geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Experiment: geen Twitter, mail en Whatsapp meer voor Nina. Wel faxen, brieven in enveloppen en ouderwetsch bellen.

Geschreven door:

noehad (vmbo/havo) [meer]

Datum ingestuurd:

23 september 2008

Taal:

Woorden:

1.050

Bekeken:

1592 keer (12 deze maand)

Waardering:

3.4/5 (17 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Paragraaf 13
In ons land wonen ongeveer 1,8 miljoen allochtonen. Dat zijn mensen die in het buitenland geboren zijn. De grootste groep komt uit andere landen in Europa. Een andere groep zijn de immigranten die hier kwamen voor werk, zoals de Marokkanen en de Turken. Een derde groep zijn de immigranten uit de vroegere koloniën van Nederland: Indonesië (Nederlands indië), Suriname en de Nederlandse Antillen. De immigranten uit andere landen van Europese Unie komen vooral ui Duitsland, België en Engeland. De Marokkanen en Turken kwamen na 1960 naar NL omdat ze in hun eigen land werkloos waren. En in NL was toen een groot tekort aan arbeiders. Veel Marokkanen en Turken later hun vrouw en kinderen overkomen. Nu zijn er ook veel Marokkaanse kinderen die in NL zijn geboren en opgegroeid. Toen Indonesië een zelfstandig land werd kwamen veel Indonesiërs naar NL. zij waren Nederlanders en wilden liever in NL wonen. De inwoners van de Nederlandse Antillen mogen dat ook nog steeds. De inwoners van Suriname niet. Dat land is nu zelfstandig. Toen het nog bij NL hoorde kwamen veel Surinamers hier naar toe voor werk of voor een opleiding. Een bijzondere groep immigranten zijn de vluchtelingen. Ze zijn uit hun eigen land gevlucht omdat het er niet veilig is. In NL vragen ze dan asiel aan. Dat betekent bescherming vragen. Die groep noemen we asielzoekers.

Paragraaf 14
Volgens Encarta woont in NL 89% van de inwoners in een stad. Miljoenensteden, zoals Parijs of Londen, hebben we hier niet. Amsterdam is onze grootste stad met ruim 700.000 inwoners. Onze steden zijn dus niet zo groot. Maar het zijn wel veel. Vooral in West-Nederland zijn veel steden aan elkaar gegroeid tot één groot stedelijk gebied: de Randstad.
De grootste steden van de Randstad zijn Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. Tussen die 4 liggen andere steden en dorpen. Samen vormen ze een halve cirkel in West-Nederland. Binnen die halve cirkel liggen minder steden. Dat is het Groene Hart van de Randstad. Het is een landelijke gebied met veel weiland, sloten en meren.
(Randstad, Groene Hart, Twente, Arnhem-Nijmegen, Brabantse Stedenrij en Zuid Limburg)
Landelijke gebieden zijn vooral in gebruik van landbouw. Maar ook bossen, natuurgebieden en water horen tot de landelijke gebieden. Landbouw neemt het grootste deel van de ruimte in. Voor een boerenbedrijf is nou eenmaal veel grond nodig. In de landelijke gebieden wonen niet alleen maar boeren. Denk maar eens aan al die mensen die uit de stad zijn verhuisd naar het platteland. Natuur- en recreatiegebied horen ook bij de landelijke gebieden. Steeds neer Nederlanders maken gebruik van de landelijke gebieden. In de vrije tijd trekken ze eropuit om te fietsen, te wandelen of te joggen.

