geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Klasgenoten stonden vroeger als hongerige hyena's om Jorieke heen. Klaar om het jonge hertje aan te vallen dat nog scoubidoutouwtjes had.

Geschreven door:

esmée (vwo)

Datum ingestuurd:

16 maart 2010

Taal:

Woorden:

1.650

Bekeken:

3053 keer (23 deze maand)

Waardering:

4.0/5 (8 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Maatschappijwetenschappen Politieke Besluitvorming hoofdstuk 1+2

Hoofdstuk 1

1.1
Politicologie: de wetenschap die zich bezighoudt met de bestudering van politiek.
Politieke besluitvorming is er steeds opgericht dat politieke problemen worden opgelost.
Politiek is de gezaghebbende toedeling van waardevolle zaken voor een samenleving.(David easton) Gezaghebbende toedeling: door de overheid die gerechtigd is beslissingen te nemen waar men zich aan te houden heeft.
Overheidsbeleid: alle maatregelen en besluiten die de overheid heeft genomen.

1.2
Om van een staat te kunnen spreken moet deze voldoen aan deze kenmerken:
• Er is sprake van een bepaald grondgebied met min of meer vaste grenzen, vaak vastgelegd in een internationaal verdrag.
• Een soevereine macht
• De soevereine macht regeert over een groep mensen
• De soevereine macht beschikt over een geweldsmonopolie

Soevereiniteit: men beschikt over de mogelijkheid om het bestuur waar men ondergeschikt aan is, naar eigen inzicht in te richten.
Rechtsstaat: staat waarin de ‘spelregels tussen de staat en haar burgers worden vastgelegd, rechten en verplichtingen die de inwoners tot burgers maken. 1.Aan de ene kant beperken de burgerrechten de mogelijkheden van de staat in te grijpen in het bestaan van de burgers. 2. Aan de andere kant schept het bezit van die rechten,vrijheden en beperkingen verantwoordelijkheden voor de burger met betrekking tot het maatschappelijk verkeer.
Het begrip overheid verwijst naar de eerdergenoemde soevereine macht, die uitgeoefend word door een staatshoofd, en ministers met behulp van een ambtenarenapparaat.
Dit slaat op de landelijke overheid.
Kenmerkend voor een overheid is dart deze gezag uitoefent over een bepaalde gebied. De burgers erkennen dit als legitiem.

1.3
- Formele macht: macht die iemand op de grond van zijn positie heeft.
- Informele macht: macht die iemand heeft op grond van zijn uitstraling -gezag (mensen ervarend dit gezag als legitiem)
Politieke macht: is het vermogen om de politieke besluitvorming mede te bepalen.

Aantal machtsbronnen om aan macht te komen :
• Wet: macht kan gebaseerd zijn op de wet
• Gezag: mensen kunnen macht uitoefenen door de positie die ze bekleden in de samenleving
• Kennis: (kennis is macht)
• Geld en vermogen
• Charismatisch leiderschap
• Steun onder kiezers en achterban: politieke partij die wint zal zich gesteund voelen en zich daardoor machtiger gaan voelen
• Sleutelposities: bv. Bij de overheid (ambtenaar bij ministerie)/bedrijfsleven (directeur).
• Grootte van greep: Veel kunnen macht meer uitoefenen dan een enkeling
• Mogelijkheid om geweld te gebruiken - geweldsmonopolie

1.4
De overheid zorgt voor een aantal kerntaken die van algemeen belang worden gevonden voor haar burgers. - collectieve goederen: zaken die moeilijk via particuliere markt kunnen worden aangeboden, maar in principe voor iedereen beschikbaar moet zijn.

