geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Experiment: geen Twitter, mail en Whatsapp meer voor Nina. Wel faxen, brieven in enveloppen en ouderwetsch bellen.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

Mehmetali Kilinc [meer]

Datum ingestuurd:

21 april 2009

Taal:

Woorden:

2.300

Bekeken:

11801 keer (110 deze maand)

Waardering:

3.5/5 (48 stemmen)

Deel op:

  • Door Maartje (4 vwo) op 31-01-2012
    Dit is wel een erggggg lange samenvatting...
  • Door anoniem. op 07-11-2010
    heel erg handig. wij hebben er so over, kun je die ook ergens oefenen?
  • Door Sultan op 24-04-2009
    Heel erg bedankt...
3.1 De opkomst van de islam
In 610 n.C. wilde de Arabische koopman Mohammed zich in wanhoop van en bergtop afwerpen. Halverwege de berg hoorde hij een stem uit de hemel: ‘Mohammed! Jij bent de gezant en ik ben Gabriël’. Zo begon een nieuwe godsdienst die in korte tijde grote delen van de wereld zou veroveren.

De profeet
Het Arabische schiereiland was een onherbergzaam woestijngebied, waar nomaden een harde strijd om het bestaan voerden. Rond 600 grensde het aan twee hoog ontwikkelde wereldrijken: het Perzische rijk en het Oost-Romeinse of Byzantische rijk. Mekka is in een oase gebouwd, dat op de karavaanroutes lag tussen de Middellandse Zee, Oost-Afrika en India. In de 7e eeuw was het een welvarend handelscentrum. De stad stond bekend om de Ka’ba, een eeuwenoud granieten, kubusvormig heiligdom, met daarin een reusachtige zwarte steen. De Arabieren kwamen erheen om hun goden te vereren. Hier woonde Mohammed toen hij in 610 op de berg Hira een visioen kreeg. Vanaf die dag tot zijn dood in 632 kreeg Mohammed visioenen waarin hij God meende te horen spreken. Zijn volgelingen leerden uit hun hoofd wat de profeet reciteerde en na zijn dood werden ze opgeschreven in de Koran. Zo ontstond de islam.

Moslims, joden en Christenen
De islam is een monotheïstisch godsdienst dat in de 7e eeuw is gesticht in Arabië. De islam had belangrijke overeenkomsten met het Jodendom en de christendom:
• Ze leerden alle drie dat er één allemachtige god is, die via een heilige boek kan worden gekend.
• Ze geloofden in een individu leven na de dood, waarin de goeden/slechten worden gescheiden.
• Ze moesten niet alleen in god geloven, maar hem ook te eren door goed te leven.

Volgens de koran was Allah dezelfde die zich eerder via Mozes aan de joden en via Jezus aan de Christenen had bekendgemaakt. Ook Mozes en Jezus waren Gods profeten, waarvan Mohammed de hoogste was. De joden waren nakomelingen van Abrahams zoon Izak, de Arabieren van Abrahams zoo n Ismaïl. Op een nacht zou een magisch paard Mohammed naar Jeruzalem hebben gevlogen. Op de Tempelberg zou de profeet zijn begroet door Abraham, Mozes en Jezus. Daarna zou hij langs een ladder naar de hemel zijn geklommen, waar God hem zei dat moslims vijf keer per dag tot hem moesten bidden.

Islamitische veroveringen
De islam richtte zich tot de hele mensheid. De moslims waren verplicht om de islam te verbreiden (jihad). Mohammed werd in 622 verdreven uit Mekka en vestigde zich in Medina, een gebeurtenis die het begin is van de islamitische jaartelling. Na Mohammed's dood breidden zijn opvolgers, de kaliefen, de islam in adembenemd tempo uit tot in het Perzische Rijk (Iran/Irak). Op het Byzantische Rijk werden Syrië, Palestina en Egypte veroverd. Na 650 viel de expansie door een opvolgingsstrijd stil, maar in 660 trokken ze ver in Centraal-Azië en Noord-Afrika. Constantinopel(hoofdstad van het Byzantijnse rijk) hield stand. In 711 staken de moslims over naar Spanje, waar ze tot het hart van het Frankische rijk doordrongen. Daar werden ze in 732 bij Poitiers aan de Loire teruggeslagen, waarna ze zich terugtrokken achter de Pyreneeën.
In Spanje werden de moslims geleidelijk teruggedrongen en in 1492 definitief verdreven. Maar de Turken hadden het Byzantijnse rijk geleidelijk veroverd. In 1453 viel Constantinopel. Daarna verbreidde het Turkse Ottomaanse rijk de islam op de Balkan.

