Geschreven door: | Bertal (4 havo) |
Datum ingestuurd: | 13 januari 2009 |
Taal: |  |
Woorden: | 2.200 |
Bekeken: | 19079 keer (140 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Ik heb een samenvatting gemaakt van het onderwerp
Rechtsstaat in het boek
'Thema's maatschappijleer'. De samenvatting gaat over hoofdstuk 1tm hoofdstuk 6 en hoofdstuk 8&9. Op/aanmerkingen zijn natuurlijk welkom!
Veel succes!
H1Regels kunnen ons beperken in ons gedrag, of juist vrijheden geven
Je hebt maatschappelijk normen en rechtsnormen.
Maatschappelijke normen staan niet in de wet, ze zijn meestal traditie of gewoonten.
Rechtsnormen zijn gedragsregels die door de overheid wettelijk zijn vastgelegd.
Veel normen zijn ook rechtsregels, bijvoorbeeld dat je niet iemand helemaal in elkaar ramt bij n ruzie. Sommige regels gaan in tegen de rechtvaardigheid van mensen.
H2Veel staten hebben tegenwoordig een grondwet waarin grondrechten zijn opgenomen.
Vanaf het moment dat de sociale grondrechten in de grondwet zijn opgenomen kun je Nederland een sociale rechtsstaat noemen.
De grondwet moet het fundament bieden waar iedereen het bijna helemaal mee eens kan zijn, en op kan vertrouwen.
Uitgangspunten van de rechtsstaat:
-bescherming tegen macht van de overheid
-wens van burgers om gelijk behandeld te worden
-burgers in vrijheid laten leven
Volgens trias politica moest de macht van de overheid verdeeld worden in drie delen:
-wetgevende macht
-uitvoerende macht
-rechtsprekende macht.
Niet 1 persoon of 1 instantie moest alle politieke macht hebben. Het moest een dictatuur onmogelijk maken.
In Nederland zijn de taken als volgt verdeeld:
- wetgevende macht: stelt wetten vast waar burgers en overheid zich aan moeten houden. Dit wordt gedaan door regering en het parlement.
- uitvoerende macht: zorgt ervoor dat wetten uitgevoerd worden. Dit wordt door de regering gedaan.
-rechterlijke macht: beoordeelt of de wet is overtreden en doet hierin een uitspraak. Dit zijn onafhankelijke rechters die voor hun leven benoemd zijn in dit ambt.
Het belangrijkste van deze verdeling is dat de machten elkaar scherp houden en controleren.
Doordat rechters onafhankelijk zijn heb je de mogelijkheid op je recht te halen en word je beschermd tegen ongeoorloofd overheidsoptreden. Ook zorgt het ervoor dat er geen eigen recht gespeeld word.
Grondrechten zijn onderverdeeld in:
-vrijheidsrechten
-gelijkheidsrechten
-politieke rechten
-sociale grondrechten
De eerste drie hiervan zijn klassieke grondenrechten.
Over strafbaarheid zijn een aantal belangrijken dingen vastgelegd in de grondwet:
-legaliteitbeginsel: iets is alleen strafbaar als het in de wet staat.
-strafmaat: er mag niet meer straf gegeven worden dan in de wet vermeld.
-Ne bis in idem-regel: je kunt niet een tweede keer vervolgd worden voor een delict waar je al voor berecht bent.
H3Wettelijke regels veranderen, maar grondrechten blijven vaak bestaan. Ze vormen het fundament, en kunnen alleen gewijzigd worden als twee derde meerderheid in het parlement met het voorstel eens is.
De opkomst van georganiseerde misdaad is een nieuw verscheinsel en staat ter discussie. Er moet harder tegenop getreden worden volgens velen. De laatste jaren is het opsoren van deze criminaliteit veel moeilijker. Vooral door grote drugssmokkel zijn veel bendes zich beter gaan organiseren. Ook zijn de leiders meestal veel slechter te vinden. Er wordt gebruik gemaakt van moderne technologieën om politie en justitie af te luisteren. Hierom is de BOB wet opgericht. Deze wet geeft politie meer mogelijkheden om bijvoorbeeld huiszoekingen te doen. Ook mag de politie in sommige gevallen een overtreding maken om te kijken of een bende erin meegaat.
