Geschreven door: | Sorey. (6 vwo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 16 maart 2009 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.900 |
Bekeken: | 8892 keer (3 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Paragraaf 1.1: Een vroeg verstedelijkte samenleving.Rond het jaar 1000 was Holland nog een grotendeels onbewoonbaar gebied, met hier en daar wat nederzettingen en verder was het 1 groot moeras bestaande uit metershoge veenlagen die bestonden uit verteerde plantenresten en water.
Rond 1300 was de ontginning van het veen bijna voltooid en waren er zelfs kleine steden ontstaan.
In de 14e en 15e eeuw raakte Holland in crisis, landbouw werd steeds lastiger doordat de veenbodem inklonk en land tot onder de zeespiegel zakte. Hierdoor werden grote delen van Holland verwoest en verlaten, waar nog wel mensen leefden waren soms overstromingen die dorpen vernietigden. Doordat er een landbouwcrisis heerste kwam de urbanisatie op, veel mensen trokken naar de steden die ondanks de pestepidemie nog steeds groeiden. Rond 1500 was Holland zelfs het meest verstedelijkte gebied in Europa.
Bij gebrek aan landbouw gingen de mensen zich op de handel, visserij, scheepvaart en nijverheid storten.
De Hollandse en Zeeuwse steden ontwikkelden zich en profiteerden van hun ligging op kruispunten van handelsroutes. Er ontstonden ook steden die zich als stapelmarkt ontwikkelden. Hier werden goederen uit alle landen opgeslagen en weer verder gehandeld. Er werden nu vooral bulkgoederen als graan, hout en wol vervoerd.
Hollandse vissers gingen op een groot aantal rivieren, meren en op zeeën vissen. Door onder andere de haringbuis konden veel vissen worden gevangen en nam de export van vissen toe.
Door de toenemende handen en visserij nam ook de nijverheid toe. Er kwamen trafieken (bedrijven die grondstoffen bewerken), de bouwnijverheid en de textielnijverheid namen toe en er kwamen bierbrouwerijen.
Toch bleef Holland achter: in het begin van de 16e eeuw het had minder inwoners, de mensen waren niet rijk, er waren geen grote kooplieden en de productie van broodgraan (het grootste uitvoerproduct) bleef afnemen. Hierdoor moest Holland meer gaan invoeren en werd het brood steeds duurder.
Gedurende de 16e eeuw liep Holland weer in en werd de voedselvoorziening 1 van de sterkste. Holland bleef gespaard voor de Malthusiaanse spanningen. Dit betekent dat de bevolking sterker stijgt dan de voedselproductie. Hierdoor is er meer vraag naar voedsel, maar kan de voedselproductie niet bij bleven. Mensen gaan minder luxe producten kopen en er ontstaat werkloosheid in de nijverheid. Uiteindelijk zouden er mensen gaan sterven totdat er een bevolking ontstaat die wél gevoed kan worden.
In de rest Europa kwamen er wel grote voedseltekorten, in Holland steeg de bevolking wel maar niet zo hard als ergens anders. Hierdoor werd Holland zelfs het land met de laagste graanprijzen.
Paragraaf 1.2: Opkomst van Holland.Door de dalende graanproductie in Holland zorgde ervoor dat Hollandse kooplieden naar verre landen gingen, al rond 1500 voeren Hollandse schepen op de Oostzee. Hier was het graan goedkoop omdat de grond van de adel was die de mensen voor lage lonen op zijn grond liet werken. Maar om van de Oostzee naar Holland te komen moesten er wat problemen overwonnen worden:
Vooral de vijandschap van Hanzesteden, die zagen het gebied als “van hun” en wilden de Hollanders eruit weren. Daardoor vocht Holland tussen 1438 en 1544 vier Sontoorlogen om door de Sont te komen en aar de Oostzee te gaan.
De handen in de Oostzee werd ondertussen steeds belangrijker, in de jaren 1560 werd er al meer aangevoerd dan nodig om de hele Hollandse bevolking te voeden. Om de graan te kunnen halen in de Oostzee moest Holland ook aan andere producten komen, hierdoor ontstond een zogenoemd internationaal handelsnetwerk. Zout werd in Spanje, Portugal en Frankrijk gehaald; wijn in Frankrijk en Duitsland; wol voor de textiel in Engeland. De Noord-Hollanders gingen vooral naar de Oostzee, Zeeuwse en Zuid-Hollandse schepen naar het Iberisch Schiereiland, Frankrijk en Engeland.
