CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Meiden, laser je binnenste schaamlippen lekker weg joh. Want je vriendje wil een playboypoesje.

Geschreven door:

julia (groep 7) [meer]

Datum ingestuurd:

8 februari 2006

Taal:

Woorden:

1.650

Bekeken:

1340 keer (8 deze maand)

Waardering:

2.8/5 (12 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Hockey

1. Geschiedenis
Hockey is een hele oude sport.
Al 2000 jaar geleden werd een spel gespeeld dat op hockey leek.
Rijke mensen speelden hockey op een paard en arme mensen moesten zelf achter een bal aan rennen.
De Romeinen in Italie gebruikten geen ballen om tegen aan te slaan maar mensenschedels.
Zij leerden het spel aan andere volken.
Ook aan de Engelsen.
De Engelsen maakten tijdens het spel heel veel ruzie met elkaar en speelden heel ruw.
Ongeveer 150 jaar geleden werden daarom spelregels uitgevonden.
Bijvoorbeeld hoeveel spelers er mee mochten doen. Als stick werd een kromme stok gebruikt. Die was vreselijk hard. Daardoor konden ze niet zo ver slaan want dat deed pijn aan hun handen. En werd bepaald dat de stick helemaal van hout moest zijn zonder metaal. Gewicht en lengte daar waren geen regels over. Dat kwam later pas.
Het Engelse woord voor krom is “hook’’. Het spel heette dan ook”hoockie’’.
Later werd dat “hockey”.
Toen gingen ze ook een mooie gladde bal gebruiken die rolde ook goed.
Daardoor konden ze beter spelen.
De Nederlandse Pim Mulier organiseerde de eerste wedstrijd in Nederland om- dat hij een wedstrijd in Engeland had gezien, waar hij erg enthousiast over was. Eerst speelden alleen mannen hockey.
Een paar jaar later werd de eerste hockeyclub voor vrouwen opgericht.
Vanaf ongeveer 1935 spelen er al kinderen hockey.

2. het spel.
Hockey lijkt een beetje op voet bal.
Bij beide sporten spelen ploegen tegen elkaar.
Het gaat met hockey erom dat je met je stick de bal in het doel slaat. Wie de meeste doelpunten maakt heeft gewonnen. Overal in de wereld is het speelveld even groot.
Er is een lijn in het midden die het veld in 2 stukken verdeelt.
Elke ploeg heeft een eigen doel.
Elk doel is 3 meter en 66 centimeter breed. Het is 2 meter en 14 centimeter hoog.

Elk doel heeft voor zich een slagcirkel.
Dat stuk van het speelveld is erg belangrijk.Je kunt alleen een doelpunt maken als een aanvaller in die cirkel de bal aanraakt .
Er zitten in een ploeg 10 veldspelers en een keeper.
De keeper moet proberen de ballen uit het doel te houden.
De keeper mag de bal tegen houden met : zijn stick,zijn voeten,zijn handen,zijn lijf dus met alles.
De veldspelers helpen ook om de ballen uit het het doel te houden,maar zij mogen alleen met hun stick de ballen tegen houden.
Zij verdedigen , maar zij moeten ook proberen doelpunten te maken.
Een wedstrijd duurt 70 minuten.
Een wedstrijd is in tweeen gedeeld:2 keer 35 min. 10 min. pauze.
Na de pauze weer 35 min. spelen.
Na de pauze wisselen ze van doel.

Als het in de winter koud is,is het niet lekker om buiten te spelen.
Dan is er in een sportzaal hockey:zaalhockey.
Als je 6 jaar of ouder bent, kun je lid worden van een hockeyclub.
Als je 6 bent hoor je bij de F-jeugd en speel je nog geen wedstrijden,dan doe je hockeyspelletjes. Daarmee leer je bijvoorbeeld hoe je je stick moet vast houden. In een normaal hockeyveld zijn 2 kleinere velden uitgezet.
Links is een mini hockey veld, rechts een “ 8 tegen 8 “ veld.
Als je begint met hockey speel je mini-hockey. Dat is op een klein veld.Je speelt dan bij de E-jeugd.
Een mini-hockey-wedstrijd duurt 2 keer 25 min.
Een mini-hockey ploeg heeft een keeper en 5 veldspelers er is ook iemand reserve.Als je 10 wordt kom je in de D-jeugd.
In het eerste jaar spelen ze met 8 tegen 8. Dan wordt het speelveld ook iets groter.
In het tweede D-jaar speel je op een groot veld met 11 spelers tegen elkaar.
Dan zit je in een hockeyelftal. Als je in groep 8 zit of in de brugklas
speel je in de C-jeugd. Ben je 14 of 15, dan speel je in de B-jeugd.
Daarna kom je in de A-jeugd.
Ben je 18 jaar of ouder speel je bij de Senioren.
Zij spelen in plaats van zaterdag op zondag.

