Geschreven door: | jaimy (4 vmbo) |
Datum ingestuurd: | 7 oktober 2009 |
Taal: |  |
Woorden: | 3.750 |
Bekeken: | 1644 keer (38 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
EetstoornissenInhoudsopgave:Inleiding blz: 2-3
1. Wat zijn eetstoornissen? blz: 4-7
2. Zijn er meerdere vormen van
Eetstoornissen? blz: 8-10
3. Wanneer heb je een eetstoornis
en wat kun je er aan doen? blz:11-12
4. Komen er ook eetstoornissen
voor bij jongens? Blz: 13-14
5. Hoe ontdenkt de buitenwereld
dat je een eetstoornis hebt? Blz: 15-17
6. Enquête blz: 18-19
7. Samenvatting blz:20-21
8. Evaluatie blz:22-23
Bronnenlijst blz: 24
Inleiding:Als leerling in het vierde leerjaar van het vmbo is het de bedoeling dat je een sector werkstuk maakt. Daarom doe ik dat ook. Ik maak mijn werkstuk over eetstoornissen. Dit onderwerp heb ik gekozen, omdat ik in de sector zorg en welzijn zit. Ook heeft mijn tante een praktijk voor eetstoornis en persoonlijke ontwikkeling.
Ik ben erg nieuwsgierig of kinderen op deze school lijden aan een eetstoornis. Ik wil om die reden graag een onderzoek houden onder de leerlingen van het Hilfertsheem Beatrix. Daarom heb ik een hoofdvraag gemaakt:
Komen er eetstoornissen voor onder de leerlingen van het Hilfertsheem Beatrix??
Door middel van de volgende deel vragen wil ik graag tot het antwoord op mijn hoofdvraag komen:
-Wat zijn eetstoornissen?
-Zijn er meerdere vormen van eetstoornissen?
-Wanneer heb je een eetstoornis en wat kun je er aan doen?
-Komen er ook eetstoornissen voor bij jongens?
-Hoe ontdekt de buitenwereld dat je een eetstoornis hebt?
Aan de hand van mijn deelvragen heb ik 5 hoofdstukken gemaakt. In het eerste hoofdstuk leg ik uit wat een eetstoornis is. In het tweede hoofdstuk ga ik vertellen of er meerdere vormen zijn van een eetstoornis, en welke. Het derde hoofdstuk gaat over wanneer je een eetstoornis hebt, en wat je er aan kunt doen. In het vierde hoofdstuk ga ik onderzoeken of er ook eetstoornissen voorkomen bij jongens. Tot slot in hoofdstuk acht onderzoek ik hoe de buitenwereld merkt dat je een eetstoornis hebt.
In mijn samenvatting leg ik uit hoe ik door middel van mijn deelvragen tot het antwoord op mijn hoofdvraag ben gekomen en trek ik een conclusie. In mijn evaluatie vertel ik hoe het maken van mijn werkstuk is verlopen.
1. Wat zijn eetstoornissen?Eetstoornissen zijn psychische stoornissen die het eetpatroon van mensen verstoren. Je kunt een goed eetpatroon hebben of houden door gevarieerd te eten. Gevarieerd eten wil zeggen dat je dagelijks zorgt voor producten met koolhydraten (zoals brood, aardappelen, pasta of rijst), vetten (zoals halvarine, margarine en olie), vitamines (zoals groenten - en fruit en eiwitten (zoals vlees, kaas en melkproducten). Maar daarnaast is het ook belangrijk dat je voor variatie kiest. Liever verschillende soorten groenten als worteltjes, spinazie, bloemkool, tomaten, broccoli, paprika, ui, rode bieten, kool en sla op je menu, dan een paar keer per week dezelfde groentesoort. Zo krijg je veel meer verschillende vitamines en mineralen binnen. Een maaltijd kun je goed indelen met behulp van bijvoorbeeld de schijf van vijf.
De schijf van vijf bestaat uit vijf vakken en vijf regels. De vijf regels zijn:
1.Eet gevarieerd. Met gevarieerd eten wordt bedoeld dat je elke dag iets uit alle vakken van de schijf van vijf eet. Dan krijgt je lichaam alles wat hij nodig heeft genoeg binnen. Wat ook belangrijk is, is dat je niet elke dag hetzelfde eet.
