geef je mening

Tjeerd pleit tegen internetdaten. Heb jij al eens een date (of meer) gehad met iemand die je online leerde kennen?



» resultaten poll

CASA Nederland en Scholieren.com reiken dit jaar de CASA Werkstuk Award uit. Het allerbeste werkstuk wint een reis voor 2 personen t.w.v. €500, een snuffelstage en eeuwige roem! Dit jaar is het thema abortus. De redactie bedacht alvast 13 invalshoeken, klik hier en stuur je werkstuk op.

ff n studiebreak

Bankhangende Justine steekt loom haar duim op voor niet-sportende jongeren. Want wie sport er tegenwoordig nou nog?

Geschreven door:

anoniem (4 vwo)

Datum ingestuurd:

6 december 2006

Taal:

Woorden:

1.400

Bekeken:

4580 keer (29 deze maand)

Waardering:

3.9/5 (14 stemmen)

Deel op:

  • Door manouk (4v) op 01-11-2011
    thanks!
Antwoorden Hoofdstuk 1 SCALA Kenmerken van het leven

1.1 Ontwikkeling van het denken over leven

1 Het verschil zit in een onsterfelijk deel, de ziel of de psyche. Dit deel wordt bij de dood gescheiden van het lichaam
2a In de Middeleeuwen kwam men tot kennis dor het bestuderen van oude geschriften, vooral van de Grieken
2b In de renaissance werd zelf onderzoek gedaan, waarbij metingen een belangrijke rol speelden.

3a Deductie
3b Inductie
3c Inductie
3d Deductie
3e Inductie

4 Het meest kenmerkend aan leven is het handhaven van een bepaalde orde.
5 Bij zaken als koeienmest en compost wordt vaak als criterium aangehouden: als je nog ziet dat het materiaal van dierlijke/plantaardige oorsprong is, noem je het dood. Zie je da niet (meer) dan noem je het levenloos.

1.2 Kenmerken en variaties

1 Voorbeelden van kenmerken van de soort mens: rechtop gaand bewegen, relatief grote hersenen, relatief weinig behaard. Voorbeelden van variaties van de soort mens: haarkleur, bloedgroep, lichaamslengte, aanleg voor muziek/wiskunde/hardlopen.
2a -
2b 1 Ja, paddestoelen kunnen ’s nachts groeien, omdat ze geen licht
gebruiken bij de groei.
2 Ja, paddestoelen hebben lucht nodig voor hun verbranding (dissimilatie).
3 Ja, zoals elk levend wezen hebben paddestoelen water nodig voor celgroei en als transportmiddel.
4 Ja, paddestoelen planten zich (ongeslachtelijk) voort via sporen.
5 Ja, paddestoelen voeden zich meestal met dode organische resten, soms met levend materiaal (parasitaire paddestoelen).
2c -
2d -
2e -
2f -

3 De spreiding van meetresultaten is vaak groter dan bij een brugklas. Bijvoorbeeld bij onderzoek aan lengtegroei is bij bovenbouwers, die al sterk gegroeid zijn, een groter bereik aan meetresultaten ontstaan dan bij brugklassers. Voor bloedgroepen geldt deze redenering niet.
4 de sensoren registreerden een lichaamstemperatuur die boven de norm kwam. Via transpiratie werd geprobeerd dat te corrigeren. Er trad veel waterverlies op, de transpiratie werd geremd, daardoor steef de lichaamstemperatuur met als resultaat een zonnesteek.
5 Autotroof (planten, sommige bacteriën) betekent: in staat om zelf voedsel te maken; heterotroof betekent: het voedsel moet ergens anders vandaan komen (dieren, schimmels, de meeste bacteriën).

6 Celdeling kan zijn voor de groei, voor de voortplanting en voor vervanging.
7 Door geslachtelijke voortplanting kan er een pantoffeldiertje ontstaan met een gunstige combinatie van eigenschappen, zodat overleven in moeilijke omstandigheden mogelijk wordt. Door ongeslachtelijke voortplanting wordt zo’n diertje dan snel gekopieerd.
8 Een mens kan geen ultraviolet en infrarood licht waarnemen met zijn ogen en geen ultrasone geluiden waarnemen met zijn oren.

