Geschreven door: | Gerjan (havo/vwo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 4 februari 2009 |
Taal: |  |
Woorden: | 450 |
Bekeken: | 448 keer (6 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
SpanningSpanning kan huivering zijn, maar humor is ook een vorm van spanning. Bij humor is de lach de ontknoping en bij huivering een opgeluchte zucht. Het verhaal als geheel vormt een
spanningsboog, de tekstdelen tussen twee belangrijke nieuwe verhaalgegevens vormen daarbinnen kleinere spanningsbogen.
Een schrijver heeft middelen die ervoor kunnen zorgen dat een verhaal spannend geschreven is, dat wil zeggen: middelen die de aandacht van de lezer vasthouden.
* Ontknoping van een spannende gebeurtenis uitstellen. Stapje voor stapje verstrekt hij informatie zodat de lezer mee kan denken.
* De schrijver kan de verhouding tussen wat de lezer weet en wat een verhaalfiguur weet, gebruiken om spanning op te wekken. De lezer kan op een bepaald moment meer weten dan een verhaalfiguur. Dat heet een kennisvoorsprong.
* Het scheppen van bijzondere situaties en verhaalfiguren.
Basiselementen1.
Ruimte: de plaats en tijd waar4in de verhaalfiguren zich bewegen.
2.
Verhaalfiguren: mensen of dieren die een rol spelen in het verhaal.
3.
Situaties: de verwikkelingen waarin de hoofdfiguren verzeilt raken.
Ieder verhaal is met deze drie basiselementen opgebouwd. Deze drie kenmerken noem je de
handeling (ook wel
plot of intrige genoemd) In de handeling ontwikkeld zich het
thema: de centrale gedachte van het verhaal.
RuimteDe gegevens over plaats en tijd in een verhaal worden samengevat met de term ruimte.
PlaatsDe omgeving waarin de verhaalfiguren bewegen. Soms schept de schrijver een belangenruimte, waarin het gevoel van een verhaalfiguur overeenkomt het de ruimte om hem heen.
TijdGebeurtenissen spelen zich af in een bepaalde tijd. De schrijver trekt zich niets aan van het normale tijdsverloop, oninteressante stukken slaat hij over en spannende momenten smeert hij uit over enkele pagina’s.
Openingen het slot van een verhaalIn de opening kan de schrijver eerst zijn personages introduceren en de plaatsen waar zijn verhaal zich gaat afspelen. Er is dan sprake van een
informatieve opening.Er kan ook al heel wat gebeurd zijan, als je begint aan een verhaal. De schrijver probeert je meteen te pakken. Er is dan sprake van een
opening-in-de-handeling.Zoals een verhaal al begonnen kan zijn voordat de tekst begint, zo kan het verhaal ook nog verder gaan als de tekst afloopt. Zo’n tekst heeft een
open einde. Nog niet alles is opgelost en het verhaal blijft je bezighouden, je probeert zelf een aannemelijk slot te bedenken.
Als het verhaal en de tekst op hetzelfde moment eindigen, is er sprake van een
gesloten einde. Het verhaal is goed of slecht afgelopen, maar het is af en al je vragen zijn beantwoord.
Chronologisch en niet-chronologischAlles wat gebeurt, gebeurt chronologisch. Schrijvers kunnen de tijd manipuleren. Ze kunnen voorspellen. Z e kunnen scènes die zich in het verleden hebben afgespeeld, vertellen alsof ze nu plaatsvinden enzovoort.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.