2.Eet niet te veel en beweeg. Te veel ergens van eten is nooit goed. Als je meer eet dan je eigenlijk nodig hebt, word je dikker en als je te dik bent heb je weer meer kans op bijvoorbeeld suikerziekte.
3.Eet niet te veel verzadigde vetten. Er zijn twee verschillende soorten vetten: verzadigde en onverzadigde vetten. Onverzadigd vet kan geen kwaad maar verzadigd vet wel (als je hier te veel van eet). Dit vet is slecht voor je aders en als je fit wilt blijven, kun je dit het beste maar zo weinig mogelijk eten.
4.Eet veel groente, fruit en brood. Dit mag je veel eten omdat hier veel vitamines en mineralen in zitten. Doordat er veel vezels in zitten worden je darmen aan het werk gezet. Vezels zorgen ervoor dat je darmen alert blijven waardoor ze niet verstopt raken.
5.Ga veilig met voedsel om. Je kunt beter geen dingen eten die niet goed meer zijn. Maar hiermee bedoelen ze ook dat je hygiënisch te werk moet gaan bij bijvoorbeeld het koken (handen wassen, groenten wassen voordat je het kookt en dat je keuken schoon is als je kookt). Als je niet hygiënisch te werk gaat kun je ziek worden door de bacteriën die zich dan gaan vermeerderen.
Daarnaast is het belangrijk om voldoende vocht binnen te krijgen. Het is het beste om 2 liter water op een dag te drinken. Mensen met een verstoord eetpatroon hebben dus een eetstoornis. Deze mensen gaan bijvoorbeeld braken of laxeren. Mensen met een eetstoornis hebben ook een verstoord lichaamsbeeld. Ze zijn erg bezig met hun gewicht en lichaamsvorm, en zijn erg angstig om aan te komen of juist af te vallen. Deze mensen zijn bijvoorbeeld heel erg bezig met voeding in het algemeen. Door bijvoorbeeld altijd te willen weten hoeveel calorieën een bepaald voedingsmiddel precies bevat voor ze het gaan eten. Ook willen deze mensen niet dat de buitenwereld ook maar iets door heeft. Ze doen er dan ook vaak alles aan om niet naar een familiebijeenkomst of een verjaardag te hoeven gaan, zodat het niet op valt dat ze weinig tot niets eten. Maar het valt natuurlijk op als je altijd nee blijft zeggen, zelfs tegen je familie. Daarom gebruiken deze mensen regelmatig laxeermiddelen of braken ze na elke maaltijd. Vaak hebben deze mensen ook last van gebrek aan zelfvertrouwen, eigenwaarde, gevoelens van schuld, boosheid, schaamte, eenzaamheid, verveling, leegte en depressieve gevoelens.
Eetstoornissen komen ook bij kinderen voor. Dit kan bijvoorbeeld door een lichamelijke of psychische stoornis maar ook door een aangeboren afwijking.
Eetstoornissen komen voornamelijk voor bij vrouwen; ongeveer 5% van de mensen met een eetstoornis is een man. Per jaar hebben meer dan 30.000 vrouwen tussen de 15 en de 29 jaar een eetstoornis. Maar waarschijnlijk ligt dit cijfer veel hoger, want iemand met een eetstoornis houdt haar/zijn geheim goed verborgen. Een eetstoornis kan lang duren: 30 jaar, maar ook kort: een half jaar. Gemiddeld duurt een eetstoornis 7,5 jaar. Ongeveer 40% van de mensen met een eetprobleem herstelt volledig, 40% herstelt gedeeltelijk en 20% herstelt niet. Ongeveer 10% van de mensen met een eetstoornis overlijdt aan de gevolgen van deze ziekte. Dit heb ik in de tabel hier onder gezet.
2.Zijn er meerdere vormen van eetstoornissen?Er zijn verschillende vormen van eetstoornissen. Hieronder zijn deze verschillende vormen duidelijker uitgelegd.