Paragraaf 15
Iedereen maakt gebruik van voorzieningen. Je gaat naar school en in de pauze koop je een broodje bij de bakker of een zak chips in de supermarkt. En na school ga je misschien trainen bij je sportclub. Dit zijn allemaal voorzieningen waarvan je regelmatig gebruik maakt: de dagelijkse voorzieningen. Er zijn er ook die je minder gebruikt: de gespecialiseerde voorzieningen. Winkels waar je voedsel koopt horen tot de groep van de dagelijkse voorzieningen. Dat zijn de supermarkt, de groentewinkel, de slager of de bakker. Scholen, sportclub en de huisarts horen ook tot de dagelijkse voorzieningen. Dagelijkse voorzieningen zijn dichtbij. Ze moeten in de buurt zijn omdat je er min of meer dagelijks gebruikt van maakt. Voor het kopen van een zak chips wil je niet zo ver rijden. Iedereen maakt gebruik van dagelijkse voorzieningen. Daarom zijn er meer supermarkten en bakkers dan bioscopen en cd-winkels. Gespecialiseerde voorzieningen zijn er minder dan de dagelijkse. Daarom moet je soms ver rijden om er gebruik van te maken. Bioscopen, de bieb, postkantoren, zwembaden en ziekenhuizen zijn vaak nog wel in de buurt. Maar van de Kuip in Rotterdam is er maar één. Of een academisch ziekenhuis in Groningen of Utrecht. De voorzieningen in steden zijn anders dan in dorpen. De voorzieningen van een dorp vind je meestal ook in de stad. Denk maar eens aan een basisschool, een huisarts of een supermarkt. Maar in dorpen zijn niet dezelfde voorzieningen als in steden. Een stad heeft er neer en ook meer speciale. Voor niet-dagelijkse en speciale voorzieningen willen mensen wel een eindje reizen. Voor een dagje winkelen in de stad of een wedstrijd van Ajax in de Amsterdam Arena is een uurtje reizen per bus of met de trein heel gewoon. Het aantal gespecialiseerde voorzieningen heeft te maken met het aantal mensen dat in een bepaald gebied woont. In steden wonen meer mensen dan in dorpen, daarom zijn er in steden meer voorzieningen die je niet in dorpen tegenkomt. We noemen dat stedelijke voorzieningen

Paragraaf 16
Amsterdam is ontstaan als een klein havenstadje bij de dam in de Amstel. In de 16e eeuw werd Amsterdam één van de belangrijkste steden in de wereld. Dat kun je nu nog zien aan de grachten met pakhuizen. Aan de eind van de 19e eeuw kwam de industrie. In de fabrieken waren veel arbeiders nodig. Die moesten ook wonen. Rond de stad werden snel nieuwe woonwijken gebouwd. Ze worden de 19e-eeuwse woonwijken genoemd. Nu is het grootste deel van die 19e-eeuwse wijken opgeknapt. Maar die straten zijn nog steeds smal met huizenrijen van 3 of 4 verdiepingen hoog. In de 20e eeuw is Amsterdam verder uitgebreid. De nieuwe wijken werden steeds tegen de bestaande stad aangeplakt. Zo groeide de stad naar buiten toe. Rond 1950 was er een groot gebrek aan huizen in Amsterdam. Om veel mensen aan huis te kunnen geven, werden er flats gebouwd (bijv. in Bijlmermeer). In de nieuwere woonwijken zijn vooral eengezinswoningen gebouwd. De huizen staan daar minder dicht op elkaar. Er is ook meer ruimte voor tuinen, bredere straten en meer groen. Amsterdam is groter geworden, maar het aantal inwoners is gedaald. Er wonen nu minder inwoners dan 1930. de stad is steeds meer de woonplaats geworden van alleenstaanden. De binnenstand van Amsterdam was vroeger dichtbevolkt. In de 19e-eeuwse wijken wonen veel ouderen, studenten en allochtonen. Amsterdam heeft ook een aantal voorzieningen die bij hoog verzorgingsniveau horen, zoals de Amsterdam Arena, Artis, de RAI en het Rijksmuseum. Er is nog een andere speciale soort in Amsterdam te vinden. Dat zijn de toeristische voorzieningen. Ieder jaar komen duizenden toeristen de binnenstad van Amsterdam bekijken. Bij deze soort voorzieningen moet je denken aan hotels, restaurants, rondvaartbootjes en souvenirwinkels

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.