Geschreven door: | anoniem (5 havo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 26 februari 2002 |
Taal: |  |
Woorden: | 2.350 |
Bekeken: | 8037 keer (14 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Geen profielwerkstuk: enkel 2 deelvragen.
Welke onzekerheidsfactoren zijn er bij het voorspellen van beurskoersen?
Kunnen beurskoersen voorspeld worden?
Niemand kan de koers van een aandeel met 100% zekerheid voorspellen. Mensen kunnen namelijk niet in de toekomst kijken. Met voorspellen bedoelen we daarom in deze deelvraag “dingen over de toekomst zeggen met een zo groot mogelijke zekerheid.”
De prijs van een aandeel op de beurs wordt bepaald door de wet van vraag en aanbod. Als er veel vraag is naar een aandeel en weinig aanbod, zal de koers van dat aandeel stijgen. Als er echter weinig vraag is naar een aandeel en er is veel aanbod (omdat veel mensen hun aandelen in het bedrijf willen verkopen) zal de koers dalen. Als je de beurskoersen, de prijzen van aandelen, wilt voorspellen zul je de factoren die vraag en aanbod beïnvloeden dus moeten kennen. Deze factoren zijn achterliggende redenen waarom handelaren besluiten een aandeel te kopen of juist te verkopen.
Handel op de aandelenmarkt vindt meestal plaats op basis van geruchten en verwachtingen. Bijvoorbeeld geruchten over renteverlagingen en verwachtingen dat een bedrijf een bepaalde winst zal boeken. Aangezien niemand de toekomst kan voorspellen, gokken aandeelhouders dus op bepaalde gebeurtenissen die de bedrijfsresultaten van het bedrijf waarvan zij aandelen willen kopen positief kunnen beïnvloeden. Ondanks dat, kun je toch verschillende factoren onderscheiden die de vraag naar aandelen en de beurskoersen beïnvloeden.
Welke factoren beïnvloeden de vraag naar aandelen?
De factoren die de vraag beïnvloeden kun je onderverdelen in verschillende niveaus. Allereerst hangt het aantal mensen dat aandelen koopt af van de maatschappij. In sommige landen wordt meer in aandelen belegd dan in andere landen. De VS is van nature een land waarin veel in aandelen gehandeld wordt. Veel meer dan bijvoorbeeld in Nederland, waar meer wordt gespaard. Als meer mensen méér geld in aandelen stoppen is er meer vraag naar aandelen.
Ook de gebeurtenissen op macro-economisch niveau beïnvloeden de vraag naar aandelen. Een voorbeeld hiervan is de vraag naar aandelen in Japan. Hoewel de rente daar erg laag is willen buitenlandse investeerders er toch niet investeren in bedrijven daar vanwege de economische crisis in het land. Buitenlandse beleggers hebben geen vertrouwen in de toekomst van de bedrijven daar en daarom kopen ze er geen aandelen.
Een ander verschijnsel dat de vraag naar aandelen beïnvloed is de conjunctuur. In een soort golvende bewegingen zijn er periodes waarin het beter en slechter gaat met de economie. Een van de belangrijkste oorzaken hiervan zijn verschillen in bestedingen. In een laagconjunctuur is er sprake van onderbesteding. Mensen kopen te weinig waardoor bedrijven niet genoeg verkopen en mensen moeten ontslaan. Hierdoor dalen de bestedingen nog meer. In een hoogconjunctuur is het omgekeerde aan de hand. Mensen willen meer besteden dan er geproduceerd kan worden. Hierdoor stijgen de prijzen van de producten en ontstaat er inflatie. Hoogconjunctuur en laagconjunctuur hebben elkaar historisch gezien altijd afgewisseld. (Hoewel men geloofde dat door “de nieuwe economie” een einde kwam aan deze schommelingen, zit de wereldeconomie op het moment van het schrijven van dit werkstuk toch in een recessie.
