Geschreven door: | Robin (3 havo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 20 september 2005 |
Taal: |  |
Woorden: | 450 |
Bekeken: | 25511 keer (559 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
naamvallen groep 1 groep 2
M V O MV M V O MV
1 der die das die 1 ein eine ein keine
2 des der des der 2 eines einer eines keiner
3 dem der dem den 3 einem einer einem keinen
4 den die das die 4 einen eine ein keine
-1ste naamval:
het onderwerp staat altijd in de 1ste naamval. Het onderwerp vind je door de PV van getal te veranderen. Het onderwerp MOET dan mee veranderen
vb: Dieser mann arbeitet in Amsterdam.
ow. pv
het naamwoordelijk deel van het gezegde staat ook in de 1ste naamval. Het naamwoordelijk deel van het gezegde is hetzelfde of zegt iets over het onderwerp. Het staat bij de koppelwoorden:
sein, werden, bleiben.
vb: Der mann ist ein guter Arzt
ow. pv naamwoordelijk deel
-3e naamval:
het meewerkend voorwerp staat ALTIJD in de 3de naamval. Je kunt in het Nederlands aan of voor voor het meewerkend voorwerp zetten of weglaten, zonder de betekenis van de zin te veranderen. Je krijgt soms een beetje krom nederlands.
vb: Der Schüler öffnet dem Lehrer die Tür.
meewerk. vw.
voorzetsels + 3e naamval
mit
nach
bei vb: Er wohnt bei seiner Mutter.
seit +3
von Seit einem Monat ist er krank.
zu +3
ausser
aus
entgegen
gegenüber
gemäss
zuwider
werkwoorden + 3e naamval
begegnen
danken
folgen vb: Er gratuliert dem Mädchen zum Geburtstag.
gefallen +3
glauben
gratulieren
helfen
-4e naamval
het lijdend voorwerp staat altijd in de 4e naamval. Het lijdend voorwerp is het antwoord op de vraag:
wie of wat + het gezegde + onderwerp?
vb: Ich gebe ihr ein Geschenke.
was geben ich ihr? ein Geschenke
voorzetsels + 4e naamval
durch
für
ohne vb: Warum bist du gegen diesen Vorschlag?
um +4
gegen Das ist für meinen Onkel.
bis
wider
entlang
werkwoorden + 4e naamval
bitten
fragen
lehren vb: Ich fragte den Vater dem Weg.
kosten +4
es gibt
es gab
es hat gegeben
tijdsbepalingen zonder voorzetsel staan in de 4e naamval.
vb: Ich bleibe nur einen Tag.
Seit einem Monat, ist ihr krank.
voorzetsels + 3e of 4e naamval
an
auf deze woorden krijgen de 3e naamval:
hinter * wanneer hele ww. + voorzetsel "zich bevind" of een "rust toestand" uitdrukt.
neben vb: Er sizt auf dem Stuhl.
in * als je kunt vragen Wo? of Wann? dan + 3e naamval
über vb: Sie ist in dem Klassenzimmer.
unter
vor
zwischen
deze woorden krijgen de 4e naamval:
* wanneer het hele ww. + voorzetsel een "ergen komen" of een "beweging of richting naar een doel" uitdrukt.
vb: Er ging in den garten
* als je kunt vragen Wohin?
vb: Ich lege das Messe euf den Tisch.
Kun je bovenstaande regels NIET toepassen, dan volgt na auf en über de 4e naamval en na de rest de 3e naamval.
vb: Auf dieser Weise wird es nicht gelingen.
vb: Ich warne dich vor diesem Mann.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.