Geschreven door: | Linda ter Horst (4 havo) [meer] |
Datum ingestuurd: | 13 oktober 2001 |
Taal: |  |
Woorden: | 550 |
Bekeken: | 1944 keer (2 deze maand) |
Waardering: |
|
Deel op: |
|
1 bijlage(s) bij dit verslag:
Woensdag 28 maart 2001zijn we met leerlingen uit Havo 4 naar de Sterrenwacht in Lattrop geweest. Toen we daar aankwamen rond 20.00 uur werd de groep in vier kleinere groepen verdeeld.
De groep waar ik in zat ging als eerste naar het Planetarium. Dat was een ronde koepel, waarin je met je gezicht naar het midden zat. Het werd er donker gemaakt zodat je allemaal sterren om je heen zag. Er werd onder andere verteld over dag en nacht, hoe de Melkweg aan zijn naam kwam en hoe je de Poolster kunt vinden.
Daarna gingen we naar een ronde koepel waar een telescoop stond. De opening in de koepel kon zo gedraaid worden dat de telescoop in de richting van de sterren stond, die je wilde bekijken. Een medewerker legde uit hoe je de sterren met behulp van een telescoop en de computer kon bekijken. Het was die avond te bewolkt om door de telescoop naar de sterren te kijken.
Als laatste kregen we een PowerPoint presentatie te zien over de sterren en planeten. De medewerker vertelde de zon, maan en hoe het er daar uit zag, maanlandingen, inslagen van meteorieten en de stand van de planeten. Toen was het ongeveer 22:00u en zijn we terug gereden naar Hengelo.
1) Ik heb de volgende 3 vragen gesteld:
1. Wat is het “Zwarte Gat?”
2. Waarom noemen ze een ‘meteoor’ ook wel een ‘vallende ster’?
3. Hoe kun je de Poolster vinden?
De antwoorden op de vragen:
1. Een ‘zwart gat’ is datgene wat overblijft als een ster in elkaar klapt. In iedere ster is een voortdurende strijd aan gang tussen de aantrekkingskracht en de energiestroom vanuit de kern. Door de eerste kracht zal de ster kleiner worden en in elkaar storten; door de tweede kracht zou de ster juist exploderen.
Gedurende het leven van de ster zijn die krachten ongeveer in evenwicht. Als echter de brandvoorraad van de ster opraakt, zal de aantrekkingskracht gaan winnen. De aantrekkingskracht rond de ster wordt zo groot dat er zelfs geen licht kan ontsnappen. Er is een ‘zwart gat’ ontstaan.
2. In de ruimte om de zon bewegen zich, behalve de planeten en de kometen, zeer vele kleine vaste lichamen, meteoroïden. De meteoroïden zijn in een groot aantal in de ruimte om de zon aanwezig.
Ten gevolge van de grote snelheid waarmee deze lichamen in de atmosfeer dringen, worden zij door botsingen met luchtdeeltjes sterk verhit; zij verdampen daarbij geheel of gedeeltelijk. Hierbij treedt een lichtverschijnsel op, dat meestal slechts een gedeelte van een seconde duurt. Men spreekt dan van een meteoor of een ‘vallende ster’. ( Resten van een op Aarde neergevallen meteoroïde noemt men een meteoriet.)
Gedurende de zeer korte duur van het lichtverschijnsel verdampt de meteoroïde gewoonlijk geheel. De daarbij ontstane gassen blijven vaak nog even nagloeien. Hierdoor wordt de indruk gewekt van een snel verschietende lichtstreep langs de door de meteoroïde in de atmosfeer gevolgde baan.
3. De poolster kun je vinden door vijf keer het steeltje van ‘het steelpannetje’ (= de Grote Beer )te nemen en dan één rechte lijn te trekken. Een plaatje van deze situatie op de volgende bladzijde.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen.
Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten.
Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.