Anorexia Nervosa:
De meest voorkomende en waarschijnlijk ook bekendste vorm van eetstoornissen is Anorexia, voluit Anorexia Nervosa. Deze eetstoornis wordt veroorzaakt door psychische problemen als onzekerheid, een negatief zelfbeeld, angst en andere emoties. Iemand die aan Anorexia lijdt wil niet, of zo min mogelijk eten, let veel op calorieën en heeft altijd wel een excuus om onder het eten uit te komen. Hij of zij vindt zichzelf te dik, hoe mager de omgeving hem of haar ook vind, de persoon zelf ziet geen resultaat en blijft 'dik'.
Iemand die anorexia heeft is verslaafd aan afvallen. Om dit te bereiken sport de deze persoon erg veel, eet hij of zij weinig, maar drinkt hij of zij veel water. Ook het gebruik van laxeermiddelen kan bij Anorexia voorkomen.
Boulimia Nervosa:Een andere veel voorkomende eetstoornis is Boulimia Nervosa. Dit is een eetstoornis waarbij een persoon ontzettende drang heeft om (te veel) te eten. Deze drang naar eten komt pas als de persoon alleen is.
Na zich vol te hebben gepropt met eten krijgt de persoon een schuldgevoel en probeert hij of zij het eten weer te lozen. Dit wordt soms gedaan door de vinger in de keel te steken, maar soms ook door het gebruik van laxeermiddelen.
Ook komt het regelmatig voor dat iemand een mix van Anorexia en Boulimia heeft. Dat de persoon aan de ene kant niet wil eten, maar aan de andere kant een ontzettende drang heeft om (te veel) te eten.
Binge Eating Disorder:Ook Binge Eating Disorder is een eetstoornis. Het kan een gevolg van seksueel geweld zijn. Deze "eetbuistoornis" houdt in dat de persoon in kwestie zijn of haar problemen 'weg eet' door onderscheid te maken tussen 'goed' voedsel en `slecht' voedsel.
'Goed' voedsel zoals chocolade en zoetigheden of koek. Dit voedsel geeft, door bepaalde stoffen in het voedsel een troostend gevoel, en is dus voor mensen met Binge Eating Disorder goed eten.
Het 'slechte' eten is vaak groente en fruit. Door het gebrek van bepaalde stoffen geeft dit geen troostend gevoel en wordt het dus niet tot nauwelijks gegeten. Hierdoor loopt de persoon heel veel vitaminen en mineralen mis.
3.Wanneer heb je eeneetstoornis en wat kun je er aan doen?Erkennen dat je eetproblemen hebt, is de eerste stap naar genezing. Maar wanneer je echt een eetstoornis hebt is moeilijk te bepalen. Er zijn wel testjes voor op internet te vinden maar dat maakt het niet officieel, het geeft alleen voor jezelf een beeld. Alleen doktoren kunnen een diagnose stellen. En omdat een eetstoornis een verstoord lichaamsbeeld is, is en je het niet graag toegeeft het extra moeilijk vast te stellen.
Bij mensen die gewoon op hun figuur letten en zich aan een dieet houden, is er vaak niks aan de hand. Maar als het eten je gaat beheersen en je geen controle meer hebt over je eetgedrag, dan noemen we dat een eetprobleem. Dat kan zowel Anorexia, Boulimia of wat voor een eetstoornis dan ook zijn. Als je merkt dat je moeite hebt met eten of je jezelf juist niet kan inhouden, is het slim om wat informatie op internet te zoeken en naar de huisarts te gaan. Dat is vaak heel moeilijk wat je durft er niet snel voor uit te komen maar het is wel nodig. De kans is dan groot dat de huisarts je doorstuurt naar een psychotherapeut. Dit is de meest gebruikelijke manier om van een eetstoornis af te komen. Het is ook een manier waarop niet iedereen het te weten hoeft te komen, omdat de psychotherapeut beroepsgeheim heeft en dat jij het tegen iedereen hoeft te zeggen. Toch is het wel makkelijker als je het er over hebt met bijvoorbeeld je huisgenoten, familie of vrienden. Deze mensen kunnen je helpen, je kunt bijvoorbeeld met ze praten en ze kunnen je in de gaten houden of je steunen. Alleen is je verhaal, juist aan die mensen vertellen het moeilijkst, omdat je nooit weet hoe ze reageren. Ze kunnen verdrietig zijn maar juist ook heel boos worden, waardoor jij je schuldig gaat voelen en je meer schaamt. Toch lossen mensen die naar de huisarts gaan en het hun familie en vrienden vertellen, een eetstoornis het snelst op.
