Geschreven door: | Fleur (4 havo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 22 oktober 2009 |
Taal: |  |
Woorden: | 2.600 |
Bekeken: | 2633 keer (12 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Geschiedenis samenvatting Hoofdstuk 1 Nomaden worden stedelingenDe menssoort die het meest op ons lijkt is de neanderthaler, naar het Neanderdal in Duitsland. Hier zijn de eerste overblijfselen van deze soort gevonden. De neanderthaler leefde van 230.000 v.C tot 35.000 v.C. in Afrika, Azië en Europa. In Europa was dit de periode van de Laatste Ijstijd. Met zijn gedrongen lichaam en brede neus was de neanderthaler goed bestand tegen de kou. Een compact lichaam kan namelijk beter warmte vasthouden en met een brede neus kun je de koude lucht die je inademt verwarmen voordat deze de longen bereikt. Verder verschilt de neanderthaler qua uiterlijk van de moderne mens door zijn lage voorhoofd, zijn langgerekte schedel en zware wenkbrauwbogen.
De neanderthaler gebruikte al vuur, maar het is onzeker of hij het zelf kon maken. De eerste mensen die vuur gebruikten ‘stalen’ dit vermoedelijk tijdens een vulkaanuitbarsting of bosbrand. De ontdekking van het vuur is heel belangrijk geweest. Waarschijnlijk konden mensen pas in grotten leven toen ze vuur gebruikten. Grotten waren namelijk de favoriete woonplekken van beren en hyena’s. Door middel van vuur konden zij hieruit verdreven worden.. Het gebruik van vuur betekende een eerste controle van de mens op zijn leefomgeving.
De neanderthaler verzamelde eetbare planten en jaagde op grote dieren. Hij kon dus communiceren en samenwerken in groepsverband, want alleen ga je niet zo snel een mammoet of bizon te lijf. Voor de jacht werden houten speren gebruikt. Verder werden de meeste werktuigen gemaakt van steen. Hiervan werden onder meer vuistbijlen en messen gemaakt en schrapers om huiden schoon te schrapen.
--
Het DNA van de neanderthaler wijkt te veel af van het onze om verwant van ons te zijn. Onze mensensoort is de homo sapiens. De homo sapiens verscheen 137.000 v.C in Afrika en trok rond 40.000 v.C naar Europa. Daar leefde hij duizenden jaren naast de neanderthaler. De neanderthaler stierf om nog onbekende redenen uit rond 35.000 v.C
De homo sapiens was in technisch opzicht handiger dan de neanderthaler. Als materiaal voor zijn werktuigen gebruikte hij niet alleen hout en steen, maar ook botten en geweien. Zo maakte hij van bot vishaakjes, harpoenen en naalden om kleding te naaien. De homo sapiens onderscheidde zich ook van de neanderthaler door dat hij kunst maakte.
Om verf te maken gebruikten de schilders onder meer bloed, plantensappen, eiwit, houtskool en gele oker, een kleurstof die in ijzerhoudende kleiaarde word gevonden. De schilderingen waren waarschijnlijk niet als decoratie bedoeld. Sommige zijn namelijk gemaakt op donkere, verborgen plekken.
Misschien vormden de schilderingen onderdeel van een ritueel waarbij werd opgeroepen tot een succesvolle jacht of bescherming van de jagers. Er zijn namelijk veel wilde dieren afgebeeld. Mogelijk geloofden de mensen in deze tijd dus al in goden of magie. Omdat ze geen teksten hebben achtergelaten, zullen we het nooit zeker weten. Ideeën en geloof kun je moeilijk zonder schriftelijke bronnen achterhalen.
De periode in het verleden waarin mensen niet konden schrijven en waarin ook niet door anderen over hen geschreven werd heet de prehistorie of voorgeschiedenis. De historie begint zodra er over een volk of cultuur geschreven wordt. De ene samenleving maakte de overgang van Prehistorie naar historie eerder dan de andere. Mesopotamie, in het huidige Irak, raakte als eerste gebied ter wereld uit de Prehistorie. Het oudste schrift is hier ontstaan rond 3300 v.C.
De eerste moderne mensen leefden in groepjes verspreid over Europa, het Midden-Oosten, Afrika en Azie. Omdat zij leefden van de jacht en het verzamelen van voedsel worden zij jagers en verzamelaars genoemd. Een groep bestond uit 20 tot 30 personen. Om meer mensen te voeden was zo’n groot jacht- en verzamelgebied nodig dat mensen te ver moesten lopen. Wanneer voedsel schaars werd, trok de groep naar een andere plek. Waarschijnlijk bestond binnen de groep geen elite en was iedereen min of meer gelijk. Mogelijk was er een rolverdeling tussen mannen en vrouwen. De mannen gingen op jacht, terwijl de vrouwen op de kinderen letten, het vuur brandend hielden, huiden schoonmaakten en eetbare planten, vruchten, knollen en kleine dieren verzamelden.
