ff n studiebreak

Bij klassieke muziek moet je niet aan je grijze oma denken, maar aan YouTube. 5 tips van Lucas en Arthur Jussen.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

Natasha (4 havo) [meer]

Datum ingestuurd:

23 februari 2002

Taal:

Woorden:

3.250

Bekeken:

7029 keer (13 deze maand)

Waardering:

2.3/5 (33 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Inleiding:

“Allochtoonse jongeren” heb ik als onderwerp gekozen voor mijn werkstuk Culturele Antropologie.
Ik heb dit onderwerp gekozen omdat het vrij actueel is omdat er in Stede Broec nu ook een allochtonen centrum komt.
Alleen wordt er vrij weinig gezegd over de allochtoonse jongeren en daarom heb ik deze stelling uit gekozen:
Buitenlandse/ Allochtoonse jongeren kunnen volkomen integreren in de Nederlandse maatschappij.
Ik val deze stelling aan omdat ik denk dat het niet mogelijk is om volkomen te integreren in de Nederlandse maatschappij.
Ik vergelijk deze stelling met verschillende groepen allochtonen met etnische achtergrond:
 Marokkaanse jongeren
 Turkse jongeren
 Antilliaanse jongeren
 Surinaamse jongeren
 Asielzoekers
Mijn deelvragen zijn:
 Wat zijn de prestaties van de allochtoonse jongeren in het onderwijs?
 Wat zijn de voornaamste culturele verschillen tussen de allochtonen en de autochtonen?
 Wat is de positie van de allochtonen op de arbeidsmarkt?
 Wat is inburgering en wat is de rol van de overheid daarbij?

Wat zijn de prestaties van allochtoonse jongeren in het onderwijs?

Het is algemeen bekend dat je voor je 12e jaar een tweede taal kan leren zonder al te veel problemen. Na je 12e jaar is het vaak niet meer mogelijk om een 2e taal volledig onder de knie te krijgen. Allochtoonse kinderen die hun hele kindertijd in Nederland verblijven, blijken op school niet zoveel te verschillen van vergelijkbare autochtoonse kinderen.
Turkse en Marokkaanse jongeren behalen de slechtste prestaties in het onderwijs.
Hetzelfde geld voor Surinaamse en Antilliaanse kinderen maar in mindere mate. Bijna 60 procent van de allochtonen heeft alleen de basisschool afgemaakt.
De adviezen die aan het eind van de basisschool aan allochtonen worden gegeven zijn lager dan die aan de autochtonen. De kinderen komen vaak al met een taalachterstand op school omdat er thuis vaak geen Nederlands wordt gesproken.
Een groot deel van de allochtonen heeft zich in achterstandwijken gehuisvest. Die scholen in die wijken zijn ook overheersend allochtoon. Autochtoonse ouders schrikken er vaak van dat er zo’n hoog percentage allochtonen op die school zitten en sturen hun kinderen er niet heen. Dat is ook weer nadelig voor de integratie van de allochtonen want dan gaan ze nog steeds met alleen maar soortgenoten om. Ook protestantse en christelijke scholen hebben vaak weinig allochtonen op hun school.
De motivatie voor school bij meisjes is vaak relatiever lager doordat ze een leeftijds achterstand doordat ze op latere leeftijd naar school worden gestuurd en geen toekomst perspectief hebben. Mede daardoor vallen meisjes vaak uit en ook door het gemis van de steun van hun ouders. Ouders willen niet (turkse en Marokkaanse ouders) dat hun dochters in gemengde klassen terechtkomen. Van de jongens wordt verwacht dat zij de kostwinner van hun gezin worden en geld verdienen lijkt aantrekkelijker dan op school zitten dus beginnen vaak met een lage of onafgeronde opleiding met werken.
Surinamers en Antilialen hebben in het hoger onderwijs de kleinste achterstand dat komt doorat Suriname en de Nederlandse Antille een kolonie van Nederland is geweest.
Turken en Marokkanen nemen na hun 20e jaar nauwelijks meer mee aan het hoger onderwijs.
Het behaalde niveau dat de Turken en Marokkanen met het voltijdse onderwijs hebben behaald is zeer laag zeker Marokkanen behalen nauwelijks hoger dan een Mavo-diploma.

