Geschreven door: | Angelgamer (5 havo) |
Datum ingestuurd: | 19 januari 2002 |
Taal: |  |
Woorden: | 4.500 |
Bekeken: | 10872 keer (8 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Inleiding
Badminton, een sport wie menigeen vaardig is, hetzij op professioneel niveau of op amateur niveau. Iedereen heeft het wel eens gespeeld, op vakantie, op school of op een andere plek.
Aangezien ik het een leuke sport vindt, heb ik gekozen voor dit onderdeel.
Spelregels
Hieronder de belangrijkste badmintonspelregels.
Begin van de wedstrijd
Voor de aanvang van de wedstrijd loten de beide tegenstanders. De winnaar van de loting heeft het recht:
de eerste service te doen;
de speelhelft te kiezen;
de eerste service niet te doen.
De verliezer van de loting krijgt daarmee de keus tussen elke overgebleven mogelijkheid. In de tweede en derde game van een wedstrijd mag die partij het eerst serveren die de voorgaande game heeft gewonnen.
Puntentelling
Met uitzondering van het dames enkel worden alle games tot vijftien punten gespeeld (dames enkel tot 11 punten). Om een wedstrijd te winnen moet een voorsprong van twee games worden behaald. Alleen de partij die mag serveren kan punten scoren.
Enkelspel
De service wordt overeenkomstig het eigen aantal punten bij een stand van 0, 2, 4, 6... vanuit het rechterserveervak geslagen, bij een oneven stand vanuit het linkerserveervak. De service moet altijd in het diagonaal tegenoverliggende serveervak worden geslagen. De tegenstander moet in dit vak staan.
Dubbelspel
Voor de aanvang van de game beslissen de spelers wie als eerste gaat serveren c.q. ontvangen. De service wordt altijd in het diagonaal tegenoverliggende serveervak geslagen. De speler van een partij blijft net zo lang serveren totdat zijn partij een fout maakt. Na elk punt wisselt de serveerder van serveervak. De ontvangende spelers behouden het voor hun puntenachterstand overeenkomstige serveervak.
Let op: wanneer tweemaal achtereenvolgens wordt geserveerd, mag nooit vanuit hetzelfde serveervak worden geslagen. Een ontvangende speler retourneert nooit twee achtereenvolgende services. Verliest een speler van een partij zijn serveerbeurt, dan mag zijn partner serveren. Hij serveert vanuit het vak vanwaaruit zijn partner de volgende service zou hebben gespeeld. Pas wanneer de serverende partij twee fouten heeft gemaakt of de shuttle tijdens de wedstrijd binnen hun speelhelft op de grond valt, mag de tegenpartij serveren. Uitzondering: bij het begin van een game mag de serverende partij slechts eenmaal serveren.
Let op: bij het begin van een set en na elke servicewissel wordt de volgende service altijd vanuit het rechterserveervak geslagen. Dus: de speler die bij de aanvang van een set serveert, wisselt zoals bij het enkelspel als volgt van serveervak: 0, 2, 4 6... rechterserveervak: 1, 3, 5... linkerserveervak. Zijn partner doet dit in omgekeerde volgorde. De ontvangende partij gaat steeds op het serveervak staan dat met hun stand overeenkomt.
Verlenging
Komt men in een game tot de gelijke stand van 14-14, dan mag de partij die het eerst 14 heeft bereikt de game verlengen met 3 punten. Wordt er verlengd dan wint de partij die het eerst 17 punten heeft bereikt de game. Bij het dames enkel mag bij een stand van 10-10 worden verlengd (met 3 punten). Ook hier heeft de partij die het eerst 10 punten heeft bereikt het recht te verlengen. Een game eindigt dan bij 13 punten.
(NB: deze regeling is pas sinds seizoen 1998-1999 van kracht!)
Fouten
Een deel van de shuttle bevindt zich bij de service boven het middel van de serveerder.
Beide voeten van de serveerder of ontvanger bevinden zich niet binnen het serveervak.
Het racketblad bevindt zich bij de service niet duidelijk onder de hand van de serveerder.
De shuttle valt na de service zonder dat de tegenstander hem heeft aangeraakt buiten het serveervak op de grond.