--
De overgang naar landbouw gebeurde voor het eerst in het Midden-Oosten tussen 9000 en 6000 v.C. Rond 12.000 v.C was het ijs uit de Laatste Ijstijd verdwenen en begon te temperatuur in het Midden-Oosten te stijgen. Er viel ook meer regen en zo ontstond een zeer vruchtbaar gebied. De droge steppen met hun graslanden en lage begroeiing maakten plaats voor een groener savannetype. Er verschenen bomen en veel wilde granen. Ook nam het aantal herten, schapen, geiten en andere dieren toe. De natuur bood zoveel voedsel, dat mensen steeds langer op eenzelfde plek konden blijven. Een van de aanwijzingen hiervoor is dat op sommige plaatsen grote hoeveelheden muizenbotjes zijn aangetroffen. Dit betekend dat er voortdurend afval werd gecreëerd en dat er dus steeds mensen aanwezig waren. Behalve muizenbotjes hebben archeologen ook graven, molenstenen en voorraadkuilen voor graan gevonden. Rond 9000 v.C begonnen mensen zelf graan te verbouwen. Het is mogelijk dat door overbevolking of slecht weer een voedsel te kort was ontstaan.
Al snel werd behalve akkerbouw ook veeteelt bedreven +/- 7500 v.C. Eerst werden geiten getemd, een paar eeuwen later schapen en nog weer duizend jaar later runderen en varkens. Zo ondstond in het Midden-Oosten tussen 9000 en 6000 v.C een agrarische samenleving. Vanuit het midden oosten werd de techniek van zaaien en oogsten rond 7000 v.C verspreid naar Noord-Afrika en rond 6000 v.C naar Europa.
De overgang op akkerbouw en veeteelt wordt de neolitische revolutie genoemd. Dit was de eerste economische revolutie in geschiedenis. De 2e economische revolutie was de industriële revolutie. Akkerbouw en veeteelt worden de voornaamste middelen van bestaan. Mensen konden hierdoor op 1 plek blijven wonen en zo ontstonden de eerst boeren dorpen.
Boeren ontdekten ook nieuwe technieken, zoals het fabriceren van aardewerk. Dat blijkt uit gevonden scherven die dateren van 6200 v.C. Voortaan konden voorraden in potten worden bewaard. Ook leerden mensen stoffen weven van schapenwol en geitenharen. Rond 5000 v.C werd naast steen steeds vaker koper gebruikt om werktuigen en wapens van te maken.
Deze artikelen gingen over grondbezit, handel, het huwelijk en slavernij.
Mesopotamie is het gebied langs de rivieren de Tigris en de Eufraat, in het huidige Irak. In het voorjaar veroorzaakten de rivieren overstromingen waarbij vruchtbaar slib achterbleef. Daarom is dit gebied voor boeren erg aantrekkelijk.
Vanwege deze natuurlijke omstandigheden was er kunstmatige irrigatie nodig. Er werden waterreservoirs en kanalen gegraven, zodat rivierwater naar de akkers kon stromen. Dijken beschermden de velden tegen overstromingen. De landbouw leverde overvloedige oogsten van graan, dadels en sesam. Omdat er veel voedsel beschikbaar was nam de bevolking toe. Vanaf 3300 v.C groeiden dorpen in het zuiden van Mesopotamie uit tot echte steden. Dit gebied werd Somerie genoemd omdat het werd bewoon door de Someriers, een volk dat via de Perzische golf was binnengetrokken.
Door de overvloed van voedsel hoefde niet iedereen meer boer te zijn. Handwerkslieden in de stad specialiseerden zich in het weven van stoffen, het looien van leer of het maken van aardewerk en gereedschap. Priesters vormden een andere beroepsgroep. Omdat priesters het beste wisten hoe de goden gunstig gestemd konden worden, namen zij een hoge positie in. Terwijl in de nederzettingen van jagers en verzamelaars iedereen min of meer gelijk was, ontstonden in de steden verschillende sociale lagen.
Het hoofd van de stad, de koning, werd beschouwd als de plaatsvervanger van god op aarde. Hij was verantwoordelijk voor het waterbeheer, de rechtspraak, de ordehandhaving en de verdediging van de stad.