Culturele bloei
Hoe waren de Arabische veroveringen mogelijk? Deze ‘ruitervolkeren’ waren militair superieur door de snelheid waarmee ze zich verplaatsten en door de hardheid en taaiheid. Verbonden door het geloof keerden ze zich met een heilige opdracht tegen de ongelovigen. Wie in de jihad sneuvelde, ging rechtstreeks naar het paradijs. De Arabische expansie werd verder bevorderd doordat het Perzische en Byzantijnse rijk bij de dood van Mohammed door interne oorlogen waren verzwakt.
De moslims stonden het heidendom niet toe maar waren tegenover ‘de volkeren van het boek’ opvallend tolerant.

3.2 Hofstelsel en horigheid
In vergelijking met de islamitische wereld maakte Europa in de vroege middeleeuwen een armzalig indruk. Van het Romeinse rijk waren slechts ruïnes over. de gekrompen bevolking leefde op het platteland. In kleine eenheden die vrijwel volledig zelfvoorzienend waren.

Verval
Ook in het Romeinse rijk woonden de meeste mensen op het platteland. de meeste steden hadden niet meer dan 10.000 inwoners, grote provinciehoofdsteden als Lyon en Trier hadden er 50.000. alleen Rome stak er met meer dan 1 miljoen inwoners ver bovenuit. Steden waren de centra van waaruit het rijk werd georganiseerd, van waaruit de handel en de nijverheid werden bedreven en waar de cultuur bloeide. Na de splitsing van het Romeinse rijk ging West-Europa ten onder in chaos en geweld. In het Oost-Romeinse rijk beleef de landbouwstedelijke (agrarisch-urbane) samenleving bestaan.

Een karig bestaan
De West-Europese economie was in de jaren 500-1000 vrijwel volledig agrarisch. De handelaren en ambachtslieden waren samen met de steden verdwenen.
Autarkisch: De mensen leefden van de opbrengst van het eigen land en consumeerden het grootste deel zelf.
De boeren werden overheerst, onderdrukt of zelfs geterroriseerd dor de adellijke heren van wie ze afhankelijk waren.

Halfvrije boeren en heren
In West-Europa bleven in de vroege middeleeuwen vrije boeren en slaven bestaan, maar de meeste mensen gingen op in de nieuwe klasse van de horigen (boer met grond van hun heer, mocht zijn grond niet verlaten zonder toestemming). In de 4e eeuw daalde de agrarische productie dramatisch. Om een verdere daling te voorkomen, werd het boeren verboden hun grond te verlaten. Hierbij groeide de onvrijheid en de onveiligheid.
Boeren zagen zich gedwongen zich onder bescherming te stellen van grootgrondbezitters. In ruil voor die bescherming gingen ze allerlei verplichtingen aan.
Zo ontstond het hofstelsel; daarbij had de heer een domein (landgoed) die verdeelt was in twee delen, één deel voor hemzelf (vroonland) met hoofdgebouw, molen, brouwerij, opslagschuren.
Tweede deel was voor de boeren, die een hoeve hadden (boerderij + land) met weiden voor ’t vee. Daar stonden verplichtingen tegenover, vaak in de vorm van herendiensten. Boeren moesten een of meer dagen per week op het land van de heer werken, of voor hem werken als bijvoorbeeld smid of timmerman. Vrouwen moesten nogal eens spinnen of weven. Ook kwam het geregeld voor dat horigen eieren en graan leverden of andere betalingen in natura deden. Het hofstelsel was overheersend in Europa, maar tussen de domeinen bestonden verschillen qua
omvang van de domeinen of hoven, de verplichtingen van de boer en de heer, enz.

