ff n studiebreak

Online een chick scoren, je liefde laten zien op Whatsapp en digitale kusjes sturen. Zonder een blauwtje te lopen. Aanrader?

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

anoniem (3 vwo) [meer]

Datum ingestuurd:

18 juni 2000

Taal:

Woorden:

950

Bekeken:

20291 keer (33 deze maand)

Waardering:

3.2/5 (277 stemmen)

Deel op:

  • Door Raisa op 16-11-2003
    HeyHey... Je werkstuk is erg goed maar ik wilde even weten voor me eigen werkstuk waar je die informatie vandaan hebt gehaald. Groetjes Raisa
  • Door kelly op 06-06-2003
    het is een goed werkstuk ik heb er veel aan gehad. dankjewel!!!
  • Door jaap op 28-01-2002
    thanks
Inleiding

Op 25 november 1975 wordt Suriname onafhankelijk van Nederland. Maar of dat nou zo'n goed idee was valt nog maar te bezien. Dat gaan we dan ook in dit verslag onderzoeken. Dat doen we door middel van een hoofdvraag te stellen. Die luidt dus: Had Suriname wel onafhankelijk moeten worden? Deze vraag gaan we beantwoorden door eerst twee deelvragen te stellen en die te beantwoorden. Dat doen we in het hoofdverhaal. De deelvragen luiden: Wat vonden de verschillende groepen in Suriname van de onafhankelijkheid en waarom vonden ze dat? en Wat is er misgegaan? Deze vragen beantwoorden we weer door het bestuderen van bronnen. In de conclusie geven we dan het antwoord op de hoofdvraag aan de hand van de informatie die in het verslag staat.



De Onafhankelijkheid


Wat vonden de verschillende groepen in Suriname onafhankelijkheid? Om die vraag te kunnen beantwoorden moeten we eerst weten welke groepen er waren in Suriname... En dat waren er best veel. Zo had je de oorspronkelijke bewoners: de Indianen. En er waren Creolen, Javanen, Hindoestanen, Chinezen en Europeanen. Elk hadden ze een eigen mening over de onafhankelijkheid. De een was voor, de ander tegen. Dit had grotendeels met de omstandigheden waarin zij zich verkeerden te maken.
De Creolen waren voor de onafhankelijkheid. Omdat zij in een groot aantal voorkwamen dachten zij dat zij zich makkelijk konden redden als onafhankelijken. Dat bleek ook toen ze de verkiezingen in 1973 wonnen, wou hun leider Arron zo spoedig mogelijk onafhankelijk worden.
De Hindoestanen waren eigenlijk niet echt voor maar ook niet echt tegen. Het was hun eigenlijk om het even. Omdat zij ook in redelijk grote getale voorkwamen maakten zij zich niet druk om eventuele moeilijkheden bij onafhankelijkheid. Maar ze vonden het ook niet echt erg om onder Nederlands gezag te leven.
De Javanen echter waren fel tegen onafhankelijkheid. Omdat zij, vergeleken met Hindoestanen en Creolen, met weinigen waren dachten ze dat ze, als Suriname onafhankelijk zou worden, ze zo een minderheid vormen dat ze helemaal niets meer te zeggen zouden krijgen.
Nederlanders vormden maar een heel klein deel van de bevolking in Suriname. Meestal waren ze tegen onafhankelijkheid omdat ze liever door hun eigen land bestuurd wilden worden. Net als de Javanen waren ze bang dat ze door hun kleine aandeel in de populatie van Suriname verdrongen zouden worden.
Chinezen waren net als de Javanen en de Nederlanders in de minderheid. Dus eigenlijk zaten ze met hetzelfde probleem. Daarom waren ook zij tegen onafhankelijkheid.


Toen Suriname in 1975 onafhankelijk werd was dat een groot feest. Maar het ging met Suriname niet zo goed als dat veel Nederlanders gehoopt hadden. Wat ging er mis?
Het grootste probleem was dat Suriname altijd heel erg afhankelijk was geweest van Nederland tijdens de koloniale tijd. Voor de onafhankelijkheid werd 90% van de ontwikkelingsprojecten met Nederlands geld gefinancierd. Na de onafhankelijkheid werd Surinames afhankelijkheid van Nederland nog groter. Wat er dus fout ging was dat Suriname opeens alles zelf moest regelen en daar was het niet toe in staat. Volgens het Verdrag Ontwikkelingssamenwerking mocht Nederland invloed uitoefenen op de Surinaamse politiek, maar dat deed het niet. Hierdoor was het deels ook dat er (vooral de eerste vijf jaar) veel corruptie, verkiezingszwendel, vriendjespolitiek enzovoorts voorkwamen. Nederland bemoeide zich niet met de politiek van Suriname omdat het bang was beschuldigd te worden van neokoloniale inmenging in de zaken van Suriname. Dat houdt in dat men zou denken dat Nederland zich met Surinaamse zaken bemoeien op de manier zoals ze dat ook deden tijdens de koloniale tijd.
Op een gegeven moment was de situatie in Suriname zo erg dat men niet meer geloofde in het parlementair-democratisch systeem. Op 25 februari 1980 deden sergeanten een greep naar de macht en met succes. Desi Bouterse kwam aan de macht als bevelhebber van het leger, regeringsleider en voorzitter van de belangrijkste politieke gezag in het land: het topberaad.
Maar Bouterse voerde een waar schrikbewind. Alle tegenstanders probeerde hij te elimineren en protesten werden de kop ingedrukt. In december 1981 werden zelfs minstens vijftien personen omgebracht omdat zij tegenstanders waren van het Bouterse-bewind. Dat was dus ook geen goeie oplossing.
Dit alles had misschien voorkomen kunnen worden door een langere en vooral betere voorbereiding van zaken. Nederland had er eerst voor moeten zorgen dat Suriname grotendeels economisch en politiek onafhankelijk had kunnen zijn.

Conclusie


De meningen over onafhankelijkheid van Suriname waren verdeeld. De Hindoestanen waren neutraal; ze waren niet specifiek voor, maar ook niet echt tegen. De Creolen waren voor de onafhankelijkheid. Omdat ze een groot deel van de bevolking vormeden hoefden ze niet bang te zijn om in het gedrang te komen.
De Javanen waren tegen, omdat zij dat risico dan wel liepen.
De Chinesen en Nederlanders waren meestal tegen, omdat zij hetzelfde probleem hadden als de Javanen.
Omdat Suriname niet goed genoeg voorbereid was op de onafhankelijkheid en teveel afhankelijk waren van Nederland, vooral op economisch gebied. Omdat Nederland zich niet wilde bemoeien met de Surinaamse politiek was er veel corruptie vriendjespolitiek etc.
Op een gegeven moment ging het zo slecht dat veel mensen geen vertrouwen meer had in het parlementaire-democratische systeem. Toen deden sergeants een succesvolle greep naar de macht. Desi Bouterse werd de machtigste man van het land. Maar hij voerde een schrikbewind en vermoorde tegenstanders.

Had Suriname dan wel onafhankelijk moeten worden?
Ja, ik denk dat Suriname onafhankelijk had moeten worden, maar later, en na meer en betere voorbereiding zodat het beter zou zijn verlopen. Ook had Nederland Zich een beetje moeten bemoeien met het Surinaamse bestuur.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.