ff n studiebreak

Maandag begint de nieuwe Weg Over Rozen! Hier vast al het tergende, romantische, schokkende, suïcidale en strontvervelende uit seizoen 1 op een rij.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

RCHL (5 vwo)

Datum ingestuurd:

17 november 2009

Taal:

Woorden:

1.850

Bekeken:

1320 keer (11 deze maand)

Waardering:

3.0/5 (2 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Herfsttij of nieuwe lente (blz. 44 t/m 51):

Late gotiek en vroege renaissance in de 15e eeuw:
De Bourgondiërs herstelen in Nederland de ridderlijke hofcultuur. In die tijd schildert Jan van Eyck hetrentabel ‘de aanbidding van het lam Gods’ dat Gent in bezit had

Bourgondische dans en muziek:
Tijdens de banketten van onder andere Filips de Goede worden de avonden opgeleukt met dans en zang. De ‘basse danse’ is een deftige, voorgeschreven dans die in die tijd veel gedanst wordt. Ook dansen ze het losbandige ‘saltarella’ en nog snellere ‘maresque’, dit is het eerste voorbeeld van Westerse danstheater en het wordt door beroepsdansers aan het hof gedanst. De musicus Dufay is de grondlegger van de ‘Nederlandse School’ (een groep componisten). Zij gebruikten veel cantus firmus: bestaande melodie die als basis dient voor de meerstemmige muziek = grotere eenheid tussen verschillende delen van de mis. Na hem deden Ockghem en des Prez ook veel met meerstemmige zang. (polyfonie = compleet meerstemmig)

Florance
De bouw van de Santa Maria del Fiore stopt als ze niet weten hoe ze de grote koepel op het dak moeten krijgen. Uiteindelijk komt Brunellischi met het idee = begin renaissance (gebaseerd op klassieke oudheid en alles naar menselijke maat). Door hem ontstaat er ook een scheiding tussen ontwerp en uitvoerig en de ‘klassieke bouw’ komt terug (geometrische volumes, marmer in plaats van baksteen). Uit de studie voor de oudheid ontstaat ook het idee dat mens de maat is voor alles en dat architecten dus ook kennis van autonomie moeten hebben. Donatello maakt in die tijd het beeld van David in de tuin van de machtige Mecidi’s.

De bestuderende kunst (de mens als middelpunt van de aarde i.p.v. leven na dood):
Het humanisme werd eerst gebruikt om bewijzen van de Christelijke leer te vinden, maar later is het een zienswijze waarin de mens Gods evenbeeld is geworden, het keert zich niet tegen de Christelijke leer. De uitvinding van de boekdruk verspreid de ideeën (=streven naar leven als in de oudheid). Ook in de kunst komen klassieke thema’s terug en er komen boeken met regels voor in de kunst. Kunst wordt een wetenschap. Een voorbeeld hiervan is dat Francisca het centraal perspectief vast legt is drie boeken: De prospectiva pingendi.

Herfsttij – laat Gotisch 0 God (horizontaal + bogen)
Nieuwe lente – vroege renaissance – mens, hiernamaals minder belangrijks, de kerk is
het artistiek middelpunt

Homo universalis (blz. 52 t/m 69):

Homo universalis:
Het zwaartepunt van de renaissance verschuift in de 15e eeuw van Florence naar Rome omdat de paus in die tijd het klassieke erfgoed gebruikt om de macht van de katholieke kerk uit te drukken. Maar hoe meer ze het gingen ‘etaleren’ en het humanisme me zorgt uit eindelijk voor de afscheiding van de protestanten. Renaissance = wedergeboorte van klassieke oudheid.

De glimlach van Mona Lisa:
Leonardo da Vinci maakte de Mona Lisa rond 1505, hij liet het model lachen door steeds speellieden en grappenmakers op te laten treden tijdens het schilderen. Da Vinci experimenteerde veel in zijn werk en zijn schetsen variëren van de autonomie van een mens tot het ontwerp van een vliegtuig. In zijn ogen is de schilderkunst de ultieme wetenschap.

