CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Annemieke blikt terug op dat dagenlange surfen van vroeger. Tegenwoordig ben je binnen een half uur klaar.

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

Geschreven door:

Edwin de Jongh (5 vwo)

Datum ingestuurd:

13 januari 2009

Taal:

Woorden:

17.600

Bekeken:

2593 keer (18 deze maand)

Waardering:

4.2/5 (65 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 

Japan, het land van de rijzende zon. Als kind vroeg ik me altijd al af waarom Japan zo werd genoemd. Natuurlijk wist ik wel wat een rijzende zon was, maar de zon komt toch ook in Nederland op? Waarom zou Japan dan zo genoemd worden? Die vraag was niet het enige wat mij interesseerde in Japan. Zelf ben ik een fanatiek filmkijker en striplezer. En vooral de strips en films met zwaarden (katana’s), werpsterren en natuurlijk ninja’s of samurais spraken me altijd zeer aan. Naar aanleiding van die voorkeur ben ik dan ook Japanse strips gaan lezen, omdat al die dingen daar natuurlijk vandaan komen.

Naarmate ik me meer in de Japanse cultuur verdiepte, niet alleen door strips te lezen, maar ook door Japanse films, documentaires en series te kijken, kwam ik steeds meer te weten, en alles bleef me maar verbazen en interesseren. Natuurlijk is niet alles waar van wat er in de strips te lezen valt, maar er bleef toch altijd een kern van waarheid en realisme in. Wat mij ook opviel is dat het zich altijd afspeelt in een bepaald punt van hun geschiedenis. Meestal houden ze zich dan ook aan de beperkingen van de huidige technologie van die tijd, maar er is altijd iets unieks, zoals magie, pratende zwaarden, vliegende schepen etc. Dat is veel leuker dan de stereotypes in de westerse film- en stripcultuur; kijk maar naar Superman, Spiderman of zelfs Batman. Die zijn altijd hetzelfde, 1 man, 1 speciale kracht, 1 strak pak en heel veel bad-guys.

Juist omdat Japan zo anders is dan wat wij gewend zijn, bleef het me altijd boeien, maar ik had nooit echt de kans gehad om er veel meer over te weten komen, niet alleen door een gebrek aan tijd, maar ook omdat ik er gewoon nooit een reden voor had. Toen ik hoorde dat we een scriptie moesten maken voor Geschiedenis, was het natuurlijk al snel duidelijk waar ik het over wilde gaan hebben. Vol enthousiasme ben ik er dan ook aan begonnen.

Maar waarom heet Japan nou Japan, en waarom wordt het ‘het land van de rijzende zon’ genoemd? Daar was ik nog steeds niet achter gekomen.
Dus ik besloot om dat maar eens te gaan achterhalen, niet als een deelvraag voor de scriptie, maar gewoon voor mijzelf. Ik dacht dan ook dat het een simpele oorsprong had. Toen ik er eenmaal naar zocht, bleek dat het toch wel wat uitgebreider was.

Om alles te begrijpen, moet je eigenlijk beginnen bij de westerse benaming zelf, Japan. Het woord ‘Japan’ is namelijk niet de naam die door de Japanners zelf wordt gebruikt, het is een exoniem . De eigenlijke Japanse namen voor Japan zijn Nippon en Nihon. Beiden worden ze hetzelfde opgeschreven, en gerepresenteerd door de tekens
日本. In Japan wordt ‘Nippon’ gebruikt voor op bijvoorbeeld geld, sportevenementen en boeken. Het is dus meer gericht op officiële doeleinden. Nihon wordt echter gebruikt als de algemene benaming door de bewoners van Japan zelf en wordt dan ook vaak gebruikt op tv-zenders, tijdschriften en gesprekken tussen inwoners.

Nippon en Nihon betekenen beide ‘oorsprong van de zon’ en worden vaak door de Westerse cultuur vertaal als ‘Land van de Rijzende Zon’. Deze naamgeving vindt zijn oorsprong in de tijd van de Chinese Sui Dynastie, en heeft te maken met de ligging van Japan ten opzichte van China. Het ligt namelijk oostelijk, en voordat Japan (keizerlijk) begon te corresponderen met China, werd het door de Chinezen Yamato en Hi no moto genoemd, wat ‘bron van zon’ betekent. Dit kwam doordat het de zon uit het perspectief van de Chinezen altijd precies ‘uit’ Japan kwam als het ware. Altijd werd Japan dan ook gezien als de echte bron van de zon. Pas toen de Chinezen naar Japan gingen, hebben ze besloten om Yamato officieel te hernoemen naar Nihon.

Het Engelse woord voor Japan komt oorspronkelijk van de vroege handelsroutes tussen de Westerse- en Oosterse kolonies. Het vroeg Mandarijnse , of mogelijk het zogenoemde ‘Wu Chinese’ woord voor Japan werd vastgelegd door Marco Polo als Cipangu. In het modern Shanghainees, een dialect van het Wu, wordt ‘Japan’ uitgesproken als Zeppen, en het oude Malaise woord voor Japan, Jepang, werd geleend van een Chinese taal. Dit Malaise woord werd opgepikt door Portugese handelaars in Malacca, gedurende de 16e eeuw. De Portugese handelaars zijn volgens velen de eersten die de benaming in Europa introduceerden. Maar alhoewel Marco Polo het als eerste ontdekte, werd het woord voor het eerst vastgelegd in het Engels, in een brief uit 1565, als ‘Of the Ilande of Giapan’, door Luïs Fróis. Naarmate de tijd verstreek, werd het woord Giapan steeds verder ontwikkeld, tot wat we vandaag de dag kennen als ‘Japan’.

Maar mijn grootste uitdaging van alles was nog wel het vinden van een hoofdonderwerp, omdat de geschiedenis van Japan natuurlijk veel te groot was. Er zijn zo ontzettend veel verhalen en gebeurtenissen te vertellen, dat het onmogelijk zou zijn om ze allemaal tegelijk te doen. Toch wilde ik al mijn vragen beantwoorden, en tegelijkertijd chronologisch correct blijven. Ik besloot om me goed te verdiepen in wat ik nu echt wilde weten, en wat ik achterwege kon laten. Uiteindelijk heb ik besloten om te kiezen voor de grootste onderwerpen die ik wilde behandelen, en alle kleine onderwerpen te laten vallen. Dan kom je natuurlijk uit bij de Samurai, Ninja’s, Geloof, Buitenlandse invloed, mythes, kunst, oorlog en andere hoogtepunten in de Japanse geschiedenis. Iets dat al deze dingen met elkaar verbindt is de sterke mentaliteit van Japan.

Na eenmaal een gesprek te hebben gehad met Dhr. Veldman, week ik af van
mijn eerdere keuze van onderwerp; namelijk ‘Hoogtepunten in de Japanse Geschiedenis’. Ik besloot om mijn hoofdvraag te focussen op wat mij voornamelijk aantrok tot de Japanse cultuur, en dat was juist hoe afwijkend en verschillend het was van de onze. Ik wilde de mystiek, normen en waarden en erecode ontrafelen. Vandaar leek het mij het beste om als hoofdvraag te kiezen:
‘Hoe ontstond de Japanse mentaliteit en hoe groeide het uit?’

Ik heb diep moeten duiken en delven in een onderwerp dat zo los staat van alles wat ik al wist, dat ik bij elk stukje informatie nog meer werd gemotiveerd. Om deze vraag te beantwoorden leek het mij het beste om puur de hoogtepunten te nemen waar ik echt wat aan had, dus degenen die een zekere relatie hebben met de hedendaagse Japanse mentaliteit. Hieronder vielen oorlogen, religie, communicatie, sociale hiërarchie, buitenlandse relaties en de vroege geschiedenis van Japan. Mijn doel is om het antwoord duidelijk te laten zijn eenmaal aan het eind van mijn scriptie. Zo blijft het voor mij een avontuur.

Naast mijn hoofdvraag heb ik natuurlijk ook wat deelvragen. Hieronder enkele:
- Hoe werd Japan vroeger gezien in vergelijking met nu?
- Hoe is de dynastie voor het eerste shogunaat tot stand gekomen?
- Welke invloed hebben andere landen gehad op Japan?
- Wat was de primaire Japanse geloofsovertuiging?

Ik vind het ontzettend leuk om aan deze scriptie te werken, want het helpt mij tegelijkertijd zelf ook om een beter inzicht te krijgen in de cultuur aan de andere kant van de wereld. Als ik ooit de gelegenheid zou krijgen, zou ik graag heel Japan afwandelen, op zoek naar alle verborgen verhalen.

Inleiding over het Japans
Het Japans, ook wel door de Japanners ‘Nihongo’ genoemd, is een taal die gesproken wordt door circa 130 miljoen mensen in Japan. Ook verscheidene kleine gebieden in Amerika beschouwen het Japans als hun basistaal. Het is verwant met de Ryukyuan talen, maar er is geen echt bewijs dat het verwant is met welke andere taal dan ook.

De Japanse taal word geschreven in een combinatie van drie verschillende vormen, of eigenlijk manieren van schrijven. Kanji, wat het meest traditioneel is en de basis legt, en nog 2 andere vormen, Hiragana en Katakana. Deze twee zijn als het ware een soort van versimpelde en meer gestileerde vormen van Kanji. Het Latijnse alfabet, romaji, wordt vaak gebruikt in de moderne Japanse taal, vooral voor bedrijfsnamen en logo’s. Ook wordt het gebruikt bij advertenties en wanneer je bijvoorbeeld Japanse tekst op je pc moet typen. Voor de nummering worden vaak westerse Arabische cijfers gebruikt, maar ook traditionele Sino-Japanse cijfers kunnen vaak worden gebruikt, alhoewel dat alleen voorkomt in de wat traditionelere gebieden van Japan.

Het Japanse vocabulair heeft heel veel invloed gehad van leenwoorden uit andere talen. Zo zijn er een heleboel woorden geleend uit het Chinees, of aangepast, in de loop van minstens 1500 jaar. Sinds het begin van de 19e eeuw, heeft Japan vele woorden geleend van Indo-Europese talen, vooral het Engels. Ook de Nederlandse taal heeft invloed gehad op het Japans, vanwege de speciale handelsrelatie in de 17e eeuw, evenals Portugal en Duitsland in de 16e eeuw.

Geschreven taal
Tot aan circa het begin van de 5e eeuw na Christus, was er geen geschreven taal aanwezig in Japan, wat dus betekent dat er van alles voor de 5e eeuw helemaal niks terug te vinden is in geschreven bronnen, los van wat bronnen in het Chinees over Japan. In plaats van schrift, gebruikten de Japanners tot die tijd professionele vertellers, ook wel Kataribe genoemd. Deze vertellers trokken rond en vertelden de belangrijkste nieuwtjes.

Door het contact dat Japan met China had, was het Chinese schrift het eerste schrift dat ze zagen en leek het hun logisch om dit karakterschrift over te nemen. Niet in het minst omdat Japan ook zeer gecharmeerd was van de hoog ontwikkelde Chinese cultuur. De overgenomen karaktertekens werd ook wel "kanji" genoemd. Dit zijn dus de tekens die het Japanse schrift op het Chinees doen lijken. Het woord "kanji" betekent letterlijk "schrifttekens van Han". Han was een belangrijke keizer in China (206 v.C.tot 220 n.C.), en daar zal het waarschijnlijk daar zijn naam vandaan hebben gekregen. Mogelijk hebben de Japanners in die periode voor het eerst kennis gemaakt met dit schrift.

De oorsprong van de Japanse taal.
Over de oorsprong van het Japans is ontzettend veel discussie tussen vele linguïsten. Er is wel bewijs getoond voor een aantal mogelijke bronnen waaruit het Japans is ontstaan, waaronder de Altaïsche, Polynesische en Chinese talen. Vanuit al deze talen, blijkt de Altaïsche familie de meest logische en geloofwaardige optie, omdat deze de Turkse, Mongolische en Koreaanse talen bevat.

Het Koreaans wordt van al deze nog het meest vergeleken met het Japans, omdat bij beiden belangrijke elementen zoals de algemene structuur, klanken van klinkers, gebrek aan combinaties, en het uitgebreide gebruik van beleefdheidsvormen, waarin de sociale rang van de gesprekspartner een grote invloed heeft op de conversatie, overeenkomen. Hoe dan ook, de uitspraak van het Japans is zeker anders dan het Koreaans, en ze kunnen elkaar wederzijds niet begrijpen.

Wani
Nog een andere theorie waar veel linguisten het over eens zijn, is die van de geleerden uit Korea. In het jaar 405 kwam Wani, die alleen in Japanse geschiedenisboeken wordt genoemd, vanuit Korea naar Japan. Althans, over het jaartal is nogal wat onduidelijkheid, want volgens de Koreaanse Kronieken was het in 285. Wani had verscheidene boeken bij zich, waaronder de verhalen van Confucius, een boek over Kanji (de Chinese karakters/tekens die worden gebruikt in hun geschreven taal) en nog een aantal studieboeken over het Chinese en Koreaanse schrift.

Wani gaf les in Kanji aan één van de zoons van Ôjin, de keizer van Japan, prins Uji no Waki-iratsuko, die tevens ook de jongere broer was van de latere keizer Nintoku. Nintoku was echter keizer van 319 tot 399, wat de komst van Wani in 405 een beetje onwaarschijnlijk zou maken, en de Koreaanse kronieken juist wat geloofwaardiger. Nintoku was echter de 16e keizer, en als je rekening houdt met het feit dat de jaartallen van de eerste 32 keizers alleen bekend zijn door overlevering, ze dus onbetrouwbaar kunnen zijn. Vandaar wordt er op dit moment uitgegaan van het jaartal 405, waarin Wani naar Japan kwam.

Uitbreiding
Doordat Wani en enkele andere geleerden naar Japan kwamen om te onderwijzen over de Chinese tekens aan de keizerlijke familie, zou het uiteindelijk gestandaardiseerd worden. In de loop van de tijd kwamen er steeds meer verschillende stijlen, sommige afgeleid van Kanji, en sommige simpelweg gecombineerd met andere tekens.

