Geschreven door: | monkey (4 vwo) |
Datum ingestuurd: | 20 februari 2000 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.300 |
Bekeken: | 8725 keer (9 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Betekenis van het woord classicisme,
Letterlijke vertaling uit het woordenboek: "Richting in de kunst die modellen der Griekse en Romeinse oudheid navolgt"
Het "mooie" oude namaken. Veel mensen houden van het oude en dus springt de kunstenaar daar op in en vertaalt zijn kunstwerk naar een oude kunststijl. Het is een "kopie" van het "mooie". Vele schilderijen die in dit werkstuk besproken worden zijn aan de hand van dit classicisme geschilderd.
De drie Gratiën
Het verhaal van de drie Gratiën is door de eeuwen heen steeds opnieuw afgebeeld naar aanleiding van het klassieke voorbeeld. Sommige kunstenaars geven er eigen vorm of inhoud aan terwijl anderen gewoon het klassieke kunstwerk imiteren. Hoe is de westerse kunst omgegaan met het klassieke voorbeeld van de drie Gratiën, wat veranderde er allemaal?
Middeleeuwen, (500-1500 AD)
Letterlijke vertaling uit het woordenboek: "De eeuwen tussen de oudheid en de nieuwe tijd".
Omdat er eigenlijk geen bronnen zijn uit de middeleeuwen is het moeilijk om over navolging of over een eigen uitwerking te spreken. Misschien kun je bron 5 tot de middeleeuwen rekenen. Dan kun je spreken van navolging. De drie Gratiën staan in precies dezelfde houding als in het klassieke voorbeeld. Een vrouw heeft je de rug toegekeerd en de andere twee staan naar je toe. Ook een overeenkomst is dat ze alle drie op hetzelfde steunbeen staan. Een verschil is dat ze hier allemaal een soort van parel in de hand houden, dit is in het klassieke voorbeeld niet het geval. Ook een verschil is dat dit een schilderij is en geen beeldje. In de middeleeuwen werden personen niet als oudheden afgebeeld maar als tijdgenoten. Dat is te herkennen op dit schilderij. De vrouwen zijn niet afgebeeld als godinnen, maar als gewone vrouwen uit de middeleeuwen.
Renaissance, (15e en 16e eeuw AD)
Letterlijke vertaling uit het woordenboek: "Vernieuwing, wijziging in de kust en levensopvattingen die uit de hernieuwde studie der klassieke oudheid voortkwam".
Bij de Renaissance horen de bronnen 5 en 9 uit het basisboek. Bron 5 is in het vorige kopje. In de renaissance was er een wedergeboorte van het classicisme. Bron 5 lijkt veel op het klassieke voorbeeld. Dat verklaart waarom dit schilderij ook uit de renaissance kan komen. Bron 9 daarentegen geeft een hele andere voorstelling weer dan het klassieke voorbeeld. De kunstenaar heeft er dus een eigen impressie aangegeven. Ze staan meer in een kringetje, alleen de middelste staat gedraaid. De drie Gratiën zijn wat minder vloeiend getekend. Eigenlijk een beetje vlak. Dit komt omdat men weer ging tekenen volgens de klassieke oudheid (classicisme). Omdat de tekening zo klassiek is getekend is het duidelijk dat het uit de Renaissance komt. Het is een allemaal een beetje vlak getekend.
Barok, (1600-1730 AD)
Letterlijke vertaling uit het woordenboek: "Europese kunststijl die zich van omstreeks 1600 deed gelden en die zich kenmerkte door het streven naar het grootse verhevene".
Vanaf 1600 heerst de Barok, een bepaalde cultuurperiode. In het basisboek is bron 6 het voorbeeld van Barok. De kunstenaar beeld hier meer het verhaal uit dan dat het echt een navolging is van het klassieke voorbeeld. Ook hier zijn de drie Gratiën weer afgebeeld en staan ze allemaal weer op een steunbeen. In dit schilderij zien de drie Gratiën er wel iets dikker uit en worden ze niet echt als goden afgebeeld. Ze staan ook niet in een kringetje, maar meer in een rijtje. Dat ze er niet meer als godinnen uitzien komt omdat het classicisme een beetje verloren was gegaan. Vandaar dat ze ook niet echt meer superslank zijn. Het is duidelijk dat dit Barokkunst is, want in de tekening zit spanning, beweging en het is een beetje dramatisch. Dit zijn allemaal kenmerken van Barok.
