ff n studiebreak

Annemieke blikt terug op dat dagenlange surfen van vroeger. Tegenwoordig ben je binnen een half uur klaar.

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

anoniem (3 havo)

Datum ingestuurd:

5 maart 2006

Taal:

Woorden:

1.200

Bekeken:

1124 keer (12 deze maand)

Waardering:

5.0/5 (1 stem)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
1. Geld sparen heeft geen voorrang/geen hoge prioriteit.
Saving money is a hight priority.
2. Hard werken is niet belangrijk.
Working hard isn’t important.
3. Hard werken is niet essentieel/ zeer belangrijk.
Working hard isn’t essential.
4. Ik geloof in veel geld besteden/ uitgeven aan cd’s.
I believe in spending lots of Money on CDs
5. Ik ben er helemaal voor veel geld te verdienen.
I’m all for earning lots of money.
6. Ik zie het nut er niet van in hard te werken voor een goede baan.
I see no point in working hard for a good job.
7. Ik geef niets om geld geven aan goede doelen/ liefdadigheid.
I don’t care about giving Money to charity.
8. Ik vind het belangrijk omdat het je gelukkig kan maken.
I think it is important because it can make you happy.
9. Ik vind het belangrijk aangezien je veel kunt verdienen.
I think it is important as you can earn a lot.
10. Ik houd niet van hard werken, dus vinden mensen me lui.
I don’t like working hard, therefore people think I’m lazy.
11. Ik zie het nut er niet van in geld uit te geven, en dus heb ik geen baan nodig. I see no point in spending money, so I don’t need a job.
12. Nederlanders zijn lang in vergelijking met de Engelsen.
The Dutch are tall compared to the English.
13. De mensen in mijn stad zijn aardiger/ leuker dan Engelsen.
The people in my town are nicer than the English.
14. Ze lijken eigenlijk veel op Engelsen.
They are a lot like the English, really.
15. Amerikanen verschillen van Fransen in veel opzichten.
Americans are different from the French in a lot af ways.
16. Ze zijn minder dom dan de Duitsers.
They are less foolish than the Germans.
17. Mijn vriend lijkt op jouw broer.
My friend looks like your brother.
18. Jouw vader doet me denken aan de president.
Your father reminds me of the President.
19. Mijn buurman doet me denken aan Mr Bean.
My neighbour makes me think of Mr. Bean.
20. Mijn buurman lijkt op mijn leraar Engels.
My neighbour resembles my English teacher.
21. Ik heb er genoeg van nooit eens iets moois te krijgen.
I’m fed up with never getting anything nice.
22. Ik ben het zat/ beu het steeds maar weer te moeten horen.
I’m sick of hearing about it.

23. Ik ben zo jaloers op al haar spullen.
I’m so jealous of all her stuff.
24. Als ik eraan denk hoe egoïstisch ik ben geweest, shockeert dat me.
When I think of how selfish I’ve been, it shocks me.
25. Als ik eraan denk hoe hebzuchtig ik ben geweest, schaam ik me.
When I think of how greedy I’ve been, I’m ashamed.
26. Als ik eraan denk hoe dom ik ben geweest, schaam ik me.
When I think of how silly I’ve been, I’m embarrassed.
27. Als ik eraan denk hoe stom ik ben geweest, vind ik mezelf een dwaas.
When I think of how stupid I’ve been, I feel like a fool.
28. Ik ben trots op mijn cijfers.
I’m proud of my results.
29. Ik ben blij om wat ik gedaan heb.
I’m happy about what I’ve done.
30. Ik ben tevreden met het proefwerk dat ik gemaakt heb.
I’m satisfied with the test I’ve done.
31. Ik vind het erg dat ik je spullen gestolen heb.
I feel bad about stealing your stuff.
32. Het spijt me dat ik het geld gepakt heb.
I feel sorry about taking the money.
33. Ik voel me schuldig dat ik mijn vrienden heb verraden.
I feel guilty about betraying my friends.
34. Goedemiddag, hotel Zeezicht, u spreekt met Alice Kordon.
Good afternoon, Seaview Hotel. Alice Gordon here.
35. Kan ik de heer King spreken?
Can I speak to Mr King, please?
36. Kunt u me doorverbinden met de personeelsafdeling?
Could you put me through to the personnel department?
37. Zoudt u mij het kantoor van de heer Baker kunnen geven?
Could you give me Mr Barker’s office?
38. Is de heer Koontz aanwezig?
Is Mr Koontz in?
39. Blijft u even aan de lijn. Ik zal even kijken of hij er is.
Hold the line, please. I’ll see if he’s there.
40. Een ogenblik, alstublieft.
One moment, please.
41. Ik ben bang dat ik geen gehoor krijg. Een ogenblikje, alstublieft.
I’m afraid there’s no reply. Just a sec, please.
42. Het spijt me, hij heeft het kantoor net verlaten.
I’m sorry, he’s just left the office.
43. Het spijt me, hij is er niet vandaag. / ..., de lijn is bezet.
I’m sorry, he isn’t in today. / …, the line is engaged.
44. Kan ik een boodschap achterlaten?
Could I leave a message?

45. Wanneer is de heer Baker er weer?
When will Mr Barker be in again?
46. Wanneer kan ik hem bereiken?
When can I reach him?
47. Kunt u de heer King zeggen dat ik belangstelling heb voor de baan?
Could you tell Mr King that I’m interested in the job?
48. Zoudt u de heer King kunnen zeggen dat ik onze afspraak moet afzeggen?
Could you tell Mr King taht I have to cancel our appointment?
49. Kunt u het nog eens proberen om drie uur?
Could you try again at three o’clock?
50. Misschien kan hij u terugbellen over ongeveer een uur.
Maybe he can call you back in a hour or so?
51. Ik zal hem laten weten dat u gebeld heeft.
I’ll let him know that you’ve called.
52. Ik zal hem vragen u terug te bellen.
I’ll ask him to call you back.
53. Bedankt voor uw hulp. Dag.
Thank you for your help. Goodbye.
54. Hoe vind ik een vakantiebaantje?
How do I find a holiday job?
55. Hoe vind ik een deeltijdbaan?
How do I find a part-time job?
56. Wat voor werk zou ik kunnen doen?
What sort of work could I do?
57. Zoudt u mij een paar dingen kunnen vertellen over loon en arbeidsomstandigheden?
Could you tell me a few things about wages and conditions?
58. Wat voor persoon zoeken ze?
What sort of person are they looking for?
59. Klinkt werken bij de kapper interessant?
Does working at the hairdresser’s sound interesting to you?
60. Spreekt werken bij de slager je aan?
Does working at the butcher’s appeal to you?
61. Betaalt werken in een supermarkt goed?
Does working in a supermarket pay well?
62. Houdt werken in een supermarkt ook poetsen in?
Does working in a supermarket include cleaning?
63. Mag ik meer dan acht uur per dag werken?
Am I allowed to work for more than eight hours a day?
64. Moet ik nachtdiensten draaien?
Do I have to work night shifts?
65. Wordt er van mij verwacht dat ik op kermisterreinen werk?
Am I expected to work on fairgrounds?
66. Is het wettelijk verboden meer dan acht uur te werken?
Is it illegal to work for more than eight hours a day?

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.