De shuttle komt buiten het speelveld terecht of wordt onder het net door geslagen.
Een speler raakt tijdens de wedstrijd met zijn lichaam de shuttle of het net aan.
Een speler raakt tijdens de wedstrijd met zijn racket het net aan.
De shuttle raakt bij de service het plafond (hoogte van de hal meer dan 8 m; anders opnieuw serveren).
De shuttle wordt tijdens de wedstrijd tegen het plafond of een ander voorwerp buiten het speelveld geslagen.
Een speler probeert zijn tegenstander te misleiden of te hinderen.
Een speler vertraagt op reglementair ongeoorloofde wijze de wedstrijd.
Er mag opnieuw worden geserveerd wanneer:
de ontvangende partij nog niet klaarstond;
niet duidelijk is of de shuttle in of uit was;
er van buitenaf wordt gehinderd.
Algemeen
Er is geen sprake van een fout wanneer de shuttle tijdens een rally of bij een service het net raakt en toch reglementair in het speelveld valt. Grenslijnen horen altijd bij het desbetreffende speelveld.
Geschiedenis
Het oudste materiaal dat over badminton is gevonden wordt ongeveer 2000 jaar oud geschat. Dit zijn tekeningen die gevonden zijn in holen in India. Hierop is een soort badminton te zien. Ook in overgebleven geschriften werd een spel beschreven waarbij men een "vliegend voorwerp" naar de tegenstander sloeg. Dit bestond uit een gewicht of een vrucht waaraan veren bevestigd waren. Het voorwerp werd dan met de handen en de voeten in de lucht gehouden.
In het begin van de eerste eeuw was het spel erg populair in China. Hier werd geslagen met geldstukken waaraan dan kippenveren bevestigd waren. In de 16e eeuw werd het vooral door kinderen in Engeland veel gespeeld. Een eeuw later had het spelletje zich verspreidt over diverse Europese landen waar het door de rijkeren beoefend werd. Het bestond er simpelweg uit dat een shuttle over en weer werd geslagen zonder de grond te raken. In Frankrijk heette het: "Jeu de longue plume". Vandaar dat we het ook wel pluimbal noemen.
Hierna vond het zijn weg naar het koloniale Amerika. Hier zijn twee bekende schilderijen gemaakt. Allereerst het schilderij van William Williams getiteld "Portrait of Master Stephen Crossfield". Het stamt uit het begin van de 18e eeuw en laat een man zien die een racket en een shuttle vasthoudt
Het rechter schilderij stamt uit de laat 18e eeuw en laat jonge jongens zien die een shuttle in de lucht houden. Het schilderij hangt momenteel in Williamsburg (U.S.A.).Het werd echter pas echt bekend doordat Engelse officieren het spel meenamen naar Engeland. Het was afkomstig uit India. Hier werd het Poona genoemd. In 1873 speelde John Loraine Baldwin het op het landgoed Badminton in het graafschap Glouchestershire in Engeland. Hier kreeg de sport de naam badminton.
De eerste spelregels verschenen in 1877 in boekvorm. Deze waren gemaakt door kolonel H.O. Selby. Het zou echter nog wel even duren voordat overal deze regels toegepast werden. Badminton was destijds voor de elite, waarbij het sociale gedeelte erg belangrijk was. Het ging dus niet alleen om de puntjes, maar ook om de thee, broodjes en cake. De spelregels werden in de loop der jaren geregeld gewijzigd. Oorspronkelijk werd het buiten gespeeld, maar in Engeland werden grote zalen van landhuizen gebruikt. Het veld had een vorm van een zandloper, doordat deuren tussen ruimtes weggehaald werden. Het zou nog even duren voordat er sporthallen waren, zoals wij die kennen
De eerst bond was de Engelse Bond. De "Badminton Association of England" werd in 1893 door kolonel Dolby opgericht. Hierna volgden al snel de bonden van Ierland (1899), Schotland (1911) en Wales (1928). De populariteit sloeg hierna over naar andere landen. In 1934 werd de Internationale Badminton Federatie (I.B.F.) opgericht. Zij moest toezicht houden op de spelregels en de naleving daarvan. Bovendien organiseert zij wedstrijden op internationaal niveau en maakte contact met landen die nog niet aangesloten waren. Inmiddels zijn er meer dan 50 landen aangesloten bij de I.B.F. De I.B.F. verzorgt de Internationale Kampioenschappen voor landenteams. Bij de heren is deze bekend als de "Thomas Cup" en bij de dames is dit de "Uber Cup". In 1967 werd de Europese Badminton Unie (E.B.U.) opgericht.