Wat zijn de voornaamste culturele verschillen tussen de allochtonen en de autochtonen?


Wanneer er over allochtonen in Nederland wordt gesproken, gaat het vaak over de cultuurverschillen met de autochtonen. Spreken over cultuurverschillen kan bijna niet anders dan met stereotypen en zo ontstaat er dus discriminatie. Met de komst van de verschillende groepen allochtonen wordt duidelijk dat de vanzelfsprekende gewoonten van de ene groep vreemd kunnen zijn voor de andere groep. Toch vragen alle culturen zich gemeenschappelijk dezelfde dingen af: ‘Hoe komen we aan eten, drinken, huisvesting…..… ?’
Er zijn toch veel verschillen in de culturen, hieronder staan de belangrijkste verschillen:


Surinamers:
Bij Surinamers hebben de vrouwen vaak een sleutelpositie in het gezin en voegen de mannen zich ook bij de familie van de vrouw. Moeders zorgen vaak voor de inkomsten van het gezin en voor de opvoeding. In gemeenschappen steunen veel vrouwen elkaar en ze hebben vaak een innige vriendinnenrelatie ook vormen ze netwerken. In veel gezinnen is de vader afwezig want dat heeft te maken met de tradities vanuit de historie van de slavernij want slaven mochten niet trouwen en gezinnen werden vaak ruw uit elkaar gehaald. Na de slavernij waren veel mannen maanden op reis op zoek naar werk en inkomen, Er is nu dus ook een gevarieerd relatiepatroon. Meer een bezoekersrelatie en samenwoon relaties. In veel gezinnen zijn er dan ook kinderen van verschillende vaders.
Met de migratie naar Nederland zijn de man- vrouw relaties iets veranderd want door de sociale voorzieningen kunnen de vrouwen zich iets zelfstandiger opstellen ten opzichte van de man. Ook de Nederlandse ideeën van de emancipatie beïnvloeden de verhoudingen. Toch wordt door de Nederlanders die gezinnen nog wel met …………. bekeken.
De opvoeding van de kinderen is gericht op respect en discipline ook reinheid is belangrijke. Die laatste waarde drukt zich uit in hygiëne zoals veel douchen, en ook in regels die voor autochtonen vaak onbegrijpelijk zijn zoals het niet tolereren van het wassen van jezelf in de gootsteen waar ook de vaat in wordt gewassen.

Antilianen:
Antilianen leven sterk in gemeenschappen en zijn erg gebonden aan hun eigen eiland.
De inwoners hebben zelf veel kritiek op hun eiland maar volgens de cultuur moeten ze dat maar voor zich houden want je mag (zoals men dat zegt): ‘je vuile was’ niet buiten hangen.
Met de migratie naar Nederland hebben ze dat idee mee genomen en houden de problemen vaak binnenshuis of kunnen er moeilijk over praten. Net als in de Surinaamse cultuur hebben veel vrouwen een kind en geen huwelijk met de vader.

Turken:
Bij de Turken is er vanuit de agrarische voorgeschiedenis een sterk ontwikkeld besef met bijhorende regels over wie wel of niet bij de groep hoort. Wie tot de groep behoort hangt sterk af van een bepaalde situatie: de ene familie tegen de andere familie, het dorp tegenover andere dorpen enz. Men bemoeit zich liever niet met de andere groep en dat geldt ook omgekeerd alleen als er sprake is van een patroon van uitwisseling. Dus in de Turkse cultuur is de samenleving gekenmerkt door de relaties die men onderling met elkaar heeft.
Met de migratie naar Nederland is dat besef meegekomen. In veel Turkse gezinnen is het zo dat de man naar buiten treedt en de vrouw de zorg voor het gezin op zich neemt. Net als bij de Antilianen wordt de: ‘vuile was ’ ook niet buiten gehangen en zijn ook respect en eer zeer belangrijk gevonden. Ook is de godsdienst sterk overheersend in de Turkse cultuur alleen wordt dat ook binnenshuis gehouden. Nederlandse Turken maken dus eigenlijk onderscheid tussen 2 werelden thuis, familie, geloof en de Nederlandse maatschappij. Turkse jongeren worden dus geheel vrij gelaten en ook gestimuleerd om zich te ontwikkelen in de Nederlandse maatschappij als het maar in conflict komt met de normen en waarden van thuis.