3.3 Het feodale stelsel
In 800 kroonde de paus de Frankische koning Karel de Grote tot keizer. Karel zou als heerser over de gehele westerse christenheid de opvolger zijn van de Romeinse keizers. Maar het verschil met de Romeinen was enorm. In de plaats van de verdwenen Romeinse overheid kwam een nieuw bestuursysteem, dat daarvan grondig verschilde: het feodale stelsel.

Vazallentrouw
De Romeinse staat zorgde in Europa drie eeuwen lang voor vrede, orde en veiligheid. De nieuwe Germaanse machthebbers hadden soms grote rijken, maar hun feitelijke gezag was vaak niet groot. Omdat er geen goede wegen meer waren, konden ze maar in een beperkt gebied gezag hebben. na 500 konden alleen de geestelijken nog wetten en regels schrijven omdat alleen zij konden lezen en schrijven. Koningen waren daarom afhankelijk van lagere heren, die hun trouw moesten zweren. Die lagere heren waren weer afhankelijk van schare getrouwen, die vaak alleen maan aan hem bonden voor bescherming, hoop op oorlogsbuit of andere voordelen.

Vanaf de 8e eeuw het feodalisme: een systeem om een groot rijk te kunnen regeren, dat verdeelt moest worden in kleinere eenheden. De leenheer geeft de grond leen aan één of meerdere leenmannen (vazal). In ruil zwoer de vazal dat hij zijn leenheer zijn leven lang trouw met raad en daad zou dienen.

Karolingers
Het feodale stelsel kwam voor het eerst tot bloei in het Frankische rijk van Karel de Grote. Het Frankenrijk was het grootste koninkrijk dat op de ruïnes van het Romeinse rijk was ontstaan. De Germaanse Franken hadden in de 3de eeuw in Gallië (Belgisch-Frans grensgebied) wat koninkrijkjes gesticht. Clovis (één van de Germanen) onderwierp in 500 na veroveringstochten bijna geheel Gallië. Na zijn dood werd Frankenrijk verdeeld over zin zoons, maar het viel niet definitief uiteen. In de 8e eeuw had het weer een serie sterke heersers: Karel Martel (719-741), zijn zoon Pippijn de Korte (741-768) en vooral zijn kleinzoon Karel de Grote (768-814). Karel werd de machtigste Europese vorst van de vroegere middeleeuwen. Hij bezat Frankrijk, België, Nederland en een stukje Duitsland maar breidde het uit tot heel Duitsland, stukken Slavisch gebied , Pyreneeën- en Alpengebied, Noord-Italië en stukje Balkan. Karel bracht veel ridder op de been, door technische verbeteringen werden voor het eerst in Europa ridders te paard superieur aan het voetvolk. (ridder= Adellijke ruiter)

Door de dure verbeterde ruiteruitrusting die alleen de adel kon betalen, gaf Karel hen grond te leen van vaak overwonnen gebieden, om de adel aan zich te binden. Karel verdeelde zijn rijk in een paar honderd districten (gouwen), die elk een graaf of hertog aan het hoofd kregen. Ze moesten namens hem in hun gebied recht spreken, besturen, mannen onder de wapenen roepen enz. in ruil kregen ze hun ambt in leen + bijbehorende burcht, belastingrechten en domeinen.

Versnippering
In principe was de grond of het ambt geleend tot de heer of zijn vazal dood ging. Maar de vazallen gingen hun leen zien als erfelijk bezit en probeerden het aan hun kinderen door te geven. In de 9e eeuw gingen zij zelf land en ambten in leen uitgeven en ook die lenen werden erfelijk . het gevolg was dat rond het jaar 1000 in grote delen van Europa de feitelijke macht in handen was van kleinere kasteelheren.

3.4 Christendom in Europa
De verovering van Karel de Grote bevorderden ook de verbreiding van het Christendom. Toch verliep de expansie van het christendom in vergelijking met die van de islam verbazingwekkend traag. De overgang van Europa tot het christendom duurde meer dan duizend jaar.

In het gedrang
Volgens de bijbel wou Christus dat zijn volgelingen alle volkeren tot zijn leerlingen maakten, en te dopen in zijn naam. Dat was een plicht voor de christenen van naastenliefde. Het Germaanse heidendom had tegenover deze geloofsijver weinig te stellen. Het kende geen zendingsdrang en had niet één, vastgelegd geloof: alle stammen hadden eigen goden, rituelen en taboes. Toch raakte het Christendom in West-Europa na de splitsing van het Romeinse rijk (395) in het gedrang. In Brittannië, dat werd aangevallen door Germanen, verdween het Christendom naar Ierland.