Veelzijdig talent:
Het humanisme zorgt ervoor dat alle aandacht gericht is op de mogelijkheden van het individu, dit vertrouwen in de eigen mogelijkheden leidt echter tot zelfoverschatting, geen enkel doel lijkt onbereikbaar. Ook de ontdekkingstochten uit die tijd zijn hiervan een voorbeeld. Michelangelo Buonarroti is net zo veelzijdig als da Vinci (beeldhouwen, schilderen, dichten etc). Zijn beroemdste beeld is dat van de Bijbelse figuur David: sinds de oudheid heeft geen beeldhouwer een naakt van dit formaat gemaakt, het is een zelfbewuste held die zijn tegenstander onverschrokken tegemoet treed. Tegenwoordig stat het symbool voor de jonge, strijdbare republiek Florence.

Een nieuwe Sint-Pieter:
In de 16e eeuw s de paus, behalve leider van de kerk, een van de belangrijkste wereldlijke machthebbers geworden. Vooral in cultureel opzicht; hij geeft veel opdracht tot bouwen van gebouwen en architectuur. Zo liet paus Julius II een nieuwe Sint-Pieterbaseliek bouwen, als stralend middelpunt van de christelijke wereld (onder andere gemaakt door Michelangelo). Het Tempietto (gemaakt door Bramante) is weer een heel ander gebouw in Rome dat geïnspireerd is op de oudheid. Het is geheel symmetrisch opgebouwd vanuit één centrum , als afspiegeling van de kosmos en met de perfecte regels voor maat en verhouding. Een ander kenmerk van de oudheid dat je erin terug ziet is de cirkelvorm gecombineerd met vierkanten. Julius II gaf dit soort opdrachten om zijn machtpositie te versterken, die werd namelijk bedreigd door de Franse koning Lodewijk XII.

Luxe en vermaak:
In de zestiende eeuw laten veel rijke Italianen net buiten de steden grote villa’s bouwen, geïnspireerd op de oudheid. ‘Villa Rotonda’ is daar een voorbeeld van (ziet eruit als een klassieke tempel door de 4 gelijke zijden, de perfecte symmetrie en de grote koepel. In die tijd ontwikkeld zich ook de voorganger van theaterdans en opera: de opvoering van de komedie ‘La pellerina’, de spelen worden enkele keren onderbroken: intermedi. Door het trouwen van Catharina De Medici met een Franse vorst komen er veel Italiaanse invloeden aan het Franse rijk. Een voorbeeld hiervan is ‘le ballet comique de la reine Louise’ dat bestaat ui figuurdansen (symmetrisch dus) waarbij met grote precisie patronen n elkaar overlopen. Dit is de eerste vorm van het klassieke hofballet.

Hofmuziek:
In Napels ontdekt Orlando di Lasso de villanella en de moresque, liedjes in de volkstaal over luchtige onderwerpen die gemakkelijk in het gehoor liggen. Muziek werd eerst niet gedrukt, maar in 1500 gebeurt dat in Venetië voor het eerst. Het gevolg van die (boek)drukkunst was dat streekgebonden muziekstijlen beïnvloed door elkaar en liederen gaan sneller door de hele wereld heen. In de polyfonie speelt de cuntus firmus van de tenorstem geen rol meer. Aandacht voor tekstexpressie is nu meer belangrijk, ook versnelt de muziek en wordt het minder ritmisch. Heel expressief is het madrigaal ‘Guinto a la tomba’ van Giaches de Wert op een bestaand gedicht.

Het begin van eigentijdse theater:
Veel theatergezelschappen bestuderen de oudheid ook, al snel ontstaat er bij een theatergroep uit Vicenza het idee om een theater te maken dat geheel in de klassieke stijl gebouw is. Palladio, een lid van de groep, ontwerpt daarom het ‘Theatro Olimpicp’, een reconstructie van het klassieke theatergebouw. De leden van het genootschap ‘gunden’ zichzelf een ingebouwd standbeeld in het decor. Door de geschilderde achterwand die in perspectief is, lijkt alles echter en geloofwaardiger. In 1551 beschrijft Serlio voor elke theatervorm het ideale decor: voor tragedies het Theatro Olimpico, voor komedies een wat rommelige combinatie van renaissance en gotische architectuur en voor satire wordt tegen de achtergrond van nagebootste natuur gespeeld.
Naast het klassieke toneel wordt ook het volkstoneel een volwaardige kunstvorm: de commedia dell’ arte. Deze vorm geeft geen vaste regels, alles draait om improvisatie. Meestal draaien de stukken om twee geliefden, daarnaast spelen mensen met maskers in vaste rollen. Het zijn altijd rondreizende gezelschappen met de oorsprong in het straattoneel. Ze hebben nergens een vast dienstverband , regelen hun eigen financiën en ze bepalen zelf hun eigen repertoire. In die tijd ontstaat er in Engeland een gelijksoortig karakter, zij geven echter hun voorkeur aan vaste theaters. Een voorbeeld hiervan is het gezelschap van William Shakespear, dat bij een beschermheer hoorde. Hij was geen hofkunstenaar, maar had een beschermheer en hij kreeg daarom geen opdrachten van beschermheren en die hadden ook geen invloed. Het enige voordeel wat het gezelschap met beschermheer had, was dat de spelers zich konden onderscheiden van de losbandige rondreizende gezelschappen, en dus hoger op de ladder stonden. De Londense theaters uit de regeerperiode van Elisabeth I en de klassieke theaters in Italië staan model voor schouwburgen die vandaag de dag gebouwd worden.