Marokkanen:
De Marokkanen in Nederland zijn voor ongeveer de helft Berbers. De Berbers zijn in Marokko een soort volk apart, ze leven op het platteland. Zij hebben een vaak een zeer laag opleidingsniveau omdat er op het platteland geen goede voorzieningen zijn. De Berbers zijn het stereotype van de Marokkanen. Dus er is niet te spreken van: ‘de Marokkanen.’ De hierop volgende informatie geld wel voor beide groepen Marokkanen.
In tegenstelling tot de Turkse cultuur leven de Marokkanen niet in ‘twee werelden.’ Het geloof Islam en de Imam ( soort pastoor ) spelen een grote rol in het leven van de Marokkanen. De Marokkanen zijn niet in staat het geloof en de normen en waarden van thuis te onderscheiden van de Nederlandse maatschappij. Hierdoor ontstaan ontzettend veel conflicten. Dit maakt het ook voor de Marokkaanse jongeren ontzettend moeilijk want vaak raken zij in een identiteitscrisis. Doordat ze vaak hun problemen niet meer aan kunnen raken veel Marokkaanse jongeren geisoleerd/afgezonderd en zijn vaak aangewezen op hun leeftijdsgenoten van dezelfde afkomst en daardoor ontstaan er hanggroepen enz.
Soms gaat het zelfs zo ver dat ze toevlucht zoeken in alcohol en drugs wat je bij de Turkse jongeren veel minder ziet.

Wat is inburgering en wat is de rol van de overheid daarbij?

Er is een wet de ‘WIN’ (wet inburgering nieuwkomers) om nieuwkomers op weg te helpen in
de Nederlandse samenleving. De inspanningen hebben tot doel dat de nieuwkomers zich zo snel mogelijk zelfstandig in de samenleving kunnen redden. Het beleid is dus gericht op de inburgering van nieuwkomers. Om dat te realiseren worden de nieuwkomers cursussen aangereikt:

 Beheersing van het Nederlands. De nieuwkomer krijgt daarom een programma Nederlands als tweede taal aangereikt.
 Kennis van de samenleving en vaardigheden om die samenleving daadwerkelijk te betreden. Daarvoor krijgt de nieuwkomer maatschappij oriëntatie aangeboden.
 Perspectief op een eigen toekomst daarvoor is er een aanbod beroeporiëntatie.

Alleen de tweede cursus is verplicht gesteld door WIN. Er zijn twee redenen waarom
maatschappij oriëntatie zo belangrijk is.
Ten eerste: als je nog zo goed Nederlands kunt spreken en weten welke mogelijkheden en capaciteiten men, heeft kan het toch zijn dat de nieuwkomer niet goed kan functioneren in de samenleving. Het kan namelijk zijn dat de nieuwkomer buiten de samenleving en vooral buiten de dagelijkse leefomgeving staat, doordat hij niet voldoende is geïntroduceerd om te deel te nemen in sociale en maatschappelijke verbanden.
Ten tweede kan iemand het zijn dat iemand niet in staat is om zijn/ haar hoofd bij de les te
houden door zijn/ haar persoonlijke situatie.
Maatschappelijke begeleiding betreft geen professionele hulpverlening maar wordt meer
omschreven als een verplichte cursus. Maatschappelijke begeleiding bevat de volgende punten:

 Algemene hulp bij huisvesting enz.
 Informatie
 Praktijkgericht
 Schakel tussen de nieuwkomer en lokale bevolking.
 Inzet van vrijwilligers en reguliere instellingen.