9a Er zijn foto’s gemaakt met een film die gevoelig is voor ultraviolet licht. Via bepaalde versterkers is het mogelijk, zachte geluiden op te sporen.
9b Zo iemand zou volslagen krankzinnig worden door een overvloed aan informatie. In een normale situatie wordt zeer veel zintuiginformatie gefilterd of na registratie snel verwijderd.
9c -
9d Wij hebben een zeer beperkt en vertekend beeld van de werkelijkheid.
10a Boven die lijn is het moeilijk om af te koelen; door de combinatie van een hoge temperatuur en een hoge luchtvochtigheid is verdamping van zweet erg moeilijk.
10b In warme omstandigheden raakt het lichaam, dat zelf al veel warmte produceert bij de marathon, gemakkelijk oververhit en kan dan minder spierarbeid leveren.
10c Als het warm en vochtig is, wordt afkoeling extra moeilijk (zie a).
10d Veel drinken, dunne kleding aantrekken, minder hard gaan, het lichaam met een spons vochtig houden.
10e In een lauw bad kolen de sporters af en krijgen ze pas later in de wedstrijd last van de hitte (zie b).
10f Als de spieren afkoelen, kunnen ze minder presteren.
10g -

11a De schreeuw van de vleermuis brengt de nachtvlinder ertoe naar de grond te duiken.
11b Hij kan het geluid van de vleermuis hebben opgenomen en afgespeeld en gekeken hebben naar het gedrag van de nachtvlinder. Of hij heeft d oren van de nachtvlinder afgesloten en gekeken naar het gedrag ten opzichte van de vleermuis.
11c De oren van een nachtvlinder zitten op zijn heupen, van de mens aan de zijkanten van het hoofd. Bij de vlinder is er slechts sprake van een eenvoudig trommelvlies met daarachter een eenvoudige klankkast, terwijl bij de mens sprake si van en gehoorgang, trommelvlies, trommelholte, ovale en ronde vlies met gehoorbeentjes en inwendig oor.
12a -
12b -
13 -
14 Het is belangrijk om bij een experiment slechts één factor te variëren, omdat je anders niet zeker weet welke factor verantwoordelijk is voor een gemeten effect.

1.3 Bijzondere kenmerken, vreemde wezens

1a Anthonie van Leeuwenhoek, een lakenhandelaar uit Delft, ontdekte de micro-organismen.
1b Hij ontdekte micro-organismen met een licht microscoop.
2a Virussen dringen een cel binnen, waarna deze cel zorgt voor de vermenigvuldiging van de virussen.
2b Bij een ziekteverwekkende stof treedt een verdunningseffect op, aangezien zo’n stof niet wordt vermenigvuldigd. Na enkele passages in proefdieren is het effect uitgewerkt.
2c Virussen zijn zo klein, dat ze alleen met een sterk vergrotend instrument als de elektronenmicroscoop te zien zijn.

3 Voortplanting, stofwisseling
4 -
5a Kuru is een ziekte die voorkwam in Nieuw-Guinea, waarbij mensen in een soort continue slaap raakten. D oorzaak was het eten van mensenhersenen (een vorm van kannibalisme), waarin prionen bleken voor te komen.
5b In 1967 was het begrip prion volkomen onbekend, men dacht meer aan een langzaam werkend virus. In 1985 kende men prionen al.
5c Als de stabiele vorm zeer goed bestand is tegen beschadiging, is het voor ons moeilijk om de vorm te vernietigen.
5d DNA of RNA

1.4 DNA, de erfelijke blauwdruk

1a RNA is korten dan DNA; RNA heeft de base U in plaats van T bij DNA; RNA kan wel uit de kern, DNA niet; RNA is enkelstrengs, DNA dubbelstrengs.
1b Transcriptie: een RNA-afschrift van DNA maken; translatie: een vertaling van de code in een eiwitketen.
2 Omdat eiwit een veel ingewikkelder molecule is, met twintig verschillende bouwstenen, terwijl DNA er maar vier heeft.
3 Doordat A altijd tegenover T staat en G tegenover C is een exacte kopiering mogelijk.

