Geschreven door: | anoniem [meer] |
Datum ingestuurd: | 22 januari 2007 |
Niveau: | 6 vwo |
Woorden: | 1736 |
Opvragingen: | 2136 (85 deze maand) |
Waardering: |
Descartes, Hume, Locke en Kant
Rationalisten zeggen dat we m.b.v. ons verstand of de ratio tot kennis kunnen komen die niet afhankelijk is van zintuiglijke ervaringen.
Empiristen zeggen daarentegen dat kennis altijd gebaseerd is op zintuiglijke ervaringen.
Descartes heeft veel geleerd in zijn leven. Op school kreeg hij taal, literatuur en wiskunde en de Aristotelische logica, metafysica, fysica en ethiek. Vervolgens behaalt hij een titel in rechten. Maar hij is teleurgesteld in wat hij heeft geleerd en kiest voor een militaire opleiding. Op weg wordt hij aangespoord om toch op een wiskundige carrière te concentreren. Hij gaat naar Parijs en wordt wiskundige en filosoof. Hij ontwikkelt vier regels waarvan hij vindt, dat wetenschappers zich aan moeten houden. Maar hij bedenkt dat hij één van de regels zelf niet eens snapt: wat is evident of onbetwijfelbaar, wat is ware kennis? Hier zal zijn volgende boek Meditaties overgaan.
- Hij komt tot de conclusie er vormen van onbetwijfelbare kennis bestaan. Deze kennis is aangeboren, en dus niet op zintuiglijke ervaringen gebaseerd. Maar ook is er kennis die we uit ervaring opdoen. Die ervaringskennis is veranderlijk, en de kennis van het feit dat er een soort kern is, noemt Descartes een redewaarheid, welke worden afgeleid van wiskundige principes, veroorzaakt door God.
- Maar zijn werk vertoont een cirkelredenering, de cirkel van Descartes: God bestaat omdat wij niet aan dit bestaan twijfelen, en zo heeft God ons geschapen.
- Ook gaat Descartes er vanuit dat God de mens op een bepaalde manier geschapen heeft, maar op grond van wiskundige principes zelfstandig kennis ontwikkelen. Dit was in strijd met de Christelijke opvatting dat God voortdurend de wereld bestuurt.
- Toen Galilei de geocentrische theorie voor het blok zette werd hij veroordeeld. Aanvankelijk wilde Descartes ook zoiets uitbrengen, maar i.p. daarvan maakte hij een werk dat verzoening schepte tussen religie en wetenschap.
- In Mediationes doet hij aan methodische twijfel. Hij twijfelt daarbij een elke propositie, en bij de kleinste twijfel kan iets al verworpen worden. Zo kunnen ook zintuigen verworpen worden, maar Descartes beseft dat hij dan te ver gaat.
- Er bestaat geen filosofisch bewijs dat je droomt of niet. Daarom kunnen de zintuigen, en het beeld van de wereld dat het gezonden verstand via de zintuigen heeft opgebouwd, niet als fundament van kennis dienen.
- A priori en posteriori-waarheden. Hij zou graag willen dat a priori waarheden van de wiskunde kunnen dienen als absoluut zeker fundament van kennis. Maar hij dit kan hij niet, net zoals dat hij niet zeker kan zijn dat er een God bestaat. Hier introduceert hij de theorie van die boosaardige bedrieger, die zelfs de wiskunde onzeker maakt. Want er is net zoveel kans dat er een God bestaat als een boosaardige bedrieger.
- Maar één ding weet Descartes wel zeker, want hoe vaak hij ook bedrogen mag worden, het is wel altijd hemzelf die bedrogen word: Ik denk, dus ik besta/ben (Cogito ergo sum). Dit is het absoluut zekere fundament van kennis. Het bewijs van Descartes is: ik betwijfel dat ik een geest heb - ik twijfel, dus ik ben.
- Het ‘voorbeeld van de bijenwas’ is een beroemde passage, die het empirisme aanvalt, dat zegt dat zintuigen de echte bron van kennis vormen. Bij was gaat dit niet op.
- Descartes zegt, dat het begrip ‘hetzelfde’, dwz identiek, voortkomt uit een aangeboren idee, omdat het niet uit waarneming afgeleid kan worden (A = A). Hieruit komt ook het aangeboren idee van substantie voort (substantialiteit/dingheid/identiteit). Het aantal aangeboren ideeën blijft bij Descartes wel beperkt tot zelf, identiteit en substantie, doordat Descartes daar zeker van is dat die bestaan. (De rest niet.)