De gemeente heeft de plicht om te zorgen dat zo’n aanbod tot stand komt. De behoefte aan maatschappelijke begeleiding wordt vastgesteld in het inburgeringonderzoek. Daar wordt geconcludeerd in hoeverre de nieuwkomer in staat is zelfstandig zijn weg te gaan. Als er wordt geconcludeerd dat de nieuwkomer instaat is zelfstandig zijn weg te gaan zal er een minimaal aanbod maatschappelijke begeleiding voldoende zijn. Het minimum kan beperkt worden tot alleen het volgen van de basisinformatie.
Het grote nadeel is vaak dat de allochtoonse vrouwen niet worden bereikt. Verplicht is dat 1 ouder van een gezin de cursus volgt. Allochtoonse vrouwen voelen zich vaak ook erg ongelukkig en brengen dat dus ook over op de kinderen.
Kinderen worden extra belast door hun ouders omdat zij vaak de Nederlandse taal sneller machtig zijn. Ze worden vaak als tolk gebruikt om sociaal/maatschappelijke en soms bij ziekte problemen te vertalen.

Asielzoekers:
Ik heb gekozen voor een apart hoofdstuk voor Asielzoekers, want Asielzoekers zijn een totaal andere groepering dan allochtonen. Ze zijn gemiddeld hoger opgeleid en ze hebben aanzienlijke werkervaring in gekwalificeerde beroepen. Ze behoren in het land van herkomst vaak tot de intellectuelen en economische bovenlaag.
De keuze voor ons land is vaak toeval, de kennis over ons land is in het begin minimaal, onze taal is niet eenvoudig de gebruiken en de gewoonten zijn heel anders. Maar de gemiddelde vluchteling is gemotiveerd heeft een gezonde prestatiedrang ze wensen zich waar te maken.
Asielzoekers worden vaak goed ontvangen, ze krijgen van de overheid een uitkering en worden vaak ergens geplaatst. In het begin is het dus een soort “ doorlopend feest.’’ Al die nieuwe dingen de vlucht die goed geslaagd is en vooral ook de uitkering is voor vele nieuw.
Ook dat begint op den duur te vervelen en de asielzoekers willen graag werken maar mogen dat niet zolang ze niet erkend zijn, ook het volgen van het Nederlandse onderwijs is verboden.
Het verbod komt doordat de overheid bang is voor integratie.
Vele asielzoekers hebben het gevoel dat Nederland een tijdelijke vestiging is.
Vaak duurt de oorlog of de vervolging van bepaalde mensen lang en wonen dan al zo lang in Nederland en ze keren vaak een terug met vakantie enz. Dan merken ze dat het leven in Nederland beter is en vele mensen niet meer terug meer willen omdat vele hen een lafaard vinden omdat ze gevlucht waren.
Asielzoekers worden vaak goed geaccepteerd in de maatschappij vaak omdat men ook medelijden heeft. Vaak lukt het ze om te integreren maar met behoud van identiteit en karakter in alle harmonie

Wat is de positie van de allochtonen op de arbeidsmarkt?

Turken:
In de jaren 60 en 70 werden veel Turkse arbeiders (de eerste generatie) door Nederlandse bedrijven, al dan niet via tussenkomst van de Nederlandse overheid, geworven. Ze werden aangelokt door de toen nog explosief groeiende welvaart in West Europa. Een groot deel van de Turkse arbeiders kwam te werken in de arbeidsintensieve textielindustrie, de textielsector stond steeds onder grote druk door de toenemende internationale concurrentie. De goedkope Turkse ‘gastarbeider’ vormde een welkom tegenwicht tegen de lage lonen in de Aziatische landen die Europa met goedkope producten overspoelden.
Eind jaren 70 en begin jaren 80 moesten veel spinnerijen toch hun poorten sluiten en kwamen ongeschoolde Turkse arbeiders van de ene op de andere dag op straat te staan. Doordat de eerste generatie zonder scholing naar Nederland kwam en vele hun baan kwijt raakten hebben zij een hele slechte positie op de arbeidsmarkt. Vele Turken uit de eerste generatie zitten in de bijstand en zijn werkeloos.
De eerste generatie bestaat vooral uit mannen, die in Europa gingen wonen en werken om het gezin te onderhouden. Die mannen voelden zich eenzaam en raakten vervreemd van hun gezin.
In de achtergebleven gezinnen ontstonden vaak problemen die de moeder niet meer aankon en gezinshereniging leek de voor de hand liggende oplossing. Dus kwam de 2e generatie in Nederland.

