geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Experiment: geen Twitter, mail en Whatsapp meer voor Nina. Wel faxen, brieven in enveloppen en ouderwetsch bellen.

Geschreven door:

noehad (vmbo/havo) [meer]

Datum ingestuurd:

23 september 2008

Taal:

Woorden:

800

Bekeken:

1136 keer (11 deze maand)

Waardering:

4.0/5 (11 stemmen)

Deel op:

  • Door ..... (.........) op 30-10-2011
    snap er helemaal niks van....
B27
Het weer:
3 elementen
• Temperatuur
• Neerslag
• Wind
Dampring : dunne schil van lucht rond de aarde
! weer : de toestand van de lucht op een bepaald plaatse op een bepaald moment.
B28
Weer is heel plaatselijk en veranderlijk
Klimaat:is de gemiddelde weertoestand over een groot gebied en over een langere tij (30á40jr)
B29
Het klimaat: temp: hele jaar koud
Nsl: sneeuw
Tropisch klimaat: temp: hele jaar warm
Nsl: veel regen
Zee klimaat: temp: zomer nooit echt warm, winter nooit echt erg koud
Nsl: hele jaar door regen, maar nooit erg veel
Landklimaat temp: winter koud, zomer heel warm
Nsl: hele jaar regen
Droogklimaat Nsl: heel weinig regen
B30 + 31
Gemiddelde temperaturen
Zelfde plek
Zelfde tijd
B32
Er zijn op aarde grote verschillen in temp. In de tropen is het altijd warm, in de poolstreken bijna altijd koud. De temperatuurverschillen op aarde worden veroorzaakt door een aantal factoren. Die temperatuurfactoren worden in andere Bbn besproken.
De breedteligging: hoe hoger de breedte, hoe kouder
De hoogteligging: hoe hoger op een berg, hoe kouder
De land-zeeverdeling op aarde: langzaam of snel warmer
De wind- en zeestromen: aanvoer van kou of warmte van elders
De ligging van gebergten: wel of niet beschut
B33
Het aardoppervlak is van zichzelf koud. Er is een ‘kachel’ nodig om de aarde te verwarmen. Die kachel is de zon. De breedteligging van een plaats is van grote invloed op de temp. Op hoge breedte, dus in poolstreken, is het koud. Op lage breedte, dus in de tropen, is het warm. Die temperatuurverschillen houden verband met de hoogte van de zon. In de tropen staat midden op de dag de zon heel hoog. In de poolstreken komt de zon nooit ver boven de horizon, de zonnestralen vallen schuin op het aardoppervlakte.
B34
Temperatuurverschillen hebben te maken met de breedteligging en dus met de zonshoogte.
B36
Dichter bij de zon, toch kouder
Zonnestralen verwarmen het aardoppervlak – niet de dampkring
Dampkring wordt van onderaf verwarmd. Warmtebron: de door de zon opgewarmde aardkost. Hoe hoger, hoe kouder: 1000 m stijgen = 6° kouder

B37
Het aardoppervlak bestaat voor een deel uit land en voor een deel uit water. De stralen van de zon vallen dus of land of op water. Dat verschil is heet belangrijk voor de temp. Land word namelijk heel anders verwarmt dan water. Dat verschil is opwarming heeft ook gevolgen voor de temp van de lucht erboven. Boven zee zal de luchtemp. nooit erg hoog en ook nooit erg laag zijn. De zee heeft dan ook een matigde invloed op de temperatuur. Boven land kan de lucht erg warm maar ook erg koud worden. De temp. kan ook heel snel wisselen.
B38
De windrichting heeft veel invloed op de temp. In de Nederlandse winter brengt een noordoosten wind vorst en een zuidwesten dooi. ’s Zomers zorgt de oostenwind in NL voor warmte en de westenwind voor afkoeling. Zeewinden noem je aanlandige winden,(wordt het in de zomer minder warm- verkoeling en winter minder koud- dooi) landwinden noem je aflandige winden.
B39
Als de wind boven de zee langdurig uit één richting waait, dat gaat het zeewater stromen. Er ontstaan zeestromen. Zeestromen kunnen warm zeewater uit de tropen naar de poolstreken voeren. Ze kunnen ook koud poolwater naar warmere streken brengen.
B40
Wind kan warme of koude lucht afvoeren. Bij dat vervoer kan de wind ernstig gehinderd worden door bergen.
B42
Er zin 3 luchtstreken: poolstreken, gematigde zone en tropen.
Breedtecirkels als grenzen
De tropen: hele jaar warm
De gematigde zonde: half jaar koud (winter), half jaar warm (zomer)
De poolstreken: hele jaar koud
Keerkringen = breedtecirkels van 23 ½° NB en ZB die de grenzen vormen tussen tropen en gematigde zone. Poolcirkels = breedteligging van 66 ½° NB en ZB die de grenzen vormen tussen de poolstreken en de gematigde zone.
B44
Bij neerslag zijn 3 dingen belangrijk. In de lucht zit water. 2 vormen: onzichtbaar: waterdamp; zichtbaar: wolken, bestaan uit druppels of ijsdeeltjes. Neerslag heeft verscheidene vormen: bijv. regen, sneeuw, hagel. Neerslag = water dat in vaste of vloeibare vorm uit de dampkring op de aarde neerslaat, het word gemeten in mm of cm. 1 mm = 1 liter water per m².
B45
Neerslag = regen, hagel of sneeuw. Ontstaan neerslag: door opstijgen van de lucht. Lucht die opstijgt koelt af en kan minder water bevatten. Waardoor gaat lucht stijgen?
Bij opwarming stijgt lucht ---> neerslag (bijv. bij de evenaar)
Dalende lucht ---> droogte (Gevolg: woestijn)
Bij een gebergte stijgt lucht.
Loefzijde = windzijde; lucht stijgt ---> neerslag.
Lijzijde = uit de wind; lucht daalt ---> droog, gebied aan de lijzijde ligt de regenschaduw



Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.