Geschreven door: | jordi L (4 vmbo) |
Datum ingestuurd: | 14 januari 2002 |
Taal: |  |
Woorden: | 2.150 |
Bekeken: | 10781 keer (5 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Inleiding
De afgelopen periode is er regelmatig in het nieuws gesproken over het dalen van de aandelenkoersen als gevolg van bijvoorbeeld de terroristische aanslag op het World Trade Centre, het financiële hart van de Amerikaanse economie. Dat deze aanslag grote gevolgen heeft, is ook duidelijk merkbaar op de andere beurzen in de wereld. De mensen zijn als gevolg van deze aanslag bang om weer in het vliegtuig te stappen, waardoor er steeds minder vluchten zijn en er mensen ontslagen moeten worden. De Belgische vliegtuigmaatschappij Sabena is failliet gegaan.
Onlangs heeft KPN laten weten dat er 4800 medewerkers gedwongen ontslagen zullen worden om het bedrijf voort te laten bestaan. Het aantal is inmiddels teruggebracht naar 2800 en het bedrijf staat aan de rand van een faillissement. Dit alles heeft gevolgen voor het aandeel KPN, bijna niets meer waard. Kortom als het in de economie slechter gaat, heeft dit dus direct gevolgen voor de aandelenkoersen.
Ik ben nu eigenlijk wel benieuwd hoe die koersen tot stand komen. Welke factoren zijn hiervan op invloed? Hoe werkt de effectenbeurs? Wanneer weet je hoe je moet kopen, verkopen en welke aandelen kun je het beste kopen? Ik hoop nadat ik dit werkstuk heb gemaakt, dat ik veel meer te weten ben gekomen over dit, denk ik, toch best complexe onderwerp. Inmiddels heb ik al veel informatie verzameld en zie eigenlijk door de bomen het bos niet meer. Aan de hand van een aantal vragen hoop ik erin te slagen om er een duidelijk verhaal van te maken.
HOOFDSTUK 1 AANDELEN, OBLIGATIES EN OPTIES
1.1 Wat zijn aandelen?
Een aandeel is een stukje van een onderneming die je kunt kopen. Een aandeelhouder stelt geld ter beschikking aan een onderneming. Met dit geld koopt hij een stukje van de onderneming. Het geldbedrag dat een aandeel kost wordt de koers genoemd. Als je een aandeel koopt krijg je een beloning dat heet dividend. Als het bedrijf dan veel winst maakt kan er een hoog dividend worden uitgekeerd. Als de onderneming weinig winst maakt dan kan het dividend lager zijn. Daarom zoekt een aandeelhouder een onderneming met een goede winstverwachting.
Als de vraag naar een bepaald aandeel toeneemt dan stijgt de koers van het aandeel. Dan word je ingelegde geld meer waard. Maar natuurlijk kan de vraag naar een bepaald aandeel ook afnemen. Dan wordt het aandeel minder waard en lijd je koersverlies. De vraag naar een aandeel wordt bepaald door de vooruitzichten van dat bedrijf en het vertrouwen in de economie.
Ik zal een voorbeeld geven:
De heer Zwaneveld koopt een aandeel Heineken en betaalt daar 40 euro voor. Doordat het vertrouwen in de markt waarop Heineken deelneemt groot is en het bedrijf zegt dat het veel nieuwe producten zal gaan uitgeven, neemt de vraag naar dit aandeel toe. De koers stijgt nu bijvoorbeeld naar 55 euro. Als de heer Zwaneveld nu zijn aandeel/aandelen verkoopt maakt hij per aandeel 15 euro winst. Maar ook krijgen alle aandeelhouders van Heineken 5 euro dividend. Dus dan heeft de heer Zwaneveld al 15 euro per aandeel winst gemaakt.
1.2 Wat zijn obligaties?
Met een obligatie geef je ook geld aan een bedrijf, maar zonder mede-eigenaar te worden. Hier gaat het dus om een lening. Het risico dat een obligatiehouder loopt is dat het bedrijf in financiële moeilijkheden komt waardoor deze niet meer in staat is om zijn verplichtingen na te komen. Je weet van tevoren hoe lang de lening loopt en hoeveel rente je krijgt. Hierdoor ben je minder afhankelijk van het reilen en zeilen van een bedrijf als aandeelhouder.
Niet alleen bedrijven maar ook (overheids) instellingen kunnen obligaties uitgeven. Een bekend voorbeeld daarvan zijn de staatsleningen.
Het lijkt misschien een beetje alsof het hetzelfde is als sparen. De obligatiehouder krijgt tenslotte een vaste rente vergoeding. Het enige verschil is dat obligaties, net als aandelen, worden verhandeld op de beurs. En dat betekent dat je koerswinst kunt maken.
Voorbeeld:
Je hebt voor EUR 450 een obligatie gekocht die 7% per jaar uitkeert, De marktrente daalt van 7% naar 6%. Je obligatie geeft een hogere rente dan nieuwe obligaties. Gevolg is dat beleggers meer voor je obligatie willen betalen, bijvoorbeeld EUR 500. Je hebt dan een koerswinst van EUR 50.