Ook Nederland volgde. De Nederlandse Badminton Bond (N.B.B.) werd op 15 november 1931 opgericht. Tot de oorlog kende de bond niet veel groei. In de oorlog moest de N.B.B. haar activiteiten opschorten. In oktober 1951 werd de bond door een groep enthousiastelingen weer nieuw leven ingeblazen. Rond 1953 kwamen er zelfs goedkoop materiaal op de markt. Badminton was hierdoor niet langer een sport voor de elite. Op straat, op het strand en op de camping werd de sport veel beoefend De N.B.B. maakte een stormachtige groei door. Helaas zakte het ledental in de jaren '90 weer in. Momenteel kent de bond ongeveer 80.000 leden. Nederland kent nog meer bonden, zoals de B.B.F. (Bossche Badminton Federatie), H.B.B. (Helmondse Badminton Bond) en de R.B.B. (Recreatieve Badmintonbond Breda). Ook wordt er veel in de zogenaamde wilde verenigingen gespeeld die niet aangesloten zijn bij een overkoepelend orgaan.
Sinds de Olympische spelen in Barcelona (Spanje) in 1992 is badminton een officiele Olympische sport. De eerste enkelspel medailles werden uitgereikt aan de Indonesirs Allen Budi Kusuma (heren) en Susi Susanti (dames). Ze werden bij thuiskomst als echte volkshelden behandeld. Bij de Olympische spelen in Seoel (Korea) was het badminton de eerste sport die uitverkocht was. Hier behaalde Mia Audina, toen nog 16 jaar, een zilveren medaille voor Indonesi. Inmiddels komt ze voor ons land uit.
Bronnen:
Rob Ridder - Dit is badminton
Sports A-Z
http://www.olympic-usa.org/sports/az-3-2-1.html
NBB materiaal over de geschiedenis van het badminton
Materiaal van de site:
http://welcome.to/smashingbruang
Rackets Sport Herritage:
http://www.usatt.org/rackets/
IBF-Site:
http://www.worldbadminton.com/
Materialen
Badminton is een sport die het uiterste vergt van de sporter (m/v) zelf, maar ook van de materialen die er worden gebruikt. Hoewel een enkele (oud-)topspeler nog zweert bij een degelijk houten racket, speelt tegenwoordig zelfs de modale clubspeler met de meest geavanceerde rackets. Want het aardige van badminton is ook wel weer dat een fatsoenlijke uitrusting geen kapitalen hoeft te kosten. Als je maar weet waar je op moet letten.
Hieronder de nodige tips op het gebied van materialen.
Racket
Badmintonrackets bestaan uit een frame en bespanning. Tot ongeveer 25 jaar geleden werd er gespeeld met een houten racket-frame met een darmbespanning. Tegenwoordig hebben we al volledig graphite rackets met een dunne multivezel- bespanning. Rackets zijn verkrijgbaar van f 25,- tot f 400,-. Voor mensen die beginnen is een racket van rond de f 60,- aan te bevelen. Het prijsverschil zit voornamelijk in de materialen die in het racket verwerkt zijn.
a. Frame
Het racketframe is maximaal 68 cm lang; het blad is circa 28 cm lang en 22 cm breed. Het frame bestaat uit een grip, shaft, T-stuk en een blad. Bij de goedkopere rackets wordt vaak van aluminium gebruik gemaakt. Dit is een goedkope en stevige materiaalsoort, maar wel vrij zwaar. Duurdere rackets zijn gemaakt van andere materialen zoals carbon. Dat is een kunststof die voor de stevigheid versterkt is met koolstofvezels. Er zijn ook nog duurdere materialen zoals twaron en boron. In de lagere prijsklasse wordt vaak een combinatie toegepast, zoals een aluminium steel met een graphite blad.