Collectieve goederen hebben een aantal kenmerken:
• Goederen waarvan iedereen gebruik moet kunnen maken
• Het is niet mogelijk mensen te laten betalen naar gebruik
• De overheid is nodig en verantwoordelijk voor het ontwikkelen en in stand houden van deze zaken
• Het zijn goederen die tot stand komen omdat mensen verplicht zijn eraan bij te dragen via belastingen .
De overheid kent de onderstaande kerntaken:
• Openbare orde en veiligheid
• Buitenlandse betrekkingen
• Sociaaleconomisch beleid
• Sociaal-cultureel gebied (onderwijs,kunst,sport etc)

Eerst verzorgingsstaat nu zorgzame samenleving: de staat stelt zich garant voor een sociaal vangnet, maar de burgers dienen zelf ook initiatieven te nemen om bv van hun uitkeringen af te komen.
Het ombouwen van een verzorgingsstaat naar een zorgzame samenleving gaat gepaard met 4 processen:
• Liberalisering ( de nadruk leggen op het individu)
• Privatisering ( taken van de rijksoverheid worden overgenomen door het particuliere initiatief)
• Decentralisatie ( taken overgedragen van Den Haag naar een lager overheidsorgaan
• Deregulering (minder regels)

Hoofdstuk 2
Nederland is een rechtsstaat. De basis van de rechtstaat is de bescherming van het volk tegen een willekeurig optreden van de overheid. Een overheidsoptreden dient een wettelijke basis te hebben.
Deze baseert zich op :
• Regels die de nationale overheid of de gedecentraliseerde overheden (provincie of gemeenten) hebben opgesteld
• Regels die vervat zijn in internationale verdragen, waar Nederland ook bij hoort.

Een rechtsstaat heeft een aantal kenmerken:
1. Er is een grondwet – hoe ons land bestuurd word
-welke grondrechten burgers in Nl hebben.
Verderop geeft de grondwet regels en voorschriften :
- Voor het handelen van de monarch en de ministers
- Voor de erfopvolging van de monarch
- Voor de wijze van inrichting en samenstelling van de volksvertegenwoordiging en de werkwijze ervan
- Hoe wetten gemaakt moeten worden
- Voor de rechtspraak
- Voor de herziening van de grondwet
- Hoe provincies etc bestuurd moeten worden
Een grondwetswijziging moet aan bijzondere eisen voldoen.
◊ in de 1e en 2e kamer een gewone meerderheid van stemmen zijn
◊ na de verkiezingen kijkt dan de nieuw verkozen 1e en 2e kamer er opnieuw naar, en dan wordt de grondwet aangenomen mits een meerderheid van stemmen van 2/3

2. Er sprake is van grondrechten
In de grondwet kun je 2 soorten grondrechten zien:
• Klassieke grondrechten: rechten die de vrijheidssfeer van individuen beogen zoals:
- Gelijkheid van burgers
- Vrijheid van meningsuiting
- Vrijheid van drukpers
- Vrijheid van godsdienst/levensovertuiging
- Recht tot vereniging en vergadering en het recht op betogen.
- Kiesrecht : actief kiesrecht en passief
• Sociale grondrechten: deze rechten geven burgers en groepen in de maatschappij
↓ aanspraak op overheidsbemoeienis.
- Bevorderen van de werkgelegenheid door de overheid
- Recht op financiele bijstand
- Recht op vrije keuze van arbeid
- Bevordering van de volksgezondheid
- Spreiden van de welvaart
- Verbetering van het milieu
- Vrijheid van onderwijs

3. Toepassing van de trias politica

4. Legaliteitsbeginsel: het bestuur van een land berust op wetten.

5. Openbaarheid van bestuur

6. Er kan geen bevoegdheid worden uitgeoefend door een overheid of institutie zonder grondslag in de grondwet.

2.2
Nederland is een democratie( Demos=volk Karatos=macht). Dat is een regeringsvorm waarin het volk de macht heeft. Volkssoevereiniteit: alle macht gaat uit van het volk.
Volksdemocratie=het volk heeft het echt voor het zeggen middels 1 partij,namelijk de communistische.