Marokkanen:
Arbeidsmigratie was in Marokko al langer bekend want veel Marokkaanse mannen werkten vroeger als arbeider op de Franse landbouwbedrijven. De omvang die de arbeidsmigranten na de onafhankelijkheid begon aan te nemen was echter nog nooit vertoond op het ontstaan van deze migratie is een combinatie van factoren van invloed geweest:

 Snelle bevolkingsgroei
 Zeer hoge bevolkindruk in diverse regio’s
 Stilstaande economische ontwikkeling
 Hoog werkloosheidsniveau.

Die factoren speelden al langer een rol in Marokko, na de onafhankelijkheid werd het makkelijker om te emigreren. De meeste migranten waren in hun eigen land dus al werkeloos en hadden dus ook een lage opleiding genoten. De Marokkanen hebben dus een slechte positie op de arbeidsmarkt.

Surinamers:
Een derde deel van de Surinamers heeft Nederland na de onafhankelijkheid als woonplaats verkozen. De meeste Surinaamse migranten hebben in Nederland ook een Nederlandse nationaliteit. Alle bevolkingsgroepen uit Suriname zijn ook in Nederland terug te vinden, zij hebben een diversiteit aan cultuur, religie, taal en etniciteit meegebracht. Er kan dan ook niet gesproken worden van de Surinamers er zijn veel verschillende groepen maar dat is hetzelfde betreft de Marokkanen.
Veel Surinamers zijn ondanks de historische band tussen Nederland en Suriname toch onvoorbereid naar Nederland gekomen. Een deel van de migranten verwachte bij binnenkomst in Nederland een land van melk en honing maar dat viel nogal tegen. Het levensritme in Nederland is totaal anders en de contacten zijn veel onpersoonlijker. Opleiding en vorming blijken een veel belangrijkere rol te spelen dan verwacht. Veel migranten hebben in Suriname een opleiding gevolgd die naar Nederlandse maatstaven echter nogal eens te wensen over laat.
Dit zorgt voor een moeilijke positie op de arbeidsmarkt. De werkloosheid onder de Surinamers is daarom nog altijd relatief hoog.

Antilianen:
Antilianen zijn relatief goed geschoold maar toch ook kennen de Antilianen een hoog werkeloosheidspercentage. Dit is in de afgelopen 10 jaar alleen maar toegenomen.
Het verloop van de Antiliaanse migratie is vergeleken met de andere groepen alleen maar rustig te noemen. De eerste Antilianen hadden een redelijke opleiding en daardoor een grotere
kans in Nederland een baan te vinden. Het opleidingsniveau van de Antilianen daarna lijkt steeds lager te worden. De recente binnenkomers hebben veelal een lage opleiding genoten en behoren daardoor al bij aankomst in Nederland al direct tot de kansarme groepen ongeschoolde arbeiders, jongeren en alleenstaande moeders.

De hoge werkeloosheid onder de allochtonen heeft veel minder het effect gehad dat ze geen moeite meer zouden doen om een baan te vinden dan verwacht werd. Allochtonen blijken ondanks hun lagere kansen in vergelijking met allochtonen juist vasthoudender zoeken.
De potentiële onderklasse bestaat voor 70% uit autochtonen maar relatief zijn maatschappelijke allochtonen zijn ook sterk ondervertegenwoordigd.