Er is sprake van waardedaling van je obligatie als de marktrente boven je obligatierente stijgt
1.3 Wat zijn opties?
Opties geven aan beleggers het recht om tot een bepaalde datum voor een bepaalde prijs een bepaalde hoeveelheid aandelen te kopen of te verkopen.
Stel: Je hebt een mooi huis gezien dat je graag wilt kopen. Je weet alleen nog niet of je de financiering op tijd rond kunt krijgen.
Je kunt dan naar de eigenaar gaan van dat huis en vragen of je een optie op het huis kan nemen. Je spreekt dan bijvoorbeeld af dat je het huis kan kopen voor EUR 450.000. Je hebt 2 weken bedenktijd, als je niet reageert na de 2 weken, dan vervalt de optie en kan de eigenaar het huis aan iemand anders verkopen.
Zo zou het eruit komen te zien in optietermen:
Onderliggende waarde: het huis (Onderliggende waarde betekent:” Waar de optie betrekking op heeft”)
Looptijd: 2 weken (De looptijd is de bedenktijd om te beslissen of je het huis wil kopen)
Expiratiedatum: Over 2 weken (De expiratie datum is de datum wanneer de optie vervalt)
Uitoefenprijs: EUR 450.000 (de uitoefenprijs is de van tevoren afgesproken prijs)
Er bestaan 2 soorten opties: de calloptie en de putoptie. Die worden ook wel calls en puts genoemd.
De calloptie
Als je het gevoel hebt dat een bepaald aandeel in waarde zal gaan stijgen, maar je wilt ze voor de zekerheid nog niet kopen dan kun je een calloptie kopen op dat aandeel. Een call die je bijvoorbeeld het recht geeft om 40 aandelen te kopen tot april 2002 voor de prijs die je er vandaag voor zou moeten betalen. Als je wilt kan je dus in april 2002 die aandelen gaan kopen als ze in waarde zijn gestegen. Je kan die aandelen dan meteen verkopen en heb je meteen winst. Je kunt altijd als je een calloptie hebt besluiten om het niet te kopen. Je hebt dan alleen de kosten van de kosten van die call, namelijk de optiepremie. Met een optie is je risico dus aardig beperkt.
Hier volgt een praktijkvoorbeeld (zo word het aangegeven in de financiële bladen):
“c uni okt 2003 55” 2.60.
de c staat voor call optie
Uni staat voor Unilever en deze optie geeft recht op 100 aandelen unilever (100 aandelen omdat dat zo is vastgelegd)
Okt 2003 is de expiratiedatum
55 euro is de uitoefenprijs
1 aandeel kost EUR 2.60: dus 100 X 2.60= EUR 260
De putoptie
Eigenlijk is de putoptie precies het tegenovergestelde van een calloptie. Bij een putoptie koop je namelijk het recht om je aandelen tot een bepaald bedrag tegen een bepaalde tijd te verkopen. Je kunt een putoptie gebruiken om je aandelen te beschermen tegen een mogelijke koersdaling. Als je aandelen dan werkelijk minder waard worden, dan kun je ze tegen een hogere koers verkopen, maar stijgt de waarde dan heb je helemaal voor niets die putoptie betaald.
Je kunt met opties dus handelen in aandelen zonder dat je echt van plan bent de aandelen te verkopen of te kopen. De opties worden net zoals aandelen verhandeld op de beurs. Net zoals de prijs van aandelen verschillen ook de prijzen van opties. Als er veel vraag is naar een bepaalde optie dan stijgt de prijs. En als er minder vraag naar is dan daalt de prijs.
1.4 Als ik wil gaan beleggen hoe begin ik dan?
Je kan niet zomaar zelf even op de beurs gaan beleggen. Dit is zelfs bij de wet verboden. Er gelden strenge regels. Alle aan- en verkooporders zullen dus via de bank moeten lopen. De bank stuurt de orders door naar de beurs. Voor het bemiddelen ontvangen zij een vergoeding.
Als je wilt beleggen heb je allereerst een beleggersrekening nodig. Er komt wel meer bij kijken dan af en toe een bedrag overmaken op die rekening. Voor beginnende beleggers zijn er via Online Investor een aantal handige hulpmiddelen, waarvan je gebruik kan maken, om ervoor te zorgen dat je voldoende kennis hebt om te gaan starten.
Het openen van de effectenrekening kan ook mondeling of telefonisch. Als de effecten-rekening eenmaal geopend is dan kun je beginnen met het beleggen.
Het enige wat je dan hoeft te doen is bijvoorbeeld de ABN AMRO bank te bellen en te zeggen: “ Ik zou graag 50 aandelen X willen hebben”. Als je dan voldoende saldo op je rekening hebt staan, dan ben je al na enkele seconden eigenaar van de aandelen.
Het kopen van verkopen van de aandelen gebeurt op de effectenbeurs. De prijs waarvoor op de beurs een aandeel wordt gekocht en verkocht noemt men de koers. Een bedrijf waarvan de aandelen op de beurs worden verkocht en gekocht noemt men een beursfonds.