4.Komen er ook eetstoornissen voor bij jongens?Veel mensen denken dat eetstoornissen alleen voorkomen bij meisjes en vrouwen. Dat is niet waar. Dit lijkt zo omdat jongens het beter kunnen verbergen en er minder snel voor uit komen. Voor jongens is het erg moeilijk om er voor uit te komen dat ze een eetstoornis hebben omdat bijna niemand verwacht dat een jongen lijd aan een eetstoornis wat voor de meeste mensen eigenlijke toch wel meiden ziekte is.
Maar eetstoornissen komen dus wel voor bij jongens en mannen. Uit een Amerikaans onderzoek blijkt nu dat
maarliefst een kwart van de volwassenen met een eetstoornis in Amerika mannelijk is. Hoewel meer vrouwen dan mannen aan anorexia en bulimia lijden, komt binge eating ongeveer even veel voor bij mannen als bij vrouwen.
Bij mannen komt het meest "Omgekeerde anorexia" voor. Omgekeerde anorexia is een ongezonde en eeuwige obsessie met spiermassa. De jongens, bij wie het het meest voor komt, met deze ziekte zien zich als klein en zwak zelfs als zij een gemiddelde spierontwikkeling hebben. Ze willen meer spiermassa.
Veel mannen en jongens zijn ontevreden met hun lichaam. Net zoals bij meisjes en vrouwen, kunnen de ideaal-beelden, dat zijn vaak foto’s van modellen of acteurs, uit de media leiden tot een verhoogde lichaamsontevredenheid dit werkt zelfde bij mannen en jongens. Door de lichaamsontevredenheid worden mensen onzeker. Ze denken dan, dat hoe die mensen er uit zien precies is hoe zij er ook uit moeten zien. Dus gaan ze afvallen. Wat eigenlijk helemaal geen zin heeft. Want ze blijven zichzelf dik en lelijk vinden. En als ze bijvoorbeeld met een foto van hun ideale beeld in hun handen voor de spiegel staan, zijn ze, hoe mager ze ook zijn, een heel groot verschil. Ze zien zichzelf nog steeds als lelijk en dik. Terwijl ze vele malen dunner zijn dan de persoon op bijvoorbeeld de foto. Dit komt door dat ze een verstoort zelf beeld hebben.
Een eetstoornis is zoals ik het al eerder heb verteld een psychische ziekte ('zit tussen de oren'), maar het is wel iets om je zorgen over te maken. Omdat als er niemand in grijpt, je er zowel als jongen maar ook als meisje dood aan kunt gaan. Je kan je zelf dan zo uit hongeren dat de doktoren in het ziekenhuis je sondevoeding moeten geven, dat is vloeibaar eten dat door een slangetje in je neus word ingebracht. Dit kan je leven redden, maar het word vaak alleen gegeven als jij zelf er in mee stemt. En als je een eetstoornis hebt wil niet eten want dan van je niet meer af. Dit is de reden waardoor er nog steeds jongens en meisjes sterven aan een eetstoornis. 1 van de 10 mensen met een eetstoornis overleeft het niet.
5.Hoe ontdekt de buitenwereld dat je een eetstoornis hebt?
Nu duidelijk is wat een eetstoornis is, en wat de gevolgen kunnen zijn is het denk ik belangrijk om aan te geven hoe je kunt zien of merken dat misschien wel jou buurjongen of meisje een eetstoornis heeft.
Dit kun je alleen maar merken aan de persoon zelf. En omdat anorexia de meest voor komende eetstoornis is neem ik deze als voorbeeld. De persoon geeft op verschillende gebieden signalen af, zodat men kan herkennen dat deze persoon een eetstoornis heeft. Deze gebieden zijn:
1) Op gebied van eten: De patiënt slaat de normale 3 maaltijden over en wanneer hij/zij eet, eet hij/zij maar hele kleine porties. De anorexia patiënten koken wel eens voor het hele gezin, maar eten niks van wat ze gemaakt hebben. Als iemand opmerkt dat ze nog niks gegeten hebben, hebben ze altijd een excuus klaar: "ik heb al gegeten met een vriend" of "ik heb geen honger" worden ook vaak gebruikt. De patiënt hoeft geen soort eten meer dat voorheen het lieveling eten was. Een anorexia patiënt eet ook geen toetjes meer. Vaak wordt hij/zij vegetarisch. Omdat dat een excuus is om geen vlees meer te hoeven eten. Een vegetariër moet wel de nodige oliën en vetten binnenkrijgen, maar een anorexia patiënt neemt deze ook niet.