Ook terroristen kunnen harder aangepakt worden. Door de wet terroristische misdrijven ben je nu veel sneller verdacht.
Sommige grondrechten botsen met elkaar. Bijvoorbeeld die van vrijheid van meningsuiting, vrijheid van godsdienst, en verbod op discriminatie.
H4De overheid heeft meer macht als wij, logisch, ze moeten voor rechtshandhaving zorgen, ook mogen ze als enige geweld gebruiken. Dat is een geweldsmonopoly.
In de wet staat precies waarvoor je veroordeeld kunt worden. Er is een verschil tussen een misdrijf en een overtreding. Misdrijven zijn ernstigere strafbare feiten dan overtredingen. Ook zijn de straffen bij misdrijven hoger, en vooral misdrijven kunnen nadelig zijn voor een sollicitatie.
Omschrijving van het begrip criminaliteit: alle misdrijven die in de wet staan omschreven.
Procedure van een strafproces:
1. Politie verzamelt informatie over het strafbaar feit, door verhoringen enz. dit alles wordt opgeschreven in een proces verbaal.
2. Politie geeft proces verbaal aan justitie. Deze verhaalt verdachten en eventuele getuigen.
3. Als de officier van justitie genoeg bewijzen heeft gaat het dossier naar de rechter. Nu volgt er een rechtszaak.
Zonder toestemming mag een politie:
- verdachten staande houden en vragen naar hun personalia (ID)
-verdachten arresteren, verzet is niet toegestaan
-verdachten fouilleren. Zijn kleding en lichaam word daardoor onderzocht.
-verdachten vasthouden op het bureau.
-bewijsmateriaal in beslag nemen.
Met toestemming van rechter-commissaris:
- een woning binnengaan om iemand te arresteren (machtiging tot binnen treding) of huiszoekingsbevel.
- speciale persoonsgegevens bekijken/beluisteren (telefoongesprekken)
- preventief fouilleren (zonder sprake van verdenken fouilleren)
-een verdachte maximaal 110 dagen in voorarrest laten zitten.
- infiltratie in misdaadorganisaties.
Officier van justitie is eigenlijk de openbare aanklager. Alle officieren van justitie bij elkaar noemen we het openbaar ministerie. Na een opsporingsonderzoek heeft de officier drie mogelijkheden: seponeren, schikken of vervolgen.
-Seponeren: er is te weinig bewijs gevonden, als het gaat om klein vergrijp, of de verdachte is al gestraft door iemand verloren te zijn door zijn eigen daad bijvoorbeeld. Seponeren betekent: afzien van de verdere rechtsvervolging.
-Transactie: Voor lichte overtredingen krijgt de verdachte een geldboete of een taakstraf van maximaal 180 uur. Hierdoor hoeft een verachte niet voor de rechter te verschijnen. Transactie is een voortijdige afdoening, ook al schikking genoemd.
-vervolging: er komt een rechtszaak.
H5Voor het begin van een terechtzitting krijgt de verdachte een dagvaarding(oproep). Hierin staat waar je van verdacht word, en wanneer je verwacht word bij de rechtbank te zijn. Een rechtszaak bestaat uit 7 stappen:
1. Opening: rechter controleert de persoonsgegevens van de verdachte.
2. Tenlastelegging of aanklacht: de officier leest aanklacht voor en licht het toe.
3. Onderzoek: De verdachte wordt ondervraagd door de officier, de rechter, en zijn eigen advocaat. De verdachte staat niet onder ede. Ook kijkt de rechter tijdens het onderzoek naar persoonlijke omstandigheden, en of er fouten gemaakt zijn in de procedure.
4. Requisitoir: de officier vertelt een verhaal waarmee hij probeert aan te tonen dat de verachte schuldig is, en hij vraagt de rechter om een bepaalde straf, de eis.
5. Pleidooi: de advocaat verdedigt hierin de verdachte. Hij vraagt om strafvermindering of vrijspraak. De officier van justitie kan hierop reageren, waarop de advocaat nog 1 keer mag antwoorden.
6. Het laatste woord: de verdachte heeft het laatste woord. Hierin kan hij bijvoorbeeld zijn spijt betuigen, of gewoon zijn onschuld benadrukken.