Koersen liggen niet vast maar kunnen omhoog en omlaag gaan. Zo kan de aandeelhouder profiteren van koerswinst, die ontstaat als de koers van het aandeel boven de koers van het betaalde aandeel stijgt. Het omgekeerde kan natuurlijk ook: koersverlies.
Hoofdstuk 2 Beleggingsfonds
2.1 Hoe werkt het beleggingsfonds?
Een beleggingsfonds beheert een groot pakket beleggingen bijvoorbeeld aandelen. In de meeste gevallen is beleggen in fondsen efficiënter dan individueel beleggen, omdat de fondsmanagers een beleggingsportefeuille beheren van miljoenen euro’s.
De beheerders van het beleggingsfonds houden dagelijks het economische -en financiële nieuws voor je bij. Zij weten precies welke ontwikkelingen invloed hebben op je beleggingsfonds. Zij kopen en verkopen aandelen en beleggen dividenden opnieuw. Zij volgen kritisch de bedrijven waarin belegd wordt. Als individuele belegger is het bijna onmogelijk om alle economieën over de gehele wereld te analyseren. Beleggen in een beleggingsfonds geeft dus een stukje gemak, alles wordt voor je geregeld en bijgehouden. Je bepaalt zelf hoeveel tijd je wilt besteden aan het volgen van je investeringen.
Bij deelname aan een beleggingsfonds beleg je dus indirect in een groot aantal verschillende bedrijven. Als het met een bedrijf slecht gaat dan kan dit worden opgevangen door betere resultaten van de andere bedrijven, daardoor ben je minder gevoelig voor koers-schommelingen. Het is belangrijk om een goed evenwicht te vinden tussen het risico en het rendement.
Voorbeelden van bedrijven die in een beleggingsfonds kunnen zitten zijn: Ahold, ABN AMRO bank, Philips, Koninklijke Olie, ING, Unilever, KPN.
2.2 Hoe kan ik het risico beperken?
Een manier om het risico te beperken is spreiding over categorieën, landen en sectoren. Met andere woorden zet al je geld niet op één paard, want je bent dan volledig afhankelijk van dat ene aandeel. Als dit aandeel op een dag 20% daalt, dan betekent dit dat je hele portefeuille met hetzelfde percentage daalt . Dit is niet best voor je nachtrust.
Bij zorgvuldige spreiding van je vermogen, heb je een rustiger koersverloop van je portefeuille. Voorbeeld: heb je 10 verschillende fondsen en één fonds doet –10%, dan heeft dat op de hele portefeuille een effect van –1% op de totale portefeuille.
Belangrijk is verschillende soorten spreiding. Dus niet 10 verschillende technologiefondsen. Dit zal geen zin hebben, omdat alle aandelen in een categorie vaak hetzelfde bewegen.
Spreiding zorgt voor een lager risico van de portefeuille.
2.3 Waar moet je op letten bij het samenstellen van je beleggingsportefeuille?
Belangrijke factoren zijn o.a. leeftijd, inkomen, fiscale situatie, welk risico wil je lopen, wat is je doel.
Met een belegging voor “later” (VUT/pensioen) zal je anders omgaan dan met een belegging voor de aankoop van b.v. een auto. Je persoonlijke situatie, je doelstellingen en het risico wat je durft te lopen bepalen samen hoe je portefeuille eruit komt te zien.
2.4 Hoe weet je wat je beleggingsportefeuille waard is?
De beleggingsmaatschappij houdt je 4 x per jaar op de hoogte d.m.v. twee overzichten:
- een specificatie:
een compleet beeld van de huidige waarde en opbouw van je portefeuille
- een analyse:
komt de verdeling binnen de portefeuille overeen met het gekozen
portefeuillemodel.
Uiteraard kun je ook zelf de koers van de beleggingen dagelijks volgen. Dit kan via de beurspagina van de krant, (uitgebreid in het Financieel Dagblad) mobiele telefoon, internet (b.v. www.debeurs.nl), teletekst en televisieprogramma RTL5 Z nieuws. In dit programma wordt het laatste financiële en economische nieuws met de koersontwikkelingen van de AEX, Euronext en andere indices besproken.
2.5 Wat is een beleggingsprofiel?
Aan de hand van een beleggingsprofiel kan je kiezen welk portefeuillemodel het beste bij je past. Op bijlage 1 staat een voorbeeld van een beleggingsprofiel. Ben je voorzichtig type of ben je een gokker. Het model geeft je het advies hoe je het beste je geld kunt spreiden over liquiditeiten (sparen), obligaties, aandelen etc. Een defensieve portefeuille is voor iemand die voorzichtig is, weinig risico neemt en het geld niet lang kan missen. In tegenstelling tot de gokker die van risico houdt en het geld voor lange tijd kan missen. Deze persoon zal voor een avontuurlijke portefeuille kiezen.. Hoe meer risico je loopt, hoe groter de kans op een hogere winst.
Bijvoorbeeld bij de ABN AMRO zijn zes modellen die variëren in risico en rendement:
1. De risicomijdende portefeuille
2. De defensieve portefeuille
3. De voorzichtige portefeuille
4. De ondernemende portefeuille
5. De avontuurlijke portefeuille
6. De gedurfde portefeuille.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.