Rococo, (1730-ca. 1800 AD)
Letterlijke vertaling uit het woordenboek: "Kunststijl tijdens Lodewijk XIV en XV die, uit de latere barokstijl voortkomen, zich kenmerkende door overrijke, krullige en speelse vormen en versieringen aan bijvoorbeeld gebouwen."
De periode rococo begint omstreeks 1730. Bron 10 uit het basisboek behoort tot het Rococo. De drie Gratiën zijn weer afgebeeld. Het kunstwerk lijkt in eerste instantie niet precies op het klassieke voorbeeld van de drie Gratiën. Dit komt omdat de drie vrouwen in een zweverige, luchtige positie afgebeeld zijn. Dit is ook een kenmerk van het Rococo. Ook kan je wel zeggen dat er enige erotiek in het kunstwerk voorkomt, wat ook weer een kenmerk van het rococo is. In het klassieke voorbeeld zijn de vrouwen mooi afgebeeld. In bron 10 vind ik dat een stuk minder. De vrouwen zijn namelijk vrij dik en dus niet bepaald afgebeeld als godinnen als je naar het uiterlijk kijkt, maar omdat ze vliegen kan je wel stellen dat het godinnen zijn. De donkere figuur op de voorgrond is Paris.
Neoclassicisme, (circa 1960 AD)
Letterlijke vertaling uit het woordenboek: "Kunstperiode gedurende het eind van de achttiende eeuw en het begin van de negentiende eeuw."
Bij deze periode hoort bron 11 van het basisboek. Hier heeft de kunstenaar weer het klassieke voorbeeld geïmiteerd. De drie Gratiën zijn volgens de Griekse kunst afgebeeld. Ze staan ook weer in een kringetje waarbij er één met haar rug naar je toe staat. Vooral de gezichten hebben een Grieks kenmerk. Dan hebben we ook gelijk het verschil te pakken. Bij het klassieke voorbeeld hebben de vrouwen meer klassieke hoofden. Dit komt omdat men in de tijd van het neoclassicisme opeens een grote liefde had voor de Griekse beschaving. Dat was terug te zien in de schilderijen, architectuur, kleding en opvoeding(zelfs in de politiek!).
Nazi-kunst, (circa 1930-1945)
(Geen vertaling in woordenboek)
Het schilderij dat de naziekunst symboliseert is bron 8. In deze tijd komt het classicisme in een kwade reuk te staan door o.a Hitler en Mussolini. Ook hier zijn de drie Gratiën afgebeeld alleen nu meer in de vorm van ‘ariërs’. Ze lijken niet meer op goden. Wel hebben ze alledrie hun haar in een knotje, wat kenmerkend is voor de drie Gratiën. Waarschijnlijk is dit schilderij gemaakt in de tijd van Hitler. Dat verklaart namelijk gelijk waarom de drie godinnen op ariërs lijken. Het verklaart ook de Duitse titel: "Urteil des Paris."
Postmodernisme, (vanaf 1980)
(Geen vertaling in woordenboek)
Het is heel duidelijk te zien dat basisboek bron 7 behoort tot het postmodernisme. Dit kan je bijvoorbeeld gewoon al zien aan de spijkerbroeken die de vrouwen dragen. Als je gaat kijken naar de kenmerken van het postmodernisme, dan kan je ook zien dat het uit deze tijd komt. Het postmodernisme is namelijk de kunstperiode waarin klassieke dingen bospot(ironie) worden. In dit kunstwerk is het duidelijk te zien dat er iets van ironie inzit. De drie Gratiën wachten op de bus. Wel kan je zien dat het om het kunstwerk van de drie Gratiën gaat. Het zijn namelijk nog steeds dezelfde drie vrouwen. Weliswaar zijn ze niet meer als godinnen afgebeeld, maar dit zou je dus ook als ironie kunnen beschouwen. De houding van de drie Gratiën is wel anders. Ze staan allen met de rug naar je toe en ze staan ook niet meer echt mooi te zijn, maar dus meer op de bus te wachten.
Conclusie,
Wij vinden het indrukwekkend dat de drie Gratiën in elke kunststijl terug te vinden zijn. Het is ook erg grappig om te zien hoe het kunstwerk door de jaren heen door kunstenaars is veranderd. Wel is duidelijk dat de kunstenaars er een eigen impressie over hebben. Het is misschien leuk om eens wat meer te weten te komen over de drie Gratiën, bijvoorbeeld om te weten waarom men er zo geïnteresseerd in is/zoveel kunstwerken van maakt.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.