4 Een nucleotide bestaat uit een suiker, een fosfaat en een stikstofbase.
5 Transcriptie in RNA:
AUGCCUGUAUUUCCCCCAU UAAU UCCC.
Translatie in eiwit: met-proval-phe-pro-gly-leu-ile-ala.
6a -
6b Iedere keer kun je uit 20 aminozuren kiezen. Als je dat 100 keer mag doen, zijn er dus 2000 verschillende mogelijkheden.
6c Omdat insuline een eiwit is, wordt het in de maag en de dunnen darm afgebroken tot losse aminozuren.
6d De leesfout wordt overgeschreven in het RNA. Daardoor ontstaat er een fout in een codon, waardoor een verkeerd aminozuur in de eiwitketen terechtkomt. Het eiwit werkt dan minder goed of soms helemaal niet.

1.5 Diagnostische toets

1 D
2 Licht, elektronen.
3 Zeventiende en twintigste eeuw
4 Politiek-culturele factor: er was geen stimulans tot waarneming, alle kennis werd uit boeken gehaald. Technische factor: er was maar weinig goede apparatuur, geen telescopen, microscopen, etcetera.
5 Inductie (1), deductie (2).
6 Je ogen nemen slechts licht waar van bepaalde golflengte (kleur) en sterkte, je oren nemen slechts geluid waar van bepaalde hardheid en toonhoogte.
7 Alle slachtafval waar BSE-verdenking op rust, wordt buiten de menselijke consumptie gehouden.
8 A
9 B
10 B
11 B, C, en D
12 C
13 A, B, en D
14 B, C, D, en E
15 78,8% (104 van de 132 bleven leven)
16 X-as valhoogte; Y-as overlevingspercentage; zeerriskante hoogte 17 meter; minst riskante hoogte 35 meter.
17 Evolutie.
18 1 gezichtbedrog bij de mens – liniaal; 2 sonar bij vleermuizen – geluidsapparatuur; 3 dopingtesten bij zwemwedstrijd – chromatograaf; 4 nachtelijke activiteit bij bosuilen – infrarood kijker.
19 A
20 1b, 2a, 3a, 4b
21 D
22 C
23 (Lichaams)temperatuur, sensoren/zintuigen, transpireren/zweten
24 Lage vochtigheid, lage temperatuur = weinig problemen;
lage vochtigheid, hoge temperatuur = nog meer problemen;
hoge vochtigheid, lage temperatuur = meer problemen;
hoge vochtigheid, hoge temperatuur = meeste problemen.
25 Verhitting van het lichaam is niet meer te voorkomen door veel zweten en veel drinken. Als de lichaamstemperatuur oploopt, dreigt levensgevaar.
26 DNA: dubbelstreng AACGCTACGTTA; TTGCGATGCAAT.
27 44 = 256. Dat is ruim voldoende voor 100 aminozuren, dus een codon van vier letters voldoet.

1.6 Natuurwetenschap in de 17e eeuw

1 Vaak is het zo dat nieuwe ideeën of bijzondere waarnemingen worden afgedaan als fantasie of bedrog. Mensen hebben de neiging alleen bekende zaken te accepteren. Als er echter meer waarnemingen van hetzelfde vreemde dier worden gemeld, wordt er langzaam maar zeker geloof aan gehecht, zeker als men bijvoorbeeld zo’n onbekend dier meebrengt. Voorbeelden: vogelbekdier, okapi, gorilla, kangoeroe en reuzenwalvis. Doorslaggevend is het vangen en tonen (tegenwoordig fotograferen) van zo’n dier.

2 Empirisme gaat uit van kennis via waarnemingen, rationalisme gaat uit van kennis via het verstand.
3 Plato is voorganger van het rationalisme, Aristoteles van het empirisme.
4 Om ze als bijzonderheid mee te nemen en ten toon te stellen thuis, om er bepaalde producten (medicijnen, specerijen, enzovoort) van te maken.
5 Het empirisme gaat uit van waarneming, betere instrumenten maakten nauwkeuriger waarnemingen mogelijk.

Dit verslag is bedoeld als naslagwerk, niet om plagiaat mee te plegen. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons weten door een reactie te geven.