ff n studiebreak

Bankhangende Justine steekt loom haar duim op voor niet-sportende jongeren. Want wie sport er tegenwoordig nou nog?

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

anoniem (4 havo) [meer]

Datum ingestuurd:

17 januari 2006

Taal:

Woorden:

1.000

Bekeken:

987 keer (3 deze maand)

Waardering:

3.0/5 (2 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Basic Idioms

Part 1

1. pre- = voor-

Predict Voorspellen
Prescribe Voorschrijven
Prevent Voorkomen
Premature Voorbarig
Precede Voorafgaan
Predecessor Voorganger
Presentiment Voorgevoel
Prefer Voorkeur geven
Previous Vorige
Precaution Voorzorgsmaatregel
Prejudice Vooroordeel

2. post- = na-

Postscript Naschrift
Posthumous Na de dood
Posterity Nageslacht
Post war Naoorlogs

3. sub- = onder

Submarine Onderzeeër
Subconscious Onderbewust
Subdivide Onderverdelen
Subordinate Ondergeschikte
Subscribe * Onderschrijven * Zich abonneren
Subway Metro, Tunnel
Suppress Onderdrukken

4. super- = bij-, boven-, over-

Superstitious Bijgelovig
Superfluous Overbodig
Superhuman Bovenmenselijk
Supercharge * Overbelasten * Overladen
Insuperable Onoverkomelijk

5. bene- = goed-

Beneficial Goedwerkend
Benefactor Weldoener
Benefit Voordeel
Benevolent Welwillend

6. mal- = slecht-

Malevolent Kwaadwillend
Malcontent Ontevreden
Malnutrition Ondervoeding
Maladjusted Slecht aangepast
Malfunction Slecht werkend
Malice Kwaadaardigheid
Malignant Kwaadaardig

7. pro- = voor- (uit)

Propose * Voorstellen * Aanzoek doen
Prospect Vooruitzicht
Proceed Verdergaan, Doorgaan
Progress Vooruitgang
Propel Voortstuwen
Protagonist Voorstander
Prophecy Voorspelling
Provide Voorzien van
Provision Voorziening

8. trans- = door-, over-

Transfer Overbrengen
Transition Overgang
Transatlantic Over de Oceaan
Transmit Verzenden
Transparant Doorzichtig
Transcript Overschrift, Kopie

9. ex-, e- = uit-

Exclude Uitsluitend
Emit Uitstralen
Expel Verbannen
Extract Uittreksel, Uittrekken
Excel Uitblinken
Expand Uitzetten, Uitbreiden
Extend Uitstrekken
Exceed Overschrijden
Execute Uitvoeren

10. inter- = tussen-, onderling-

Intervene Tussen beide komen, Ingrijpen
Interval Tussenpauze
Interrelate Met elkaar in verband brengen/ zijn
Intermediate Tussenpersoon
Interfere Bemoeien
Intercept Onderscheppen

11. con- = samen-, erbij-

Contract Samentrekken
Concur Samenvallen
Convention Samenkomst, Bijeenkomst
Conspiracy Samenzwering
Congregate Samenkomen

12. dis- = on-, ont

Discourage Ontmoedigen
Dissuade Ontraden
Disconnect Verbreken, Ontkoppelen
Disarm Ontwapenen
Disbelieve Niet-gelovig, Betwijfelen
Discord Onenigheid
Disabled Niet in staat zijn tot
Dissent Oneens zijn
Disinterested Belangenloos
Disproportionately Onevenredig

13. counter- = tegen-

Counterattack Tegenaanval
Counteract Tegengaan
Counterbalance Opwegen tegen
Counterproductive Averechts
Counterpart Tegenhanger

14. en- = ver-, - maken

Enrich Rijk maken, Verrijken
Enlarge Vergroten, Groter maken
Enable In staat stellen
Encourage Aanmoedigen
Endanger In gevaar brengen
Enforce * Versterken * Afdwingen
Enrage Woedend maken
Ensure Verzekeren, Zeker maken
Entrust Toevertrouwen
Endure * Verduren * Verdragen
Entail Iets met zich meebrengen
Embody * Belichamen * Omvatten
Infuriate Woedend maken
Imprison Gevangen nemen

15. out- = ‘meer’ dan…

Outweigh Zwaarder wegen
Outlast Langer duren
Outlive Langer leven
Outnumber Groter in aantal, In aantal overtreffen
Outstay Langer blijven
Outdo Overtreffen

16. over- = te…

Overcharge Teveel berekenen
Overestimate Overschatten
Overpay Teveel betalen
Overreach Te ver gaan
Oversleep Zich verslapen
Overstate Overdrijven (met woorden)
Overdo Overdrijven (met daden)