Noord-Europese kunstenaars:
De Italianen hadden veel invloed op het theater: het theatergebouw, (technieken voor bewegende) decors en de eerste gezelschappen kwamen er vandaan. Het enige wat ze niet vernieuwden waren de toneelstukken. Shakespear was de eerste moderne toneelschrijver (historiestukken, tragedies en komedies). Hij was succesvol door zijn dichterlijke manier van schrijven en zijn tijdloze thema’s. De boekdrukkunst is niet alleen goed geweest voor de verspreiding van muziek en literatuur, ook was het een nieuwe techniek voor kunstenaars. Een van die kunstenaars was Dürer, die minder afhankelijk werd van opdrachtgevers door de boekdruk, omdat hij zijn geld kon verdienen met het verspreiden van eigen prenten. Hij maakt ook een zelfportret, wat een nieuw verschijnsel is in die tijd. Een Nederlandse kunstenaar die de Italiaanse renaissance stijl had was Pieter Bruegel.

Reformatie:
In 1517 spijkerde Luther zijn 95 stellingen tegen de katholieke kerk op de kerkdeur, gericht op de gang van zaken daar en vooral op de geldstroom (handel in aflaten). De rol van de drukpers was weer heel belangrijk: in de twaalfde eeuw begonnen de kritieken al maar door de drukpers lukt het om alle ideeën door heel Europa te verspreiden. Gezien alle de onvrede die er al was over de politieke macht van Rome, werkte het pamflet als een lont op een kruitvat. Luthers oproep tot hervorming leidde tot de reformatie (ontstaan protestantisme). Luthers uitgangspunt was: rechtvaardiging door geloof alleen). Je kan dus alleen in de hemel komen door goed te geloven, niet door rituelen en het geven van geld. Hij maakt het geloof een zaak van persoonlijk geweten, de Bijbel is daarbij de enige bron en daarom maakt hij de bijbel en de diensten in de volkstaal (i.p.v. Latijn). Ook vond Luther dat alle zaken die in Gods woord spreken fout zijn. De Beeldenstorm was een ontlading van protest tegen katholieken. Ook voor de zang in de kerk had de hervorming gevolgen: Luther is een voorstander van gemeentezang. Hij maakt liederen waarbij de tenorstem de melodie zing en de kerkgangers kunnen dan eenstemmig meezingen met de tenor. Calvijn verbied vervolgens om teksten te zingen die rechtstreeks uit de Bijbel komen, ze gebruiken daar vervolgens 150 psalmen uit het Oude Testament uit. Een belangrijk kritiekpunt op de katholieke kerk was dat de muziek te veel met polyfonie werkte (door koren ipv kerkgangers) en daarom onverstaanbaar was. Daarnaast zouden er te luidruchtige muziekinstrumenten gebruikt worden.

Contrareformatie:
Omdat de katholieke kerk weer één geheel wil vormen, maakt het een aantal hervormingen binnen de kerk om te zorgen dat de protestanten terug komen = de contrareformatie = de beweging die de katholieke kerk weer moet laten schitteren als enige echte kerk. Dit had veel invloed op barok uit de 17e eeuw.

Aantekeningen van afbeeldingen uit het boek:
Leonardo da Vinci – Homo Quadrantus: dit is een van de beroemdste modeltekening waarin de mens wordt weergegeven als de maat van alle dingen. Omdat deze verhoudingen algemeen gelden, dus ook voor de architectuur, muziek etc, reikt de betekenis verder dan alleen maar een astronomische studie.
In de godsdienststrijd speelde ook de boekdrukkunst een grote rol bij het verspreiden van vlugschriften en spotprenten. Je kunt een groter publiek informeren en mobiliseren.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.