Geschreven door: | nathalie (3 aso) [meer] |
Datum ingestuurd: | 29 april 2006 |
Taal: |  |
Woorden: | 1.500 |
Bekeken: | 2348 keer (13 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
Economie begrippenAanbod De relatie tussen de prijs en de aangeboden hoeveelheid. Het aanbod drukt uit hoeveel de verkopers bereid zijn te verkopen bij verschillende prijzen.
Aandeel Bewijs dat men mede-eigenaar is in een vennootschap. Het aandeel geeft recht op een deel in de winst en doorgaans ook op medezeggenschap in de vennootschap. Aandelen kunnen worden verhandeld, voor sommige grote ondernemingen gebeurt dat op de beurs.
Arbeider Iemand die in dienstverband werkt, vooral lichamelijke arbeid verricht en daarvoor een loon ontvangt
Arbeidsintensief Bij arbeidsintensieve ondernemingen is arbeid de belangrijkste productiefactor
Arbeidskosten Het geheel van de kosten voor de werkgever bij het tewerkstellen van arbeidskrachten. Naast het brutoloon bevatten deze kosten ook nog de werkgeversbijdrage RSZ, de betaling van vrije dagen, de kosten voor de werkkledij, de verzekering arbeidsongevallen, de verplaatsingskosten en nog vele anderen. Wanneer een werknemer €100 brutoloon verdient, zal de kost voor de werkgever zeker €175 bedragen.
Arbeidsparadox Situatie die zicht voordoet op de arbeidsmarkt wanneer er voor sommigen beroepen een tekort aan arbeidskrachten is en terzelfde tijd heel wat mensen geen passende job kunnen vinden
Arbeidsproductiviteit de productie in hoeveelheid of in waarde die één werknemer in één jaar (of een andere tijdseenheid) voortbrengt.
Automatisering arbeiders vervangen door machines
AZG Artsen Zonder Grenzen
Bbp (bruto binnenlands product) De som van al de toegevoegde waarden gecreëerd in een land gedurende één jaar.
Bediende Iemand die in dienstverband werkt, vooral hoofdarbeid verricht en daarvoor een wedde of salaris ontvangt.
Bedrijfsvoorheffing Een voorafbetaling (voorschot) van de belastingen van de werknemer. De werkgever is verplicht dit voorschot af te houden van het belastbaar loon van de werknemer en het door te storten aan de fiscus.
Behoefte gevoel van tekort met de bereidheid hieraan te verhelpen door het leveren van inspanningen; Behoeften worden bevredigd met goederen en diensten. Een goed is een stoffelijk middel, een dienst een onstoffelijk middel
Niet-economische de behoefte wordt niet bevredigd door een goed (= stoffelijk Behoefte middel) of dienst (= onstoffelijk middel)
Behoefte piramide Abraham Maslow, een Amerikaanse psycholoog die vooral
van Maslow studies deed rond motivatie en behoeften, rangschikte de behoeften in een zgn. behoeftepiramide van basisbehoeften tot behoefte aan zelfverwezenlijking
Belastbaar loon Het bedrag waarop de belasting berekend wordt, m.a.w. het brutoloon verminderd met de RSZ-bijdrage van de werknemer
Beroepsbevolking De mensen op actieve leeftijd, d.i. tussen 15 en 65 jaar, die zicht aanbieden op de arbeidsmarkt, tewerkgesteld of werkloos.
Brutoloon het loon zoals overeengekomen in de arbeidsovereenkomst (contract), voor aftrek van belastingen en RSZ-bijdrage.
BTW Belasting op de Toegevoegde Waarde = 21 %
Deelmarkten De markten die ontstaan doordat er verschillende soorten arbeid zijn
Arbeidsmarkt met hun eigen vraag en aanbod en loonvorming.
Distributie Het brengen van producten van producent naar consument
Dividend Uitgekeerde winst per aandeel
Doelstellingen De doelen/ streefcijfers van de onderneming. Een private onderneming zal in de eerste plaats streven naar winst, een publieke onderneming zal bv. Zorgen voor een dienstverlening aan de burgers.
