ff n studiebreak

Jarenlang keek Merel uit naar haar auditie van de toneelschool. Hele monologen in d'r kop gestampt, maar wat moet ze spelen? Een spin.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

Rik dijkman (3 havo)

Datum ingestuurd:

29 oktober 2009

Taal:

Woorden:

500

Bekeken:

1515 keer (8 deze maand)

Waardering:

4.4/5 (7 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Samenvatting H2 para 1 /2

2.1

in de natuurkunde zijn er 2 soorten krachten:
scalars = die hebben een grootheid; bv: volume, massa
vectoren= grootheden met niet alleen een grootte maar ook een richting; bv: snelheid of tijd.

Voorbeelden van krachten zijn:
– spierkracht
– zwaartekracht
– trekkracht
– van der waals-kracht
– magnetische kracht
– elektrische kracht
– veerkracht


door middel van kracht verwerking kan er dit gebeuren:
1. het voorwerp kan hervormen
2. het kan van snelheid veranderen (grootte en richting)
3. het kan ook met constante snelheid blijven bewegen.
4. het kan op zn plaats gehouden worden
er kunnen combinaties zijn.

Bij kracht verwerking heb je ten minste 2 dingen nodig
BV: een magneet en een spijker
een sleepboot en een schip
een steen en de aarde.

Een kracht wordt aangegeven door de letter F(van het engelse Force, dat kracht betekend)
trekkrachten worden meestal met een pijl aangegeven.
Daar zijn 3 afspraken voor:
1 de pijl begint waar de kracht word uitgeoefend(het aangrijpingspunt)
2 de richting van de pijl geeft aan in welke richting de kracht werkt.
3 de lengte van de pijl geeft de grootte van de kracht aan.

De eenheid waarin kracht word uitgedrukt is newton (N)
op een massa van 100gram werkt een zwaartekracht van ongeveer 1 N

als in een formule of tekst een vector voorkomt, behoord dit te worden aan gegeven door boven het symbool een pijltje te plaatsen.

Om te bepalen hoe groot een kracht is, moet je 2 dingen doen:
de lengte van de pijl weten
en de krachtenschaal weten(dat wil zeggen: met hoeveel N elke CM van de pijl overeen komt.
Dus als een pijl 2 cm lang is, en de schaal 1cm=20 N dan is er een kracht van 40 N.




2.2

de aarde oefent op elk voorwerp een aantrekkingskracht uit. De zwaartekracht Fz

omdat zwaartekracht overal op het voorwerp werkt, nemen we voor het aangrijpingspunt een soort gemiddelde. We noemen dat punt het zwaartepunt.
Bij regelmatige voorwerpen, zoals een bol of balk is dat meestal het midden van het voorwerp. In het zwaartepunt F van het voorwerp begint de pijl. De richting van de zwaartekracht is altijd om laag gericht, naar het middelpunt van de aarde.

De grootte van de zwaartekracht bereken je met Fz = M x G

M is afhankelijk van het gewicht van het voorwerp dat je wilt bereken.
Als je wil weten wat de zwaartekracht is op een voorwerp van 50 KG doe je(in een formule): Fz = 50 x G

op aarde is G meestal 9.81 KG, maar op de polen is het 9.83 KG en op de evenaar is het G 9.77 KG.


Dus als je de zwaartekracht van iets van 50 KG wil berekenen doe je:
1.formule opschrijven;
2.M invullen (50 KG)
3.G invullen (9.81 KG)
4.vermenigvuldigen en afronden op 1 of 2 decimalen.
De formule word dan:Fz = M x G = Fz = 50(KG) x 9.81(KG) = 490.5 (N/KG)

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.