De Soemeriers geloofden in veel goden tegelijk, Polytheïsme. De grootste uitvinding van de Soemeriers was het schrift ( 3300 v.C). Ook in Mesopotamie kon de samenleving dankzij het schrift veel beter worden georganiseerd. Tempeldienaren konden nu de belasting bijhouden van de tempels, nieuwe wetten werden opgeschreven en aan de bevolking bekend gemaakt.
Het oudste schrift is gevonden in Uruk, een belangrijke Soemerische stad. Dat schrift heet het Spijkerschrift. De met rietstengels in kleigedrukte tekens lijken veel op spijkers, Met het spijkschrift kwam in Mesopotamie een einde aan de Prehistorie.
Iedere koning heerste over zijn eigen stad en de omliggende omgeving. Soms breidde hij zijn macht uit over een groter gebied. Zo heersten de koningen van Ur rond 2100 v. C. over een groot deel van noordelijk Mesopotamie.
In 2000 v.C werden de Somoeriers door de Amorieten onder de voet gelopen. Vanuit de hoofdstad Babylon stichtten de Amorieten een nieuw en machtig rijk het oud-babylonische rijk. (1900-1600 v.C) De beroemdste persoon uit deze periode is koning Hammoerabi. Hij was de eerste grote wetgever in Mesopotamie, hij liet 282 wetsartikelen schrijven.
De slaven vormden de onderlaag van de samenleving, maar zij hadden evengoed wel rechten. Zij mochten handel drijven en land bezitten. De babyloniers blonken uit in wiskunde en astronomie.
In het Oud-Babylonische rijk moesten de steden steeds meer macht aan de vorst afstaan. Die bestuurde het rijk met zijn ambtenaren en brak mogelijk verzet met zijn leger. Overal in het rijk werden gouverneurs aangesteld, die in verafgelegen gebieden de wil van de koning moesten uitvoeren. Ook de volken na de Babyloniers, zoals de Hittieten en de Assyriers zouden zo’n gecentraliseerd bestuur voeren. Van 600-539 v.C werd Babylon opnieuw het machtscentrum van Mesopotamie. Tijdens die Nieuw Babylonische rijk beleefden de stad onder koning Nebukadnezar een laatste grote bloei, op de daken en terrassen van het Koninklijke paleis liet hij weelderige hangende tuinen aanleggen. Dit werden in de klassieke oudheid gerekend tot 1 van de 7 wereldwonderen. Een ander bouwwerk dat Babylon beroemd heeft gemaakt is de Toren van Babel.
In 539 v.C werd Babylon veroverd door een volk uit het oosten, de Perzen.Zij waren de heersers van een enorm rijk. Ook Mesopotamie werd hier in opgenomen. Daarmee kwam er
Voor goed een einde aan de politieke onafhankelijkheid van Mesopotamie.
Net als tegenwoordig woonde in de tijd van het oude Egypte bijna de hele bevolking langs de Nijl. De rest van het land bestaat uit woestijn. De Nijl overstroomt ieder jaar tussen juli en oktober. Omdat er nauwelijks regen valt, is deze jaarlijkse overstroming van levensbelang. Wanneer het water zich terugtrekt blijft een laagje mineraalrijk modder achter. Daardoor is de grond heel vruchtbaar.
De akkerbouw en veeteelt werden in de Nijlvallei geïntroduceerd door de boeren uit de Sahara. Daar had de Neolitische Revolutie al plaatsgevonden rond 7000 v.C. De Sahara was toen veel groener en vochtiger dan nu. Rond 6000 v.C werd het opeens erg droog in de Sahara dus de boeren trokken naar de Nijlvallei. Er ontstonden nederzettingen langs de River met een politieke eenheid met een koning aan het hoofd. In 3000 v.C werd Egypte verenigd in een koninkrijk met als hoofdstad Memphis.
De koning was legeraanvoerder, leidde religieuze ceremoniën en was de hoogste rechter. Vlak onder de koning stonden zijn plaatsvervanger en de overige hoge ambtenaren. Dan kwam een grote groep van lagere ambtenaren, priesters en hofdienaren. De volgende sociale laag bestond uit kooplieden, ambachtslieden en soldaten. De onderste laag bestond uit boeren, mijnwerkers en slaven.
De koning was eigenaar van al het land. Hij eiste daarom een groot percentage van de oogst op. Een deel hiervan gebruikte hij om de ambtenaren en priesters te betalen. Een ander deel werd opzij gezet als reservevoorraad. Als de jaarlijkse Nijlvloed niet hoog genoeg was, kon de oogst namelijk zwaar tegenvallen.
De ambtenaren vormden de basis van het rijk. Zij verzamelden en registreerden de voedselvoorraden, bewaakte de magazijnen, controleerden de producten en zorgden voor de distributie.
