CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

ff n studiebreak

Het mooiste crimiboek van 'onze' agent Don Heins? Die over de ontvoering van Alfred Heineken. Type in-één-ruk-uit.

Geschreven door:

Maaike

Datum ingestuurd:

30 maart 2006

Taal:

Woorden:

1.250

Bekeken:

1315 keer (29 deze maand)

Waardering:

2.5/5 (4 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Leertaak A De muis en de olifant

Aan de slag

1. a In vraag 7 van § 4.2 heb je gezien, dat bij het groter worden van kubussen het volume sneller toeneemt dan het oppervlak. Welk dier zal relatief meer volume hebben, een olifant of een muis?
Een olifant zal relatief meer volume hebben. Het huidoppervlak van de olifant is veel groter dan dat van de muis. En ook het volume van de olifant is groter dan dat van de spitsmuis.
b Doe een voorspelling over de relatieve hoeveelheid warmte die een olifant zal verliezen via z’n huid in vergelijking met de hoeveelheid warmte die een spitsmuiskwijt raakt.
De spitsmuis zal relatief meer warmte verliezen via de huid dan de olifant, omdat deze in verhouding tot zijn volume meer huid heeft.

2. Komen deze gegevens overeen met je verwachting over het warmteverlies van een olifant en een spitsmuis?
Ja, bij het kleine bekerglas is er in verhouding meer glas dan bij het grote bekerglas. Het grote bekerglas kun je vergelijken met de olifant en het kleine met de spitsmuis (zie 1. b).

3. a Welk dier, een spitsmuis of een olifant, geeft warmte het snelst af?
Een spitsmuis geeft warmte het snelst af, want deze heeft in verhouding tot zijn volume veel huid waar hij warmte door kan verliezen.

b Welk dier zal om een constante lichaamstemperatuur te houden per volume-eenheid meer warmte produceren? Licht je antwoord toe.
Ook weer een spitsmuis, omdat de spitsmuis meer warmte verliest is het logisch dat er ook meer verbranding plaats moet vinden om zijn lichaamstemperatuur op peil te houden.
En omdat de spitsmuis relatief minder volume heeft zal er per cel meer verbranding plaats moeten vinden.

c Welke relatie kun je aangegeven tussen de hoeveelheid voedsel die dieren gebruiken en hun warmteverlies? Is deze relatie relatief of absoluut? Licht je antwoord toe.
In verhouding eet de spitsmuis meer voedsel dan een olifant om zichzelf warm te houden. Hieruit kun je concluderen dat kleine dieren in verhouding meer voedsel eten dan grote dieren. Deze relatie is relatief omdat de spitsmuis in het echt niet meer voedsel eet dan de olifant.

Reflectie

1. Welk nut heeft het om met relatieve eenheden te werken?
Zo kun je bijvoorbeeld grote en kleine dieren met elkaar beter vergelijken. Maar ook dieren met andere verschillen.
2. Noem een probleem van het werken met deze eenheden.
Het is relatief, dus je weet geen absolute getallen en dit is soms een beetje lastig.
3. Een mier kan een vracht meetorsen van enkele malen zijn lichaamsgewicht. Noem een conclusie die je niet uit deze gegevens mag trekken, terwijl deze erg voor de hand ligt.
Je zou snel zeggen dat een mier dan heel sterk is, omdat hij enkele malen zijn lichaamsgewicht kan meesjouwen. Een mens kan dit bijvoorbeeld niet.

Leertaak A Maak een andere vlinder

Aan de slag

1. a Hoeveel procent van de vlinders in 1960 was donker? En in 1985?
Ongeveer 94 % van de vlinders in 1960 was donker. En in 1985 was dit ongeveer 50 %.
b Welke curve daalt eerder: het percentage donkere vlinders of het roetgehalte? Verklaar het verschil in de tijd.
Die van het roetgehalte, omdat de vlinders niet van de één op andere dag kunnen veranderen. Dit duur eerst één of meerdere generaties.