b. Grip
Er worden drie gripdikten gehanteerd:
* Grip 2 = dikke grip
* Grip 3 = medium dikke grip (normaal)
* Grip 4 = dunne grip
Tegenwoordig worden alle rackets bijna uitgerust met een grip 3. De speler kan deze met een overgrip verdikken. Je kunt de grip ook vervangen door een vervangingsleder. Let er bij de aankoop op dat de grip niet te dik is. Het racket moet gemakkelijk in je hand liggen, waardoor je soepel uit je pols kunt slaan.
c. Shaft (steel)
Tegenwoordig zie je alleen nog maar kunststof en aluminium shafts. De shaft bepaalt voor een groot gedeelte de speeleigenschappen van een racket. Twee eigenschappen zijn hier van belang, namelijk de flexibiliteit en het buigpunt.
De regel bij de flexibiliteit is: rackets met een flexibele steel hebben een groter trampoline-effect. Spelers met weinig kracht, die het racket dus niet zoveel kunnen versnellen, kunnen met een flexibele steel harder en dieper slaan. Een flexibele steel heeft als nadeel dat je minder precisie en controle over de shuttle hebt.
Elke steel heeft zijn eigen buigpunt. De meningen lopen uiteen over wat het ideale buigpunt is. Hier geldt dat een speler met een matige slagkracht voordeel kan hebben met een buigpunt in het midden. Hij kan de shuttle verder weg slaan met minder inspanning. Voor een gevorderde speler kan dit echter betekenen dat hij geen controle meer heeft over de shaft.
d. T-stuk
Op het verbindingsstuk tussen het blad en de shaft zit het T-stuk. Tegenwoordig worden er ook materialen gecombineerd, waardoor we een racket uit een stuk krijgen.
e. Gewicht
Badmintonrackets van rond de 90 gram zijn al geen uitzondering meer. Het voordeel van lichte frames is vooral dat zij zeer goed en snel hanteerbaar zijn. Zeker zeer goede, technisch begaafde badmintonners geven vaak de voorkeur aan de lichtere rackettypes. Minder geoefende spelers kunnen het fijner vinden om met een iets zwaarder racket te spelen. De voorkeur is persoonlijk.
f. Blad
Niet alleen het gebruik van materialen, maar ook de vorm van een blad heeft tegenwoordig veel aandacht.
Veel fabrikanten brengen wide body bladen op de markt. Deze zeer dunne bladen met een breder profiel zorgen ervoor dat een blad nog stijver in de slagrichting wordt. Doordat het blad ook dunner is heeft het minder luchtweerstand.
Ook zijn er long body bladen op de markt. Door de langere snaren heb je meer slagkracht. Dit geeft een grotere trampoline effect, maar minder controle. Verder proberen de fabrikanten de 'sweet spot' te vergroten. Dit is het gebied binnen de bespanning waarbij de shuttle het optimaal geraakt kan worden. Door andere vormen te gebruiken wordt de sweet spot vergroot.
Bespanningen
Er zijn 2 hoofdgroepen van bespanningen:
* Darmsnaren
* Nylon snaren
Darmsnaren zijn van nature zeer elastisch en daardoor veel gebruikt door de topspelers. Een groot nadeel is dat darmsnaren zeer kwetsbaar zijn en dat daardoor veel snaarbreuk voorkomt.
Nylon snaren zijn een stuk goedkoper in aanschaf. De snaren zijn minder elastisch, maar veel sterker.
Kleding
De kleding die je voor badminton gebruikt dient de volgende eigenschappen te hebben:
* de kleding moet het transpiratievocht goed opnemen
* je moet je goed kunnen bewegen
* de pasvorm van de kleding moet goed zijn na veelvuldig wassen
a. Shirt
Het badmintonshirt is meestal gemaakt van een combinatie van materialen. Het shirt moet het vocht opnemen dat daarna kan verdampen. Een shirt van 100% katoen doet dat uitstekend, maar verliest zijn pasvorm na veel wassen. Een shirt dat van 100% kunststof is gemaakt plakt echter weer op de huid. Vandaar dat meestal voor een combinatie gekozen wordt.