Conclusie:

Mijn hoofdvraag was:

Buitenlandse/ Allochtoonse jongeren kunnen volkomen integreren in de Nederlandse Maatschappij.
Eerst was mijn plan om de stelling te verdedigen maar naarmate ik veel informatie had verwerkt en verkregen. Kwam ik tot de conclusie dat het niet geldt voor alle allochtonen.
Asielzoekers hebben de mogelijkheid om volkomen te integreren in de Nederlandse Samenleving omdat de Nederlanders de asielzoekers accepteren. De Asielzoekers blijven zich toch altijd verbonden voelen aan hun moederland.
In de Nederlandse samenleving is de nadruk vooral bij de individuele ontwikkeling ofwel de ik-cultuur. De Turkse en Marokkaanse hebben sterk het ‘Wij’ gevoel waardoor sneller conflicten ontstaan.
Voor een groot deel van de Marokkaanse bevolking geldt dat er nauwelijks sprake is van integratie in de Nederlandse samenleving men beheerst de Nederlandse taal onvoldoende en er
is sprake van een relatief hoge werkeloosheid en een achterstand in het volgen van onderwijs.
De Marokkanen proberen te leven zoals ze dat in Marokko gewend waren en onderhouden in het algemeen uit zakelijke motieven met Nederlanders. Met name de bemoeienis van de overheid in de vorm van belasting en administrieve zaken maakt veel Marokkaanse wantrouwend omdat in Marokko de verhouding toot de eigen overheid weinig positief is. De familie wordt nog als zeer belangrijk gezien en het gebrek aan scholing maakt dat veel dingen niet worden begrepen en ook dat wekt weer wantrouwen ook cultuurverschillen spelen een belangrijke rol woorden als eergevoel fatalisme (geloof in het onvermijdelijke noodlot) zijn sterk op de Marokkanen van toepassing. De gebrekkige communicatie tussen Marokkanen en Nederlands en de achterstandspositie wordt hiermee voor een deel verklaard. Desondanks blijft voor veel Marokkaanse gastarbeiders hun vaderland het beeld van de toekomst dat uit zich onder meer in het investeren van hun geld in de verbetering van de behuizing in Marokko of in de aankoop van land of vee. De laatste jaren is er ook sprake van een daling van het aantal kinderen onder Marokkaanse immigranten opvallend is daar in de leeftijdsgroep boven de vijftig de remigratie vrij hoog is. Met de Turkse cultuur zijn de grootste problemen ontstaan met de gezinshereniging. Het was vaak zo dat de vader door de slechte economische situatie emigreerde om de kost te onderhouden. Vaak nam dan de oudste broer de rol van de vader over en toen er weer gezinshereniging kwam, gingen nam de vader zijn rol weer in en de jongste kinderen gingen vaak weer naar hen vader toe. De oudste jongens voelden zich overbodig en toen de jongere kinderen ook nog de oudste kinderen in taalopzicht en studieprestatie voorbij streefden raakten zijn volkomen ontredderd en vinden vaak een uitweg in alcohol en drugsmisbruik. Oudere meisjes hebben het ook vaak niet gemakkelijk zeker niet als hun moeder buitenshuis gaat werken of ‘‘in huis’’ ziek is dat ze vaak niet meer naar buiten durven neem ik aan Vaak nemen zij de moederrol over en stellen zich volledig beschikbaar in voor huishoudelijke en opvoedkundige taken en komen nauwelijks toe aan hun eigen ontwikkeling ook worden vaak de ouder kinderen geconfronteerd met de lage economische status van hun gezin en met de grote verschillen tussen het gezin en de samenleving.

De Antilliaanse en Surinaamse culturen kunnen zich makkelijker aanpassen omdat deze culturen ook sterk verwesterd zijn. Maar er gaan generaties overheen voordat er echt sprake is van integratie. De allochtoonse jongeren van tegenwoordig hebben extra barrière te overwinnen zoals bv:
 Achterstelling door personeels zaken
 Discriminatie speelt ook op de arbeidsmarkt een grote rol
 Ze worden vaak gevraagd voor lagere niveaus en worden sneller ontslagen indien er sprake is van bedrijfsbezuiniging/inkrimping
Toch zijn er ook veel voordelen aan want als je op je 12e in Nederland komt wonen. Vaak is je economisch situatie beter en je weet al veel meer van de wereld en het leven dan een leeftijdsgenoot.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.