Ommekeer
In 496 won Clovis, de Frankische krijgsheer, een veldslag tegen de Germanen met hulp van God van de Christenen.
Redenen voor bekering van Clovis, koning de Franken rond 500:
• Mensen in de kerk zijn alfabeten, en dus te gebruiken voor bijvoorbeeld ambtenaren.
• Overwonnen volkeren waren christelijk, door zijn bekering accepteren zij het gezag van Clovis.
• De gewonnen veldslag, onder het teken van het kruis van God.

Clovis en zijn opvolgers bevorderden in het Frankenrijk het Christendom (verwijderen van afgodsbeelden). Koning Childeric verbood alles wat met Heiden te maken had. Omdat god zich beledigd zou voelen . Ierse monniken brachten het christendom rond 600 naar Brittannië, en tegelijkertijd begon de paus de kerstening vanuit Rome te bevorderen, met Frankische hulp ook nar Brittannië.
Kerstening is het bekeren van mensen tot het Christendom. Nadat Brittannië bekeert was verbreidden de Angelsaksische zendelingen het geloof verder. De paus stuurde Willibrord maar de Friezen, en zijn landgenoot Bonifatius naar Duitsland, de kerstening ging moeizaam; in het zuiden rukte de islam op, in het noorden verzetten de Saksen zich, en in 754 werd Bonifatius vermoord door de Friezen bij Dokkum.
Karel de Grote wou dat de Friezen en de Saksen zouden bekeren, en stuurde Lebuïnus, Lebuïnus dreigde dat Karel hun gebied ging verwoesten als ze zich bleven verzetten, en nadat in 722 Lebuïnus’ Kerk in Deventer in brand werd gestoken, viel Karel de Grote de Germanen aan. Na dertig jaar wrede oorlogen, behaald Karel in 804 de overwinning op de Saksische leider Widukind. Hij mocht alleen blijven leven als hij zich liet dopen.

Naar het oosten en noorden
Na de dood van Karel de Grote, kwam het Christendom in gedrang door Vikingen en Hongaren. Maar dankzij sterke Duitse keizers sloeg in de 10de eeuw het christendom terug, waardoor het christendom zich verbreidde van IJsland Polen, Denemarken tot Rusland, in het westen was nou de bisschop van Rome, de paus uitgegroeid tot leider van de kerk, terwijl in het oosten de keizer en de patriarch van Constantinopel de plaats innam.

AANTEKENINGEN HOOFDSTUK 3
Middeleeuwen: 500-1000 v.C. (de vroege middeleeuwen)
Redenen voor de ondergang van het West-Romeinse Rijk:
- De grensbewaking werd steeds meer overgelaten aan Germaanse stammen, tijdens conflicten zijn dat onbetrouwbare bondgenoten.
- Vanuit het oosten komen van allerlei steppe volkeren naar het westen (Hunnen). Dit leidt in West-Europa tot volksverhuizing
- De Romeinse Keizer reageert niet op deze aanval, volksverhuizingen
Gevolgen West-Romeinse Rijk:
1) Politiek: het ene Romeinse Rijk is vervangen door allerlei koninkrijken van verschillende volkeren
2) Economie: de handel verdwijnt dus ook de steden, men valt terug op zelfvoorzieningen.
3) Cultuur: verdwijnt grotendeels.

• Clovis/Franken
Redenen voor de bekering van Clovis (500)
- Mensen van de kerk zijn alfabeten en dus te gebruiken als ambtenaren.
- Overwonnen volkeren waren Christelijk, door zijn bekering accepteren zij het gezag van Clovis.
- Invloed van zijn Christelijke vrouw
- De gewonnen veldslagen onder het teken van het kruis.
Door bekering van Clovis blijft de basis voor culturen bestaan.

Economie in de middeleeuwen (500-1500)
Domein/hofstelsel
Autarkie
Drieslagstelsel
Sociale groepen: heer/adel => pastoor/geestelijkheid => Horigen,vrije boeren => boeren






Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.