2. a Noteer de hypothese die je wilt toetsen.
Roodborstjes eten de vlinders die het meest opvallen, dus de witte. Het maakt niet uit of ze geverfd zijn of van nature wit zijn.
b Omschrijf in vijf zinnen welk(e) experiment(en) je wilt gaan doen.
Ik zou een deel van de witte vlinders zwart verven en een deel zwarte vlinders wit verven. Dan kijken wat er gebeurt als de wit geverfde vlinders op een witte berk zit en als deze op een zwarte berk zit (worden opgegeten of niet). Ditzelfde ook bij de zwart geverfde vlinders en bij de niet-geverfde vlinders. Dan vergelijk ik het aantal geverfde vlinders dat opgegeten is met het aantal niet geverfde vlinders.
c Controleer of je met deze experimenten inderdaad jouw hypothese toetst. Verbeter ze zonodig.
Ja, ik toets hiermee mijn hypothese.

Reflectie

Je hebt een proefopzet ontworpen voor natuurlijke selectie. Is het ontwerpen van een proef voor jou een goede methode om leerstof onder de knie te krijgen?
Ik vond het niet zo moeilijk om hier een proefopstelling bij te bedenken. Maar ik denk niet dat ik de stof beter leer door er een proefopstelling bij te bedenken.

Leertaak D De onbekendste SOA en Internet

Aan de slag

1. Zoek in Internet het zoekwoord ‘Chlamydia’. Gebruik hiervoor de Nederlandse zoekmachine ‘Ilse’. Zoek naar Nederlandstalige algemene informatie over de SOA Chlamydia zodat je vraag 2 kunt beantwoorden.
Gedaan.

2. a Is Chlamydia een virus, een bacterie, een schimmel of een insect?
Chlamydia wordt verspreid door de bacterie Chlamydia Trachomatis.
b Kun je ook met Chlamydia besmet worden op een andere wijze dan via seksueel contact?
Nee, dat kan alleen via seksueel contact.
c Welke klachten krijg je na een besmetting met Chlamydia?
Klachten bij vrouwen kunnen zijn: meer of andere afscheiding, pijn of een branderig gevoel bij het plassen, tussentijdse bloedingen, pijn of bloedverlies tijdens of na het vrijen, pijn in de onderbuik, pijn rechtsboven in de buik. Maar vaak zijn er geen klachten, dus merk je het ook niet.
Klachten bij mannen kunnen zijn: pijn bij het plassen, pijn in de balzak en afscheiding.
d Zijn de klachten duidelijk herkenbaar?
De klachten die eventueel bij vrouwen voor kunnen komen zijn niet goed te onderscheiden van de klachten van andere SOA’s of klachten bij menstruatie.
Bij mannen kunnen de klachten ook duiden op de SOA ‘Gonorroe’, dus deze zijn ook lastig te onderscheiden.
e Is Chlamydia moeilijk of makkelijk te genezen?
Als iemand Chlamydia heeft, wordt er voor hem/haar en zijn/haar partner een antibiotica-kuur voorgeschreven. Maar werkt niet altijd, dus het toch wel moeilijk om te genezen.
f Wat is het grootste gevaar van Chlamydia voor vrouwen?
Vrouwen kunnen onvruchtbaar worden.

Reflectie


1. Leg uit of, en in hoeverre, je Internet een bruikbaar en betrouwbaar medium voor gezondheidsvoorlichting vindt.
Ik vind Internet daar heel bruikbaar en iets minder betrouwbaar voor. Er is wel heel veel informatie over te vinden, maar dit is niet exact allemaal gelijk, vandaar iets minder betrouwbaar. Dan zul je naar je huisarts moeten gaan. Het voordeel is wel dat je annoniem bent. Maar niet alleen op ‘Ilse’ maar ook op andere sites is goede informatie over gezondheidsvoorlichting te vinden.

2. Wat is volgens jou de meest efficiënte zoekstrategie voor dit soort informatie op Internet?
Via een zoekmachine zoals ‘Ilse’ of ‘Google’.

Leertaak B Meiose

Aan de slag


1. a Onder A zijn de chromosomen schematisch weergegeven tijdens metafase I.
b Heeft bij A de S-fase al plaatsgehad? Waar zie je dat aan?
Ja, deze heeft al plaatsgehad. Dat zie je aan de dubbele chromosomen (chromatiden).

2. Stel dat chromosoom 1 afkomstig is van de vader van het organisme. Kan je dan iets zeggen over de herkomst van chromosomen 2 en 3?
Nee, want er zijn geen verschillen tussen de chromosomen van de vader en van de moeder van het organisme.



Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.