ff n studiebreak

Online een chick scoren, je liefde laten zien op Whatsapp en digitale kusjes sturen. Zonder een blauwtje te lopen. Aanrader?

geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

Geschreven door:

marit (2 havo/vwo)

Datum ingestuurd:

3 oktober 2006

Taal:

Woorden:

350

Bekeken:

681 keer (3 deze maand)

Waardering:

3.3/5 (4 stemmen)

Deel op:

Naam:


Klas/niveau:


E-mail:


Bericht:


Bestemd voor

Geheime code: 


 
Wat moet je altijd doen als je met een microscoop werkt?
1. voor je begint kijken of het witte puntje op de tubus tussen de 2 streepjes staat.
2. Voor je begint controleren of de kleinste vergroting voor staat.
3. Bij het scherp stellen met de kleinste vergroting beginnen.
4. Voor het opbergen van de microscoop de kleinste vergroting voor zetten.
5. Bij het ophalen en opbergen de microscoop met beide handen vasthouden ( en niet ook iets anders vasthouden.)

Wat moet je bij een microscoop nooit doen?

1. Bij het kijken de microscoop schuin zetten.
2. De microscoop vuil of nat opbergen.
3. met je vingers aan de lenzen komen.

Wat moet je kunnen?

1. uitleggen dat je het overzicht kwijtraakt als je naar details kijkt:
Als je bijvoorbeeld 1 klein celletje van een banaan ziet, kan je niet zien dat die cel van een banaan is.
2. vertellen hoe je met een microscoop om moet gaan.
3. Bij de verschillende vergrotingen vertellen hoe groot de middellijn van het gezichtsveld is.
Vergroting: Vergrotingsfactor: Middellijn gezichtsveld:
Kleinste 40 x 4,0 mm
Middelste 100 x 1,0 mm
Grootste 400 x 0,25 mm
4. de ware grootte aangeven van de voorwerpen, die je door de microscoop ziet.

Theorie
Celwand = de wand die om de cel heen zit.
Membraan = het deel wat tussen de celwand zit.
Bladgroenkorrels = korreltjes die binnen in de bladeren zitten.
Celkern ( kern ) = een iets donker gekleurd bolletje wat in een cel zit.
Cytoplasma = het vocht in een cel.
Vacuole = een soort zakje binnenin de cel.

1. Celkern
2. Vacuole
3. Bladgroenkorrel
4. Celmembraan
5. Celwand
6. Cytoplasma
Plantaardige cel Cel van een bacterie
Overeenkomsten & verschillen van plantaardige en dierlijke cellen op een rijtje:
Overeenkomsten:
Er zit een kern in.
Er zit een celmembraan omheen.
In de cel zit cytoplasma.

Verschillen:

Plantaardige cellen hebben een stevige celwand, dierlijke celen niet.
Plantaardige cellen hebben een vacuole.
Vaak hebben plantaardige cellen ook bladgroenkorrels.
Microfiche = een dia waar een bladzijde van een boek of krant op staat.

Bij het maken van een preparaat moet je zorgen dat het preparaat heel dun is, omdat het ligt er doorheen moet kunnen.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.