geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Bij klassieke muziek moet je niet aan je grijze oma denken, maar aan YouTube. 5 tips van Lucas en Arthur Jussen.

Geschreven door:

anoniem (4 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

25 januari 2002

Taal:

Woorden:

1.200

Bekeken:

21363 keer (4 deze maand)

Waardering:

3.6/5 (101 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
§4.1: Jam maken:
· Functies suiker: 1. zoetstof, 2. conserveringsmiddel.
· Pectine: verdikkings- of geleermiddel.
· Eis jam: smeerbaar/ stroperig.
· Pectine – zuivere stof: onrijpe appels/ witte tussenschil van citrusfruit.
· Functie pectine in vrucht: bij elkaar houden van celwanden.
· Pectinegehalte ligt aan de rijpheid van de vrucht.
· Combinatie suiker, pectine, citroenzuur = stevige jam.
· Opschalen: productiehoeveelheden vergroten.
· Het verwarmen van jam in een fabriek: verwarmingsspiralen aan de binnenkant.
· Schaalvergroting: Meer produceren minder kosten: 1. inkoop grote hoeveelheden grondstoffen verlaagt de prijs, 2. machines vervangen arbeidskrachten, 3. bediening ingewikkelde apparatuur > opgeleid personeel, 4. controle fabrieksproces > meet- en regelinstrumenten.
· Elke stap in proces wordt gecontroleerd > eindproduct met constante kwaliteit. Computers onmisbaar.
· Productieproces: grondstoffen per kookstel van 1000 kg in een kookketel afgewogen > fruit en suiker wordt automatisch afgetapt > glucosestroop wordt op temperatuur gehouden in een grote tank > koken in gesloten ketels onder vacuüm (voorkomt dat het fruit kapotkookt) > mengsel fruit, suiker en glucosestroop wordt verwarmd tot het kookpunt > overige ingrediënten worden toegevoegd (pectine, voedingszuur) > indampen (teveel aan water verdwijnt) > na het koken = temperatuur jam 80°C > jam naar vuller > potten worden een voor een omgekeerd en schoongespoten > na vullen van potten worden ze gelijk gesloten > potten naar koeltunnel > door afkoeling ontstaat vacuüm > potten van etiket voorzien.
· Blokschema: proces opgesplitst in afzonderlijke stappen. De transportwijze wordt niet vermeld.
· Winst verhogen: 1. omzet, 2. marktaandeel vergroten, 3. kwaliteit constant, 4. goede prijs/kwaliteit verhouding, 5. nieuwe soorten of smaken uitbrengen, 6. product aantrekkelijk maken (kleurstof).
· Het meeste fruit wordt niet direct verwerkt na de oogst. Fruit worden opgeslagen (diepvries). Er wordt vaak een conserveringsmiddel toegevoegd.
· Suiker is duur door de kostbare productie. Het wordt vervangen door glucosestroop uit maïs te halen. Dit is minder lekker, daarom wordt er nog een deel suiker toegevoegd.
· Hulpstoffen worden gebruikt om het product er aantrekkelijker uit te laten zien of om het verloop van de productie te bevorderen ( conserveringsmiddelen, kleurstoffen, antioxydantia, zuurteregelaars. Pectine en citroenzuur zijn niet echte hulpstoffen want ze zijn van nature aanwezig. De fabrikant kan ze wel extra toevoegen voor verbetering van de eigenschappen van het product.
· Warenwet zorgt ervoor dat er geen schadelijke stoffen in ons eten terecht komt, in ieder geval niet in grote hoeveelheden.
· Fabrikant is vrij voor de keuze van de soort suiker.
· Pectine en citroenzuur mogen maar in een bepaalde hoeveelheid gebruikt worden.

§4.2: Een miljoen colablikjes:
· Belangrijke eigenschappen metaal: goed verbuigbaar en toch stevig.
· Proces: halffabrikaat wordt afgeleverd, vertinde staalplaat van 0,2 mm dik > machine stampt rondjes uit de plaat > rondjes gaan in een pers, waar in een holle vorm in wordt gedrukt > nog een pers zorgt dat de bodem de goede vorm krijgt en dat de zijwand verder wordt uitgerekt, dieptrekken ( precies overal even dun, 0,08 mm ) > glad afsnijden van de bovenkant > binnenkant een laklaag, extra bescherming > buitenkant een merknaam.
· Het staal krijgt een tinlaagje als extra bescherming tegen het water en het zuur. Frisdrank komt niet in aanraking met het staal.
· Tin is erg duur omdat er zo weinig op de wereld te vinden is. Er moet zo min mogelijk op de staalplaat.
· Vertinnen: Staalplaten glijden over rollen door een tinzoutoplossing. Door een elektrische stroom ontstaat er een laagje tin (0,00025 mm). Met radioactieve straling wordt de dikte gemeten.
· Elektrolyse: negatieve pool van gelijkspanningsbron zorgt voor verbinding, positieve geladen deeltjes worden aangetrokken en ontladen.
· Staalplaat: staal is eerst 20 cm dik en wordt verwarmd tot 1200°C > door vele walsen wordt het steeds dunner > laatste walsen zorgen voor het gewenste blikdikte.
· Onderzoek zorgt voor een betere kwaliteit van het staal. De laatste 20 jaar is het gewicht gehalveerd van het blikje. De sterkte is hetzelfde gebleven.
· IJzer is verzamelnaam voor legeringen met een hoog ijzerpercentage. Ruwijzer: het reactieproduct van ijzererts met cokes. Dit breekt snel. Bevat veel koolstof. In een staalfabriek wordt uit ruwijzer de koolstof eruit gehaald door zuivere zuurstof. De koolstof verbrandt tot koolstofdioxidegas. Voorbeeld van een batchproces. Batch = portie.
· Reactor wordt gevuld met ruwijzer en schroot en er wordt zuurstof toegevoegd. Na half uur is het proces klaar. Voordeel: er kan schroot of staalafval worden gebruikt, recycling. De vloeibare massa wordt afgegoten en gaat stollen. De snijbranders maken er staalbalken van die naar de walsen kunnen.
· Continu proces: het maken van ijzer uit ijzererts. Er is een voortdurende toevoer van grondstoffen. Na reactie worden de eindproducten door vervoerd.
· Hoogovenproces: grondstoffen van boven toe gevoerd. In 8 uur reageren ze tot ruwijzer en bijproduct slak. Onderkant oven afgetapt. Temperaturen tot 2300°C.
· Binnenkant hoogoven zitten leidingen met koelwater voor temperatuurregeling.
· Consument: Broeikaseffect door staalbereiding, transport, voorbewerking, winning grondstoffen, afval.
· Hergebruik van een blikje moeilijk door drie soorten metalen.