b. Broek (short) / rokje
Ook hier is een gecombineerd materiaal gewenst, daar bij teveel vochtopname de stof kan schuren.
c. Sokken
Een goede sok behoort:
* zweet op te nemen
* toch voldoende te ventileren
* naadloos te zijn
* een goede pasvorm te hebben
Is dit niet het geval dan kunnen er blaren, verdikte teennagels en voetschimmel ontstaan. Er zijn tegenwoordig speciaal ontwikkelde synthetische sokken in de handel.
d. Onderkleding
I.v.m. de steungevende functie van het ondergoed moet het materiaal rekbaar zijn, waardoor het percentage kunstvezel naast katoen wel tot 50% kan oplopen. Onderkleding mag niet knellen.
e. Trainingspak
De belangrijkste functie van een trainingspak is het vasthouden van de temperatuur. Trainingspakken worden dan ook vaak gebruikt tijdens de warming-up en tussen de wedstrijden door.
Een trainingspak dient:
* een goede pasvorm te hebben
* een goede bewegingsvrijheid te bieden.
Schoeisel
Goed schoeisel kan veel (badminton-)blessures voorkomen. Verder zijn goede schonen letterlijk de basis van het voetenwerk.
Schoeisel dient:
* een stevig hielgedeelte te hebben. Dit voorkomt enkelblessures.
* flexibel te zijn in de voorvoet
* enige mate schokken te dempen. Dit voorkomt hiel- en voorvoetblessures.
* een goede pasvorm te hebben
* ademend te zijn, zodat vocht afgevoerd kan worden.
Aangezien tijdens het badmintonspel veel voor- en achterwaartse bewegingen worden gemaakt dient een schoen stevig te zijn op de neus en de hiel. Een schoen moet ook opgewassen zijn tegen zijwaartse bewegingen. Hiervoor dient er een extra versteviging aangebracht te zijn van de kleine teen tot de middenvoet.
Tips voor het kopen van binnenschoenen (indoorschoenen):
- Koop geen schoenen met zwarte zolen. Deze zijn in diverse sportzalen verboden.
- Let op een goed beschermde neus van de schoen. Zowel op de bovenkant waar deze verstevigd kan zijn met extra leer of een laag suθde, als op de voorkant waar dubbele stiksels aangebracht dienen te zijn.
- Let op een sterke hielkap van plastic of glasfiber. Deze zorgt ervoor dat de hiel (en de voet) recht op de schoen blijft staan.
- Let op een voetholteversteviging. Dit voorkomt het naar binnen zakken van de voet bij grote krachten op de voet.
- Let op de aanwezigheid van enige demping. Er zit vaak een laagje schokdempend materiaal van 2 tot 3 mm onder de voorvoet en de hak. In de wat duurdere modellen zitten vaak air- of gelkussentjes.
- Controleer de schoen op genoeg flexibiliteit op het buigpunt tussen de middenvoet en de tenen. De schoen mag echter niet te soepel zijn bij het maken van een zogenaamde uitwring- beweging. Dit in verband met zijdelingse steun.
- Let op een goede pasvorm. Koop de schoenen nooit te groot of te klein. Let niet alleen op de lente , mar ook op de breedte van de schoen. Te kleine schoenen knellen je voeten, zodat er likdoorns of blauwe nagels kunnen ontstaan. Te grote schoenen leidt tot schuiven, waardoor blaren kunnen ontstaan.
- Koop schoenen aan het eind van de dag. Voeten zijn dan meer gezet, zodat een goede pasvorm gekozen kan worden
- Koop de schoenen bij een goede sportzaak
Shuttles
a. Veren shuttles
Nu gaan we eens kijken naar de shuttle. Je hebt eigenlijk 2 soorten shuttles: veren en nylon. Het is leuk om van beide er eentje mee te nemen. De veren zijn afkomstig van ganzen, en het schijnt dat ze alleen de veren van de linkervleugeltjes kunnen gebruiken... In ΘΘn shuttle zitten 46 veertjes, en daar zijn vier ganzen voor nodig! De veren shuttles zijn daardoor duurder, maar ze spelen wel fijner. Spelers op een hoog niveau zullen met veren spelen. Spelers op een wat lager niveau spelen meestal met nylon shuttles.