Economie economie bestudeerd op welke wijze we zo goed mogelijk onze vele behoeften met beperkte middelen trachten te bevredigen, om zo een hogere welvaart te bekomen.
Glijdende werktijden Organisatie van de arbeidstijd waarbij de werkuren binnen bepaalde marges door de personeelsleden zelf bepaald mogen worden.
Homogene arbeidsmarkt Een arbeidsmarkt waar maar één soort arbeid bestaat. De arbeidsmarkt is in de werkelijkheid heterogeen: er zijn vele soorten arbeid.
Kapitaal - Reeds eerder vervaardigd productiemiddel dat dient bij verderen productie, bv machines en gebouwen
- Boekhoudkundig: deel van het eigen vermogen van de onderneming.
Kapitaalintensief productie waar in verhouding veel machines (kapitaalgoederen) en weinig arbeid bij gebruikt wordt.
Knelpuntberoep Beroep waarvoor geen of zeer weinig arbeidskrachten gevonden kunnen worden.
Loon De vergoeding voor geleverde arbeid. Gewoonlijk spreekt men van loon als het gaat om de vergoeding voor een arbeider en van wedde of salaris als vergoeding voor een bediende
Loonwig De kloof tussen de loonkosten voor de werkgever en het nettoloon van de werknemer.
Markt (≠ homogeen) Het geheel van vragers en aanbieders van een product
Marktprijs De prijs die ontstaat als vraag en aanbod aan elkaar gelijk zijn. Bij deze prijs is de markt in evenwicht.
Motivatiefactoren Elementen die iemand aanzetten tot presteren. Bedrijfsleiders spelen in op de behoefteschaal van Maslow op hun medewerkers te motiveren.
Natuur De nog niet bewerkte voortbrengselen van de natuur (bv. Water van steenhuffel, ertsen, ruwe aardolie), de bodem, het klimaat…
Nettoloon Het loon dat de werknemer effectief ontvangt. Dit is het brutoloon na aftrek van belastingen en RSZ-bijdrage ten laste van de werknemer.
Produceren Toegevoegde waarde creëren door een goed te vervaardigen, een dienst te verstrekken of een goed of dienst ‘dichter’ bij de consument te brengen.
Product Een goed of dienst voortgebracht door een onderneming dat bestemd is voor de verkoop.
Productiefactoren Groepen productiemiddelen die nodig zijn om de productie tot stand te brengen: natuur, arbeid en kapitaal.
RSZ-bijdrage Het bedrag dat de onderneming moet betalen aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. De bijdrage bestaat uit de werkgeversbijdrage (ongeveer 40% van het brutoloon) en de werknemersbijdrage (ongeveer 13,07% van het brutoloon). De werknemersbijdrage wordt door de ondernemer afgehouden en doorgestort aan de RSZ.
Schaarsteprobleem Voor de consument ontstaat een schaarste- of keuzeprobleem doordat de behoeften groter zijn dan de hoeveelheid goederen en diensten die hij zicht kan aanschaffen.
Social-profitsector Organisatie voor wie het maken van winst ondergeschikt is aan de dienstverlening aan de leden of aan de gemeenschap.
Stakeholders Alle groepen die belang hebben bij het reilen en zielen van een onderneming. Naast de eigenaars-aandeelhouders (shareholders) zijn dat o.a. de werknemer, managers, klanten, leveranciers, kredietverleners, overheid, concurrenten, het milieu en de maatschappij in het algemeen.
Toegevoegde waarde De waarde die een onderneming aan de aankopen toevoegt.
( = meerwaarde) Het verschil tussen de bedrijfopbrengsten en al de aankoopkosten. De TW wordt gebruikt voor de vergoeding van arbeid (lonen) en kapitaal (winst).
UNIZO UNIe voor Zelfstandige Ondernemers
Vacature Onbezette arbeidsplaats waarvoor iemand gezocht wordt.
Vraag de relatie tussen prijs en gevraagde hoeveelheid. De vraag drukt uit hoeveel de kopers bereid zijn te kopen tegen verschillende prijzen.