- Nu moet Descartes bewijzen dat God bestaat ipv de boosaardige bedrieger, zodat hij alles a priori kan bewijzen. Daarom zegt hij dat mens onvolmaakt is, doordat hij twijfelt. Toch kon hij alleen weten dat hij onvolmaakt is door het begrip van volmaaktheid te hebben. Maar hij kan het begrip niet van zichzelf hebben gekregen, omdat hij onvolmaakt is. en de enige volmaakte is God, dus van God.
- Omdat Descartes het bestaan van God bewezen heeft, heeft hij de boosaardige bedrieger opgeheven. Dan zou de wiskunde dus geldig zijn.
- Zijn volgende taak ligt in het bepalen of er een buitenwereld bestaat, en wat voor kennis we kunnen hebben van zo’n wereld. Bron 1 is de wiskunde, en bron 2 zijn de zintuigen: daardoor weten we dat er een stoffelijke wereld is, want als die er niet is, is God een bedrieger, wat onmogelijk is.
- Wat werkelijke bestaat is wat de wiskundige natuurkunde kan meten, en de zintuigen blijven bedriegers: kleuren/geluiden/smaken bestaan alleen als subjectieve toestanden.
- De ideeën van Plato en Descartes lijken heel veel op elkaar: ze wijzen de zintuigen als bron van ware kennis af; er is een te bevatten orde achter de stroom van veranderlijke verschijnselen; ware kennis moet a priori zijn; wiskunde wordt door beide gebruikt als model voor kennis; beiden leiden kennis over de wereld af uit kennis van een hogere werkelijkheid; beiden zien in aangeboren ideeën, die zich in de ziel bevinden, een bron van kennis. Dit is dan het epistemologische programma van het rationalisme.
- Waarnemingen zijn afhankelijk van het veranderlijk perspectief van de waarnemer.
Een belangrijke empirist, Locke schrijft in zijn Essay on Human Understanding voor de gewone mens, en gaat op zoek naar de basis van kennis.
- Hij gaat regelrecht tegen Descartes in door de ontkennen dat er zoiets als aangeboren ideeën of principes bestaan. Daarbij noemt hij kinderen, andere culturen en volkeren en mensen die wiskundige principes niet begrijpen. De mens is bij geboorte een onbeschreven blad.
- Er zijn verschillende vormen van kennis: enkelvoudige en samengestelde ideeën, wat afbeeldingen zijn van onze uitwendige en innerlijke ervaring. Met samengestelde ideeën geeft Locke wel toe dat de rede wel kan opereren op een manier die niet direct aan een zintuiglijke waarneming is verbonden.
Hume was overtuigd van de beginselen van het empirisme: onbeschreven blad, afwijzing van de aangeboren ideeën en de opvatting dat alle kennis uit zintuiglijke gegevens komt dus. Hume’s ideeën worden als radicaal beschouwd en worden pas na zijn dood gewaardeerd.
- Net als Locke onderscheidt hij enkelvoudige en samengestelde ideeën, en zij komen voort uit ervaringen. In zijn boek Treatise of Human Nature gaat hij grondiger in op hoe de ideeën worden gevormd in het verstand. Hij komt dan op drie wetten van ideeënassociatie: van gelijkenis en verscheidenheid, van ruimtelijk en tijdelijk verband en van oorzaak en gevolg.
- Volgens Hume is kennis alleen waar als zij uit impressies kan worden afgeleid, welke wederom voortkomen uit uitwendige (zintuiglijke) ofwel inwendige (bijv. emotionele) waarnemingen.
- Radicaal tegenover Descartes staat zijn opvatting dat niet onze zintuiglijke waarneming bedrieglijk kan zijn, maar juist de werking van het verstand.
- Er is geen grootste gemene deler; deze gedachte berust op inwendige impressies.
- Alles wat we ervaren is veranderlijk.
- De causaliteitsrelatie is geen kennis; we zien alleen ‘na elkaar’, en niet ‘ten gevolge van’. Dit is alleen maar iets wat we geloven.
- Hume vond dat Berkeley en Locke de beginselen van het empirisme niet consequent hadden toegepast.
- Hij zegt dat a priori waarheden ons niets léren over de werkelijkheid, omdat ze tautologisch zijn, en daarom geen geldige basis voor kennis. Ze laten alleen zien hoe we ideeën met elkaar kunnen verbinden. Dit zijn dan de zog. analytische proposities. Synthetische proposities zijn daarentegen afgeleid uit zintuiglijke indrukken, en de uitspraken die dit niet zijn, en niet tautologisch zijn, zijn dus onzin.
- Hij geloofde dat niet God, maar oorzakelijkheid in het algemeen alles samenhang gaf, waarbij we echter geen zintuiglijke indruk van een oorzaak kunnen vinden. (…)
Kant werd zowel geïnspireerd door het empirisme als het rationalisme bij zijn onderzoek naar de causaliteitsrelatie. Zijn denken is vooral gevormd door de tijdgeest van de Verlichting, waar het vertrouwen van de mens in het eigen denkvermogen heerste, waarmee mensen zich ook losser maakten van religieuze bindingen.
