geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

anoniem

Datum ingestuurd:

8 januari 2002

Taal:

Woorden:

650

Bekeken:

21568 keer (28 deze maand)

Waardering:

3.0/5 (280 stemmen)

Deel op:

    3.1 Hoe haal ik adem?

    3.1.1 Borstademhaling
    Tussen de ribben zitten tussenribspieren. Borstademhaling heet ook wel ribademhaling.
    Inademing:
    · spieren worden samengetrokken
    · het borstbeen gaat naar voren, de ribben schuin omhoog dus de longen worden groter
    · de druk in de longen wordt lager, dus stroomt er lucht in
    Uitademing:
    · tussenribspieren ontspannen, dus de longen worden in elkaar gedrukt door het gewicht van de botten.
    · het borstbeen gaat naar achter en de ribben schuin naar beneden.
    · de lucht wordt naar buiten geperst.

    3.1.2 Buikademhaling
    Je kan ook ademen met je middenrif. Het is een plaat die in het midden vooral bestaat uit spierpezen. Daar omheen zitten spieren. Als de spieren ontspannen zijn is het middenrif een btje bolvormig. Zodra de spieren worden samengetrokken wordt het platter. Buikademhaling heet ook wel middenrifademhaling.
    Inademing:
    · spieren in het middenrif trekken samen.
    · de longen worden groter
    · de druk wordt lager dus er stroomt lucht in
    Uitademing:
    · spieren in het middenrif ontspannen.
    · de longen worden in elkaar gedrukt
    · de lucht wordt naar buiten geperst

    3.2 Met welke organen haal ik adem?
    Als je ademhaalt komt er zuurstof in je lichaam. Hoe meer je doet, hoe meer energie je nodig hebt, hoe meer zuurstof je nodig hebt. In je lichaam ontstaat ook een gas dat aan de lucht wordt afgegeven. Koolstofdioxide. Het opnemen van zuurstof in de longen en in het bloed en het afgeven van koolstofdioxide uit het bloed noemen we gaswisseling. De organen daarvoor zijn de longen. Bij inademing gaat de lucht door je neusholte naar je keelholte. Van de keelholte gaat het door je luchtpijp naar je longen. In je longen wordt zuurstof opgenomen in het bloed en koolstofdioxide uit het bloed gehaald. Koolstofdioxide komt in de lucht en adem je weer uit.

    3.2.1 Mond-, neus- en keelholte
    Je kunt door je neus en mond inademen. Het is beter om door je neus te ademen. Want dan wordt de lucht gezuiverd door de neusharen en het slijmvlies. Ook legt de lucht een langere weg af doordat de lucht een beetje opgewarmd en vochtig wordt. Allerlei stofdeeltjes blijven aan het slijmvlies plakken. Dus de lucht wordt schoner. En je kunt stoffen ruiken. Via de neusholte stroomt de lucht naar de keelholte.

    3.2.2 De luchtpijp
    Vanuit je keelholte stroomt de lucht door je luchtpijp naar je longen. Het bovenste deel van de luchtpijp heet het strottenhoofd. Daar zitten de stembanden in. Bij het uitademen stroomt de lucht langs de stembanden en gaan ze trillen. Zo ontstaat het geluid van je stem. Om de luchtpijp zitten U-vormige stukken kraakbeen. Alleen aan de achterkant zit geen kraakbeen. De kraakbeenstukken zorgen dat de luchtpijp altijd open blijft. Net zoals de verstevigingen in een stofzuigslang. In de luchtpijp zitten slijmvlies en trilhaartjes om stofdeeltjes en ziektekiemen tegen te houden. Door de bewegingen van de trilhaartjes worden ze omhooggewerkt. Als het slijm met stof en ziektekiemen in de mondholte komt wordt het doorgeslikt. Via het darmkanaal verlaat het je lichaam. Sommige gassen irriteren het slijmvlies. De luchtwegen worden dan nauwer en kan je benauwd worden.

    3.2.3 De longen
    In de borstholte gaat de luchtpijp over in 2 hoofdbronchiën. Elke hoofdbronchus gaat naar 1 long. Ze vertakken zich in weer in veel bronchiën. Aan het einde van de kleinste vertakkingen zitten longtrechtertjes. Die bestaan uit een aantal longblaasjes. Zuurstof gaat naar de longblaasjes. Om de longblaasjes zitten zeer kleine bloedvaatjes die de zuurstof opnemen en naar je hele lichaam vervoeren. De longblaasjes halen koolstofdioxide weer uit het bloed. koolstofdioxide is een afvalstof en dat moet je lichaam uit. Dat doe je door uit te ademen.
    Je longinhoud hangt af van je lichaamslengte en de omvang van je borstkas. En ook of je rookt en regelmatig sport. Dat is dus bij iedere persoon verschillend.

    3.3 Wat adem ik eigenlijk in?

    Zuurstof is een gas dat je niet kan zien. Het is overal om ons heen aanwezig. Behalve zuurstof zitten er nog veel meer gassen in de lucht.

    Voor de gaswisseling na de gaswisseling

    79% stikstof 79% stikstof
    20% zuurstof 16% zuurstof
    0,04% koolstofdioxide 4% koolstofdioxide
    1% andere gassen 1% andere gassen

    stoffen in de lucht: zuurstof, drijfgassen, koolmonoxiden, stikstof, stof, graspollen, schimmelsporen, bacteriën, insecten, virussen, waterdamp, rookgassen, koolmonoxiden-verwarming,verkeer, zwavelwaterstof, ammoniak

    Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.