Op een meer dagelijkse basis zijn er ook zaken die de vraag beïnvloeden, zoals het “beursklimaat.” Dit is de algemene stemming op de beurs. Dit heeft dus niet te maken met de temperatuur op de beurs in °C. (Hoewel dit misschien ook de stemming op de beurs beïnvloed!) Als veel beleggers positief zijn door bijvoorbeeld een positief bericht over de verandering van de rente, zorgt dit er vaak voor dat nog meer beleggers positief worden. De stemming van de beursen in de VS (met name de Dow-Jones) hebben weer invloed op de stemming van de beursen in Europa, zoals de beurs in Amsterdam. De beleggers kunnen zo meegevoerd worden in de algemene stemming op de beurs. Er kunnen zelfs beurshypes ontstaan. Dit zorgt voor een soort “aanzuigeffect” waardoor beleggers elkaar aansteken om een aandeel te kopen. Omgekeerd kan het natuurlijk ook: beleggers kunnen elkaar ook afschrikken. Hierdoor kunnen beleggers massaal aandelen gaan verkopen.
De vraag naar aandelen van een specifiek bedrijf wordt vaak mede bepaald door wat er in zijn sector van de markt gebeurd. Zo gebeurt het vaak dat “de technologiefondsen dalen.” Of dat “de koersen van luchtvaartmaatschappijen dalen.” Dit is zeker het geval als er gebeurtenissen zijn die invloed hebben op de hele sector. Na de ramp op 11 september kregen veel mensen bijvoorbeeld vliegangst. Hierdoor wilden ze massaal niet meer met het vliegtuig reizen. De beleggers anticipeerden een sterke winstdaling en verkochten hun aandelen. De koers van bijvoorbeeld KLM daalde hierdoor bijvoorbeeld.
Wat de grote beleggers en de directies van bedrijven met hun aandelen doen heeft ook invloed op de koersen. Vaak denken beleggers: “die grootaandeelhouder zal wel weten wat goed is, en als die z’n aandelen verkoopt zal dat wel een reden hebben. Daarom verkoop ik mijn aandelen ook maar.” Besturen van grote bedrijven hebben ook vaak aandelen van dat bedrijf in hun bezit om uit te stralen dat ze vertrouwen hebben in hun bedrijf. Zij zijn “insiders” van het bedrijf, en als zij hun aandelen verkopen is er volgens beleggers dus een grote kans dat de winst, en dus de koers, gaat dalen. (De ratten verlaten het zinkende schip.) Als de directeur van Phillips bijvoorbeeld al zijn aandelen verkoopt zal dit zeer slecht zijn voor de koers van het bedrijf. Een beruchte persoon die al haar aandelen vlak na de beursgang verkocht is Nina Brink van World Online. Zij deed dit volgens haarzelf omdat ze had gekozen voor haar gezin. Vlak nadat ze haar aandelen had verkocht stortten de koersen van het bedrijf in.
De rentestanden hebben veel invloed op de economie in een land, en daarom op de beurskoersen. Dit omdat rente eigenlijk de prijs van geld is. Renteverhogingen of –verlagingen gebeuren meestal door centrale banken. In de VS is dit de Fed, geleid door Alan Greenspan, en in Europa is dit de Europese Centrale Bank (ECB.) Dit instituut wordt geleid door de Nederlander Wim Duisenberg. Afgezien van het effect van renteveranderingen op de economie kan je zeggen dat renteverhogingen binnenlandse en buitenlandse beleggers aantrekken en dat renteverlagingen beleggers afstoten. Dit geld dan voor het gebied waarin de renteverandering plaatsvindt.
Aangezien aandelen meestal gekocht worden voor een specifiek bedrijf (we hebben het dan niet over de handel in indexfondsen e.d.) zijn de gebeurtenissen op bedrijfsniveau ook erg belangrijk. De koers is gebaseerd op het vertrouwen in het bedrijf. Dit is weer afhankelijk van de reputatie van het bedrijf en van de winstcijfers. Verder zijn de gebeurtenissen die het bedrijf direct beïnvloeden van belang (zoals 11 september en KLM.)Hoewel sommige bedrijven een redelijk stabiele koers hebben, is er bij andere bedrijven weer sprake van een hoge mate van onvoorspelbaarheid. Bij dat soort bedrijven gokken aandeelhouders er dus op dat de koers stijgt. (Tenzij de belegger putopties heeft gekocht. In dat geval hoopt hij er juist op dat de koers daalt!)