Na de invoering bleek dat het Japans toch niet goed kon worden weergegeven met uitsluitend deze kanji. Met name voor verschillende uitgangen van de werkwoorden en voor kleine partikeltjes die de Japanse taal rijk is, had men extra karakters nodig, die klanken beter zouden weergeven. Zo ontwikkelden ze uit de overgenomen kanji, eigen "klank-alfabetten", de hiragana- en katakanakarakters
Sinds de kennismaking met de westerse wereld leert men ook onze romeinse letters, die 'romaji' worden genoemd. Japanse kinderen leren dus tegenwoordig 4 schriftsoorten: kanji, hiragana, katakana en romaji. Het Japans kent ongeveer 6000 kanji maar de 2000 kanji die men op school leert, waarvan 1000 op de lagere school, zijn in principe voldoende om het Japans te kunnen lezen.

Kanji
De oorspronkelijke pictogrammen werden steeds gestileerder en strak uitgebeeld, en ze werden gecombineerd omdat er bijvoorbeeld meerdere en moeilijkere dingen mee moesten worden uitgebeeld. Die nieuwe vorm van pictogrammen heten ook wel ideogrammen, wat eigenlijk gewoon hetzelfde is, maar dan met een abstractere betekenis.

Ook wordt er vaak nog een klankkarakter of ander fonetisch symbool aan toegevoegd. Als het ware zijn dat dan een soort combinatie-karakters, of in het net, semantisch-fonetisch. ‘Semantisch’ geeft dan een indicatie over de betekenis, ‘fonetisch’ een indicatie over de uitspraak. Sommigen vinden dat Kanji daarom niet ideografisch genoemd mag worden, maar helaas blijven ze zelf voor de Chinese karakters nog wel de term ideogrammen gebruiken, wat het natuurlijk heel erg verwarrend maakt. In bijna alle boeken en publicaties word hoe dan ook de term ideogram nog steeds gebruikt als beschrijving van Kanji.

Basispictogrammen
Kanji bestaat ongeveer uit 90% van deze semantisch-fonetische tekens, maar dit betekent dus niet dat er geen oorspronkelijke pictogrammen meer gebruikt worden. De symbolen voor bijv. zon, maan, berg en boom zijn nog de, weliswaar gestileerde, simpele pictogrammen.

Deze 'basispictogrammen' worden wel radicalen genoemd. Ook is niet altijd een fonetisch deel toegevoegd. Het teken voor huis bestaat uit twee radicalen en kent geen fonetisch symbool en is dus een ideogram. Het bovenste radicaal had als betekenis 'dak' terwijl het onderste radicaal de betekenis 'varken' had en heeft. Letterlijk betekent dit dus "een plek waar varkens een dak hebben".

Combinatiekarakter
Een mooi voorbeeld van een combinatiekarakter is dat van brug. Links zie je een radicaal voor boom of hout, en rechts twee staan twee tekens boven elkaar. Het bovenste stuk van dit teken had in het Chinees de betekenis "gebogen". Gecombineerd met het radicaal voor hout krijgen we de betekenis van "iets dat van hout is en gebogen". Oftewel, een brug. Het rechter onderteken is een fonetisch symbool en in het Chinees is dat "qiáo". Fonetisch spreek je dat uit als ‘tsjau’. In het Japans is dit “kyo” en de originele Japanse uitspraak luidt “hashi”.

Op deze afbeelding kun je ook goed zien hoe een Kanji teken is opgebouwd, streepje voor streepje, terwijl elk radicaal weer iets anders betekend. Het is voor mij moeilijk voor te stellen hoe moeilijk Japanse studenten het wel niet zullen hebben, als ze minstens 2000 van deze tekens moeten kennen aan het eind van hun studie.

Nederlandse invloed op het Japans
Door de goede relatie die Japan destijds in 17e eeuw had met Nederland, door de handel, heeft ook Nederland een redelijke invloed gehad op het Japans. Er komen dan ook veel Nederlandse leenwoorden voor in het Japanse vocabulaire. Hieronder enkele van de hele lijst.

arukooru
アルコール alcohol
asubesuto
アスベスト asbest
bi
ikaa ビーカー beker
bīru
ビール, 麦酒 bier
erikuteru
エリクテル elektriciteit
inku
インク inkt
kokku
コック kok
konpasu
コンパス kompas
kōhī
コーヒー, 珈琲 koffie
koppu
コップ kop
koruku
コルク kurk
madorosu
マドロス matroos
pen
ペン pen
pinsetto
ピンセット pincet
pisutoru
ピストル pistool
ponpu
ポンプ pomp
poruda
ポルダ polder
rampu
ランプ lamp
renzu
レンズ lens
ryukkusakku
リュックサック rugzak
sāberu
サーベル sabel
siroppu
シロップ siroop
supoito
スポイト spuit
torappu
トラップ trap

Wat waarschijnlijk gelijk opvalt, is dat alle leenwoorden in het Japans altijd op een klinker eindigen.
Dat komt omdat de Japanners moeite hebben met het uitspreken van de laatste letters in de meeste buitenlandse woorden, ook is het om de woorden wat langer te laten klinken, zodat het makkelijker te begrijpen is voor de gesprekspartner.

Verder zijn er nog wat andere dingen, zoals bijvoorbeeld het feit dat ze elke l voor een r vervangen. Dit komt doordat Japanners een aparte medeklinker hebben, die ze uitspreken door hun tong op het puntje van hun bovenste tanden te zetten, en dan een soort geluid te maken dat tussen de l en r inlicht. Doordat zij dit zo gewend zijn, kunnen ze de normale l niet meer uitspreken. Daarom staat elke l genoteerd als r, maar hoor je wel nog een beetje dat het een l is. Zo heb je bij het woord Ausustrariarin niet door wat het betekent als je het leest, maar zodra je het hoort, weet je gelijk dat ze het hebben over Australië.

Veel leenwoorden die ze hebben vanuit het Nederlands, zijn echter in Nederland ook leenwoorden van andere landen, zoals pistool, pen of alcohol. Vandaar denken veel mensen dat Nederland bijna helemaal geen invloed heeft gehad op hun taal, maar zonder ons, hadden ze die leenwoorden pas veel later gekregen.

Conclusie en belang van dit onderwerp
Wie denkt dat cultuur en taal een ding apart zijn, heeft het helemaal fout. Cultuur en taal zijn als taart en slagroom; ze kunnen niet zonder elkaar. Maar voor Japan betekende taal nog veel meer dan bij de meeste andere culturen. Ook al heeft China de taal in Japan geïntroduceerd, is het inmiddels zo veel aangepast dat het een geheel andere taal te noemen is. Maar niet alleen dat. Het Japans speelt ook een hele grote rol in de hedendaagse Japanse samenleving. Iedereen die een buitenlandse taal heeft geleerd weet dat niet alle woorden en uitdrukkingen een echte vertaling hoeven te hebben. Dit feit komt nog meer naar boven wanneer je bijvoorbeeld de verschillende talenfamilies met elkaar kruist. Frans, Spaans en Italiaans hebben zeer weinig onvertaalbare uitdrukkingen bij elkaar omdat ze zo identiek aan elkaar zijn, aangezien ze allemaal tot de Latijnse talenfamilie behoren. Maar als je bijvoorbeeld een Latijnse taal en een Germaanse taal bij elkaar zet, zoals Italiaans en Deens, dan wordt het een stuk complexer.

Wanneer je echter begint met Japans te leren (waar ik nu zo’n 4 maanden mee bezig ben), dan merk je al gauw dat veel van de alledaagse uitdrukkingen zo erg afhankelijk zijn van de Japanse cultuur dat het zowaar onmogelijk is om ze te vertalen. Zo kunnen we een kijkje nemen bij een paar uitdrukkingen die de Japanse mentaliteit en blik op de samenleving goed reflecteren. De uitdrukking Sempai (
先輩) of Kouhai (後輩) wordt veel gebruikt in Japan. Dit kan vertaald worden als de relatie tussen baas-werknemer, leermeester-leerling, volwassene-kind. Bijvoorbeeld, als leerling van een karateka, zou ik hem Sempai moeten noemen, omdat hij ‘hoger’ dan mij is. Deze immersie van hiërarchie in de taal vind je heel vaak terug, aangezien de Japanse samenleving op hiërarchie is gebaseerd. Op het werk kent iedereen zijn positie, en of ze iemand anders’ sempai of kouhai zijn. Er zijn nog zat andere voorbeelden te noemen van dit soort taal-immersies, maar daar is deze conclusie te klein voor.

Omdat aspecten zoals de hierarchië, normen en waarden, tradities etc. heel strak in de Japanse taal verwerkt zitten, vind ik dat de Japanse taal een erg grote rol speelt bij het ontstaan en behouden van de Japanse mentaliteit.

Het vroege Japan
Japan komt niet voor in de geschiedenisboeken tot het jaar 57 na Chr. wanneer het voor het eerst wordt genoemd in de Chinese geschiedenis, als “Wa”. De Chinese historici vertellen ons over een land dat verspreid is over zo’n honderd verschillende groepen, zonder schrift of politieke besturing. Japan begon niet met schrijven tot circa 600 na Chr., en pas 100 jaar later wordt het allemaal opgeslagen in de Kronieken van Japan, een zeer groot jaarboek. Deze Kronieken vertellen een heel ander en legendarischer verhaal over Japan, waarbij de inwoners van Japan door de goden zelf zouden worden uitgekozen.

De Japanners zijn als het ware een soort laatkomers in de geschiedenis van Azië. Pas na het jaar 1000 begonnen ze zich af te vragen waar de rest van hun geschiedenis is gebleven. Waar kwamen ze vandaan? Waarom bewoonden ze de verschillende eilanden rondom Japan? Hoe zag het leven eruit voordat ze begonnen met het opschrijven van hun geschiedenis?

Invloed van buitenaf
Om een goed begrip te krijgen over de oude Japanse geschiedenis, moet je ook weten dat het werd gedreven door invloed van buitenaf. Het eerste bevatte een bezetting van Japan door een groep Koreanen in de 3e eeuw v. Chr.. Zij hebben als het ware de steentijd cultuur van Japan veranderd in een agrarische en metaalgebruikende cultuur. Deze vroege immigranten zijn dus de oorsprong van de Japanse taal en cultuur.

De tweede grote ‘duw in de goede richting’ in de Japanse geschiedenis was natuurlijk het contact met China vanaf de 2e eeuw na Christus. Dankzij de Chinezen, die eisten dat Japan een soort van deelstaat van China werd, leerden de Japanners een regering op te stellen, Boeddhisme en natuurlijk schrift, wat ik in mijn andere hoofdstuk al aan het licht heb gebracht. Terwijl de Japanse cultuur uiteindelijk toch afstamt van de immigranten uit de 3e eeuw v. Chr., wordt het grootste deel toch vormgegeven door de Chinese invloed. Het leuke hieraan is, is dat Japanse geleerden in de 18e en 19e eeuw probeerden de originele Japanse cultuur terug te winnen van zijn Chinese groei.

Geografie
Het meest opvallende aspect van de Japanse cultuur is eigenlijk nog wel de geografie. Japan is een groep eilanden, zo’n 3000 in totaal, waarvan er minstens 600 van zijn bewoond. Maar de 4 basis eilanden, Honshu, Kyushu, Shikoku en Hokkaido zijn eigenlijk de meest belangrijke in de Japanse geschiedenis. Het grootste eiland is Honshu, maar het gehele geografische gebied van de bewoonde eiland is in feite kleiner dan Californië. Het klimaat is best goed, sinds de eilanden precies in het gebied van de Zwarte Stroom liggen, die een lekker warm weertje meeneemt vanuit de Tropen. Elk eiland heeft bergen en zijn dan ook meestal de dupe van natuurrampen, voornamelijk aardbeving en tsunami’s.

Het bergachtige gebied laat ook zijn sporen achter in de Japanse cultuur, doordat de bergen namelijk een soort van natuurlijke grenzen vormen, is het stedelijke leven in Japan meer regionaal in plaats van nationaal. De eerste bloei van de Japanse geschiedenis neemt plaats in de laagliggende gebieden van Honshu, vooral in het Yamato gebied in het zuiden. Yamato heeft zijn naam van de eerste “officiële” naam voor Japan, namelijk Yamato.

Isolatie
Japan heeft als groep eilanden altijd al geïsoleerd gelegen van het vasteland vanaf ongeveer 10.000 voor Chr., tot vandaag de dag. Om deze reden hebben de originele bewoners het voor elkaar gekregen om nadat de gebieden in het westen allang geürbaniseerd waren, nog steeds in het steentijdperk te leven. Maar deze isolatie heeft er ook voor gezorgd dat Japan altijd beschermd was tegen buitenlandse invasies. Maar twee keer in de Japanse geschiedenis heeft een land het voor elkaar gekregen om Japan te bezetten. Namelijk in de 3e eeuw voor Christus door de golf van immigrerende Koreanen, en natuurlijk in 1945 door de Verenigde Staten.

De gebieden in Japan die de grootste culturele verschillen laten zien zijn die die het dichtste bij het vasteland van Azië liggen, zoals je al hebt kunnen inschatten. Het zuidelijke eiland Kyushu en het zuidwesterse Honshu liggen dichtbij Korea. Het is dan ook in dit gebied dat de Koreanen voor het eerst immigreerden in Japan, en het is dan ook in dit gebied waar de eerste staat van Japan plaatsvindt, Yamato.

Desondanks de late komst van Japan in de geschreven geschiedenis, gaat het begin van Japan wel 10.000 jaar terug naar een mysterieus volk, dat uiteindelijk een unieke en vitale cultuur zouden vormen, de Jômon.

De Jômon
Alhoewel de “echte” Japanners Japan niet bewonen tot de 3e eeuw voor Chr., leefden er al mensen in Japan vanaf ongeveer 30.000 voor Chr.. Japan was namelijk niet altijd al een eiland. Tijdens de ijstijden, was het verbonden met het Koreaanse schiereiland, door middel van een soort van landbrug. Alle vier van de Japanse basis eilanden waren ermee verbonden, en het zuidelijke eiland Kyushu was verbonden met het Korea, terwijl het noordelijke eiland Hokkaido verbonden was met Siberië. Steentijdvolk staken deze landbrug in ongeveer dezelfde manier over als hoe ze de Bering landbrug naar Amerika overstaken. Deze mensen worden geschat zo’n 30.000 jaar geleden te hebben geleefd, naar aanleiding van de gebruiksvoorwerpen
van steen die ze hebben achtergelaten.

