee doen, doen dat vrijwillig en weten heel goed waar ze aan beginnen. Ook zijn mensen prima in staat aan te geven dat ze ergens last van hebben.
Moleculaire structuren: Er worden vaak medicijnen van dezelfde moleculen die anders gegroepeerd zijn en daardoor een andere werking hebben. Doordat er al een stof van dezelfde moleculen bestaat is er al heel veel bekend over dit medicijn. Door verschillende medicijnen met elkaar te vergelijken hoeven er dus veel minder proeven gedaan te worden.
Voorkomen blijft beter dan genezen, als laatste alternatief is er dan ook de preventie. Als gevolg van een goede hygiëne zijn er bijvoorbeeld ziekten uit Nederland verdwenen. Er zou meer onderzoek gedaan moeten worden naar het voorkomen van ziekten.

In Nederland zijn dus veel meer proefdieren dan we nodig hebben. Een deel van de speciaal gefokte proefdieren wordt niet gebruikt en voor een groot gedeelte van de rest bestaan goede alternatieven.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.