Naast de institutionele beleggers is de individuele belegger is in veel gevallen degene die de aandelen koopt, besluit aan een bepaald beleggingsfonds mee te doen of een beleggingsrekening opent bij een bank. Deze belegger wordt op allerlei manieren verleid om aandelen van een bepaald bedrijf te kopen. Voorbeelden hiervan zijn verhalen van vrienden en kennissen waarin beleggen voorgesteld wordt als de kip met de gouden eieren en reclame voor aandelen en beleggingsfondsen waarin grote winsten beloofd worden. Behalve winst kunnen ook andere, persoonlijke voorkeuren een rol spelen. Zo zijn er “groene” aandelen van milieu-, dier- of mensvriendelijke bedrijven. Sommige mensen kopen liever zo´n “milieubewust” aandeel dan een aandeel Shell. Een ander persoonlijk motief om in een specifiek bedrijf te beleggen kan zijn, dat iemand zelf bij het bedrijf werkt. Ook de media hebben een grote invloed: bij een bedrijf dat vaak positief in het nieuws komt zal de vraag naar aandelen stijgen. Andersom zal doemdenken in de media niet goed zijn voor de vraag.
De banken hebben ook nog invloed op de koop van aandelen, aangezien zij bepalen welke aandelen er in hun aandelenpakketten van bijvoorbeeld beleggingsrekeningen zitten. Voor mensen die wel de hogere winsten van het beleggen willen maar zich niet op dagelijkse basis met aandelen bezig willen houden zijn dit soort rekeningen vaak erg aantrekkelijk.
Welke factoren beïnvloeden het aanbod van aandelen?
Aandelen worden uitgegeven bedrijven. Deze bedrijven geven bij aandelenemissies aandelen uit, bijvoorbeeld op de beurs, om aan kapitaal te komen voor investeringen. Om aan dat geld te komen verkopen ze dus een stukje van hun eigen bedrijf.
Bedrijven kiezen er dus voor om aandelen uit te geven als ze kapitaal nodig hebben om grote investeringen te doen. Het heeft voor bedrijven alleen zin om naar de beurs te gaan als het bedrijf ook een gezonde financiële toekomst tegemoet gaat. Anders is de belangstelling voor het aandeel in de toekomst slecht. Bedrijven hebben ook bepaalde verwachtingen van de beurs. Beursgang heeft namelijk alleen zin als er ook geld binnen wordt gehaald. Soms worden beursgangen dan ook uitgesteld. Bij een semi-geprivatiseerd bedrijf als de NS spelen wéér andere zaken mee. Het is politiek niet aanvaardbaar dat de NS naar de beurs gaat terwijl het bedrijf de treinen niet eens op tijd kan laten rijden.
Natuurlijk worden aandelen niet alleen aangeboden op het moment dat ze door de bedrijven worden uitgegeven. Ze worden ook aangeboden door beleggers die het aandeel weer door willen verkopen. Deze doen dit om verschillende redenen, bijvoorbeeld omdat ze de behaalde winst op het aandeel willen verzilveren of juist omdat ze het verlies willen beperken. Hierover meer in de deelvraag over beleggingsstrategieën.
Concluderend kun je zeggen dat er ontzettend veel onzekerheidsfactoren zijn bij het voorspellen van de koers van aandelen. Hoewel we hebben geprobeerd om in deze deelvraag zo veel mogelijk factoren aan te stippen ontbreekt er vast nog erg veel. Een factor die nauwelijks meegerekend kan worden maar die toch erg belangrijk is, is het feit dat beleggers vaak “gokken” op basis van een soort “gut-feeling” over een bepaald aandeel. Beleggers maken hierbij een persoonlijke inschatting wat ze van een aandeel verwachten, waarbij hoop en geluk een grote rol spelen.
Hoe kun je deze onzekerheidsfactoren inbrengen in een model?
Is het mogelijk om met behulp van een computer een berekening te maken voor de koers van een aandeel over een bepaalde tijd?.