- Hij zegt dat er van Verlichting sprake is als de mens zich ontdoet van zijn onmondigheid.
- Hij zag dat de begrippen en wetten van Descartes en Galilei zonder waarneembare inhoud bleven, en dat het empirisme van Hume leidt tot een wantrouwen t.o.v. wetmatigheden. Beide hebben dus onvoldoende steekhoudende argumenten, en Kant stelde de vraag naar hoe kennis mogelijk is opnieuw voor zichzelf.
- Kant onderscheidt net als Hume analytische oordelen (is waar, maar voegt niets toe aan de kennis over de wereld; bij voorbaat waar, dus a priori) en synthetische oordelen (ervaringsoordeel, gevormd op basis van inductie; volgend op waarneming dus a posteriori).
- Onder welke condities is een synthetisch oordeel a priori mogelijk? (transcendentaal onderzoek: je kijkt verder dan zintuiglijke waarneming)/Wat kunnen wij kennen?
- Kennis begint volgens Kant bij zintuiglijke waarneming, waarbij hij zich dus aansluit bij de empiristen. De grote vraag is of hiernáast a priori kennis mogelijk is. Kant zegt dat we niets zeker kunnen waarnemen, behalve ruimte en tijd. Ruimte is een noodzakelijke voorwaarde om iets te kunnen ervaren, net als tijd.
- Kant probeert het empirisme en het rationalisme met elkaar te verzoenen om zo tot een nieuw uitgangspunt te komen. Hij bedenkt daarom de zog. categorieën, die a priori aanwezig zijn; het verstand is van tevoren gestructureerd. Het verstand en de categorieën vormen het nog ruwe materiaal van de zintuiglijke wereld om tot een kenbare wereld te komen waarin we dingen kunnen samenbrengen en onderbrengen.
- Kant onderscheid 12 categorieën, waaronder de belangrijkste, causaliteit, waarbij hij stelt dat het een onvervreemdbare eigenschap is van ons kenvermogen, al dan niet waar. De categorieën gaan aan de ervaring vooraf en vormen een net van ervaring.
- Kant stelt dat wij ons niet richten op de wereld, maar de wereld zich schikt naar onze kenvermogens. Hij maakt aannemelijk dat alleen datgene van de buitenwereld wat aan ons verschijnt, wat binnen onze denkkaders past, dus binnen ruimte en tijd voor de waarnemingen en binnen de categorieën voor het denken. Wij weten dus niet hoe de wereld op zichzelf is, maar toch gaat Kant van het bestaan van werkelijkheid X uit.
- Kennis wordt bij Kant definitief iets subjectiefs; de mens kent en ordent de wereld op een bepaalde manier. De wereld levert het materiaal, en wij maken er volgens bepaalde regels ‘objecten’ van kennis van.
- Kant noemt de wereld door mensen ervaren de wereld van verschijnselen/fenomenen.
Ten slotte zou kennis ook nog afhankelijk kunnen zijn van taal, cultuur en geschiedenis.
Dit verslag is bedoeld als naslagwerk. Gebruik geschiedt op eigen risico. De verslagen op Scholieren.com zijn ingestuurd door middelbare scholieren (tenzij anders vermeld) en worden niet gecontroleerd op fouten. Heb je in dit verslag een fout gevonden of heb je een aanvulling? Laat het ons dan weten.
a d v e r t e n t i e

Wat ga jij later doen voor je poen? Het liefst wil je een uitdagende baan met een goed salaris. Misschien iets met economie en biologie. Met mensen werken, in een team van experts of als zelfstandig ondernemer. Niet alleen op kantoor, maar ook buiten aan de slag. Wil je weten hoe? Check www.beleefbuiten.nl, doe mee met de actie en win een VIP-dag!
a d v e r t e n t i e
Win beltegoed met Cash
Cash helpt je slimmer met je geld omgaan. Zodat je minder snel zonder beltegoed komt te zitten. Probeer nu de tools van Cash! Met de Cashculator Mobiel ontdek je wat voor beller je bent. Of speel de Cash Battle op Hyves, daag je vrienden uit en maak kans op €500 beltegoed! De game duurt maar een minuutje!
Zonder jouw bijdrage kan Scholieren.com niet bestaan. Help andere scholieren door je eigen samenvattingen en ander huiswerk op te sturen.

Kom je eindelijk in de fase dat je grote zus méér blijkt dan slechts een wandelend ruzie-object, wordt ze ineens smoorverliefd.