VZW Vereniging Zonder Winst
Wedde (salaris) De vergoeding die een bediende ontvangt voor de gepresteerde arbeid.
Wet van vraag de markt is in evenwicht bij de prijs waar de gevraagde
en aanbod hoeveelheid gelijk is aan de aangeboden hoeveelheid
Winstdeelname Deel van de winst dat toegekend wordt aan het personeel.
Zelfstandige Iemand die werkt voor de eigen rekening, die zijn eigen baas is.
Deel 2Afschrijvingen Jaarlijkse toerekening van de aanschaffingskosten van de vaste activa bij het bepalen van het resultaat en tevens registratie van de waardevermindering van een vast actief.
Arbeidsovereenkomst (arbeidscontract) de overeenkomst waarbij de werkgever zich verbindt een loon/wedde te betalen aan de werknemer, die zich verbindt arbeid te verrichten onder het gezag van de werkgever.
Arbeidsparadox situatie die zich voordoet op de arbeidsmarkt wanneer er voor sommige beroepen een tekort aan arbeidskrachten is en terzelfder tijd heel wat mensen geen passende job kunnen vinden
Arbeidsreglement Een document dat de arbeidsregels bevat die in een bepaalde onderneming van toepassing zijn voor alle werknemers. Het vormt één geheel met de arbeidsovereenkomst.
Beroepsbevolking de mensen op actieve leeftijd, dit is tussen 15 en 65 jaar, die zich aanbieden op de arbeidsmarkt, tewerkgesteld of werkloos
Bevolkingspiramide Grafische voorstelling van de samenstelling van de bevolking volgens leeftijdsgroepen en geslacht.
Cao Een Collectieve ArbeidsOvereenkomst handelt over de arbeidsvoorwaarden en wordt meestal afgesloten in de paritaire comités per bedrijfstak tussen werknemers- en werkgeversorganisaties.
Kosten Alle bedrijfsactiviteiten die het resultaat en dus ook het eigen vermogen negatief beïnvloeden, bv. Aankopen van goederen en diensten, betalen van intresten.
Marketingmix De middelen die de onderneming hanteert om de mogelijke klanten te overtuigen: product, plaats, prijs en promotie. Deze middelen worden gezamenlijk ingezet en op elkaar afgestemd.
Marktonderzoek Het analyseren van de mogelijkheden van de marktsituatie: wie zijn de mogelijke klanten? Welke prijs willen ze betalen? Waar willen ze kopen? Wie zijn de concurrenten?
Opbrengsten Alle bedrijfsactiviteiten die het resultaat en dus het eigen vermogen positief beïnvloeden, bv: verkopen van handelsgoederen.
Paritair comité Overlegorgaan per bedrijfstak met evenveel vertegenwoordigers van de werkgevers- en de werknemersorganisaties. Zijn belangrijkste opdracht is cao’s af te sluiten voor de sector.
Reclame Het aanprijzen van producten om de verkoop te stimuleren. De verzender van de boodschap moet bekend zijn en er moet voor betaald worden.
Resultaat Winst of verlies van de onderneming of het verschil tussen opbrengsten en kosten. Het resultaat is het ‘inkomen’ van het eigen vermogen.
Sociale bemiddeling Het voorkomen of bijleggen van geschillen tussen werkgevers en werknemers.
Teleworking Het werk dat via de moderne communicatiemiddelen thuis kan worden uitgevoerd.
Uitzendarbeid Tijdelijke arbeid verricht door een uitzendkracht via de tussenkomst van een interimbureau.
Vakbond Belangenorganisatie van werknemers. In België zijn er drie grote vakbonden: ACV, ABVV en ACLVB
VBO Verbond der Belgische Ondernemingen: werkgeversorganisatie die de gemeenschappelijke belangen behartigt van de ondernemers uit de diverse sectoren.
Vergrijzing v/d Stijging van de gemiddelde leeftijd van de
bevolking bevolking door een klein aantal geboorten en een toenemend aantal ouderen.
Werkloosheidsgraad De verhouding tussen het aantal werklozen en de totale beroepsbevolking.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.