17. ill- /well- = slecht- /goed-

Ill- mannered Ongemanierd
Ill- advised Ondoordacht
Ill- informed Slecht op de hoogte, Slecht geïnformeerd
Ill- balanced Onevenwichtig
Ill- considered Ondoordacht. Onverstandig
Ill- founded Ongegrond
Ill- tempered Slecht gehumeurd
Ill- omened Onheilspellend
Ill- timed Op het verkeerde moment


Part 2

18. ‘specere’ = kijken

Inspect Inspecteren
Retrospection Terugblik
Spectator Toeschouwer
Prospect Vooruitzicht
Suspicious Achterdochtig

19. ‘currere’ = lopen

Incur Oplopen
Concur Samenlopen van, Samenvallen van
Precursor Voorloper
Current Huidige, Lopende

20. ‘ferre’ = brengen

Transfer Overbrengen
Prefer De voorkeur geven aan
Refer Verwijzen naar
Confer Overleggen
Infer Afleiden uit

21. ‘dicere’ = zeggen

Predict Voorspellen
Contradict Tegenspreken
Verdict Uitspraak

22. ‘ducere’ = leiden

Introduce Inleiden, Introduceren
Reduce Vermindert
Deduce Deduceren, Concluderen uit, Afleiden uit
Induce Ertoe leiden


23. ‘faceren’ = werpen

Reject Verwerpen, Afwijzen
Eject Uitgooien
Subject Onderwerp(en)
Inject Erin gooien, Injecteren
Dejected Bedroefd

24. ‘credere’ = geloven

Credible Geloofwaardig
Credulous Goedgelovig
Creed Geloof

25. ‘scribere’ = schrijven

Prescribe Voorschrijven
Inscribe Inschrijven
Describe Beschrijven
Subscribe Onderschrijven, Zich abonneren
Post scribe Na – schrift

26. ‘plicare’ = vouwen

Imply Inhouden
Implicit Erin opgesloten
Explicit Duidelijk, Uitdrukkelijk
Implications Gevolgen

27. ‘mittere’ = zenden

Emit Uitzenden
Transmit Verzenden, Overzenden
Remit Terugzenden
Mission Missie, Zending


28. ‘pellere’ = drijven

Expel Verbannen, Uitbannen
Repel Afstoten, Terugdrijven
Impel Dwingen
Propel Voortstuwen, Aandrijven
Compel Dwingen

29. ‘solvere’ = oplossen

Solve Oplossen
Dissolve (chemisch) Oplossen (suiker in de thee)
Resolve Besluiten, Beslissen

30. ‘volvere’ = draaien

Evolve Langzaam ontwikkelen
Revolve Draaien
Involve Erbij betrekken

31. ‘cedere’ = gaan

Precede Voorafgaan
Recede Terug gaan
Proceed Vooruitgaan, Voortgaan
Exceed Overschrijden
Concede Toegeven


Part 3

32. ‘presser’ = drukken… -press

Impress Indruk maken
Suppress Onderdrukken
Oppress Benauwen, Bedrukken
Depress Neerdrukken, Deprimeren

33. ‘tenir’ = houden… -tain

Contain Bevatten, Inhouden
Retain Houden, Vasthouden
Maintain * Handhaven * Beweren
Detain Vasthouden
Obtain Verkrijgen
Sustain Ondersteunen, Onderhouden

34. ‘-cevoir’ = … -ceive

Receive Ontvangen
Deceive Bedriegen
Conceive Bedenken, Opvatten
Perceive Bemerken

35. ‘mort’ = dood

Immortal Onsterfelijk
Mortality Sterfelijkheid
Mortician Begrafenisondernemer



Part 4

36. ‘–cide’ = moord

Suicide Zelfmoord
Homicide Moord
Genocide Massamoord
Insecticide Verdelgingsmiddel
Pesticide Verdelgingsmiddel

37. ‘-ible/ -able’ = -baar, kan

Readable Leesbaar
Visible Zichtbaar
Audible Hoorbaar
Perceptible Waarneembaar, Merkbaar
Noticeable Waarneembaar, Merkbaar
Discernible Waarneembaar, Merkbaar
Objectionable Bezwaarlijk
Perishable Bederfelijk
Inexplicable Onverklaarbaar
Indisputable Onbetwistbaar
Profitable Winstgevend
Disposable Wegwerpartikel
Dependable Betrouwbaar

38. ‘-ify’ = ver-, - maken

Simplify Vereenvoudigen
Falsify Vervalsen
Clarify Verhelderen
Intensify Verhevigen
Justify Rechtvaardigen
Magnify Vergroten
Pacify Vrede stichten, Kalmeren
Purify Zuiveren
Notify Kennis geven, Mededelen
Modify Aanpassen, Veranderen
Horrify Verafschuwen
Rectify Rechtzetten
Testify Getuigen
Terrify Bang maken, Angst aanjagen
Verify Op waarheid toetsen
Satisfy Tevreden stellen
Signify Betekenen