7. Vonnis: de rechter doet zijn uitspraak
Een rechter kan wanneer de verdachte schuldig bevonden is hem straffen of een strafrechtelijke maatregel opleggen.
Ons lang kent 4 soorten straffen:
1. Vrijheidsstraf: deze straf wordt toegepast bij ongeveer 20% van de daders. De maximale straf voor een overtreding is 1 jaar, voor een misdrijf levenslang, en de tijdelijke Max. straf is 30 jaar.
2. Taakstraf: deze straf wordt steeds vaker gebruikt vanwege het opvoedende karakter. Dit kan ter vervanging van maximaal 6 maanden overwaardelijke gevangenisstraf. Hierbij kan gekozen worden uit een werk of leer straf. De dader moet nuttig werk doen voor de samenleving.
3. Geldboete. De maximum geldboete voor overtredingen varieert van 220 euro tot 440000 voor oplichting en fraude. Als de boete niet betaald word moet je voor elke 50 euro een dag de gevangenis in.
4. Bijkomende straffen: deze straffen kunnen in combinatie met bovenstaande straffen gegeven worden. een bijkomende straf is bijvoorbeeld ontzegging van de rijbevoegdheid.
Voorwaardelijk wil zeggen dat de dader de straf niet krijgt, maar onder de voorwaarde dat hij binnen een bepaalde proefperiode niet weer een soortgelijk strafbaar feit begaat.
Ook kan een rechter strafrechtelijke maatregelen opleggen, voorbeelden zijn:
-tbs, vooral bedoeld voor iemand die niet meer rekeningsvatbaar is
-onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen goederen zoals wapens en drugs.
-ontneming wederrechtelijk voordeel. Bedoeld om de veroordeelde zijn winst af te nemen die hij met een misdrijf heeft gemaakt.
- schadevergoeding aan het slachtoffer.
Na het vonnis kunnen zowel officier als veroordeelde in hoger beroep gaan. Het misdrijf gaat dan naar het gerechtshof.
Kinderen onder 12 jaar zijn niet verantwoordelijk voor hun eigen daden, maar kunnen wel in aanraking komen met de kinderrechter. Tussen 12 en 18 is er het jeugdrechter. Voor kleine overtredingen word het haltbureau ingeschakeld. Je krijgt dan een taakstraf. Zwaardere misdrijven komen voor de kinderrechter waardoor je uiteindelijk in de jeugdgevangenis kan belanden. Ook kun je in een behandelcentrum terecht komen.
H6.
Cijfers kloppen niet altijd omdat we bij kleine delicten zoals vernielingen meestal geen aangifte doen, omdat we er vanuit gaan dat de dader toch niet gepakt word.
Crimineel gedrag kun je verdelen in 2 oorzaken: maatschappelijke en persoonlijke oorzaken.
Voorbeelden van maatschappelijke oorzaken:
-Alcohol- en drugsgebruik.
-Pakkans. De pakkans is maar 16 procent
-Minder sociale controle.
-Maatschappelijke achterstand. Mensen zonder opleiding bijvoorbeeld.
-betere beveiliging. Hierdoor komen meer overvallen op kleine, minder beveiligde winkels.
Persoonlijke factoren:
Biologische theorie:
De Italiaanse gevangenis huisarts Lombroso deed schedel onderzoeken bij gevangenen. Zijn conclusie was dat je criminelen kon herkennen aan een laag voorhoofd en doorlopende wenkbrauwen. Hij werd echter niet als wetenschapper beschouwd. Tegenwoordig probeert de sociobiologie het gedrag van mensen uit biologische factoren te verklaren. Sommige kinderen met een asociaal gedrag hebben een lagere hartslag waardoor ze minder bang zijn voor straf.
Bindingstheorie:
Volgens de criminoloog Hirschi is ieder mens voor een deel tot het slechte geneigd. De meesten gedragen zich netjes omdat ze bindingen hebben die ze niet zomaar op het spel zetten zoals banden met vrienden, familie en collega’s. Pas wanneer deze bindingen ontbreken zijn mensen eerder geneigd tot crimineel gedrag.