Het bekendste schrift van de Egyptenaren is het Hiërogliefenschrift. Dit bestond uit duizend kleine tekeningetjes, die ieder een woord of klank uitbeeldden. Het is ontstaan rond 3100 v.C. Voor dagelijks gebruik hadden ze het Hiëratisch schrift. Nog sneller wat het demotisch schrift.
Godsdienst speelde een grote rol in het leven van de Egyptenaren. Tot de belangrijkste goden behoorden de zonnegod Re en de hemelgod Horus.
De Egyptenaren vereerden ook dieren, zoals de jakhals, de kat en de krokodil. Een godsdienst waarbij dieren en elementen uit de natuur worden aanbeden zoals de zon of hemel heet natuurgodsdienst.
Farao Amenophis heeft als eerste het monotheïsme ingevoerd, het geloof in één god. Onder zijn gezag mocht alleen nog een nieuwe zonnegod, Aton, vereerd worden. Zijn eigen naam veranderde hij in Echnaton ( hij die nuttig is voor Aton). Doordat hij overal in Egypte tempels van lokale goden liet sluiten, verloren priesters aanzien en in komsten. Toen Toetanchamon aan de macht kwam, werden de oude goden weer snel in ere hersteld. Het polytheïsme had gewonnen.
Egyptenaren geloofden in leven na de dood. Als je goed had geleefd werd je toegelaten in het dodenrijk van Osiris. Zo niet dan werd je opgegeten door een monster met een nijlpaardenlijf en een krokodillenkop.
Farao’s en rijke ambtenaren werden begraven met een dodenboek. De Egyptenaren geloofden in magie en schreven in het dodenboek onder meer toverformules die de dode konden gebruiken om honger, dorst en andere gevaren te bestrijden.
Egyptenaren bouwden ook piramides voor overleden koningen. Zo konden zij makkelijker opstijgen naar het dodenrijk. Om rovers te misleiden zitten er veel vallen in.
Dankzij de godsdienst is er veel informatie beschikbaar over de Egyptische samenleving. De graftombes zijn beschilderd met allemaal dagelijkse taferelen.
Heel lang zijn de teksten van de Egyptenaren een raadsel voor ons gebleven. De hiërogliefen konden pas ontcijferd worden nadat een Franse officier in 1799 in het Egyptische plaatsje Rosetta een granietblok had ontdekt met daarop een tekst in het Grieks, het demotisch en in hiërogliefen.
Egyptenaren waren geen grote wetenschappers. Ze blonken wel uit in geneeskunde, ook vonden ze papyrus uit. Gemaakt van de papyrusplant.
Tijdens het Nieuwe Rijk beleefde Egypte een periode van grote voorspoed en internationale macht. Een aantal krijgslustige farao’s veroverde vrijwel het heel huidige Soedan, Israel, Jordanië, Libanon en Syrië. Deze gebieden leverde veel rijkdom en slaven op. Vooral Ramses II (1304-1237 v.C ) heeft een groot aantal prachtige tempels achtergelaten. Hij stond bekend als een wrede, maar ook excentrieke en energieke heerser. Hij hield er een harem op na die hem 150 kinderen opleverde. In 1285 v.C trok hij er met een enorm leger op uit om te voorkomen dat Syrië en Palestina in handen zouden vallen van de Hittieten. Bij de beroemde slag bij Kadesh kon hij op het nippertje een zware nederlaag voorkomen. De strijd eindigde onbeslist, maar Egypte was over het hoogtepunt van macht heen.
Al snel hielden zij ook in eigenland de zaken niet meeronder controle. Er volgde een periode van politieke chaos en economische achteruitgang. In 332 v.C kwam voorgoed een einde aan het Egyptische Rijk toen het veroverd werd door de Griekse generaal Alexander de Grote. Hij was een geniaal militaire leider. Hij veroverde het hele Midden-Oosten en drong zelfs door tot Indië. In Egypte stichtte hij aan de mondig van de Nijl een nieuwe stad: Alexandrië. Toen hij overleed lied een van zijn generaals, Ptolemaues, zicht tot farao kronen. Zijn opvolgers noemden zich ook allemaal Ptrolemaues en hun heerschappij over Egypte wordt dan ook de Tijd van de Ptolemaeen genoemd (305-30 v.C). Daarna nam Egypte nog een keer een machtige positie in het Midden-Oosten in. Alexandrië groeide uit tot een internationaal handelscentrum. Ook dit volk profiteerde van de vruchtbare grond bij de Nijl.
In 30 v.C verloren de Ptolemaeen de macht en viel Egypte in handen van de Romeinen. Het werd een van de rijkste provincies van het Romeinse Rijk en een belangrijke graanleverancier voor Rome.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.