39. ’-ize/ -ise’ = maken, doen

Aggrandize Vergroten, Groot maken
Minimize Verkleinen, Klein maken
Stabilize Stabiliseren
Victimize Slachtoffer maken
Economize Bezuinigen
Materialize Tot werkelijkheid worden, Verwezenlijken
Memorize Van buiten leren
Summarize Samenvatten
Privatise Privatiseren, Tot privé-bezit maken

40. ‘-en’ = maken

Lengthen Langer maken
Broaden Breder maken
Heighten Hoger maken
Lighten Lichter maken
Tighten Strakker maken
Worsen Slechter maken
Loosen Losser maken

41. ‘-er/ -ee’ = actief/passief

Employer Werkgever
Employee Werknemer
Trainer Trainer
Trainee Stagaire, Iemand in opleiding
Questioner Ondervrager
Questionee Ondervraagde


42. ‘-ive’ = -end

Decisive Beslissend
Persuasive Overtuigend
Supportive Steunend
Deceptive Misleidend
Permissive Toelatend
Destructive Verwoestend
Depressive Deprimerend
Restrictive Beperkend
Evasive Ontwijkend
Excessive Overdadig

43. ‘-ate’ = maken, doen worden

Necessitate Noodzakelijk maken
Innovate Vernieuwen
Facilitate Makkelijk maken
Replicate Kopiëren, Namaken
Infuriate Woest maken
Originate Voortkomen uit
Perpetuate Vereeuwigen
Initiate Beginnen


Part 5

44. Schools

Primary School Basisschool
Comprehensive School Middelbare School
Grammar School Gymnasium
Highschool Middelbare School in Amerika
Public School Dure Privé Kostschool
College Universiteit
O-level ± Havo- niveau
A-level ± Atheneum- niveau


45. For and Against

A Proponent Voorstander
A Protagonist Voorstander
An Antagonist Tegenstander
An Opponent Tegenstander
An Adversary Tegenstander
To Advocate Bepleiten, Voor iets zijn
To Champion Voor iets zijn
To Promote Bevorderen
To Further Bevorderen
To be in favour of Voor iets zijn

46. More or Less

To Increase Toenemen, Vermeerderen
To Enlarge Toenemen, Vermeerderen
To Enhance Toenemen, Vermeerderen
To Reduce Afnemen, Verminderen
To Decrease Afnemen, Verminderen
To Diminish Afnemen, Verminderen
To Dwindle Afnemen, Verminderen
To Decline Afnemen, Verminderen


47. Better or Worse

To Improve Verbeteren
To Better Verbeteren
To Worsen Verslechteren
To Deteriorate Verslechteren

48. Top- 10 for texts

To Consider Overwegen, Beschouwen als
To Provide Verschaffen, Voorzien van
To Refer to Verwijzen naar
Due to Wegens: * te danken aan, * te wijten aan
An Issue Kwestie
A Policy Beleid
To Imply Inhouden
To Affect Beïnvloeden
To Cope with Aankunnen, Kunnen omgaan met
To Reveal Onthullen
The Assumption Het vermoeden, De veronderstelling


Part 6

49. It’s all Dutch to me!

Conventional Gebruikelijk
Orthodox Ouderwets, Gebruikelijk
Paradox Schijnbare, Tegenstelling
Dilemma Moeilijke keuze
Hypocritical Schijnheilig
Stereotype Zoals altijd
Moral Volgens normen en waarden
Sceptical Vol twijfel, Achterdochtig, Wantrouwen
Rational Beredeneerd met verstand
Essential Zeer belangrijk
Physical Lichamelijk
Myth Fabeltje, Veel gelooft niet waar
Eliminate Uitsluiten
Priorities Belangrijke dingen
Controversial Omstreden
Sanction Strafmaatregel
Anticipate Verwachten, Van tevoren reageren
Integrate Opnemen in, Aanpassen
Imminent Aanstaand, Dreigend, Eraan komend
Cryptic Raadselachtig
Perspective Achtergrond
Inherent Hoort erbij, Eigen aan
Coherent Samenhangend
Crucial Zeer belangrijk
Correlation Samenhang, Verband
Pretension Doen alsof, Aanspraak maken op
Potential Mogelijk
Precedent Voorval waar anderen rechten een ontlenen
Conform Gelijk aan
Preventive Om te voorkomen
Affinity Gevoel hebben voor, Band hebben met
Evident Duidelijk
Ethic Moreel, Volgens normen en waarden
Option Keuze
Irony Tegenovergestelde zeggen van wat je bedoelt
Competent Bekwaam
Unscrupulous Gewetenloos
Liquidation Beëindiging, Opheffen, Vermoorden
Focus Richten op
Fatel Noodlottig, Dodelijk

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.