2) Op gebied van uiterlijk: De patiënt raakt overdreven veel gewicht kwijt en is doodsbang om aan te kemen. De persoon draagt heel veel kleding om het uiterlijk te verbergen en om warm te blijven. De kledingmaat wordt een obsessie en de persoon geloofd niet dat hij/zij niet dik is, ook niet als mensen uit zijn/haar omgeving dit vaak vertellen. Patiënten kijken vaak in spiegels en ontdekken telkens weer delen van hun lichaam, die ze niet bevallen. Borsten, buik, benen en dijen worden daarbij vaak als lelijk beschouwt.
3) Op gebied van sport: De patiënt sport veel en wordt daarbij veel sneller moe dan de rest. Omdat het bekend is , dat je van sporten veel gewicht verliest, is dit dan ook de ideale bezigheid voor een anorexia patiënt. Hoewel ze veel sneller moe zijn dan de rest, kunnen ze niet stoppen. Ze wijken niet af van hun normale sportpatroon, ook niet als ze te ziek zijn om überhaupt nog te sporten. Sportdrankjes en pillen slikken ze wel en krijgen zo nog een paar calorieën binnen. Genoeg voor hun actieve leven is dit echter niet.
4) Op gebied van gedachten: Ook al zijn sommige patiënten heel intelligent, als ze anorexia hebben denken ze heel simpel : “ als ik dunner ben, ben ik mooier” een tussenweg vinden ze hierbij niet. Ze kunnen niet meer ingewikkeld denken. Moeilijke constructies kunnen ze niet meer volgen omdat de concentratie steeds minder wordt.
5) Op gebied van gevoel: De patiënt heeft moeite over zijn gevoelens te praten. Boosheid en angst worden opgekropt en verwerkt met het niet meer eten . Doordat ze niet meer praten, verliezen ze vaak contact met hun vrienden en familie.
6) Op gebied van sociaal gedrag: De patiënt doet zijn/haar best om het andere mensen naar de zin te maken. Hij /zij denkt daarbij niet aan zichzelf en hoe hij/ zij geholpen moet worden. Hij/zij heeft alleen nog maar oog voor de ander om zo misschien de aandacht van zichzelf af te leiden. Niemand mag immers weten dat zij degenen zelf zijn met een probleem.
6. EnquêteOm tot een goed antwoord op mijn hoofdvraag te komen, heb ik in de school bij verschillende klassen een enquête uitgedeeld en laten invullen. De stellingen voor deze enquête waren:
1. Je wilt graag slanker zijn, en maakt dagelijks voornemens over wat je mag eten van jezelf, en wat niet.
2. Je staat vaak op de weegschaal(meer dan 3x per week)
3. je houdt je helemaal niet bezig met wat je eet, als het maar lekker is.
4. Wanneer je je rot voelt of wanneer je voor je gevoel toch al 'te veel' hebt gegeten, ga je meer slechte dingen eten(bijv, chips, koekjes of chocolade).
5. Na dat je veel gegeten hebt braak je, gebruik je laxeermiddelen of vast je voor langere tijd.
6. Je schaamt je voor je eet gedrag.
7. Je houdt voor de buitenwereld verborgen dat je moeite hebt om te stoppen met eten, en eet in gezelschap daarom vaak zo gewoon mogelijk.
het was de bedoeling dat de persoon de hokjes aan kruiste die bij dat persoon van toepassing waren. Je mocht er meerdere kiezen.
Ik heb deze enquête laten invullen door 16 jongens en 45 meisjes.
Dit zijn de uitslagen van de enquête:
17 meisjes en 2 jongens willen graag slanker zijn, en maken dagelijks voornemens over wat je mag eten van jezelf, en wat niet.
6 meisjes staan meer dan 3x per week op de weegschaal.