Toen, rond 10.000 voor Chr., hebben deze originele bewoners een unieke cultuur ontwikkeld, die voor verscheidene duizenden jaren bleef bestaan, de Jômon cultuur. Net zoals alle andere volken zonder geschreven bronnen, komt alles wat we van hun weten af van fragmenten
van gebruiksvoorwerpen en andere artefacten, en puur gissen van antropologen
en archeologen. Jômon betekent letterlijk “koordtekening”, doordat ze altijd patronen van koorden maakten op hun potten, die tevens ook de aller-oudste waren in de geschie denis van de mens. Pottenbakken is echter een kenmerk van Neolithische volkeren. Maar de Jômon waren een Middensteentijd volk. Al het bewijs toont aan dat ze een jagende, verzamelende en vissende samenleving waren, die in zeer kleine stammen woonden. Maar in tegenstelling tot het pottenbakken, bleken ze ook een soort van mysterieuze figuren, die vrouwelijk bleken, te maken. Misschien een soort verering van een vrouwelijke god?

Onderverdeling

De Jômon vallen onder te verdelen in 6 verschillende tijdperken, tienduizend jaar is natuurlijke een lange tijd, en zelfs volken zonder schrift veranderen heel erg na verloop van tijd. Deze tijdperken zijn de Beginnende, Initiële, Vroege, Midden, Late en Slotjômonperiodes.

De Beginnende Jômonperiode, die loopt van 10.500 v. Chr., tot 8.000 v. Chr., laat alleen maar fragmenten van potten achter. Deze fragmenten werden gemaakt door een volk dat in het Kanto gebied aan de oostkant van Honshu woonde. Op dat gebied ligt nu het huidige Tokyo. Het is niet erg duidelijk hoe de fragmenten er uit zagen als ze daadwerkelijk in 1 heel stuk waren, maar er wordt uitgegaan van hele kleine ronde potten. De potten van de Beginnende Jômon zijn een ontzettende uitdaging tot het begrijpen van de menselijke cultuur, omdat zij de allereerste keramische kunst in geschiedenis van de mensheid vormen. Het pottenbakken is namelijk meer een kenmerk van een sedentaire cultuur, maar de Jômon waren echter jagers-verzamelaars die in kleine nomadische groepen leefden. Toch hebben ze de kunst van het pottenbakken ontwikkeld, ver voordat de landbouw werd geïntroduceerd in Japan. In feite hebben zij dus gedemonstreerd dat het pottenbakken een menselijke technologie is die onafhankelijk is van landbouw.

De Initiële Jômonperiode, die duurde van 8.000 v. Chr. tot 5.000 v. Chr., is gekenmerkt door het feit dat we nu complete potten ervan hebben gevonden die werden gebruikt om eten in te koken. Net zoals de fragmenten van de Beginnende Jômon, zijn dit niet zomaar potten, maar zijn ze gedecoreerd met koordpatronen die de Jômon hun naam geeft.

De Vroege Jômonperiode, vanaf 5.000 tot 2.500 v. Chr., valt gelijktijdig met het meest interessante aantal duizend jaren in de geschiedenis van de mens. Aan het eind van de laatste ijstijd, zo’n 14.500 jaar geleden, begon de aarde langzaam aan op te warmen. Tussen 5000 en 2500 v. Chr., was de aarde het warmst van de millennia die erop volgden. Tijdens deze periode, was de gemiddelde periode zo’n 4 tot 6 graden warmen dan het nu is. Nooit weer zou de wereld zo warm zijn als het in die twee eeuwen was. Maar het interessante van dit alles is natuurlijk dat tijdens deze opwarming de ontwikkeling van de landbouw plaatsvond, de allerbelangrijkste uitvinding tot nu toe. Tijdens deze warme periode vonden er dan ook grote aanpassingen plaats in het gebied van menselijke wonen. Mensen over de hele wereld begonnen te leven in een meer sedentaire manier. Aan het begin van deze periode, begonnen ze te leven in redelijke dorpen, maar aan het eind begonnen de allereerste steden te verschijnen. De Jômon waren geen uitzondering in dit wereldwijde verschijnsel. Compleet geïsoleerd van alle andere mensen, begonnen ook zij te leven in grote dorpen. Deze dorpen bestonden uit grote kuilhuizen, de vloeren van deze huizen waren een klein stukje boven de grond. Het lijkt ernaar dat ze in grote groepen van familie woonden. In deze periode begonnen ze ook met het maken van de vrouwelijke figuurtjes tijdens hun pottenbakken.
In de Midden Jômonperiode, vanaf 2500 v. Chr. tot 1500 v. Chr., migreerden de Jômon vanaf de Kanto vlakte naar het omliggende berggebied. Terwijl de Egyptenaren piramides aan het bouwen waren, de Gele Rivier koningen de eerste centrale staten in China aan het ontwikkelen waren, en de bewoners van Sumer de allereerste stedelijke centrums bouwden, begonnen de Jômon –die niks afwisten van andere culturen buiten hun eilanden- in zeer grote dropen te leven en ontwikkelden een zeer simpele landbouwcultuur. Ze waren niet langer jagers-verzamelaars, maar eerder een bekwaam en geregeld volk die zeer mooie vormen van kunst begon te ontwikkelen. Hun beeldjes hadden nou onderscheid tussen dieren en mensen, en de menselijke beeldjes hadden verwarrende gebaren waarvan de betekenis nu niet duidelijk is.

De Late- en Slot Jômonperiode die van 1500 tot 1000 en van 1000 tot 300 v. Chr. duurden, waren die waarin de wereld merkbaar weer afkoelde, zelfs zo erg dat het koeler is dan nu, en de Jômon weer terug migreerden naar de vlakte van Kanto. Op dit punt in de geschiedenis, ontwikkelden de Jômon een religie. Ze produceerden een groot nummer van beeldjes, en grote stenen cirkels beginnen te verschijnen buiten de stad. De beeldjes die ze maakten waren, zoals ik al eerder heb genoemd, vrouwelijke figuren met duidelijke kenmerken. Dit kan suggereren dat ze in hun religie een godin vereerden.

De Jômon cultuur, in essentie een Middensteentijd cultuur met Neolithische trekjes, bloeide vanaf de 11e eeuw v. Chr. tot de 3e eeuw, waarin het aan de kant werd geschoven door een groep immigranten uit het vasteland. Deze groep immigranten waren de Yayoi, en hun oorsprong ligt in het noorden van China. Noord China was oorspronkelijk een gematigde en weelderige plek vol met bossen, stromingen en regen. Doch, het begon enkele duizenden jaren v. Chr. uit te drogen. Deze opdroging, die uiteindelijk een van de grootste woestijnen in de wereld zou worden, de Gobi, dreef de originele inwoners het zuiden en oosten in. Dit volk vertrok naar Korea, en verplaatste daar de inheemse bevolking weer op zijn beurt. Op een gegeven moment werden deze nieuwe bewoners veer verplaatst door een nieuwe golf immigraties uit het Noorden van China, en besloot een groot aantal van hun om naar de Japanse eilanden te vertrekken. Om deze reden, zijn de talen in het noordelijke gebied van China, de taal van Korea, en het Japans allemaal in dezelfde talenfamilie, volgens de meeste linguïsten.

De Yayoi
De Yayoi brachten landbouw, brons en zilver en een nieuwe religie met zich mee. Deze nieuwe religie zou zich uiteindelijk ontwikkelen in Shinto, die deze naam niet had gekregen tot veel en veel later. Terwijl we niet weten wat deze immigraties hebben gedaan met de inheemse volkeren, zijn er verschillende mogelijkheden. Volgens één theorie, die door bijna heel Japan wordt geaccepteerd, waren de golven van de Yayoi immigranten zeer klein. Terwijl ze wel nieuwe technologieën met zich mee brachten, werden ze uiteindelijk toch geassimileerd in de oorspronkelijke Jômon cultuur. Sommige Japanners geloven dat de Jômon een Austronesische taal sprak en, wat zou betekenen dat de Jômon meer gerelateerd waren met de Zuid-Pacifische eilandbewoners, en dat het Japans dus nog steeds grotendeels een Pacifische taal is. In het westen, geloven sommige historici dat de Yayoi de inheemse Jômon vervingen en zo dus hun cultuur permanent eindigden.

Wat de oorsprong van de Japanse cultuur dan ook is, het is duidelijk dat de Japanse taal, de sociale structuur, en de religie niet verder gedateerd kunnen worden dan de Yayoi immigranten. Dus voor alle praktische doeleinden, zijn de Yayoi een nieuw begin in de Japanse cultuur. De overgang was dramatisch, zelfs nog erger dan de overgang van de Industriële revolutie. De Japanse cultuur veranderde bliksemsnel met deze nieuwe immigranten, achtduizend jaar van culturele vreedzaamheid was in een handomdraai het landbouw tijdperk ingegooid.

Leefstijl van de Yayoi
De Yayoi leefden in stammen die Uji werden genoemd. Deze stammen werden geleid door één vaderlijk figuur, die zowel als priester en krijgsheer fungeerde. Elke stam werd geassocieerd met één god waar het hoofd van de stam verantwoordelijk voor was. Alle ceremonies voor die ene god werden door het stamhoofd georganiseerd. Deze goden, ook wel Kami, vertegenwoordigden de natuur of andere wonderlijke aspecten van de wereld. Wanneer een Uji een andere Uji overnam, werd de god ook geïmmigreerd in hun religie.

De Yayoi leefden primitief, ze hadden geen schrift of geld, ze kleedden zichzelf grotendeels in kleren die gemaakt werden van hennep en polygamie kwam vaak voor, alhoewel vrouwen geen denigrerende plek hadden in de maatschappij. Het is zelfs mogelijk dat vrouwen ook stamhoofden of priesters waren.

De relaties tussen de verschillende Uji waren nogal complex. Langzame, territoriale conflicten ontwikkelden uiteindelijk tot iets wat leek op een soort kleine staten. De eerste Japanse staat, werd echter zoals al eerder genoemd gebouwd op het Schiereiland Yamato, het gebied waar de Chinese invloed loskwam in het jaar 200 n. Chr.

Conclusie en belang van dit onderwerp
Om een cultuur echt te snappen en in staat te zijn om het te kunnen ontleden, moet je weten waar de ‘roots’, of wortels, van zo’n cultuur liggen. Bij de Japanners liggen de oorspronkelijke roots bij zo’n 10.000 jaar voor Chr.. De Yayoi en de Jômon, met hun beeldjes en vazen. Maar je weet nu dat de ‘echte’ Japanse roots, van de Japanners die wij vandaag de dag kennen, toch iets later liggen, zo’n 10.000 jaar later wel te verstaan. Alleen dit feit geeft al heel veel aan over de mentaliteit van de Japanners en brengt ons dichterbij de oorsprong. De Yayoi die de Jômon wegdreven, hebben heel veel betekend voor de hedendaagse Japanners. Zo legden zij de basis voor het Shintoïsme, en met hun manier van het vormen van Uji’s, vertoonden zij ook wat de Japanners later als ‘clans’ doopten. De manier waarop zij leefden kenmerkt goed de Japanse identiteit, en daarmee dus ook hun mentaliteit. Deze ‘beginselen’ van een nieuwe cultuur, waarbij de 8.000 jaar durende oorspronkelijke cultuur verstoten werd, hebben veel bijgedragen in de loop der tijd, en zijn dus van essentieel belang om de hoofdvraag van deze scriptie te kunnen beantwoorden.

Het Shintoïsme
Het oorspronkelijke geloofssysteem van Japan bezit helemaal geen fundamentele leuzen, spreuken of opgeschreven levenslessen, en het lijkt dan ook totaal niet op een westers geloof, zoals het Christendom. In feite legt het meer een soort basis voor verering van de Japanse tradities en leefwijzen, en Kami . Ook al is het Shintoïsme het oudste en vooral het meest traditionele geloof in Japan, wordt het geloof vandaag de dag nog net zo geldig beschouwd als dat het ooit was. Het is dan ook het op één na populairste geloof in Japan, met op nummer 1 het Boeddhisme. Het Shintoïsme is in feite een soort ‘middel’ om via rituelen in contact te komen met de Kami, op een warme, rustige en vooral positieve manier. Matsuri zijn in de loop der tijd zo erg deel geworden van het sociale leven en leggen zo goed de Japanse moraliteit en hun sociale gedrag vast dat meedoen aan zo’n feest als vanzelfsprekend wordt beschouwd voor alle Japanners. Het Shintoïsme hoeft dus niet perse te dienen als geloofsovertuiging, maar ook als behouder van tradities.

Het woord ‘Shinto’ (
神道,) heeft een interessante opbouw. Het combineert een teken uit het woord ‘Kami’, namelijk de (Shin), met (To). ‘Shin’ betekent hier dan dus ‘God’ en ‘To’ betekent ‘De weg’. In feite beeld het dus de weg naar en van de Kami uit, oftewel het geestelijk en spiritueel contact. De naam werd oorspronkelijk gekozen door de regering in de zevende eeuw om ‘traditionele’ aanbidding van het Boeddhisme te scheiden. Shinto is echter niet simpelweg een inheemse godsverering, of cultus, want het reflecteert veel van de eeuwenoude ‘magische’ tradities van de Aziatische buurlanden. Het is dan ook al door Historici bewezen dat veel Boeddhistische, Taoïstische en zelfs Christelijke filosofieën af en toe terugkomen in het Shintoïsme. Maar dat is niet het enige, Shintoïsme werd zo nu en dan ook gebruikt door de Japanse overheid en machtstaat om de natie onder één keizer te verenigen, als een nationale religie, tegen buitenlandse vijanden. Een goed voorbeeld hiervan zijn de Mongoolse invasies, waarbij zij getroffen werden door de Kamikaze.