Er zijn in elk geval wel mensen die het proberen. Bij een aantal van de vele beurscomputerprogramma´s die van het internet gehaald kunnen worden bestaat er de mogelijkheid om een koersprognose te vragen. Deze computerprogramma´s gebruiken de internetverbinding van de gebruiker om de actuele koers te bepalen, vergelijken deze met de geschiedenis van de koers en maken zo een prognose die grafisch wordt weergegeven. Dit lijkt natuurlijk heel mooi: een computerprogramma dat de toekomst kan voorspellen! In werkelijkheid is de betrouwbaarheid van dit soort prognoses nogal beperkt. Ze werken namelijk alleen wanneer de huidige trends zich doorzetten. Een voorbeeld: als de koers van een bedrijf al een decennium gemiddeld 3% per jaar stijgt, zal de computer voor het volgende jaar een stijging van 3% aangeven en als men de prognose van over een week wil weten rekent de computer 3% : 52 weken = een koersstijging van 0,058% in de komende week. Als de koers nou het hele jaar door gelijkmatig, lineair steeg zou dit precies kloppen. Het kan echter wel zo zijn dat de koers net die week 2% daalt, bijvoorbeeld vanwege slecht nieuws over het bedrijf. Het computerprogramma zit er dan wel naast. Computerprogramma´s kunnen goed logische dingen berekenen, maar ze kunnen geen onverwachte dingen voorspellen. Geen enkel beursprogramma op het internet had op 10 september kunnen weten dat er de volgende dag een terroristische aanslag zou worden gepleegd en had daarom zijn prognose´s bijgesteld. De programma´s kunnen dus geen rekening houden met alle onzekerheidsfactoren
Is het mogelijk om een model te maken waarin rekening wordt gehouden met de onzekerheidsfactoren rond beurskoersen?
Het is natuurlijk mogelijk om een schematisch verband te maken waarin alle bekende of belangrijke onzekerheidsfactoren opgeschreven worden. Hieruit kun je dan afleiden dat bij bepaalde onzekerheidsfactoren de koers zal stijgen en bij andere gebeurtenissen de koers zal dalen. Deze modellen zijn erg duidelijk, zolang ze maar redelijk volledig zijn en er gebruik gemaakt wordt van logische verbanden. Deze verbanden zijn te vergelijken met de “Oorzaak – Gevolg modellen” van het vak geschiedenis en de modellen die bij het vak economie veel gebruikt worden. Ik zal een sterk vereenvoudigd voorbeeld geven waarin de belangrijkste onzekerheidsfactoren bekend zijn. Uit het principe van het model blijkt gelijk hoe belangrijk volledigheid in dit model is.
(On)zekerheidsfactoren Van: Resultaten
Voorbeeld 1 Bedrijf A Koers stijgt.
Bedrijf A heeft dit jaar een nettowinst gemaakt van 200.000 Euro Bedrijf lijkt een zonnige toekomst tegemoet te gaan.
Bedrijf A gaat de efficiëntie verhogen en verwacht hierdoor in de toekomst meer winst te maken.
Bedrijf A lost dit jaar 10.000 euro aan schulden af.
Voorbeeld 2 Hetzelfde bedrijf A, maar dan met één factor erbij Koers daalt sterk
Bedrijf A heeft dit jaar een nettowinst gemaakt van 200.000 Euro Bedrijf kan in de toekomst wel in de problemen komen
Bedrijf A gaat de efficiëntie verhogen en verwacht hierdoor in de toekomst meer winst te maken.
Bedrijf A lost dit jaar 10.000 euro aan schulden af.
Bedrijf A heeft zojuist een rechtszaak verloren en moet 10 miljoen euro schadevergoeding betalen.
Door het verzamelen van veel informatie over een aandeel kun je dus uitgebreid de factoren die de koers kunnen beïnvloeden op een rijtje zetten. Het voordeel hiervan is, dat je een theoretisch model hebt waarmee je naar de koers zou kunnen kijken. Als je “alles” zou weten over alle factoren die een bedrijf kunnen beïnvloeden, zou je dus een soort afweging kunnen maken over de mogelijke en waarschijnlijke koersen.
Hieruit blijkt gelijk het nadeel van het model. Je kunt er namelijk niets mee berekenen. Je kunt niet zeggen dat door alle factoren gecombineerd de koers van bedrijf A de volgende dag met 2% zal dalen. Het blijft namelijk onduidelijk hoe beleggers zullen reageren op de grote mix van alle factoren die vraag en aanbod beïnvloeden. Hierbij speelt psychologie ook een grote rol. Wanneer besluiten aandeelhouders om hun aandeel massaal te verkopen en zal de koers kelderen? Wanneer vinden aandeelhouders een aandeel aantrekkelijk? De menselijke geest laat zich moeilijk samenvatten in een model.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.