Voor een veren shuttle schijnen ze alleen de veren van de linkervleugeltjes te kunnen gebruiken. In ΘΘn shuttle zitten 46 veertjes, en daar zijn vier ganzen voor nodig! De veren zijn met draadjes en veel lijm aan elkaar gebonden. Ze hebben een kurken dop. Het hele proces van het maken van zo'n shuttle is erg arbeidsintensief. Vandaar dat deze shuttles duurder zijn dan de nylon shuttle. Veren shuttles zijn daarnaast veel kwetsbaarder. Als een veer kapot is krijgt de shuttle een slechte vlucht. In plaats van ganzen worden ook wel eenden gebruikt, maar die veren zijn minder goed. Deze mogen bij ons in bij de competitie dan ook niet gebruik worden.
Op (top) niveau wordt er echter met deze shuttle gespeeld, omdat ze
* een preciezere vlucht hebben dan een nylon shuttle
* een stabiele vlucht hebben
* meer mogelijkheden hebben voor effectslagen
* zich beter aanpassen aan de temperatuur in de zaal.
In topwedstrijden komt het voor dat per wedstrijd 10-20 shuttles kapot geslagen worden!
Shuttles worden voor een wedstrijd geprepareerd. Dit gebeurt door middel van het met stoom bevochtigen van de shuttles.
b. Nylon shuttles
De nylon shuttle bestaat uit een 16-tal kunststof 'veren' (in ιιn geheel) die bij elkaar komen in een dop. Nylon shuttles gaan langer mee en zijn daarom ook voordeliger.
De snelheid van de shuttle wordt aangegeven in speed 1,2,3,4 en 5 of met slow, medium en fast. Sommige fabrikanten gebruiken kleuren groen (langzaam), blauw (medium), rood (snel).
Bijna alle fabrikanten proberen shuttles te vervaardigen die de speeleigenschappen hebben van een veren shuttle. Veren shuttles vallen echter steiler naar beneden na een harde slag in het achterveld. Ze remmen dus sneller af. De plastic shuttles hebben meer een kogelbaan. Het is met een nylon shuttle dus moeilijker een tegenstander in het achterveld te dwingen, omdat de shuttle niet recht naar beneden valt. Daarnaast kun je veren shuttless met meer spin slaan. Dit houdt in hoe harder een shuttle ronddraait hoe stabieler en mooier een vlucht is.
Gewicht/snelheid van de shuttle:
Het gewicht van een shuttle moet tussen de 4,74 en 5,50 gram liggen. Ook wordt dit wel uitgedruk in grains; 1 grain = 0,0648 gram; een shuttle moet dus tussen de 73 en 85 wegen. Hoe zwaarder een shuttle, hoe sneller deze vliegt. Bij sommige merken wordt de snelheid aangegeven met een kleur, rood = snel, blauw = gewoon en groen = langzaam.
Bronnen:
Reader Cursus Badminton Begeleider, februari 1992
Trainersmodule 1.5 Materialen
NBB- materiaal t.b.v. clubblad
Materiaal deel 1 en 4 (Paula Rip)
Schoenen en sokken deel 1 en 2 (Onno Rip)
Bijzondere extras
Paul de Leeuw: "Sport voor mietjes!
Natuurlijk is badminton ook voor meiden en mietjes, maar niet meer of minder dan het werpen van darts of het schuiven van sjoelschijven. In een van de programma's van De Leeuw was er over de telefoon een jolig onderonsje met enfant terrible Lex Coene, die werd uitgenodigd met Paul te komen sparren. In de uitzending waarin Lex Paul onder handen mocht nemen, was er eerst een lekker melig interview in bijzijn van gast Corry Brokken. Lex: "De enige keer dat wij het niet doen, is op de camping" en "Als badminton voor mietjes is, dan is de vraag waarom Paul niet badmintont". Op die toer. Vervolgens werd Lex meegetroond naar een speciaal opgezette tent met badmintonveld waarin op mallotige manier wat werd heen-en-weer geslagen, waarbij opviel dat Paul linkshandig is.