Veel hedendaagse Japanners, die vaak een mix tussen het Boeddhisme en Shintoïsme als geloofsovertuiging hebben, weten niet heel veel af van deze politieke achtergrond. Sterker nog, er zijn maar weinig Japanners die het Boeddhisme of Shintoïsme een religie zouden noemen, omdat het meer een levensweg is. Bijna iedereen in Japan gelooft dan ook in Kami, zonder gelijk van Shintoïsme te hoeven spreken.
De Kami
De allereerste Japanse geschiedenisboeken, de Kojiki en de Nihonshoki, werden samengesteld in opdracht van de keizerlijke familie in het jaar 712 n. Chr., met als doel het keizerlijke nageslacht te rechtvaardigen, en veel van de meest belangrijke Kami te beschrijven. Alhoewel de documenten een duidelijk politiek doeleind hadden om alle regionale en clan leiders te verenigen onder de macht van de keizer Yamato, bevatten ze een prima uitleg voor de meeste Shintoïstische rituelen en bleken dan ook een perfecte basis voor elke officiële Shinto theologie van vandaag de dag.

Hieronder zal ik ingaan op enkele van de vroege concepten, en hoe ze steeds verder werden uitgewerkt.

De Kami zijn niet altijd hetzelfde als Goden, ze kunnen namelijk dood, en hun lijken worden op dezelfde manier door de natuur ‘verwijderd’ als elk ander levend wezen. Sommige Kami zijn dan ook menselijk. Er is geen makkelijk onderscheid te maken tussen leven en dood, cultuur en natuur of mens en god. In het Shintoïsme, is alle creatie een uitdrukking van goddelijke en bovennatuurlijke krachten. Alle dingen zijn aan elkaar verbonden in een soort geestelijke familie. Goddelijke kracht wordt niet gebalanceerd verspreid onder alle organismen, maar wordt in sommige fenomenen (vaak onbereikbaar, zoals de zon) als zeer sterk worden beschouwd. Deze organismen of fenomenen zijn de Kami.

De Kami zijn onzichtbaar en ontelbaar. Het Shintoïsme focust zich op de Kami die hun belang aan de mensen tonen. Sommige Kami zijn gebonden aan de keuken, veiligheid op de weg, educatie etc. Anderen zijn juist weer gebonden aan bijvoorbeeld plaatsen, waaronder vooral berggebieden, bossen en watervallen, die er nogal speciaal uit zien. Zo zijn sommige Kami bijvoorbeeld gebonden aan krachtige natuurverschijnselen zoals de wind, donder of regen. Sommige normale personen die bijvoorbeeld heel succesvol zijn of ergens heel goed in, kunnen ook Kami genoemd worden. Verder zijn er nog minder belangrijke Kami, zoals de boomgeesten, of dierengoden. Hiermee zou men kunnen communiceren met de natuur. In sommige speciale aangelegenheden komt het voor dat Kami een medium bezitten om een belangrijke boodschap te sturen.

Personen zouden de Kami die het meest belangrijk is voor hun moeten entertainen en blij houden, niet alleen voor de goede wil, maar ook omdat zij zich bekommeren om elk individu. Ze zijn niet alwetend, en willen dus graag geïnformeerd blijven over alles wat plaatsvindt. Ze houden ervan om de mensen te zien genieten in een vrolijke samenleving.
In alle boeken van het Shintoïsme staat er nergens iets over een almachtige schepper, of überhaupt over de creatie van het universum. Er staat ook nergens iets over het einde der tijden over de Dag des Oordeels. Sterker nog, er is geen duidelijke beschrijving van een leven na de dood. Zodra een persoon overlijdt, smelt hun ziel simpelweg samen met hun voorouderlijke Kami en hebben ze geen individuele ziel zoals bijvoorbeeld in het Christendom of Boeddhisme.

Veel rituelen maken gebruik van exorcisme van je zonden om op die manier weer naar de oorspronkelijke staat van kuisheid terug te keren. Een net, oprecht en beleefd bestaan leid tot betrouwbaarheid en bescherming tegen slechte invloeden van buiten. De Kami worden vooral op afstand gehouden door bloed en de dood. Traditioneel werden vrouwen verbannen van rituelen tijdens hun menstruatie periode, en soldaten moesten een speciale purificatie krijgen na een gevecht te hebben gehad.

Opvallend is dat alhoewel er geen creatie van het universum wordt uitgelegd, er wel degelijk een creatie van de aarde wordt uitgelegd. Dat is het verhaal van Izanagi en Izanami. Ik ben erg onder de indruk van de kwaliteit van dit verhaal en hoe modern het is in vergelijking met bijvoorbeeld Bijbelse verhalen. Izanagi was de mannelijke van de twee Kami in de mythe. Samen met Izanami was hij verantwoordelijk voor de geboorte van alle geografie, dieren en inwoners van Japan. Deze twee Kami kwamen vanuit de hemel lopen over een brug gemaakt van de regenboog. Voordat Japan er was, of überhaupt land, wierpen zij een juwelen speer in de oceaan. Zodra ze deze weer uit de oceaan trokken, vormde het water wat er vanaf druppelde het eerste Japanse eiland.

Alhoewel de twee eigenlijk broer en zus waren, trouwden ze wel met elkaar. Ze leerden hoe ze moesten voortplanten door te kijken naar een paar kwikstaartjes . Dankzij een klein foutje van Izanami tijdens de bruiloftsceremonie was hun eerste kind een miskraam. Het dode wezen wat ze hadden gebaard, wat nog het meest weg had van een kwal, werd in de zee geworpen. De rest van hun kinderen overleefden gelukkig wel. De twee gaven toen geboorte aan alle geografie en inwoners van Japan.

Echter eiste de geboorte van Japan wel het leven op van Izanami. Ondanks al het gesmeek van Izanami om niet mee te gaan, besloot Izanagi om haar toch te volgen naar Yomi . Eenmaal daar, vertelde Izanami, die toen verborgen was in de schaduw, Izanagi dat ze niet terug kon keren naar het land van de levenden, omdat zij het voedsel van Yomi had gegeten. Izanagi gaf echter niet op en hij bleef. Zodra het nacht werd, maakte hij een klein vuurtje om zichzelf warm te houden, en nam tegelijkertijd een blik van Izanami. Waar ze ooit mooi en elegant was, was zij nu rot en afzichtelijk. Ze was verschrompeld en zat onder de wormen. Izanagi, die niet in staat was om zijn angst te bedwingen, schreeuwde luid en vluchtte voor haar.

Izanami werd hierdoor zo kwaad op hem dat zij veel Shikome bij haar riep om vervolgens Izanagi uit de onderwereld te jagen. Terwijl ze dat deed zwoor ze dat ze 1000 van Izanagi’s mensen zou vermoorden. Als antwoord zwoor Izanagi dat hij dan 1500 meer mensen leven zou geven elke dag, wat als gevolg de balans tussen leven en dood had. Izanagi ontsnapte uit de onderwereld en sloot de uitgang met een rots. Zodra Izanagi weer buiten was, werd hij achtervolgd door acht donderslagen. Hij wierp zijn staf neer op de grond en zei dat ze hem niet langer moesten achtervolgen.

Nadat hij rituele purificatie onderging gaf hij (ja, hij) geboorte aan Amaterasu (de god van de zon) uit zijn linkeroog, Susanoo (de god van de storm) uit zijn neus, en Tsukuyomi (de god van de regen) uit zijn rechteroog. Izanagi gaf al zijn kinderen een gepoetste zilveren spiegel, waarin ze moesten kijken en hun boze gedachten en passies afwerpen, zodat alleen de pure geest werd gereflecteerd. Deze hele gedachte van een pure geest staat dan ook aan de basis van het Shintoïsme.

Grappig is dat veel van de vroege verhalen soms erg lijken op die van de Griekse mythologie. Zoals bijvoorbeeld Yomi, dat veel weg heeft van de onderwereld uit de Griekse Mythologie.

Shinto Tempels
De tempels van het Shintoïsme vormen heel voorzichtig de poorten naar een speciale wereld. Zelfs in een sprankelende stad vol drukte, bieden de tempels een compleet andere atmosfeer. Omringd door gezonde groene bomen, en bereikt via een kiezelpaadje, dempen deze plaatsen het alledaagse geluid. Het is een speciale stilte, die alleen wordt onderbroken door ritueel handgeklap, of het geluid van koeien en insecten. Het Shinto ritueel, samen met muziek en dans, wordt gekenmerkt door een langzaam tempo op een rustige maat. Op speciale gelegenheden (Matsuri) zit een groot deel van de lokale bevolking bij elkaar in een vooral luidruchtig feest, waarbij ze zichzelf los laten voor de Kami op manieren waar ze nooit van zouden durven dromen buiten de tempel.

Het is belangrijk dat de tempels goed passen bij de omgeving die werd gekozen door de Kami. Oorspronkelijk en traditioneel gebouwd uit hout, en achtergelaten door de voorvaders zonder behandeling, hebben deze tempels vaak reparatie nodig, en soms zelfs restauratie. De lokale bevolking is hier verantwoordelijk voor. Dit is nog steeds het geval bij Japan’s meest prestigieuze tempel, de Grote Tempel van Ise. Deze word elke generatie opnieuw gebouwd, in naam van Amaterasu (god van de zon). Godsverering wordt vaak in de open lucht gedaan, en de rituelen dus ook.

De Kami ‘wonen’ echter niet in de tempels, en ze moeten dan ook beleefd worden opgeroepen. De weg naar elke tempel word aangegeven door één van de grote poorten, ook wel torii, en er staat vaak een bak met water om je handen en mond te wassen. Een tempel is meestal toegewijd aan één Kami, maar kan ook een aantal kleinere tempels omvatten, die Kami representeren die de bevolking ook zou moeten vereren. Heilige plekken, zoals ingangen of bepaalde stenen en bomen, zijn vaak aangegeven door touwen of papier.

De Kami worden opgeroepen door aan een touw met een bel te trekken die bij de tempel hangt, een klein geld offer te brengen, twee keer met de handen te klappen, een kort gebed en uiteindelijk twee keer te buigen. Er is echter vaak variatie hierin te vinden, sommige langer en sommige korter. De Kami is altijd het publiek. Matsuri zijn bijvoorbeeld ontzettend leuk, maar beginnen wel altijd met een uitnodiging van de priester die wegkijkt van het publiek, naar de Kami, en die uitnodigt om te komen. Matsuri’s eindigen met een priesterlijk vaarwel tegen de Kami. Zowat alle tempels behalve de kleinsten zijn de verantwoordelijk van een team van priesters (guji) van verschillende ranken, die worden vergezeld door een groep lokale ongetrouwde meisjes (miko) die ceremoniale dansen en andere diensten uitvoeren.

Vandaag de dag speelt het Shintoïsme nog steeds een belangrijke rol in de Japanse samenleving. Er zijn zo’n 4 grote seizoensvieringen: Nieuwjaar, Rijstdag, O-bon en Oogst-viering. Naast deze vieringen zijn er ook de vieringen van de lokale Kami. Ook vinden er feestdagen plaats voor pas geboren kinderen, waarbij deze door de Kami moet worden geaccepteerd en zo kan worden beschermd. Wanneer het kind dan 5 jaar wordt, houdt hij of zij een speciale ceremonie bij de tempel. Eenmaal 20 jaar oud, krijgt deze persoon zijn laatste ceremonie om te vieren dat hij volwassen is. In de afgelopen 100 jaar, begonnen er ook steeds vaker bruiloften plaats te vinden bij de lokale tempel. Begrafenissen blijven echter de zaak van Boeddhistische priesters, omdat de tempels niet mogen worden ‘bevuild’ met de dood.

Vóór het jaar 1945, speelde de keizer een zeer grote rol in het Shintoïsme. De keizer werd namelijk benoemd tot Hoog Priester, Japan’s enige directe verbinding met slechts de allerbelangrijkste Kami, waaronder Amaterasu en O-mikami. Na 1945, is het verboden door de Japanse wet om als keizer of ander lid van de regering enige formele invloed te hebben op de religie. Wanneer er een nieuwe kroonprins gekozen wordt maakt dat diegene volgens het Shintoïsme een Kami, maar volgens de wet van Japan is diegene niet meer dan een symbool van de Japanse natie en niet een religieus icoon. Hij mag echter wel nog veel rituelen uitvoeren, waaronder het offeren van vers fruit na de oogst aan de andere Kami.

De mythe dat alle Japanners kinderen van de Kami zouden zijn, weerspiegeld door de keizer, heeft het makkelijk gemaakt om een trotse natie te creëren die verenigd wordt door een algemene ethische oorsprong, namelijk het Shintoïsme. Deze natie gaat echter de fout in door de rechten van diegenen die niet vanuit die traditie stammen, zoals de Ainu of immigranten, niet zodanig te respecteren dat zij anders willen zijn.

Conclusie en belang van dit onderwerp
Om beter te kunnen begrijpen hoe een cultuur zijn mentaliteit verkrijgt, moet je eerst weten wat aan de basis staat van de meeste culturen. Het verbindend element, vaak ontzettend belangrijk en essentieel voor elke natie. Het geloof. Japan kent echter twee ‘hoofd’geloven, het Shintoïsme en het Boeddhisme. Alhoewel het Shintoïsme meer de bijrol speelt in Japan, is het kenmerkend voor alle tradities en gewoonten die men vandaag de dag nog kent in Japan. Zo spelen alle vieringen en feestdagen nog steeds een erg belangrijke rol, en heel Japan volgt de normen en waarden uit het Shintoïsme. Alhoewel er over de loop der jaren veel bij is gekomen, is er nooit wat veranderd of verwijderd. Deze koestering van traditie is kenmerkend voor Japan, en daarom is er een zeer grote link tussen de Japanse mentaliteit en het Shintoïsme. En alhoewel het Boeddhisme toch meer macht heeft in Japan, wordt Shintoïsme door bijna heel Japan nog wel beoefend. Je vindt het terug in de vele tempels, gebouwen, ceremonies, kunstvormen, gebruiken etc. Veel mensen zien het dan ook niet als een geloofsovertuiging of godverering, maar als een manier van leven en als een belangrijk deel van hun cultuur.