15 jongens en 22 meisjes houden zich helemaal niet bezig met eten, als het maar lekker is.
7 meisjes voelen zich rot als ze voor hun gevoel toch al te veel slechten dingen hebben gegeten en gaan meer slechten dingen eten.
2 meisjes braken, gebruiken laxeermiddel of vaste voor een langere tijd als ze veel gegeten hebben.
5 meisjes schamen zich voor hun eetgedrag.
3 meisjes houden voor de buiten wereld verborgen dat ze moeite hebben om te stoppen met eten en eten in gezelschap daarom zo normaal mogelijk.
7.SamenvattingIn dit hoofdstuk vat ik mijn hoofdstukken samen, en probeer ik antwoord te geven op de vraag: komen er eetstoornissen voor onder leerlingen van het Hilfertsheem Beatrix.
Eetstoornissen zijn psychische stoornissen die het eetpatroon van mensen verstoren. Patiënten zijn erg bezig met hun gewicht en lichaamsvorm, en zijn erg angstig om aan te komen of juist af te vallen. Daarom gebruiken deze mensen regelmatig laxeermiddelen of braken ze na elke maaltijd.
De meest voorkomende en waarschijnlijk ook bekendste vorm van eetstoornissen is Anorexia, voluit Anorexia Nervosa. Een andere veel voorkomende eetstoornis is Boulimia Nervosa. Ook Binge Eating Disorder is een eetstoornis.
Erkennen dat je eetproblemen hebt, is de eerste stap naar genezing. Omdat een eetstoornis een verstoord lichaamsbeeld is, is en je het niet graag toegeeft het extra moeilijk vast te stellen. Maar als het eten je gaat beheersen en je geen controle meer hebt over je eetgedrag, dan noemen we dat een eetprobleem.
Voor jongens is het erg moeilijk om er voor uit te komen dat ze een eetstoornis hebben omdat bijna niemand verwacht dat een jongen lijd aan een eetstoornis wat voor de meeste mensen eigenlijke toch wel meiden ziekte is. Eetstoornissen komen dus wel voor bij jongens en mannen.
De persoon geeft op verschillende gebieden signalen af, zodat men kan herkennen dat deze persoon een eetstoornis heeft. Borsten, buik, benen en dijen, worden daarbij vaak als lelijk beschouwt. Moeilijke constructies kunnen ze niet meer volgen omdat de concentratie steeds minder wordt.
Via de enquête ben ik op het antwoord van mijn hoofdvraag gekomen. Het antwoord is: ja, er komen eetstoornissen voor onder leerlingen van het Hilfertsheem Beatrix.
8.Evaluatie In dit hoofdstuk vertel ik hoe het maken van dit werkstuk is verlopen en wat ik er van vond.
Ik vond het heel interessant om een werkstuk over eetstoornissen te maken, omdat veel mensen er niet zo veel van af weten, en je ze zo iets kan leren.
Ik vind zelf dat ik wel iets eerder had mogen beginnen, want ik begon wel meteen maar stopte na 1 hoofdstuk en ben toen in de laatste 3 weken heel hard aan het werk gegaan om het af te krijgen.
Er is gemakkelijk heel veel informatie te vinden op het internet en in boeken dus het informatie zoeken en verwerken in mijn werkstuk verliep eigenlijk wel makkelijker dan ik van tevoren had gedacht.
In het begin hadden mijn vakdocent en ik niet zo heel veel contact, maar toen ik eenmaal bezig was hebben we heel veel heen en weer gemaild over het werkstuk en de informatie. Dus namaten het werkstuk meer werd werd het contact ook beter, want dan heb je iets om over te bespreken. Het werkstuk hebben we ook besproken in de zorg en welzijn lessen.
De uitleg van meneer Breveld was heel duidelijk, hij heeft het stap voor stap uitgelegd waardoor ik, als ik had door gewerkt vanaf het begin, mee had kunnen werken, en hij dan precies op het moment dat ik uitleg over het volgende nodig had, die het ook gaf. Nu had ik eerst alle uitleg, en ging ik het dan pas maken.
Ik heb met veel plezier aan dit werkstuk gewerkt.
Bronnen lijst:
Voeg een eigen bronnen lijst toe.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.