Het is zeer de vraag of na dit programma ιιn vereniging ιιn nieuw lid heeft kunnen inschrijven. Misschien bij het Tijgertje, de enige badmintonvereniging die zich speciaal toelegt op meppende mietjes?
Het Klapracket
Weliswaar is badminton geen sport die het van de dure kleren of trendgevoelige attributen moet hebben - menig topspeler zweert nog bij een houten racket met kattendarm - toch signaleren wij hier en daar (vooral op het Internet!) de nodige interessante noviteiten:
Het Klapracket
Na veertien jaar in het experimentele stadium te hebben verkeerd, is deze winter een revolutionair racket op de markt verschenen dat voor geweldige opschudding op de internationale badmintonvelden heeft gezorgd. De doorbraak van dit zogenoemde klapracket is te danken aan de sensationele wedstrijdresultaten die voorheen onbetekenende spelers wisten te behalen.
Dank zij de ingenieuze, inmiddels wereldwijd gepatenteerde constructie, blijkt zelfs de meest ongetalenteerde clubspeler minimaal 24 procent meer slagkracht te kunnen ontwikkelen.
Het klapracket is een puur Nederlandse uitvinding van de 32-jarige industrieel ontwerper PW te H. 'Hiermee loop ik binnen!', aldus de klappertandende Willy Wortel, 'zelfs Deng Xiao Peng had nog bijna belangstelling getoond.'
Door deze nieuwe vinding zou de Aziatische hegemonie in het mondiale badminton wel eens een gevoelige klap kunnen krijgen!
Woordenlijst
Een verklarende woordenlijst met de belangrijkste termen in het moderne badminton:
Afmaken Badminton is oorlog. Wie moeite heeft met afmaken kan maar beter gaan pim-pam-petten
Baan Wie denkt dat badminton een elitesport is, zit mis. De meeste spelers zijn constant op zoek naar een goeie baan.
Backhand Een beetje badmintonner heeft naast een linker- en een rechterhand ook nog een achter- en een voorhand, waarbij voor rechtshandige spelers de achterhand links zit en de voorhand rechts en bij linkshandige precies andersom (bij ιιnarmige spelers bevindt de backhand zich per definitie aan de stompzijde).
Backhand is erg moeilijk.
Badminton Genoemd naar Lord Edward 'bad' Minton (1817-1926), procureur-generaal in Brits-Indiλ, berucht om zijn beroerde smashes en erbarmelijk spelinzicht. Het fabeltje dat Badminton de naam is van het landgoed van de Hertog van Beaufort in Engeland waar het spel voor het eerst zou zijn gespeeld, hoeft niet serieus te worden genomen.
Bal Wordt bij badminton alleen gebruikt in de uitdrukking: 'goeie bal!'. Bij een kwalitatief goede shuttle is sprake van een 'lekkere shuttle'.
Campingbadminton Spelvariant, alleen oogluikend toegestaan tijdens de zomerstop. Zie ook: *Tante Catootje.
(Tante) Catootje Familielid van menig trainer, berucht om haar slappe wedstrijdmentaliteit. Zie ook: *campingbadminton
Clear Hoge slag vanaf de achterlijn naar de achterlijn van de tegenstander. Valt nog helemaal niet mee. Jongens kunnen beduidend beter klieren dan meisjes.
Conditie Het tegengestelde van ademnood en hartkloppingen. Nergens te koop, en alleen te verkrijgen door met groot doorzettingsvermogen rondjes te rennen, sprintjes te trekken en touwtje te springen.
Damesdubbel Bij badminton heten alle vrouwen en meisjes ineens 'dames' - terwijl iedereen weet dat een echte dame natuurlijk nooit zo idioot een speelveld op en neer zou rennen.
Drive Mooi nummer van The Cars, van de LP Heartbeat City uit 1986. Ook: harde lage slag vlak over het *net.
Dropje Klein, zacht balletje dat de tegenstander net over het *net wordt toegespeeld.