Later werd ook Oost-Europa belangrijk, hout en daarvan afgeleide producten werden daarvandaan gehaald. Holland had zelf weinig bossen en dus moesten hout importeren.
De scheepsbouw werd langzaam maar zeker de grootste van Europa, er werden steeds meer en steeds bétere schepen gemaakt. Er kwamen schepen die bulkgoederen snel, veilig en in grote hoeveelheden konden vervoeren. Halverwege de 16de eeuw waren er al schepen die in 1 seizoen naar het Iberisch Schiereiland, de Baltische havens en weer terug kon varen.
De Oostzee was ook belangrijk voor de ervaring, Hollandse en Zeeuwse handelslieden konden ervaring opdoen en doordat veel schepen vergingen op zee werden de risico’s ingeperkt. De kooplieden gingen nu partenrederijeen. Dit waren clubs van allemaal mensen die een deel van het schip bezaten. Dit maakte een expansie van de scheepvaart en economie mogelijk, want er kwamen meer rijke handelslieden.
De landbouw ontwikkelde zich tegelijkertijd ook, er kwam een nieuwe vorm van landbouw. Gecommercialiseerde landbouw. Dit hield in dat boeren producten voor de markt produceerden, in plaats van alleen voor zichzelf. Dit was uniek in Europa, onder invloed van onder andere de urbanisatie groeide de productie. De boeren gingen zich ook steeds meer op andere gebieden toeleggen: tuinbouw, vetweiderij, zuivel en industriële handelsgewassen.
Ook werd de strijd tegen het water steeds vaker gewonnen: de natuur kwam de boeren in de 16de eeuw te hulp. Er begon een ‘kleine ijstijd’ waardoor de zeespiegel daalde. Verder werd het water steeds beter weggepompt, steeds meer polders werden leeggepompt en sommige werden rond 1650 zelfs drooggelegd. De dijken werden ook steeds beter en de boeren verenigden zich in de waterschappen. Waterbeheer werd overgenomen door waterschap en zorgde ervoor dat de boeren konden investeren. Dat er deze ‘landbouwrevolutie’ plaatsvond komt ook doordat de adel slechts kleine delen van het land bezat en relatief weinig macht had.
Paragraaf 1.3: de val van Antwerpen.Brabant en Vlaanderen zijn altijd al een belangrijk geweest voor de internationale handel en Brugge was 1 van belangrijkste handelscentra in de wereld. In de laatste kwart van de 15e eeuw raakte Brugge in een oorlog en nam Antwerpen Brugge’s plek over. Kooplieden uit heel de wereld kwamen naar Antwerpen om te handelen en Antwerpen had overal goede handelsroutes lopen.
Rond 1500 vond er een verschuiving plaats, vroeger waren altijd alle producten uit Azië via Italië binnengekomen maar sinds kort hadden de Portugezen een directe zeeroute naar Indië (Zuid- en Zuidoost Azië) werden de Portugezen belangrijker. Antwerpen profiteerde omdat de Porutgezen besloten om hun producten daar naar toe te brengen.
Antwerpen maakte in de eerste helft van de 16e eeuw een grote bevolkingsgroei door. Het inwoneraantal steeg naar 1000 duizend en Antwerpen werd het centrum en het financiële hart van de wereldhandel. Rond 1550 had de stad ruim 80 procent van de export van de Nederlanden in handen. Ongeveer twintig keer zoveel als Amsterdam, wat tweede stond.
Maar door de ontwikkelingen in het Spaans-Hasburgse rijk kreeg Antwerpen problemen. Spanje ging door de verschuiving van de handel naar het Westen meer gebieden veroveren en hiervandaan werd steeds meer zilver aangevoerd. De Portugezen verloren hun belangstelling voor Antwerpen en het zilver in Midden-Europa en verhuisden naar Sevilla.
Verder hadden kooplieden in Antwerpen veel leningen aan Spanje, maar ging Spanje failliet. Hierdoor gingen dus automatisch ook veel kooplieden failliet.
Daar bovenop kwam de handel met Italië ook nog eens tot een halt omdat Italië in een spiraal van chaos, verarming en geweld terecht was gekomen.
Maar de uiteindelijke nekslag was de Nederlandse Opstand. Spanje moest een strijd voeren tegen deze opstandelingen en hierdoor ging Spanje wéér failliet. Ook in 1575 werden veel kooplieden mee geslopen.