De planeconomie( een economie waarin de staat het economisch proces volledig bepaalt) werd vervangen door een meer vrijemarkteconomie. Hierin is er sprake van een wisselwerking tussen vraag en aanbod die de prijs van het product bepaalt.
Militaire junta: het leger heeft er in feite de macht (bv W.O II)

2.3
Nederland is een parlementaire democratie parlementair stelsel: waarbij de regering steun moet krijgen van een meerderheid van de 2e kamer.
Een parlementaire democratie heeft een aantal kenmerken:
• De regering is verantwoording schuldig aan de volksvertegenwoordiger
• Algemeen kiesrecht
• De macht van de overheid is beperkt
• In ons land-indirecte democratie: de bevolking regeert nl dmv parlement gekozen bij verkiezingen-representatiedemocratie. In een directe democratie zijn het de burgers die rechtstreeks via een referendum (volksraadpleging) over politieke gevoelige zaken een beslissing nemen.
• Beslissingen worden altijd met een meerderheid van stemmen genomen
• Rekening houden met minderheden
• Sprake van rechtsstaat- individuele vrijheidsrechten worden erkend
• Parlement bestaande uit 2 kamers.

Nederland is een constitutionele monarchie: NL heeft een grondwet waarbij erfopvolging is bepaald wie de opvolger van de monarch zal zijn.
Ministriële verantwoording: politiek is de monarch onkwetsbaar en zijn de ministers verantwoordelijk voor zijn/haar daden.
De monarch heeft een zeer beperkte invloed op onderdelen van het politieke systeem.
• Koningin vervult ceremoniële rol (troonrede,Prinsjesdag…)
• Contrasigneren: koningin bekrachtigt wetten en documenten met haar handtekening.
• Overleg met minister-president
• Enige invloed bij kabinetsformaties
• Het recht om te adviseren

Thorbecke herziening grondwet- Fundament van het huidige constitutionele bestel:
• Volledige ministriële verantwoordelijkheid
• Rechtstreekse verkiezingen van de 2e kamer via censuskiesrecht
• De leden van de 1e kamer gekozen door Provinciale staten
• Uitbreiding van de rechten van de 2e Kamer

2.4
Representatie: een systeem waarin burgers vertegenwoordigers kiezen, die besturen en beleid ontwikkelen dat overeenkomstig is met de ideeen van en de wensen v.d. kiezers.
Representativeit: de mate waarin standpunten en het beleid van gekozen vertegenwoordigers overeenkomen met wat de kiezers voor ogen staat.

2.5
Als 2 of meer partijen met elkaar gaan regeren vormen ze een coalitie: een samenwerking tussen 2 of meer partijen.
Parlementair meerderheidskabinet: kabinet dat wordt gesteund door een meerderheid in de 2e kamer
Trias Politica:
• Uitvoerende macht
In de vs ligt het anders als in Nederland. Daar heb je het ‘impeachment’: de president kan worden afgezet door het congres.
Hij heeft veel macht:
- Kondigt wetten af en heeft de macht om gratie te verlenen
- Wetten worden nageleefd
- Opperbevelhebber strijdkrachten
- Bepaalt buitenlandse politiek
Geen ontbindingsrecht: volksvertegenwoordigers naar huis sturen (ontslaan)
• Wetgevende macht
- De senaat
- Het huis van afgevaardigden
• Rechterlijke macht
- Check and balances: iedere van de 3 machten heeft de mogelijkheid om een andere macht in machtuitoefening te beperken


Nederland heeft een kiesstelsel
Evenredige vertegenwoordiging: 20 % stemmen - 20% zetels
Kiesdeler: berekend alle geldige uitgebrachte stemmen door het te delen door het aantal beschikbare zetels.
Restzetels: de overgebleven zetels
Tegenover ons stelsel van evenredige vertegenwoordiging staat het districtenstelsel:een land word in meerdere districten ingedeeld. Elke district vaardigt de basis van de verkiezingsuitslag in dat district 1 of meerdere personen af naar de volksvertegenwoordiging. Enkelvoudige districten: wanneer er slechts persoon wordt afgevaardigd.
Meervoudige districten: wanneer er per district meerdere zetels toegekend aan die kandidaten die een meerderheid van de stemmen hebben behaald.
- Relatievenmeerderheidsstelsel: de zetel gaat naar de kandidaat die de meeste stemmen heeft behaald.
- Absolutemeerderheidsstelsel: een kandidaat krijgt pas een zetel wanneer hij meer dan de helft van de uitgebrachte stemmen heeft behaald.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.