Zelf vind ik het Shintoïsme een wonderbaarlijke religie, niet alleen door zijn invloed of leeftijd, maar vooral de verhalen, mythes en moderne uitstraling vind ik werkelijk fantastisch. Hun definitie van alles dat leeft, hun onderscheid tussen leven en dood, god of mens, is zo goed in balans in vergelijking met de archaïstische denkwijze van sommige geloven. Ook het feit dat het een soort ‘open’ geloof is, en niet een dwingend en gesloten geloof is zoals bijv. het Christendom.

De Samoerai
Als men tegenwoordig de term ‘Samoerai’ in de mond neemt, hebben ze het meestal over de heldhaftige Japanse oorlogskrijgers, zoals ze die zien in samoerai films, boeken en verhalen. De samoerai waren de nobele strijders van Japan, en staan bekend om hun erecode en loyaliteit, ook wel ‘Bushido’ in het Japans. Maar waarschijnlijk staan ze nog het meest bekend om hun eigenschap het beroemde zwaard, de ‘katana’, te dragen.

Omdat de Samoerai een uitgebreid en groot onderwerp is, behandel ik het schematisch, om het daarna uitgebreid over de Mongoolse invasie te hebben.

De eerste samoerai waren een klasse bestaande uit rijke landbezitters en hun volgers, die werden opgeroepen door de keizer om militaire taken uit te voeren met overheersing als doel, waaronder de onderdrukking van criminelen en alle mogelijke vijanden van het keizerlijk huis. De term ‘Samoerai’, wat ‘Zij die dienen’, verschijnt voor het eerst in een militaire context in de 10e eeuw na Christus. Toen stonden zij bekend als overheersende ruiters die vochten met hun pijl en boog vanaf het paard.

De macht van de samoerai begon eenmaal in de 11e eeuw pas echt te groeien, en de twee machtigste clans waren toentertijd de Taira en de Minamoto. Toen de opvolger van de troon gekozen moest worden, ontstonden er echter onenigheden tussen deze twee clans. Deze ruzie leidde uit tot wat bekend staat als de Gempei oorlog van 1180, tussen de leidende families van deze twee clans.

Uiteindelijk werd de Taira clan in 1185 verslagen en in 1192 werd de leider van de Minamoto clan, Yoritomo, Japan’s eerste shogun. De toen heersende keizer werd daarmee ook zijn macht ontzegd. Oorspronkelijk was de titel van shogun een tijdelijke, en werd alleen gegeven aan Samurai die jaagden op vijandige rebellen van de keizer. Nu zou de titel echter permanent blijven tot maar liefst het jaar 1867, toen de laatste shogun, Yoshinobu Tokugawa, zijn macht afzweerde aan de keizer. Dit had het inluiden van de Meiji-periode en de modernisering van Japan als gevolg, wat de grondbasis voor de volgende periodes legde.

Maar de allergrootste bedreiging voor de Samoerai kwam niet voort uit een ruzie tussen de clans, er was namelijk iets veel groters aan de hand. Tussen het jaar 1274 en 1281 vonden er namelijk de Mongoolse invasies plaats. De eerste invasie was een ‘simpele’ bestorming van het zuidelijke eiland Kyushu . De tweede invasie was echter een serieuze poging van Kublai Khan, de Mongoolse keizer van China, om Japan te veroveren. Tegen die tijd hadden de Samoerai oorlogsregels ontwikkeld, waarbij de nobele en dappere Samoeraikrijger zijn naam en andere informatie, waaronder informatie over zijn machtige voorouders, aan zijn vijand bekend zou maken. Daarop zou een net en eervol gevecht volgen, waarbij de winnaar het hoofd van zijn tegenstander eraf hakt met het zwaard. Maar zodra de Samoerai zich opstelden om hun gebruikelijke trotsering voor de vijand te vertonen, werden zij afgeslacht door de pijlenregen van het Mongoolse leger. De Mongolen moesten echter, in het voordeel van de Japanners, na hun eerste invasie terugtrekken door een hevige storm.

De tweede invasie verliep dan ook niet zoals de Mongolen hadden verwacht. De Samoerai stonden dit keer strijdklaar, en vertoonden geen druppel angst voor een vijand die een ontzettend groot rijk had veroverd en overal paniek, angst en vernieling bracht waar het voet trad. Er was een grote muur bij de kust gebouwd en de Japanners confronteerden de twee Mongoolse invasie vloten met maar liefst 150,000 soldaten. De Samoerai voeren met kleine schepen hun vloot binnen en probeerden de Mongoolse schepen in de brand te steken en te vernietigen. Het geluk was weer aan de Japanse zijde, want een oorkaan met enorme kracht - de beroemde ‘Kami-Kaze’, oftewel ‘Goddelijke Wind’ - vernietigde het grootste en belangrijkste deel van de Mongoolse vloot.

Japan bleef voor het grootste deel onder het bevel van het Shogunaat, ondanks pogingen van de keizer om zijn macht over de bakufu terug te winnen, wat de Nanbokucho oorlog van 1336 tot 1392 tot gevolg had. Er werd een hof in het noorden gesticht door Ashikaga Takauji, die een door hem beïnvloedbare keizer aanstelde in Kyoto. In de tussentijd stichtte keizer Go-Daigo zijn eigen hof in het zuidelijk gelegen Yoshino. In het jaar 1338 werd Ashikaga benoemd tot Shogun door de noordelijke keizer, en kon ondanks sterke pogingen van het zuiden niet worden afgezet. Het zuiden eiste de keizerlijke troon op omdat zij de heilige relikwieën bezaten die aan zouden tonen dat zij afstamden van de keizer. In het jaar 1370 versloeg Ashikaga het zuiden en centraliseerde de twee hoven, nadat werd besloten dat keizerlijke troon elke generatie tussen het noorden en zuiden zou wisselen. De laatste zuidelijke keizer, Go Kameyama, bracht de relikwieën naar Kyoto en dat was het laatste wat het zuiden van hem zag. Sindsdien is de keizerlijke troon altijd eigendom geweest van de noordelijke keizers.

Toch werden er nog pogingen gemaakt door het zuidelijke hof om het noordelijke hof te onderdrukken. Dit leidde weer tot de Onin oorlog van 1467 tot 1477. Ashikaga Yoshimasa, die toen nog steeds Shogun was, wilde aftreden en wilde, omdat hij geen zoon had, de positie aan zijn broer overbrengen. Maar Ashikaga’s vrouw gaf echter niet lang daarna geboorte aan een zoon. Dit zagen de twee machtigste rivalen in het land als het ideale moment om oorlog te voeren met elkaar. Yamana Sozen gaf alle steun aan de jonge zoon, Yoshihisa, terwijl zijn bittere rivaal Hosokawa Katsumoto zijn steun aan Yoshimi gaf. Kyoto werd het oorlogsdecor terwijl de twee zijdes vochten om overheersing en machtsuitbreiding. Het duurde dan ook niet lang voordat het gevecht zich verspreide onder de nabijgelegen provincies, waar de feodale krijgsheren, gemotiveerd door de afbrokkeling van de keizerlijke macht, meer macht probeerden te krijgen.

De daaropvolgende ineenstorting van de burgerlijke macht veroorzaakte de periode die bekend staat als de ‘Sengoku Jidai’, ookwel ‘Het tijdperk van de Staten in oorlog’ (tussen 1467 en 1638). Hierbij werden de shugo benoemd tot feodale beheersers in hun eigen recht, zij waren de eerste daimyo , wat letterlijk ‘grote namen’ betekent. Deze periode nam een oplopende groei waar in de grootte van het Japanse leger, omdat de machtigere daimyo de minder machtige daimyo overnamen en er voor het eerst vuurwapens werden geïntroduceerd in 1543. Naarmate de ashigaru steeds belangrijker werden, konden de traditionele samurai, de ruiters met pijl en boog, niet meer overleven en waren ze voornamelijk speerdragers geworden. Bovendien was het niet langer noodzakelijk om te beschikken over de heilige relikwieën om te regeren. Militaire kracht betekende meer dan ooit, omdat de daimyo huurlegers voor alle strijden inhuurden.

De aller-machtigste daimyo van die periode waren Takeda Shingen, Oda Nobunaga, Tokugawa Ieyasu en Toyotomi Hideyoshi. Van al die daimyo, was het uiteindelijk Ieyasu die Japan de stabiliteit en balans bezorgde die het al die jaren nodig had. Hij luidde het begin van de Tokugawa periode in, en werd Shogun in 1603.

Het Tokugawa tijdperk duurde van 1603 tot 1867 en alhoewel de Tokugawa familie met een ijzeren vuist heersten, was er een langdurige vrede. De samenleving was onderverdeeld in krijgsmannen, samoerai en ashigaru, die aan de top van de samenleving stonden. Op de tweede plaats stonden de boeren en burgers, daarop volgden de marktkooplieden, en als laatste de verbannen mensen, waaronder vooral criminelen. De daimyo moesten hun families als gijzelaars afstaan aan de Shogun, zodat zij hun loyaliteit en waarde aan hem konden bewijzen. Als de daimyo dat niet deed, of te veel macht kreeg, zouden de levens van zijn familie in gevaar zijn. Vergezeld door een gigantische menigte reisden de daimyo elk jaar naar het kasteel in Edo om hun respect aan de Shogun te geven, vaak op de spectaculairste manieren mogelijk. Door het feit dat grote gevechten en oorlog langzaam maar zeker een schaduw werd in het verleden van de samoerai, hadden zij niet veel meer te doen en veel werden dan ook ambtenaren bij de Shogun, terwijl anderen juist Ronin of zwervers werden.

Uiteindelijk werd in 1854 het Tokugawa Shogunaat gedwongen om de poorten open te doen door de Amerikaanse kapitein Perry, met als bedoeling een vredesverdrag te tekenen tussen de Verenigde Staten en Japan. Andere landen volgden kort daarop en voor de eerste keer in meer dan 2 eeuwen reikte Japan uit naar de buitenwereld. Deze isolatie had ervoor gezorgd dat de Japanse troepen erg zwak waren tegenover sterke landen zoals Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten, omdat zij nog steeds kruidgeweren en zwaarden gebruikten.

Japan moderniseerde in een ontzettend korte tijd, grotendeels door het feit dat ze het oude regime kort na het vredesverdrag lieten vallen. De laatste shogun van Japan liet gaf zijn macht terug aan de keizer, Meiji, in 1867 en de weg naar de modernisering werd alsmaar sneller. De traditionalisten in de samenleving dachten dat de keizer vast wel hun normen en waarden zou behouden, maar in plaats van dat omhelsde hij het Westen met kracht. Allereerst, werden in 1871 de Samoerai van hun privileges en macht ontdaan, daarna werd in 1874 het oude feodale systeem afgeschaft, en uiteindelijk werd in 1876 verboden om twee zwaarden te dragen. De Samoerai schenen hiermee voorgoed te zijn verdwenen. Maar in 1877 dacht Sago Takamori, ook wel ‘de laatste samoerai’, hier anders over en probeerde tegen de Verwestering van Japan op te komen met zijn rebelse leger van Samoerai. Helaas mislukte deze aanval tegen het moderne leger van keizer Meiji, en Sago pleegde Seppuku nadat hij was verslagen.

De eerste Mongoolse invasie
De invasies van Kublai Khan’s indrukwekkende Mongoolse leger is een van de meest bijgebleven en memorabele gebeurtenissen in de geschiedenis van Japan. Wel twee keer werd Japan gered van een haast zekere ondergang door de krachten van de natuur, in de vorm van de legendarische ‘heilige wind’.

De heerser van het Mongoolse keizerrijk gedurende de Mongoolse invasies van Japan was zoals eerder genoemd Kublai Khan. Hij was de kleinzoon van de machtige Genghis Khan en in het jaar 1270 waren zijn legers sterk op gang met het toevoegen van China aan zijn groeiende rijk, alhoewel het pas in 1279 zover was dat China’s laatste verzet was verslagen met de eliminatie van de Song dynastie, die daarop de basis legde voor de Mongoolse Yuan dynastie. In het jaar 1273 werd Korea deel van het Mongoolse rijk doordat de Koreaanse kroonprins met de dochter van Kublai Khan trouwde. Kublai Khan had daarvoor in 1268 al afgevaardigden naar Japan gestuurd, die eerbetoon van het toen heersende Hojo Shogunaat eiste. In 1271 werd er voor de tweede keer een afgevaardigde gestuurd, maar deze werd net zoals de eerste geweigerd en teruggestuurd door Hojo Tokimune, de Shogun.

Kublai Khan werd de diplomatie langzaam maar zeker zat, en bouwde in 1274 een leger op, om de eerste invasie van Japan mee te beginnen. Zoals de meeste andere Mongoolse invasies, was dit een patrouille leger en met Korea’s maritieme mogelijkheden in zijn handen kon Khan eindelijk de mogelijkheid van een invasie waar maken door de Tsushima stroom over te steken. Negenhonderd schepen werden gebouwd met als doel het vervoeren van een geavanceerd en modern leger van rond de 30.000 Mongolen, Koreanen en Chinezen. Het duurde maar liefst twee weken voordat dit grote leger de kust van het westerse Japanse eiland Kyushu bereikte. Echter hadden ze op de heenweg het tussen Korea en Japan gelegen eiland Tsushima en het kleinere eiland Iki al bestormd en geplunderd. Ze voeren aan in Kyushu op de haven van Hakata, en het leger gaf de Japanners hun eerste proef van Mongoolse oorlogsvoering.

Het was zoals niets dat de Samoerai ooit hadden ervaren, omdat zij hun gevechten altijd voerden aan de hand van traditie en rituele regels waaronder het verklaren van hun naam en de heldendaden van hun voorouders, waarop de vijand hetzelfde zou doen en de uitdaging zou accepteren. Hierop zou dan een gevecht met pijl en boog volgen waar de eer centraal stond. De Samoerai voelden niet veel voor de krijgers van lagere klassen in hun leger, zij telden dan ook niet mee. Alleen degenen die op paarden vochten waren waardig genoeg voor de Samoerai.