Verder kwamen er opstanden in het Spaanse leger omdat die niet meer betaald werden, in 1576 leidde het zelfs tot een plundering van Antwerpen. Antwerpen sloot zich aan bij de opstand maar viel in 1585 weer in Spaanse handen. Doordat Spanje weer meer macht kreeg vluchtten veel kooplieden naar het Noordelijkere Nederland. De bevolking man in 4 jaar weer af tot 42 duizend en de Hollanders en Zeeuwen sloten de toegang tot Antwerpse haven af. Dit hielden ze tot 1795 vol en hierdoor kon Antwerpen zich niet meer herstellen. Verder speelde de tachtigjarige oorlog zich vooral in het Zuiden van Nederland zich af. De rest van Nederland bleef dit bespaart.
Toch was de verschuiving van de handel richting naar het Noorden al eerder begonnen, Amsterdam kwam mede door de grote graanproductie snel op. Aan het einde van de 16de eeuw had Amsterdam een groot deel van de Oostzee in handen. Toch bleef Amsterdam (en de rest van Holland) nog achter, ze waren kleiner en verloren hun invloed in de nijverheid. De val van Antwerpen bracht hier de ommekeer, veel kooplieden trokken naar het Noorden en namen hun kennis en geld mee. Holland kon uitgroeien tot het centrum van het handelskapitalisme en Amsterdam tot belangrijkste stad.
Paragraaf 1.4: Een versnipperd land.In de 16de eeuw was er in Nederland weinig tot geen sprake van centralisatie, mensen voelden zich meer verbonden met dorp, stad of streek dan met hun land. Het centrale bestuur in Brugge was voor veel mensen ver weg.
Toch waren in de 15e eeuw de Bourgondische vorsten begonnen met de vormingen met een centraal, Karel V ging hiermee verder. Hij vormde de Raad van State , de Raad van Financiën en de Geheime Raad. Die 3 centrale besturingsinstelling werden in feite de regering. Ook was er nog de Gewestelijke Staten, waaraan de vorsten toestemming moesten vragen voordat ze belasting mochten heffen.
In 1542 wilde de Raad van State centrale belastingen invoeren. Onder meer met accijnzen. Er kwamen uiteindelijk wel accijnzen maar niet op een centrale manier. De Gewesten regelden het zelf.
Filips probeerde later de Tiende Penning in te voeren, een heffing van 10 procent op alle handelstransacties. Dit werd een groot fiasco, de gewesten vochten er met succes tegen. Het bleek alleen olie op het vuur van de Opstand te zijn.
De Republiek ontstond in 1588 uit de Opstand tegen de Spaanse koning, kreeg geen sterk centraal bestuur. De nieuwe staat had zelfs geen eens een door iedereen erkende vorst. De gewesten werden zelf soeverein en opnieuw mislukt een plan van gezamenlijke belastingen. De gewesten voerde zelf een economisch beleid, wat de rest er ook van vond.
De republiek bestond uit steden die vooral hun eigen belang verdedigden (en hun privileges), er waren barrières voor binnenlandse handel en steden als Dordrecht verzetten zich tegen directe vaarverbinding met Amsterdam en Rotterdam. De steden beconcurreerden elkaar ook en probeerde de industrieën binnen hun gebieden koste wat het kost behouden. Boeren werden verzocht om alleen op de plaatselijke markt hun producten te verkopen en de gilden beschermen tegen concurrentie. Een gilde is een samenwerkingsverband tussen ambachtslieden. Ambachtslieden moesten zich hier wel bij aansluiten omdat ze anders hun producten niet mochten verkopen.
Er waren grote verschillen binnen de Republiek, vooral tussen kustprovincies en landprovincies. In Overijssel, Gelderland, Drente en delen van Utrecht was er bijna geen gecommercialiseerde landbouw en produceerden de boeren vooral voor zichzelf. In de hogere delen van Nederland waren ook minder steden en had de adel meer macht.
Toch was de Republiek wel economisch verbonden en kwam de Republiek vaak voor het algemene belang op. Daar speelden de handelsbelangen een grote vooral.
Ten eerste omdat het bestuur van de steden werd geregeerd door koopliedenregenten. Die bestuurders waren, door onder andere familiebanden, verbonden met elkaar. Het bestuur bestond sowieso alleen uit welgestelde burgers en benoemden ze vaak elkaar. Bezit was volgens hun een onmisbare voorwaarde om te besturen.
Met name Holland werd vanaf de 15e eeuw steeds meer een eenheid. De verschillen werden overbrugd en er ontstond een overlegcultuur met compromissen. Omdat niemand zijn wil kon opleggen werden ze eigenlijk wel gedwongen om compromissen te sluiten.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.