CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Bij klassieke muziek moet je niet aan je grijze oma denken, maar aan YouTube. 5 tips van Lucas en Arthur Jussen.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

didii (2 havo)

Datum ingestuurd:

30 november 2008

Taal:

Woorden:

450

Bekeken:

2370 keer (32 deze maand)

Waardering:

4.0/5 (16 stemmen)

Deel op:

  • Door stephen (2hv3) op 01-04-2011
    goede tekst met alle onregelmatige werkwoorden
– To be – was/were – been = zijn worden
– To beat – beat – beaten = (ver)slaan
– To become – became – become = worden
– To bet – bet – bet = wedden
– To bite – bit – bitten = bijten
– To blow – blew – blown = blazen
– To break – broke – broken = breken
– To broadcast – broadcast – broadcast = uitzenden
– To build – built – built = bouwen
– To burn – burnt – burnt = verbranden
– To buy – bought – bought = kopen
– To catch – caught – caught = vangen
– To choose – chose – chosen = kiezen
– To come – came – come = komen
– To cut – cut – cut = snijden knippen
– To do – did – done = doen
– To draw – drew – drawn = trekken tekenen
– To drink – drank – drunk = drinken
– To drive – drove – driven = (auto)rijden
– To eat – ate – eaten = eten
– To fall – fell – fallen = vallen
– To feed – fed – fed = (zich)voeden
– To feel – felt – felt = (zich)voelen
– To fight – fought – fought = vechten
– To find – found – found = vinden
– To fly – flew – flown = vliegen
– To forget – forgot – forgotten = vergeten
– To get – got – got = krijgen
– To give – gave – given = geven
– To go – went – gone = gaan
– To grow – grew – grown = groeien
– To hang – hung – hung = hangen
– To have – had – had = hebben
– To hear – heard – heard = horen
– To hide – hid – hidden = verbergen
– To hit – hit – hit = slaan raken
– To hurt – hurt – hurt = pijn doen
– To keep – kept – kept = houden bewaren
– To know – knew – known = weten kennen
– To learn – learnt – learnt = leren
– To leave – left – left = (weg)gaan
– To let – let – let = laten
– To lie – lay – lain = liggen
– To lose – lost – lost = verliezen
– To make – made – made = maken
– To mean – meant – meant = bedoelen betekenen
– To meet – met – met = ontmoeten
– To pay – paid – paid = betalen
– To put – put – put = zetten leggen
– To quit – quit – quit = ophouden(met)

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.