De aangeleerd-gedragtheorie:
Volgens de socioloog Sutherland wordt crimineel gedrag aangeleerd. Wanneer jongeren intensief contact hebben met anderen die al crimineel zijn is de kans groot dat het overslaat. Hierbij zijn familie, vrienden en de buurt een belangrijke factor. Deze theorie verklaard hoe crimineel gedrag kan worden doorgegeven.
De persoonlijkheidstheorie:
Volgens Sigmund Freud is er een verband tussen crimineel gedrag van volwassenen en hun ervaring als kind. Freud gaat er vanuit dat elke persoonlijkheid is opgebouwd uit drie delen:
-ID: het onderbewuste. Het bevat driften als seks en agressiviteit.
-Ego: het bewuste deel dat de overhand krijgt als we volwassen worden.
-superego: het geweten. De innerlijke beoordelaar, waardoor we gevoelens als schaamte of schuld krijgen.
Wanneer de balans tussen deze drie delen verstoord raakt kan er crimineel gedrag ontstaan.
De anomietheorie:
De socioloog Merton zegt dat criminaliteit optreedt als mensen er niet in slagen hun levensdoelen te bereiken. Sommigen zullen hun doelen bijstellen, anderen gaan illegale dingen doen.
Je hebt preventieve en repressieve maatregelen tegen criminaliteit.
Preventieve maatregelen zijn bedoeld om crimineel gedrag te voorkomen.
Repressieve maatregelen zijn straffen die na het criminele gedrag zijn opgelegd.
H8In de VS heeft de president een sterke machtspositie. Hij kan dingen beslissen terwijl heel veel mensen er tegen zijn. Dit kan hij doen via het presidentiële vetorecht. Hiermee omzeilt hij het congres.
In de VS worden rechters op politieke grond benoemd. De rechters daar geven ook openlijk in de media hun mening. Nederlandse rechters moeten bij hun benoeming langs de koningin om een eed af te leggen.
De hoge raad kan in Nederland heeft alleen bevoegdheid tot een rechtspraak als er een aanklacht is ingediend.
In de VS kan iedereen vanaf 18 jaar uitgekozen worden tot jury lid. Dat mag je weigeren, als je bijvoorbeeld te veel informatie gekregen hebt over de zaak waardoor je partijdig geworden bent. Een jury beslist alleen of een verdachte strafbaar of niet strafbaar is, maar geeft geen straf.
In de VS mogen agenten personen uitlokken om verkeerde dingen te doen. Zo word je ter plekke gearresteerd. Om terroristische aanslagen te voorkomen werd er de patriot act aangenomen. Dit geeft de CIA meer ruimte om burgers in de gaten te houden.
In de VS wordt ook gebruik gemaakt van de 'plea bargaining'. Hierbij sluiten de advocaat en de aanklager een deal, op de voorwaarde dat de verdacht bekent. De verdachte bekent een lichtere aanklacht, en de aanklager maakt zijn aanklacht lichter. De wet ‘three strikes and you’re out low’ houdt in dat je heel zwaar gestraft word als je voor de 3e keer de fout in gaat.
Er is sprake van klassenjustitie als mensen uit de hogere sociale klasse door justitie worden bevoordeeld boven mensen uit de lagere sociale klasse. In de VS komt veel rassenjustitie voor. Zwarte mensen worden in veel situaties achtergesteld, zoals op de arbeidsmarkt. Ook is het aantal zwarte mensen dat de doodstraf kreeg veel hoger. In Nederland is klassenjustitie veel minder erg. Wel krijgen mensen met een baan voor hetzelfde delict minder vaak gevangenisstraf dan mensen die werkloos zijn. Daarnaast word witteboordencriminaliteit vaak naar verhouding minder streng bestraft. Dit zijn misdrijven als fraude en milieudelicten.
H9Burgers of particuliere bewaking mogen mensen staande houden als ze zien dat er een misdaad gepleegd wordt. Dit woord burgerarrest genoemd.
Er zijn een aantal redenen om te straffen:
-wraak en vergelding. Misdaad mag niet lonen.
-afschrikking. Mensen zullen minder snel foute dingen doen
-voorkomen van eigenrichting: zonder straffen zouden mensen het recht in eigen handen nemen.
-resocialisatie. Met een straf probeert de overheid het gedrag van een crimineel te verbeteren.
-beveiliging van de samenleving.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.