Enkel Wedstrijd waarbij van je verwacht wordt dat je helemaal in je eentje op dat hele grote veld elke shuttle terugslaat (schrale troost: de tegenstander is ook helemaal in z'n eentje). Ook: vitaal onderdeel van het onderbeen, dat ineens vreselijk pijn gaat doen als je 'er doorheen gaat' op bijvoorbeeld een woensdagavond in september, waardoor je wekenlang met je been omhoog moet blijven zitten, het begin van de competitie mist, en je je om de twee dagen moet laten betasten door een stagiaire fysiotherapie.
Flickservice Knappe, snelle, behendige, strakke - of onverwachte, gemene, onsportieve *service (afhankelijk van of je het zelf kunt of dat de tegenstander het je flikt)
Forehand Ongeveer het tegenovergestelde van *backhand.
Herendubbel Een *damesdubbel, maar dan met mannen (of jongens).
Hotseknotsbegoniabadminton Geef 'm een knal, hoog voor de pot zie maar wat er van komt.
IJzer Uitsluitend gebruikt als uitroep ('Shit! IJzer!') wanneer de shuttle slecht wordt geraakt. Ook wel: 'Shit! Hout!'. Stamt nog uit het verre, verre verleden, toen rackets nog niet werden gemaakt van koolstofvezelversterkte polycyclisch autoclaaf verwerkte thermohardende composieten, maar van hout en ijzer.
In Badminton is nog wispelturiger dan de mode. Wat de ene dag in is, is de volgende dag weer *uit.
Lob Deel van de hersenen waar zich het Badmintoncentrum bevindt.
Mixen Elke partij met vier deelnemers die geen *damesdubbel of *herendubbel is. Wordt meestal voorafgegaan door de uitnodiging: 'potje mixen?'. Ook: gemengd dubbel.
Naturistencampingbadminton Heeft nog minder om het lijf dan *campingbadminton. Filmpje! (Bron VPRO-tv: Hertenkamp)
(het) Net Cruciaal badmintonwoord. Een shuttle is net *in, net *uit, in het net of net niet. Helaas ligt het copyright van het woord bij KPN, dus niet hardop uitspreken.
Overhead Nog moeilijker dan *backhand.
Overhead-forehand-clear Echt heel, heel erg moeilijk, vooral om uit te spreken.
Racket Engels voor 'herrie' of 'kabaal'. Sla er maar eens mee tegen een trommel, winkelruit of voetbalsupporter.
Rally Slagenwisseling. Waarschijnlijk als uitdrukking in gebruik geraakt na de beroemde knokpartij bij de 24-uurs herendubbel in Monte Carlo (1917).
Service Vriendelijkheid jegens de tegenstander: na een (gewonnen) *rally wordt de *shuttle opgeraapt en beheerst in de richting van de tegenstander geslagen, die ermee mag doen wat hij wil (maar liever niet terugslaan).
Shuttle Heen en weer, steeds maar heen en weer. Genoemd naar het bekende onverslijtbare ruimtevaartuig van de Amerikanen. Een shuttle die na ιιn keer vliegen aan de kant gaat noemen wij een 'wubbo'.
Side-by-side Spelsysteem waarbij de spelers naast elkaar verdedigend staan opgesteld.
Single Leuke alleenstaande die op zoek is naar een andere leuke alleenstaande om een lekker potje te....
Smash Keiharde rotklap.
Smash-return Mij-heb-je-niet-met-je-keiharde-rotklap!
Uit alles behalve *in.
Verlenging Leek het puntensysteem bij badminton een wonder van eenvoud, krijgen we bij 14-14 ineens tennis-achtige toestanden!
Vogeltje uit Amerika overgewaaide aanduiding ('birdie') voor *shuttle. Ook: pluimpje, sjuutje.
Voor-achter Ingewikkeld spelsysteem dat geheel anders is dan *side-by-side.
Zeperd In de competitie met 8-0 verliezen van De Vijand
Bronnen:
(c) 1999 (last update januari 2001) Ewout Rietman
Afsluiting
Ik vond het leuk om met het badminton bezig te zijn en te spelen. Het is een leuk spel, niet moeilijk te begrijpen of te doen.
Het was ook leuk om toch beter te worden in het spelen, en ook om de verschillende technieken te leren (clear, drop, etc.).
Alles bij elkaar was het leuk om te doen.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.