§4.3: Kleurstof voor spijkerbroeken:
· Tweehonderd jaar geleden zagen de kleren er grauw uit. Je kunt de kleurstof van rode biet scheiden door het te koken > indampen en filtreren > vaste kleurstof blijft achter. Ongeschikt voor kleding. In de regen valt het eraf.
· Indigo meest toegepaste kleurstof voor kleren. Indigoplanten zijn groen. De bladeren worden in water gekweekt > ze gaan rotten > ontstaat geelkleurige oplossing van de stof indigowit > wit hecht zich aan het textielvezels > geelwitte kleur vernadert via groen in indigoblauw > indigo is niet meer oplosbaar.
· In het verfbad verandert het indigowit langzaam in indigoblauw (onoplosbaar) > bij toevoeging van bepaalde stoffen treedt er gisting op (bij toeval ontdekt) > na enkele dagen vernadert het weer terug in indigowit. Tegenwoordig wordt er een chemische stof toegevoegd die de reactie versnelt.
· Onderzoek van Alfred von Bayer: opheldering van de moleculaire structuur, gevolgd door pogingen de moleculen ‘na te bouwen’ uit chemische stoffen.
· Mauveïne: Perkins’ proef mislukte om uit koolteer een natuurlijke stof te maken. Er bleef een paarsblauwe prut over (mauveïne). Hij liet het testen als verfstof bij een textielfabrikant. Het bleef goed hechten aan de stof en was goed beschermd tegen zonlicht. Perkins ging het op grote schaal produceren.
· Octrooi: registratie van een uitvinding bij een octrooibureau. Mag niet door een ander bedrijf worden gebruikt.
· Conjunctuurgevoelig: van de economie afhankelijk. Hoge conjunctuur: welvaart hoog.
· Proeffabriek: wordt gekeken naar een mogelijke schaalvergroting (wat er allemaal moet gebeuren). Er wordt onderzoek verricht naar de kosten.

§4.4: De productie van penicilline:
· Micro-organismen: niet met het blote oog te zien. Kweken: petrischalen, platte glazen schaaltjes met dekseltje, op bodem laagje voedsel (aangepast aan het te kweken MO).
· Penicilline: stof die door een schimmel wordt geproduceerd. Giftig voor bacteriën.
· Florey en Chain bouwde een laboratorium om tot een fabriek voor penicilline vloeistof. Door 2e Wereldoorlog was er te weinig geld voor schaalvergroting. Er komt hulp van de VS en in 1942 is er de eerste succesvolle redding met penicilline.
· Biotechnologie: gebruik van (micro-)organismen om producten te maken.
· Productie in het groot: samenstelling van het voedsel, temperatuur, tijdsduur. Schimmels produceren warmte (koeling nodig).
· Filtratie: schimmels en vloeistof worden gescheiden.
· Kristallisatie: water wordt met pomp als damp verwijderd > blijven witte kristalletjes over dat zuivere penicilline is.
· Steriel werken uiterst belangrijk bij productie. Geen bacterie of andere schimmelsoort erbij.
· Hoe werkt penicilline: het verhindert de opbouw van de celwanden van bacteriën.
· Resistente bacteriën: ongevoelig voor het geneesmiddel. Ziektes die bijna uitgeroeid zijn kunnen terug komen.
· Nadelen: oraal gebruik is niet mogelijk (kan niet tegen zuur, maag). Er is niet na te gaan of alle ziekteverwekkers weg zijn. Sommige soorten beschikken over een enzym of penicillinase (breekt penicilline af).
· 1. Reactie zorgt voor andere penicilline-eigenschappen (wijziging in molecuulformule), 2. Kweekvloeistof stoffen toe voegen (gewijzigd penicillinesoort).

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.