3. Wat heb je nodig?
Als je naar een wedstrijd kijkt zie je meteen wie er bij elkaar hoort.
Alle spelers van een ploeg hebben dezelfde kleding aan.
Jongens dragen met een wedstrijd een shirt, korte broek en kousen.
Meisjes dragen in plaats van een kort broekje een rokje.
Er wordt soms op een grasveld gespeeld. Dan heb je schoenen met noppen nodig anders glijd je uit.
Maar speel je op een kunstgrasveld, dan moet je andere zolen gebruiken.
Bij zo ’n veld is het gras vervangen door kunststof.
Het lijkt een beetje op vloerbedekking. Het is mooi vlak.
Door dat kunstgras hobbelt en stuitert de bal niet raar weg.
Je kunt dan ook op kunstgras beter en sneller leren hockeyen.
Als het geregend of gevroren heeft kun je toch op het veld spelen.
Deze velden zijn erg duur om aan te leggen.
Toch komen er steeds meer kunstgrasvelden.
Op een gewoon grasveld draag je grote noppen en op een kunstgrasveld draag je kleinere noppen.
Hockeyers dragen net als voetballers scheenbeschermers.
Een speler kan soms hoog met z’n stick slaan.
Dus een stick kan wel eens in je gezicht komen of zo.
Je tanden moeten ook beschermd worden dus draag je een gebitsbeschermer.
Deze spullen zijn niet zo duur.
De keeper heeft nog meer bescherming nodig.
voor harde ballen.
De attributen van een keeper zijn nogal duur.
daarom worden ze meestal door de club betaald.

De stick mag niet zo lang zijn dat hij boven je heupen komt.
Hij mag ook niet zo zwaar zijn.
Er staat een nummer op de stick, dat aangeeft hoe zwaar de stick is.
Je moet hem goed kunnen vast houden.
Een stick is ongeveer tussen de 340 en de 794 gram.
De sticks zijn meestal in India of Pakistan gemaakt.
In die landen groeien moerbeibomen.
Deze bomen hebben hard hout en toch buigzaam
De kromming van de stick is gemaakt van essen, acacia of hickoryhout.
De steel is bekleed met stof of leer.
Soms gebruikt men kunststof.
Dan is de stick nog steviger.
Een stick heeft een bolle en een platte kant,je mag de bal alleen met de platte kant slaan.
Er werd vroeger met een cricketbal gehockeyd.
Die is erg hard, daarom raakten hockeyers vaak geblesseerd.
Daarom wordt er nu een andere bal gebruikt.
Het binnenste van de bal is van kurk of touw gemaakt.
Om de bal zit meestal leer of kunststof.
Een leren bal wordt sneller vies dan een kunststof bal.
Er wordt daarom steeds meer met een kunststof bal gespeeld.
Een hockeybal is iets groter en zwaarder dan een tennisbal.

4. De spelregels
Twee scheidsrechters letten erop dat er eerlijk en sportief gespeeld wordt.
Een belangrijke regel is dat je geen sticks mag maken.
Dat betekent dat je stick niet boven je schouder mag komen.
Je mag een tegenstander ook niet hinderen.
Je mag ook geen shoot maken.
Dan raakt iemand de bal met zijn voet aan.
Je mag de bal niet met je lichaam tegenhouden en hem ook niet tegen iemand anders aan slaan.
Een bal hoog slaan is ook verboden.
Als een scheidsrechter een bal te hoog vindt krijgt de andere partij een vrije slag.
Als er een overtreding is, fluit de scheidsrechter.
De bal gaat naar de andere partij.
Die moet er vijf passen van af gaan staan en met een vrije slag de bal weer in het veld slaan.
Bij een overtreding in een doelgebied krijgt de andere partij een strafcorner .
Vanaf de achterlijn wordt de strafcorner geslagen.
Bij de cirkel wachten de aanvallers op de bal om hem te stoppen.
Dan mogen zij de bal in het doel slaan.
De keeper en vier verdedigers mogen de bal tegenhouden.
Op die manier wordt er vaak een doelpunt gemaakt.
Als een speler bijna een doelpunt maakt en de verdeiger maakt expres een overtreding om een doepunt te voorkomen, krijgt de aanvaller een strafslag.
Hij mag dan de bal vlak voor het doel leggen en hem erin slaan.

5. Het Nederlands Elftal.
De beste spelers van Nederland spelen in het Nederlands Elftal.
Zij zijn amateurs.
Dat betekent dat ze geen geld met hun sport verdienen.

6. De training.
Een keer per week train je.
Om goed hockey te kunnen spelen moet je veel leren en vaak oefenen.
Daarvoor is de training.
De tainer vertelt je hoe het moet.
Hij legt je bijvoorbeeld uit dat bij een stick vast houden je linker hand boven is.
Met je linkerhand stuur je de bal.
Met je rechterhand geef je de bal vaart.
Met een flinke zwaai kun je een slag geven.
Een schuifslag kun je ook gebruiken om de bal vooruit te duwen.
Dan zak je een beetje door je knieen en je slaat de bal niet,maar duwt hem.
Je mag de bal alleen maar aanraken met de platte kant van je stick.
daarom moet je soms de backhandslag gebruiken.
Dan draai je je stick binneste buiten om de bal van links naar rechts te spelen.
Lopen met de bal heet dribbelen.
Zo proberen ze de tegenstanders voorbij te komen.
De bal afpakken van je tegenstander kun je met een tackel doen.
Je neemt je stick dan in een hand en tikt de bal bij de tegenstander weg.
Als de bal naar je toe komt, moet je hem stoppen. Daar moet je veel op oefenen.
Samenspelen is ook heel belangrijk bij hockeyen.
Dat leer je ook op de training.

7. Een wedstrijd
Iedere speler heeft een eigen plek op het veld.
Dat heet : de opstelling.
De coach zegt waar iedere speler moet staan.
Hij geeft ook aanwijzingen bij het spelen.
Voor de wedstrijd doe je een warming-up.
Na de wedstrijd drink je samen nog wat in het clubhuis.













Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.