Aan de andere hand hadden de Mongolen veel sterkere wapens en tactieken in hun oorlogen in Azië, en bovendien verstonden ze geen Japans. Dus zodra de Samoerai naar hun Mongoolse vijand marcheerden om hun traditie uit te voeren, werden ze allemaal afgeslacht door de regen van pijlen en explosieven. De Mongoolse pijl en boog was veel krachtiger dan de Japanse bogen, het kon een langere afstand overbruggen, en vaak waren de punten van de pijlen in vergif gedoopt. De bommen werden met behulp van trebuchets gelanceerd, wat het Japanse legerverblindde en beangstigde. Deze tactieken waren erg schokerend voor de Samoerai en zij werden kilometers teruggedreven naar Dazaifu, waar de Mongolen de gebouwen in brand staken, de bevolking afslachtte en beroofde eer zij weer terugkeerden naar hun schepen in de haven. Dat was de eerste fatale fout van de Mongolen.

Tijdens de nacht was geluk aan de zijde van Japanners; de natuur liet haar krachten los op de overwinnende Mongolen door een ontzettend grote storm te veroorzaken dat het overgrote deel van de Mongoolse vloot vernietigde. Zo’n 13.000 man verloren hun leven, terwijl de overlevende Mongolen met hun overgebleven schepen terug naar huis voeren. De Samoerai verklaarden dit als een grote overwinning voor Japan, maar het is mogelijk dat de Mongolen van plan waren om zo en zo te vertrekken. Sommige bronnen twijfelen of er ooit wel een orkaan heeft plaatsgevonden, omdat de invasie in november plaatsvond, wat dus buiten het stormseizoen valt, maar de Samoerai konden ondanks hun dappere verzet nooit zoveel slachtoffers aan de kant van het Mongoolse leger hebben veroorzaakt met alleen hun pijlen, zwaarden en speren. De Mongolen waren nog best verrast met het sterke verzet van de Japanners, omdat zij gewend waren aan snelle bestormingen. Al met al, verbleven de Mongolen maar één dag tijdens de eerste invasie.

Na deze invasie begonnen Kublai Khan en Hojo Tokimune met diplomatieke onderhandelingen. Zoals eerder werd er weer niks opgelost en dit leidde tot het onthoofden van de Mongoolse ambassadeur en zijn afgevaardigden door Tokimune zelf. Japan was zich al aan het voorbereiden op de volgende invasie, waarvan ze wisten dat die dan hoe dan ook zou komen. Dit resulteerde zelfs in het trainen van een kustwacht. De symbolische Hakozaki tombe, welke werd vernietigd tijdens de eerste invasie, werd herbouwd en het aantal religieuze bijeenkomsten werd sterk verhoogd, biddend voor goddelijke hulp. Zo’n 120 krijgers die uitermate goed hadden gevochten tijdens de eerste invasie, werden groots beloond met grond, geld en macht. In 1276 begon Japan aan de bouw van de 2 meter hoge muur rondom de kust van Hakata.




 




De tweede Mongoolse invasie
Voorbereidingen voor de tweede invasie waren veel uitgebreider dan die bij de eerste. Het werd de Japanners duidelijk dat de intentie van het Mongoolse leger was om Japan te bezetten en over te nemen, omdat er landbouwgereedschappen aan boord van de gezonken Mongoolse schepen werd gevonden. De tweede vloot was aanzienlijk groter dan de eerste, zo’n 4.000 schepen met wel 200.000 man aan boord. Arakhan, de Mongoolse generaal, had de macht over alle troepen. Er werden 2 legers samengesteld, die allebei vlakbij het eiland Iki zouden moeten ontmoeten, maar deze tactiek werd uiteindelijk niet naar plan uitgevoerd. Een van de aangestelde Mongoolse bevelhebbers zou namelijk hebben geweigerd om te wachten op de andere bevelhebber, en als resultaat kwam de andere vloot een paar dagen later pas aan.

Zodra de eerste vloot aankwam konden de Mongolen niet aan wal raken voor een aantal dagen dankzij het woedende verzet van de Japanse verdedigers in de haven van Hakata. De Mongolen moesten terugtrekken en vestigden zich op twee nabijgelegen eilanden in de baai. Vanuit die posities voerden ze aanvallen uit op de Japanners, wat wel een week in beslag nam. Ondanks de overweldigende aantallen en de militaire reputatie van het Mongoolse leger, vertoonden de Samoerai ongelooflijke dapperheid en voerden verschillende heldendaden uit die voor altijd in de geschiedenis herinnerd zal worden door de vele generaties van krijgers die zouden volgen. De Samoerai doken in de zee en enterden de kleine schepen in de vloot met maar 10 of 20 krijgers aan boord. Hiermee roeiden ze tijdens de nacht naar de aangemeerde Mongoolse schepen, waarop ze vervolgens hun masten naar beneden haalden om zo een brug naar een Mongools schip te vormen en de bemanning te verslaan in man op man gevechten.

In één geval zwommen zo’n dertig Samoerai naar een Mongools schip en onthoofdden de gehele bemanning eer zij weer naar de veiligheid zwommen. Een andere Samoerai onder de naam Kusano Jiro bestormde in zijn eentje een scheep tijdens daglicht en kreeg het voor elkaar om het schip in brand te steken alhoewel hij een arm verloor tijdens het bestormen. Kono Michiari was nog zo’n Samoerai en hij leidde twee schepen in een bestorming waarbij de Mongolen dachten dat ze zich wilden overgeven. Ze lieten de Japanners toe om dichterbij te komen, maar voordat ze het doorhadden waren ze al geënterd, en een gevecht volgde. Kono en zijn Samoerai namen toen een hoge Mongoolse generaal als gevangene.

Om deze roekeloze aanvallen te voorkomen, spanden de Mongolen kettingen tussen hun schepen, en stenen werden door katapulten geslingerd naar de Japanse schepen. Tijdens dit verzet trokken de Mongolen zich terug naar het eiland Iki om de tweede vloot op te wachten. Uiteindelijk arriveerde het toch vlakbij het eiland Takashima, waar niet lang daarna een groot gevecht plaatsvond. Het gevecht duurde in totaal bijna een hele dag en nacht en op den duur drijfden de grote aantallen van het Mongoolse leger de Japanners terug. Met dit verlies verkregen de Mongolen de kans om Hakata aan te vallen zonder veel verzet. De Mongolen werden gedwongen om zo snel mogelijk te handelen, want hun provisies en ammunitie waren langzamerhand op aan het raken, en een ernstige ziekte verspreidde zich onder het leger.

Wat daarna gebeurde was een van grootste en meest memorabele gebeurtenissen in de geschiedenis van de wereld. Een voormalig heerser ging op bedevaart naar Ise om te bidden voor een wonder van de goden, en de goden antwoordden. Een indrukwekkende orkaan kwam neer, nog erger dan de vorige in 1274. Deze orkaan werd de ‘Kamikaze’ genoemd, ook wel ‘Goddelijke Wind’. Hij vernietigde de gehele Mongoolse vloot, en omdat vrijwel het gehele leger nog aan boord van de schepen was, waren er ontzettend veel slachtoffers. Maar één derde deel overleefde de storm, en de overgebleven troepen werden in de daaropvolgende dagen gedood door de Japanners. Alhoewel de Mongolen weer waren verslagen, bleef de bedreiging voor Japan intact. Er werd nog een invasie gepland tussen het jaar 1283 en 1285, maar die werd uiteindelijk niet uitgevoerd.

Raar genoeg leerden de Samoerai helemaal niks van de Mongoolse invasies. Ze kopieerden geen van alle wapens die tegen hun werden gebruikt, omdat ze geloofden dat het ging om hoe iemand een wapen hanteerde in plaats van de kracht van het wapen zelf. Het was in die tijd normaal dat de Samoerai rijkelijk beloond werden na een succesvolle slag of oorlog, in de vorm van grond en geld. Maar nadat de Mongolen waren verslagen, was er geen van beide meer over. Niet alleen de Samoerai eisten beloning, maar ook de priesters, want zij hadden immers geboden om een kamikaze om het vijandige leger te vernietigen. De landbouw leidde hier ook onder, en hongersnood verspreidde zich over het hele land. Alsof dat nog niet genoeg was stierf de machtige Hojo Tokimune in 1284. Als gevolg bloeide Anarchie volluit in het land, en dat mondde uit in burgeroorlog tussen het noordelijke en zuidelijke hof, zoals het voor de oorlog was.

Conclusie en belang van dit onderwerp
De Samoerai hebben ontzettend veel betekent voor de Japanse mentaliteit, voornamelijk door de manier waarop zij vol trots en met eer hun land verdedigden, maar ook door de manier waarop ze hun eer hoog hielden, zelfs tot het bittere eind (1700-1800). Uiteindelijk waren de Samoerai voorgoed verdwenen, maar dat betekende niet dat ze vergeten waren, alles behalve dat. Vanaf het begin af aan dat de Samoerai werden opgericht, werd er een erecode opgesteld, met speciale regels en leefwijze, waaraan zij zich strict hielden. Dag en nacht zouden zij de regels van de erecode hardop voorlezen, en voor de rest trainen. Deze mentaliteit is een misschien ietwat extreme vorm van de hedendaagse Japanse mentaliteit, maar de Samoerai zijn zeker wel hét voorbeeld op dit gebied.

Ook hebben de Samoerai veel invloed gehad op het Shintoïsme, en vooral ook het populariseren ervan. De Samoerai mogen dus absoluut niet ontbreken aan deze scriptie, niet alleen omdat ze van zoveel belang waren voor het opzetten van de Japanse identiteit en mentaliteit, maar vooral ook omdat ze Japan tot twee keer toe wisten te redden van de Mongoolse invasies, al dan wel of niet met een beetje goddelijke hulp.

Nederland in het Oosten


Opvallend in de Japanse geschiedenis is dat Nederland vaak genoemd wordt. Vaak worden wij dan omschreven als roodharige, bleke barbaren met lange neuzen. Het klinkt niet erg vriendelijk, maar toch hadden ze veel respect voor ons, voornamelijk door onze grote schepen. Nu, zo’n 400 jaar later, komen we nog steeds veel voor in hun geschiedenisboeken. Maar of ze voorkomen in onze geschiedenisboeken? Meestal alleen wanneer het om de tweede wereldoorlog gaat.

De band tussen Japan en Nederland was echter ontzettend groot, vooral omdat Japan ons kon bieden wat wij nodig hadden, en visa versa. Ook in Japanse stripboeken en tv-series worden we vaak genoemd, of beter gezegd, afgebeeld. Zoals op de afbeeldingen hierboven.

In het jaar 1600 kwamen er 23 uitgehongerde Nederlandse zeelieden en één Engelsman onder de leiding van kapitein Will Adams aan bij de haven van Usuki in Kyushu, het eiland in het zuiden van Japan. Dat was het begin van een succesvolle Nederlandse handelsmonopolie met Japan, die doorliep tot het jaar 1854. De aanwezigheid van de Nederlanders was echter wel alleen beperkt tot het kleine eilandje Deshima .

De Portugezen en Spanjaarden in Japan
De Nederlanders waren echter niet de eerste Europeanen die voet hadden gezet in Japan. In het jaar 1543 kwamen de Portugezen aan op het eiland Tanegashima. Tijdens hun aankomst, was Japan een hevig oorlogsland met ontzettend machtige feodale heersers, die tegen elkaar vochten voor de overmacht. Maar de Portugezen waren in het bezit van iets, dat onmiddellijk de aandacht van alle Japanse bevelhebbers trok, namelijk vuurwapens. Uit lust voor meer macht begonnen de daimyo handel te voeren met de Portugezen in vuurwapens en specerijen.

Maar er was meer dan alleen vuurwapens en specerijen aan boord van de Portugese handelsschepen. Tijdens de handelvoering kwamen er Christelijke en Jezuïtische missionarissen mee om missies uit te voeren.

Deze Jezuïtische missies werden in een korte tijd erg succesvol. Oda Nobunaga, de eerste van de drie gelijkmakers van Japan, steunde de Christelijke missionarissen door met militaire macht op te treden tegen de machtige Boeddhistische kloosters, die tegen zijn wetgeving ingingen.

Toyotomi Hideyoshi, Oda’s opvolger en tweede gelijkmaker van Japan, had een wat ambivalent standpunt tegenover de Jezuïeten en later tegenover de meer agressievere Franciscaanse missionarissen. Hij was de tolerantie tegenover andere geloven zat, en wilde een totaal verbod voeren tegen tolerantie, maar dat werd echter nooit helemaal uitgevoerd. De Christelijke geloofsovertuiging mocht nog gewoon worden uitgevoerd in Japan.

Tokugawa Ieyasu, was de derde en laatste gelijkmaker van Japan. Hij kreeg het voor elkaar om een langdurige vrede in Japan vast te stellen. Maar daar tegenover stond een complete uitsluiting van contact met de buitenwereld in Japan. Ieyasu zag de Portugese en Spaanse missionarissen als een bedreiging voor de stabiliteit van zijn vredesbeleid, en besloot daarom om Christelijkheid te verbannen in het jaar 1587.

De Nederlandse handel met Japan
In het jaar 1600 bereikte het schip ‘de Liefde’ de haven van Usuki, met 23 uitgehongerde Nederlanders en één Engelsman. Zeven van hun waren zo uitgehongerd en verzwakt, dat zo kort daarna overleden. De broodmagere zeelieden waren de overlevenden van een expeditietocht bestaande uit 5 schepen die Rotterdam ruim 2 jaar geleden hadden verlaten, op 27 Juni 1598. Ze werden oorspronkelijk uitgezonden op een risicovolle reis om Spaanse en Portugese bezettingen in Afrika en Azië te overvallen, om zo terug te keren met peper en andere specerijen uit Azië. In die tijd was peper namelijk een fortuin waard.

Will Adams was de kapitein van ‘de Liefde’. Hij kreeg het voor elkaar om het vertrouwen van Tokugawa Ieyasu te winnen, ondanks de pogingen van de Portugesen om de Nederlanders voor piraten uit te maken. Dit was het begin van een exclusieve handelsrelatie tussen Japan en het VOC, dat maar liefst 250 jaar zou gaan duren.

In 1636 werden er plannen gemaakt door het Tokugawa-shogunaat voor de constructie van het kleine kunstmatige eiland Deshima, ook wel Dejima genoemd.

Het was oorspronkelijk bedoeld om de Portugese handelaars te ontvangen, en ze te isoleren van het Japanse volk. Maar toen de bouw van het eiland eenmaal klaar was, waren de Portugezen compleet uit Japan verdwenen en verhuisden de Nederlanders van Hirado naar Deshima.

Meestal kwamen er twee Nederlandse schepen aan in de haven van Nagasaki per jaar. De aankomst was een groot evenement voor iedereen, en natuurlijk vooral voor de Nederlandse bewoners in Deshima. De permanente bewoners bestonden uit een directeur van de VOC en ongeveer 10 werknemers. Er werden geen buitenlandse vrouwen toegestaan op Deshima. Één heldhaftige vrouw, genaamd Titia, kwam in 1817 mee met haar man Jan Cock Blomhoff, de toen nieuwe benoemde directeur voor de handelspost in Deshima. Ze werd echter drie maanden later verzocht door de Japanse overheid. Ondanks dat, was zij wel de eerste Westerse vrouw die ooit voet gezet heeft in Japan. Helaas stierf zij 4 jaar later, verwijderd van haar man.

De Nederlandse schepen importeerden voornamelijk zijde en andere stoffen uit China en goederen uit Zuidoost-Azië en Europa. Ze exporteerden voornamelijk porselein uit Japan. Arati, Imari, en andere Japanse keramische kunst was zeer populair in Nederland en andere delen van Europa rond die tijd. De Japanse kunstenaars handelden met andere Europese contacten door middel van de Nederlandse handel. Wanneer de vraag naar porselein te hoog was, werden er grote hoeveelheden Japans porselein gekopieerd door Nederland zelf.

In 1823 kwam de fysicus Philip F. von Siebeld naar de handelspost in Deshima, om daar gebruik te maken van zijn verblijf door een intensieve studie van Japan uit te voeren. Na zijn terugkomst in Europa werkte hij hard aan een boek waar hij al zijn gevonden kennis over Japan in stopte. Dit boek werd gepubliceerd in 1832, met de titel ‘Nippon’, oftewel ‘Japan’. Zijn verblijf had echter ook een positieve invloed op Japan achtergelaten, doordat hij Westerse medicijnen had meegenomen naar Japan. Gelukkig waren er geen Westerse ziektes verspreid door de Nederlanders zelf, omdat deze in een afgesloten deel verbleven.

Het einde van de handelsmonopolie
Ieyasu Tokugawa had alle daimyo aangesteld om iedere twee jaar hun eer aan het shogunaat te bewijzen in de vorm van een grote, formele, en vooral dure optocht naar de rechtszaal in Edo, gelegen in Tokyo. Ieyasu’s doel hiermee was om zeker te zijn van hun loyaliteit aan hem, en vooral om hun macht in bedwang te houden, door een financiële last op hun schouders te zetten.
Nederland werd niet uitgesloten van het laten zien van hun loyaliteit aan de shogun. Zij moesten minstens één keer in de vier jaar een optocht houden van Nagasaki naar Edo. De Nederlanders waren echter gedreven handelsvoerders en wisten heel goed hoe ze een goede relatie met de Japanse heersers moesten behouden. Elk jaar zou de hele Nederlandse gemeenschap naar Edo reizen met fluitjes en bellen, en natuurlijk veel gulle geschenken aan de shogun. Ze importeerden zelfs exotische dieren zoals olifanten en kamelen als geschenk voor het shogunaat.

Ook interessant is wat er op de afbeelding hierboven staat:
“Een raar berijdbaar dier is onlangs gearriveerd vanuit de westerse gebieden; het wordt ‘kameel’ genoemd. De hoogte van het dier is wel 2 meter 80; zijn benen zijn lang, en wanneer het zit, buigt het zijn benen in 3 delen. De kleur van zijn vacht is bruin, en het eet voornamelijk daikon , wortels en zoete aardappelen. Dankzij zijn kalme aard, kan het dier snel wennen aan mensen, wordt er gezegd. Hij is aangekomen in Bunsei 5 (het jaar 1822). De gemiddelde hoogte van een kameel is 2 meter 15, maar dit exemplaar was een stuk hoger. Het is een belangrijk teken voor ons rijk, dat al vele jaren vreedzaam is.”

In 1853 en nog een tweede keer in 1854, forceerde een Amerikaanse vloot onder het commando van Matthew Calbraith Perry Japan om te onderhandelen over een handelsroute tussen de Verenigde Staten en Japan. Op de tweede reis van Perry, ondertekenden de Japanse overheid en de Amerikaanse delegatie het Verdrag van Kanagawa. Andere naties volgden snel met soortgelijke verdragen, waaronder Engeland, Rusland, Nederland en Frankrijk.

Donker Curtius was de laatste Nederlandse directeur van de handelspost in Deshima. In 1855, één jaar na het Amerikaanse verdrag, kreeg hij het voor elkaar om een nieuwe handelsovereenkomst met het shogunaat af te spreken. Daardoor bleef de Nederlandse invloed in Japan intact, maar de ooit zo winstgevende handelsmonopolie met Japan werd beëindigd door het Verdrag van Kanagawa, in 1854.
Alle Japanse houtblok tekeningen waar de Nederlanders, hun schepen, of hun exotische dierengiften op stonden, worden Nagasaki-e genoemd. Deze tekeningen werden tussen 1800 en 1860 gemaakt voor en verkocht aan Japanners die nooit echt de kans hadden gekregen om één van de roodharige, buitenlandse ‘barbaren’ te zien of ontmoeten.

Deze Nagasaki-e zijn zelfs zeldzamer dan de Yokohama-e. Deze tekeningen van latere periodes beelden buitenlanders en hun technische uitvindingen uit, in de enclave van Yokohama .

Nagasaki-e en Yokohama-e zijn beiden niet behorend tot de categorie tekeningen die gemaakt werden met technieken zoals mica of reliëfdrukken. Deze tekeningen waren meer gericht op het overgrote deel van de Japanse bevolking, om gebruikt te worden op koffietafels of aan de muur, voor mensen die benieuwd waren naar hoe deze ‘barbaren’ er uit zouden zien. Het is ook duidelijk te merken dat de charme van de tekeningen niet valt in de categorie houtblokkunst, maar meer in het historische aspect.
Links: Nagasaki-e, een Nederlandse optocht naar Edo.
Rechts: Yokohama-e, buitenlandse architectuur in Yokohama.
Onder: Nagasaki-e, een groot Hollands schip nabij Deshima.




Conclusie en belang van dit onderwerp
Alhoewel Japan een land is dat voor meer dan 1000 jaar zonder enige vorm van buitenlands contact dan ook heeft geleefd, zou het niet in de positie zijn waarin het nu verkeert als het niet aan buitenlands contact had gelegen. Door middel van handel met landen zoals Portugal, Spanje en Nederland veroverde Japan samen met wat andere Aziatische landen een goed plekje op de internationale markt. Dit contact met de buitenwereld heeft niet alleen geleid tot een betere economie, maar ook tot sociale invloed van buitenaf. Deze sociale invloed van buitenaf werd echter totaal niet opgeraakt door de Japanners, en blijft zelfs vandaag de dag nog intact. Het feit dat Japan zo lang geïsoleerd heeft bestaan, heeft er dus ook voor gezorgd dat de bevolking de eigen cultuur heeft leren omarmen en nooit meer losgelaten.

Doordat de Japanners dus nooit invloed van buitenaf accepteerden hebben alle eeuwenoude tradities, ideeën, mythes en verhalen zolang voort kunnen leven, iets wat we niet kunnen zeggen van veel westerse culturen. Het feit alleen al dat men in Japan eeuwenoude spirituele ceremonies en feesten in vrede nog steeds uitvoeren geeft blijk van een veel betere preservatie dan dat van een land zoals Amerika, waar men niet verder komt dan Thanksgiving en internationale feestdagen zoals kerst. Zelfs nu nog laten de Japanners geen invloed binnen, zoals bijvoorbeeld valt te zien aan het feit dat feestdagen zoals Kerst en Pasen onbekend zijn in Japan, en men zich daar aan hun eigen feestdagen en ceremonies houd.

Het belang van dit onderwerp was dus grotendeels om aan te kunnen tonen dat alhoewel Japan wel degelijk invloed heeft gehad van buitenaf qua bijv. wapens en handel, ze gewoon nog hun cultuur kunnen behouden zoals zij willen. En dat is erg belangrijk en kenmerkend voor de Japanse mentaliteit.

Extra opdracht: The Last Samurai
Omdat alle films over Japan, Ninja’s en Samoerai mijn inspiratie waren om mijn scriptie over Japan te gaan houden, heb ik besloten om daar mijn extra opdracht aan toe te wijden. ‘The Last Samurai’ vond ik zelf een geweldige film, en heb er dan ook erg van genoten. Toentertijd wist ik bijna niks van wat ik nu weet, en ik nam dan ook aan dat alles eigenlijk vrijwel accuraat was. Maar nu ik zoveel meer weet, vooral over de Samurai, heb ik na het opnieuw bekijken van de film toch het gevoel dat er veel dingen niet kloppen. Daarom zal ik in deze extra opdracht precies gaan achterhalen welke fouten er gemaakt worden, en wat het dan wel zou moeten zijn.

The Last Samurai is een nogal theatraal drama van de Satsuma Opstand in het jaar 1877. Maar The Last Samurai blijkt nogal last te hebben van een aantal historische onjuistheden. Natuurlijk zijn er zat andere films omtrent dit soort onderwerpen en valt er te betwijfelen of die fouten en onjuistheden wel belangrijk zijn wanneer je kijkt naar het geheel, want het blijft een film en geen documentaire. Veel regisseurs passen de geschiedenis van sommige gebeurtenissen aan om een dramatischer effect te creëren, zonder dat de film daardoor minder belangrijk of succesvol wordt. Echter wordt in The Last Samurai te veel aan de geschiedenis gesleuteld, wat een naar effect heeft op de nauwkeurigheid van de boodschap die zij aan het publiek willen brengen. De film wordt namelijk erg gedreven door boodschappen, waarbij de geschiedenis als excuus dient voor het argument dat het behouden van een cultuur, tradities en waarden van groot belang zijn. Maar ze doen dit op zo’n manier dat ze zelf de geschiedenis aan hebben gepast om hun bewijs te geven, waardoor de hele film onbetrouwbaar wordt.

Om dit te achterhalen, is het belangrijk om te begrijpen hoe de Satsuma Opstand werkte en wat de drijfveren waren. Op die manier kan je bepaalde gebeurtenissen herkennen en verklaren, en bovendien krijgen we zo een breder beeld van de Samurai in de periode waarin de film zich afspeelt, wat ik nog niet uitgebreid heb behandeld. Tijdens de Satsuma Opstand van 1877, faalde een groep Samoerai om het nieuwe regime van de keizerlijke macht in Japan te verwerpen. Op het eerste gezicht leek de opstand een afzonderlijke en eenmalige gebeurtenis in de geschiedenis van Japan, maar wanneer je je erin verdiept, blijkt dat de opstand het resultaat is van een veel groter sociale, economische en zelfs politieke beweging van die periode. Dit verklaart dat de wortels van de opstand in de twee periodes daarvoor lagen, namelijk het Tokugawa Shogunaat en de Meiji restauratie.

In de periode voor de gebeurtenissen die plaatsvinden in The Last Samurai, bestond Japan als een feodaal stelsel, wat nog het meest leek op dat van Europa in de middeleeuwen. Alhoewel het ooit geregeerd werd door de adellijke familie van de keizer, kwam Japan uiteindelijk in handen van de Tokugawa clan. Leden van deze familie, die elkaar opvolgden in dezelfde manier als de keizer, zagen zichzelf als de militaire leiders van de staat, en zij maakten dan ook alle belangrijke besluiten. Deze militaire leiders waren, zoals al eerder behandeld, de shogun. Voor het gemak hadden de shogun de macht over alle daimyo en provincies, in een politiek stelsel dat van 1603 tot 1868 duurde.

Deze tijd werd gezien als een vreedzame periode van Japan, waarin de Tokugawa clan succesvol was in het beheren van de autoriteit over de vijandige clans. Maar helaas kwam ook deze periode tot een eind, toen de keizerlijke macht weer werd hersteld. Het nieuwe Meiji regime groeide snel en kreeg al weer snel overal de macht, waarop de keizer verschillende nieuwe wetten toepaste, die elk deel van de bevolking wel betroffen. Een deel van deze ‘dynamische’ verandering vond plaats in de vorm van een reorganisatie van de sociale structuur. Het hele klassensysteem werd opnieuw behandeld, waardoor de ‘normale klassen’, zoals boeren, marktkooplieden en ambachtsmannen, privileges verkregen die normaliter alleen voor de Samoerai beschikbaar waren. In 1871 werd het dragen van een zwaard en de haarstijl, wat de samoerai van het normale volk scheidde, een optie. Naast dat mochten de lage en hoge klassen nu met elkaar trouwen. In 1873, werd een landelijk leger dat bestond uit mannen van elke klasse opgericht door de regering, ondanks verzet van conservatieve Samoerai die van mening waren dat alleen zij tot de militaire elite mochten behoren. Uiteindelijk werd in 1876 het dragen van een zwaard helemaal verbannen. Al deze sociale wijzigingen vormden een grote bedreiging voor de macht van de Samoerai, waar zij al meer dan 8 eeuwen van konden genieten.

De Samoerai waren dus niet blij met de nieuwe regering, en woede en frustratie waren barstte uit naar de Meiji regering wanneer het besloot om definitief een punt te zetten achter het salaris van de Samoerai. Dit salaris werd uitgereikt aan de Samoerai, puur omdat zij zo’n hoge klasse waren, maar de regering kon het niet langer meer aan om dit te onderhouden. In een poging om dit te compenseren werd er een pensioenplan vastgesteld. Alhoewel deze pensioenen genoeg geld betroffen om daimyo’s en de rijkste Samoerai hun manier van leven voort te laten zetten, ontvingen de arme Samoerai niet eens genoeg om voor hun families te zorgen. Als resultaat hiervan, waren de arme Samoerai zeer teleurgesteld in de nieuwe wetgeving en kregen rebelse gedachtes.

Op den duur kwam er uiteindelijk toch een opstand. Aan de leiding van deze opstand stond Saigo Takamori, waarnaar het personage Katsumoto in de film waarschijnlijk gevormd is. Deze groep samoerai begonnen samen met wat andere arme en achtergestelde soldaten te strijden tegen het leger van de keizer. Dit conflict, ook wel de Satsuma Opstand gedoopt, was een poging van de Samoerai om de nieuwe wetgeving van de regering af te wenden. Veel van deze Samoerai probeerden de strijd te rechtvaardigen als een manier om de keizer van de invloed van corrupte leiders te bevrijden. In werkelijkheid was de grote drijfveer van de opstand echter om hun Samoerai status en privileges te behouden.

Deze strijd, wat door sommigen wordt gezien als een burgeroorlog, vormde de enige grote bedreiging tegen de Meiji regering die ze tot nu toe hebben meegemaakt. Het kostte het keizerlijke leger meer dan negen maanden om de opstand tot een stop te brengen. Uiteindelijk versloeg het leger van de keizer, wat veel groter en beter uitgerust was, Saigo en zijn Samoerai leger tot er geen één meer over was. Deze overwinning demonstreerde goed hoe permanent het nieuwe regime zou zijn en hoe machtig het was.

De werkelijkheid ligt dus heel anders dan hoe het wordt vertoond in The Last Samurai. In de film worden de Samurai gekenmerkt als de eervolle krijgers, die vol overtuiging leefden volgens de regels en erecode van bushido. Zij waren de verdedigers van alles wat goed was en de beschermers van de oude kennis. Hun manier van leven was de enige manier van leven, een manier van leven dat in het bloed van elke Japanner zit. Door de Samoerai met al hun heldendaden af te beelden, probeerden de mensen achter deze film het publiek te overtuigen dat het behouden van de cultuur, tradities en waardes ontzettend belangrijk is. Al deze gebeurtenissen zijn in hun meest simpelste vorm slechts demonstraties of zelfs bewijzen van de boodschap die de filmmakers proberen over te brengen. Maar in werkelijkheid zijn deze Samoerai verzonnen, ze zijn niet de Samoerai zoals beschreven in de geschiedenisboeken. Sterker nog, het werkelijke beeld van de Sa moerai zou zelfs compleet het tegenovergestelde zijn van dat in de film.

In de film zegt het personage Katsumato dat de Samoerai al meer dan duizend jaar lang de beschermers van Japan waren geweest. Maar als we kijken naar de geschiedenis, blijkt dat de Samoerai zoals wij die vandaag de dag kennen, voor maar 500 jaar ‘echt’ heeft bestaan. Ook was de Satsuma Opstand niet het resultaat van eeuwige loyaliteit aan de keizer, zoals in de film, maar door verontrusting over het behouden van hun privileges en sociale status. Dus het idealiseren van de Samoerai in de film heeft niet alleen als doel om het te dramatiseren, maar ook om de boodschap van de film beter uit te laten komen. Opzich is de boodschap zeker niet slecht, maar de manier waarop de filmmakers het publiek hiervan proberen te overtuigen vind ik nogal slecht. Het feit alleen al dat de filmmakers de Samoerai opnieuw moesten ‘uitvinden’ spreekt de punten die ze proberen te bewijzen direct tegen.

Zouden alle juistheden die in de film voorkomen dan wel een rol kunnen spelen in het vaststellen van de kans dat de film een effectief argumentatief werkstuk moet voorstellen? Ik vind persoonlijk van wel, omdat deze feiten de boodschap kunnen overbrengen, zonder dat er met de geschiedenis geknoeid hoeft te worden. De artistieke representatie van de Japanse cultuur in die tijd geeft de film net die ene historisch correcte ‘touch’ dat de film nodig heeft om zijn argumenten te laten meetellen. Toch is het niet genoeg om de smaak van de periode vast te leggen, je moet ook de inhoud ervan correct kunnen weergeven. De Samoerai vormen het communicatiemiddel waarmee The Last Samurai zijn boodschap probeert over te brengen, en omdat juist zij degenen zijn die niet historisch correct worden afgebeeld, zakt de film in waarde naar dat van simpel entertainment.

Uiteindelijk gaat het er niet om of de filmmakers het goed hadden door te zeggen dat iets over de kennis van het verleden, zijn waardes, ideeën, tradities en cultuur voor altijd zou moeten worden bewaard. Het is slechts de manier waarop zij dit presenteerden dat fout was. Er zijn verder zat andere kleinere fouten, maar dat zijn dingen die verders niets te maken hebben met de boodschap. Zoals bijvoorbeeld het feit dat de hoofdpersoon (Een Amerikaan) aan het begin van de film wordt aangenomen door het Japanse keizerlijke leger erg onwaarschijnlijk, omdat zij alleen Britse soldaten toelieten. Hoe dan ook vind ik de film nog steeds absoluut geweldig, en wat de idealen van de Samoerai ook mochten zijn, het is altijd fijn om ze in strijd te zien.




Slotwoord




Na maandenlang vol plezier mezelf te hebben verdiept in de Japanse geschiedenis, komt het uiteindelijk toch allemaal tot een eind. En alhoewel ik niet alles heb kunnen behandelen wat ik oorspronkelijk wilde doen, ben ik erg blij dat ik dat ook niet heb gedaan. Want dat betekent alleen maar dat er nog genoeg is voor mij om uit te zoeken en te vinden. Ik vind Japan een ontzettend interessant land, en ik denk er ook over na om mijn studie ermee te combineren. De cultuur, de bevolking, de sfeer, de architectuur, kunst, geografie en vooral de geschiedenis is zo anders dan alles wat je normaal gewend bent dat het al een heel avontuur opzich is om daar te staan.

Zelf vind ik dat alles heel goed gegaan is, ik heb het op tijd afgekregen, ik heb geen problemen ondervonden, vooral niet omtrent motivatie, en ik ben er zelf een heel stuk mee opgeschoten. Al zou het niet meetellen voor mijn rapport zou ik er nog zo mijn best voor doen. Ik heb heel veel bronnen gebruikt, omdat één nadeel van Japan is, dat er niet heel veel goede westerse bronnen zijn, en diegenen die er zijn, kunnen soms niet helemaal accuraat zijn. Zelf leek het me dan ook wel leuk en toepasselijk om Japans te gaan leren. Natuurlijk besefte ik dat het niet bepaald de makkelijkste taal is, maar toch wilde ik een poging wagen. Nu ben ik zo’n 4 maanden daarmee bezig, en het bevalt me heel goed. Ik heb er dan ook opvallend veel aan gehad bij het schrijven van deze scriptie.

Wat voor mij ook hielp was het vragen naar een persoonlijke mening van iemand die ooit in Japan heeft gewoond, en nu in Nederland. Via een kennis heb ik zo’n iemand kunnen vinden, en heb ik hem gevraagd of hij wat daarover zou kunnen vertellen in mijn scriptie. Dat heeft hij gedaan en het resultaat kunt u vinden op de volgende bladzijde.

Maar nu, nog even terug naar het hele punt van een scriptie, en dat is om antwoord te geven op de hoofdvraag en je deelvragen. Alle deelvragen zijn beantwoord, en nu rest nog de hoofdvraag. Alhoewel ik deze al meerdere keren belicht heb, vond ik het toch het beste om deze hier in mijn slotwoord in al zijn volledigheid te beantwoorden. Dus,

‘Hoe ontstond de Japanse mentaliteit en hoe groeide het uit?’
De oorspronkelijke ‘echte’ Japanse cultuur werd door de Yayoi opgericht, zo’n 3 eeuwen v. Chr.. Hier ontstonden de beginselen voor wat nu bekend staat als Shintoïsme, het primaire geloof van Japan. Omdat het Shintoïsme het primaire geloof van Japan is, en veel van de tradities en ceremonies huist, valt dat dus eigenlijk het beste te omschrijven als de Japanse mentaliteit. Dus de Japanse mentaliteit ontstond langzaam aan vanuit de beginselen van het Shintoïsme tot ongeveer het jaar 100 na Chr., wanneer de taal voor het eerst werd geïntroduceerd. Deze taal kreeg steeds meer zijn eigen vorm, wat toevoegde aan de Japanse identiteit.

Bij elke grote gebeurtenis in de geschiedenis van Japan werd de mentaliteit steeds meer vastgesteld. De Samoerai hebben bijvoorbeeld enorm veel geholpen in de denkwijze en levenswijzen van veel Japanners. En de verschillende shogun hebben ook hun bijdrage geleverd. De manier van denken in Japan valt eigenlijk vast te stellen als ‘respect voor je meerdere’ en ‘eer is belangrijker dan je eigen leven’. Het is een hele eervolle en respectvolle manier van leven en het geeft blijk van een samenleving waarin men elkaar keurig behandelt. Ook hierarchie speelt hierin een grote rol aangezien iedereen zijn plek kent. Dat wilt echter niet zeggen dat mensen zich hierdoor nederig kunnen voelen. Japan is gebouwd op respect, en dat is dan ook de erecode in Japan. Het is het respect hebben voor je meerdere, zonder het respect te verliezen van diegenen die onder jouw staan. Behandel de ander met hetzelfde respect als dat jij zelf zou willen worden behandeld.

Men•ta•li•teit de; v -en
manier van denken en voelen

Leven in Modern Japan
Interview met Ezyo Pourchez, 15 jaar oud.


“Ik heb ongeveer anderhalf jaar in Japan gewoond. Dat was in het begin van 2003 tot ongeveer half 2004. In deze redelijk korte tijd heb ik toch wel aardig een indruk kunnen krijgen van hoe mensen in Japan leven. Een van de eerste dingen die ik leerde, al ver voordat ik ooit in Japan kwam, was ‘ohayo gozaimasu’ dat is de nette vorm van ‘goedemorgen’. Mijn vader kwam al voor zakenreizen in Japan, en hij leerde me wel eens wat. Maar toen wist ik nog lang niet dat ik zelf ooit in Japan zou komen. Het verschilt best wel van Nederland, in kleine dingen, maar ook in grote dingen. Het is bijvoorbeeld niet gebruikelijk om iemand een hand te geven bij kennismaking, of groet. Eén buiging is al genoeg.

Japan is vergeleken met Nederland erg veilig, je kunt bijvoorbeeld je fiets laten staan zonder slot en hij wordt niet meegenomen. Het is veiliger dan hier, je kunt ’s nachts nog best over straat.
Verder is het op straat erg schoon, dat is hier wel iets anders. Ze blijven af van andermans spullen.

In Japan eet men, zoals iedereen weet, met stokjes. Ook daar zitten een aantal betekenissen aan. Bijvoorbeeld, het is niet beleefd als je je stokjes (hashi) in je eten laat staan. Slurpen tijdens het eten mag, dat is hier in Nederland ook wel anders. Verder is het ook altijd traditie geweest om groene thee te drinken (ocha). Wat ook gebruikelijk is, is dat er ’s middags warm wordt gegeten in plaats van ’s avonds. Iedereen neemt dan een doosje met lunch mee (bento).

Sakura, beter wel bekend als de kersenbloesem, is erg belangrijk voor mensen in Japan. Altijd als het bloeitijd is voor deze sakura’s gaat men met vrienden, familie etc. naar het park om ervan te genieten. Dit was altijd een mooi gezicht. Eens liep ik door het park, en het was er helemaal vol met mensen, ze hadden een zeil of doek op de grond gelegd en hadden van alles meegenomen, eten, drinken, spelletjes en noem maar op. Wat de betekenis is van deze sakura weet ik niet precies, maar ik weet wel dat het voor veel Japanners symbool staat voor de liefde.

In Japan is het heel normaal om bijna overal waar je naar binnen gaat, je schoenen uit te doen. Alleen bij de openbare gebouwen is dat niet het geval.

Traditioneel lezen ze wel van boven naar beneden en van rechts naar links, maar nu komt ook gewoon van links naar rechts voor. Maar dat is niet het enige wat een beetje westers is. Er zijn heel veel moderne gebouwen, vaak vol met neonverlichting, en doet heel erg denken aan New York. Zo is er bijvoorbeeld een straat van een paar honderd meter lang, helemaal vol met elektronica zaken. Eindeloze gangen waar je kabels en andere kleine dingen kan kopen, winkels waar je de nieuwste mobiele telefoons kan kopen, de nieuwste laptops, verzin het maar.

Dat zijn in het kort een paar kleine dingen die in Japan anders zijn dan in Nederland.
Uiteindelijk heb ik er maar anderhalf jaar gewoond. Ik heb er op een gewone Japanse school gezeten, een Steiner school om precies te zijn. Dat was, omdat ik absoluut niet op een internationale school wilde. Het fijne was, dat bijna elke docent daar gewoon Engels sprak omdat de meesten in Amerika gestudeerd hadden. Maar toch, na goed te hebben nagedacht over wat ik wilde, kwam ik tot de conclusie dat ik beter de middelbare school gewoon in Nederland vanaf het begin kon nemen, in plaats van er middenin te vallen aan het eind van de 3 jaar die ik er eigenlijk zou blijven. Dat was omdat mijn vader voor zijn werk 3 jaar naar Japan moest.

De tijd was best kort voor mij, maar toch genoeg om een beeld te krijgen van het leven in modern Tokyo. We woonden net buiten de stad, erg rustig, omgeven door een stuk of 5 parken waar ik nog een hoop plezier beleefd heb. Ooit zal ik er denk ik nog wel eens terug willen gaan. Dus, als je als persoon ooit overweegt naar Japan te gaan, zeker doen. Het is een erg mooi land met veel variatie, van drukke stad tot platteland, van klein dorp naar onaangetaste natuur in de heuvelachtige gebieden.”

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.